Je hoeft geen groot geleerde of diepzinnig denker te zijn om te kunnen genieten van Dante’s meesterwerk Divina Commedia. Je kunt het in je eentje lezen of een reisgenoot vragen om het samen te doen. Ik heb het laatste een paar jaar geleden gedaan en daarvan zo genoten dat ik opnieuw begonnen ben. Waarom? Wat je leest, is prachtig; je wisselt uit over wat je leest. Maar ook ga je met elkaar in gesprek over de grote vragen, aangedragen door Dante. Waarover gaat de Divina Commedia? Over de tocht van Dante, eerst De Hel, daarna De Louteringsberg en tenslotte Het Paradijs. Het loopt uiteindelijk goed af met Dante, vandaar de term ‘commedia’, maar het begin is zware kost. Het begint al met de eerste woorden:

Op ’t midden van ons levenspad gekomen,
Kwam ik bij zinnen in een donker woud,
Want ik had niet de rechte weg genomen.
(I,1-3)

In dit woud zijn allerlei gevaarlijke beesten, symbool voor allerlei zondige eigenschappen. Dante heeft hulp nodig en hij krijgt die van Beatrice, zijn gestorven jeugdliefde. Zij vraagt de dichter Vergilius om Dante op zijn tocht te begeleiden:

Mijn vriend, aan wie het lot vijandig is,
Vindt op zijn pad veel hinderpalen, …
Geef hem in welgekozen woorden raad,
Zodat hij deze ban weet te doorbreken
Wees tot mijn troost zijn steun en toeverlaat.
(II, 61-69)

Zo begint op de avond van Goede Vrijdag 1300 de tocht van Dante en Vergilius door de hel en het merendeel van de louteringsberg. Op de poort voor de hel wordt met beroemde regels aangekondigd wat er achter die poort is:

Hier komt men in het oord der folteringen,
Hier komt men waar de zondaar eeuwig lijdt,
Hier komt men onder de verworpelingen. …
Er is geen hoop voor wie hier binnentreden. (III, 1-9)

Dan volgen in vele zangen (canto’s) wat zich achter die poort afspeelt. Dante verwerkt in zijn beschrijving veel gegevens uit de Oudheid. Daarnaast verwijst hij vaak naar de Bijbel, in het bijzonder naar het Nieuwe Testament. Het is niet doenlijk om alle “bezienswaardigheden” onderweg door de hel hier te beschrijven. Hoe verder Vergilius en Dante in de hel doordringen, hoe ernstiger de vergrijpen van de zondaars zijn en navenant hun straf. Het meest geroerd werd ik door wat Paolo en Francesca overkwam. Die twee kregen elkaar lief terwijl Francesca al aan een ander was uitgehuwelijkt. Het sacrament van het huwelijk was daardoor ontheiligd. Hieronder een aantal coupletten uit de vijfde zang:

En na het horen van haar liefdesklachten
Boog ik (Dante) het hoofd en staarde naar de grond,
Zodat mijn gids (Vergilius) vroeg naar mijn gedachten.

Ik antwoordde: ‘Hoe bitter ondervond
Dit paar het zoet gepeins en zoet begeren
Dat hen naar deze onderwereld zond.’

Ik wilde mij nog eenmaal tot hen keren
En zei: ‘Francesca, bij zo’n groot verdriet
Kan ik mij niet tegen mijn tranen weren.

Maar zeg me liever hoe het is geschied
Dat jullie door je liefde moesten zwichten
Voor de verlangens die de wet verbiedt.’

‘In smart mij op vroeger geluk te richten,
’ Sprak zij, ’is ’t ergste waar ik mij mee kwel;
Uw meester sprak ervan in zijn gedichten.

Maar als u aandringt dat ik u vertel
Hoe het met ons begon, zal het zo wezen;
Al moet ik wenen, ik vertel het wel.

Voor ons genoegen waren wij gaan lezen
Van Lancelot: hoe hem de liefde drong.
Wij waren samen zonder iets te vrezen.

Toch was het net of het verhaal ons dwong
Elkaar steeds aan te zien en te verbleken,
Totdat het was of iets oversprong.

Haar lippen, lazen wij, vaneen geweken
In zoete glimlach, werden zacht gekust,
En hij die nooit zijn trouw aan mij zal breken,

Kuste mijn mond, bevend en belust.
Het boek was als door Gallehaut geschreven:
Voor verder lezen hadden wij geen rust.’ (V, 109-138)

Helemaal onderin de hel, in de ijzigste kou, bevinden zich de ergste zondaars: Judas, de verrader van Jezus, met Brutus en Cassius, de moordenaars van Caesar (2) en natuurlijk de gevallen engel Lucifer. Vergilius raadt Dante aan om ‘geharnast te zijn en van angsten vrij’. En dat is hard nodig.

Hoe dit mij deed verkillen en ontstellen,
Mijn lezer, vraag het niet. Mijn schroom is groot:
Ik heb de taal niet om het te vertellen. (XXXIV, 22-24)

Met hulp van Vergilius slaagt Dante erin om te ontsnappen uit deze gruwelplaats. De laatste regel van De Hel luidt: Daarboven zagen wij de sterren weer. (XXXIV, 139) Het verhaal van De Louteringsberg kan beginnen.

Nu zing ik van het tweede rijk, de prijs
Die wij moeten betalen voor ons streven
Rein op te stijgen naar het paradijs. (I, 4-6)

Het gaat hier om de reiniging van zielen van grote en kleinere zondaars, het kost heel veel tijd en hun straf heeft eigenlijk altijd een verband met wat ze misdeden. Maar ze zullen uiteindelijk gered worden! De voorwaarde is wel dat ze vóór hun dood berouw hadden over hun zonden. Deze boetegang kan verkort worden als er op aarde mensen zijn die voorbede voor hun willen doen. In de loop van het verhaal blijkt dat ook Dante boet voor zijn zonden. Heel duidelijk wordt dat bij het afscheid van Vergilius.

Ik leidde je met geestkracht en verstand.
Van nu af zal je eigen keus je leiden;…
Blijf niet meer op mijn raad of teken wachten.
Je wil is vrij van zonde, puur en schoon;
Het zou verkeerd zijn om hem niet te achten. (XXVII, 130-141)

Hoe graag zou ik u vertellen hoe Dante zonder Vergilius zijn reis voortzet. Maar gebrek aan ruimte verhindert me dat te doen. Ik laat u enkel de slotwoorden van De Louteringsberg lezen.

Want ik verlaat de berg der louteringen.
Dit deel is af. Ik voeg mij naar de toom,
De teugels die mij tot beperking dwingen. …
Gereed om naar de sterren op te stijgen. (XXX, 139-145)

Goed, Dante komt dus aan in Het Paradijs. De komende maanden hoop ik te lezen hoe het hem daar vergaat. Wat ik me herinner van mijn eerste lezing, is de sfeer van grote vreugde en genade die daar heerst. Er wordt gezongen, er wordt in reidansen gedanst, het is er enkel blijheid en grote dankbaarheid. Ik verlang er naar om binnenkort verder te lezen. En ik wens u toe om met of zonder reisgenoot de Divina Commedia als geestelijk voedsel tot u te nemen.

M.A. Aalders, Bussum

Noten:
1. Ik gebruikte de vertaling van Ike Cialona en Peter Verstegen, Amsterdam 2019.
2. Dante zag in Caesar wat hij hartstochtelijk verlangde voor het Italië van zijn eigen tijd: een keizer die rust, orde en veiligheid zou brengen.