Hierna wees de Heer nog zeventig anderen aan en zond hen twee aan twee voor zijn aangezicht uit naar iedere stad en plaats waar Hij zou komen. - Lukas 10:1

Het gaat hier om diegenen die voor Jezus uitgaan. Zij roepen: ‘De Koning komt, de Koning komt!’ Ze bereiden de ingang in Jeruzalem voor! Bij Conzelmann [1] las ik: ‘Dodd [2] ijkte het begrip realised eschatology en spreekt over ‘eschatology in process of realisation’, eschatologie die zich aan het realiseren is.’ Beide zijn mooie uitdrukkingen en klassiek geformuleerde woorden geworden.

Ik zeg dit met het oog op Lukas 10, waar sprake is van een overgang. Het gaat om de uitbreiding van de boodschap. Om die reden betrekt Jezus de zeventig erbij. Wat hier gebeurt, sluit volgens een Joods-christelijke exegeet David H. Stern aan op Genesis 10, waar over de volkerentafel wordt gesproken. Er is sprake van 70 volkeren. Zoals de twaalf apostelen een parallel vormen met de twaalf stammen van Israël, vormen de zeventig dat met de volkeren van de wereld. Hier zie je opnieuw dat veel wijdere perspectief dat je steeds aantreft bij Lukas.

Er zijn in deze teksten een paar van die merkwaardige trekjes: ‘Groet niemand onderweg.’ Dat is niet nors of stuurs bedoeld ofzo. Nee, het woord dat in het Grieks staat, betekent niet ‘niet groeten’. Dat is een veel te globale vertaling. Eigenlijk betekent het: ‘Laat je onderweg niet ophouden door kletspraatjes, maar houd je doel scherp in het oog. Verspil geen tijd aan onnodige dingen.’ Het is wat je in het Hebreeuws vindt in 2 Koningen 4: 29. Daar lees je over de geschiedenis van Gehazi, die namens Elisa naar de weduwe moet gaan. Elisa stuurt de man voorop, hij mag geen tijd verdoen, niet afwijken van de weg. Hij moet met de staf vooruit reizen en die op de jongen leggen. Alles is spanningsvol gericht op het grote dat komt. In die geschiedenis tref je dezelfde uitdrukking aan als hier. Vervolgens is er sprake van de vredesgroet en vergelijkt Jezus het verblijf van de discipelen in de wereld met het verblijf van lammeren onder de wolven. Dat duidt op de messiaanse doorbraak in de zin van Jesaja 26: 8: ‘Een kind zal de hand steken in het nest van de schorpioen en het lam zal met de wolf verkeren.’ Dit alles maakt dat Lukas 10 een wijds eschatologisch volkerenperspectief biedt, dat samenhangt met de uitzending van de discipelen, die alleen reizen, zoals Gehazi dat deed als een voorbode van Elisa. Op deze manier zijn zij een voorbode van Hem die eigenlijk de Naam draagt ‘Hij die komt!’

Daarop krijg je het verslag van wat er allemaal is gebeurd. Als je dat leest, zeg je: dit is gewoon een Pinkstertijd! Het is een reveil, een doorbraak! Er gebeuren dingen die alleen in tijden van een Reveil gebeuren en anders niet! Vers 9 maakt duidelijk wat er aan de hand is. Als ik een suggestie mag doen: als ik hierover zou preken, zou dat mijn tekst worden. Ik zou preken over ‘Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen!’ En dan staat er eigenlijk nog méér: het is ef umas [3] gekomen, het is ‘op u neergedaald.’ Ook dat herinnert aan Pinksteren. ‘Vurige tongen zetten zich op hen neer’, lees je. Ook daar staat ef umas, ‘op ieder van hen.’ Dat is nu een mooi voorbeeld van wat eigenlijk realised eschatology is [4]. De voorbode, de eerste aanzet ertoe openbaart zich al in de zeventig die optrekken.

Waar gaat het heen? Naar Jeruzalem! De verkondiging in Samaria en Galilea is afgelopen. Dat gebeurde eigenlijk met een soort van verwijtrede aan het adres van Chorazin en Bethsaïda. Luther zou het zo onder woorden brengen: ‘Das Evangelium ist ein vorübergehender Platzregen, hin ist hin!’ [5] Grijpt als het rijpt!! Dat is bijna beangstigend. Bij Lukas is dit zo beschreven dat er meer dan bij de andere evangelisten perspectief in zit. Zo kom je dit niet tegen bij Mattheus en Markus.

Het is verder opvallend dat Lukas Christus hier begint aan te duiden met ‘kurios’. Hij doet dat niet vaak. Het gebruik van deze aanduiding neemt in zijn Evangelie toe bij het begin van de tocht naar Jeruzalem. Hij brengt ermee tot uitdrukking wat ik las bij Maddox: [6] ‘Nog vóór zijn verhoging aan de rechterhand van zijn Vader, in de dagen van zijn bediening op aarde, was Jezus een verheven persoon, iemand die handelde met goddelijke autoriteit. Jezus was niet slechts een mens, maar in zijn handelen was Hij een hemels persoon.’ [7]

Dit gebeurde allemaal toen de tijd in Galilea achter Hem lag. Je kunt het tijdsbestek van zijn Galilean ministry (zijn bediening in Galilea) aanwijzen. Daaraan is veel aandacht gegeven. Deze bediening loopt van hoofdstuk 4 tot hoofdstuk 9: 51, dus van zijn optreden in de synagoge tot aan het tiende hoofdstuk. Dan gaat de wereld open. Het is het moment waarop Hij de tocht naar Jeruzalem aanvaardt. Als Jezus zegt: ‘We gaan op naar Jeruzalem’, is dat dus de afsluiting van ‘zijn bediening in Samaria en Galilea.’ Wat dan komt, is eigenlijk de kern van het Evangelie, nl. ‘de beroemde reis van Galilea naar Jeruzalem.’ Deze reis beslaat bij Lukas tien hoofdstukken. Je leest erover in Lukas 10 tot 19. Als je vervolgens naar Markus kijkt, zie je dat hij deze reis niet echt tot zijn recht laat komen. Hij schrijft er maar in één hoofdstuk over. Markus schreef zijn Evangelie vrij vroeg. Toen was het nog moeilijk te vatten wat er allemaal gebeurd was. Het Markus-evangelie is bovendien vanuit een ander motief geschreven. Lukas is de perspectiefopener van het messiaanse Rijk en zo ligt dan in deze tekst de nadruk op de uitbreiding van ‘zijn bediening’ op weg naar Jeruzalem.

Dit alles kun je heel gemakkelijk met onze situatie in de wereld van nu vergelijken. Steeds is er de mogelijkheid dat datgene wat hier aan de hand is opnieuw een rol gaat spelen. Anders gezegd: dat er telkens een Reveil plaatsvindt. Daar ligt een aanknopingspunt naar ons toe. Dat je uitgezonden wordt om een boodschap te brengen: Hij komt, Hij komt! Dat je verkondigen kunt: ‘Let op, het Koninkrijk van God is op u (ef umas) gekomen!

Dit is voor mij erg belangrijk. Ik citeer Maddox: ‘Lukas heeft een uitgesproken theologisch belang bij het tonen dat Jezus’ gehele zending een nadering tot de centrale instellingen van het Jodendom is, waarbij Hij optreedt met het gezag van de Vader om hen tegemoet te treden.’ Dat leeft al in de geschiedenis van de twaalfjarige in de tempel. Dat komt het mooist tot uitdrukking in Lukas 19: 44, waar Christus Jeruzalem aanspreekt en aangeeft dat met zijn intocht en zijn aanwezigheid in Jeruzalem de tijd is aangebroken dat de stad door God werd bezocht/opgezocht. De zending van de discipelen is daarvan de voorbereiding. Het is een eschatologisch reveil als voorbereiding voor Christus zelf, die in het hart van Israël en Jeruzalem zijn missie naar voren zal brengen, de taak om de belofte te vervullen.

Om daar goed zicht op te hebben, hebben we de Psalmen nodig! Vandaar dat bij de intocht gezongen wordt uit Psalm 118. Ook andere Psalmen verduidelijken in de laatste week wat er aan de hand is. En wat zingen ze bij het laatste Avondmaal? Die Psalmen die in het raam van de eredienst van de tempel hebben gestaan! Zij laten zien dat het in de tempel beslist zal worden, op de tempelberg. De Psalmen werden in Jeruzalem door wat Jezus deed doorzichtig. Zij laten het koningschap in zijn sacrale betekenis zien, en dat in het licht van Jezus’ optreden. Het is niet een koningschap als dat van de heerschappijvoerders in deze wereld. Dat snijdt Hij af als Hij reageert op de discussie van de discipelen over de vraag wie de belangrijkste is. Het is een Koningschap van een heilbrenger en daar is het priesterschap en het leraarschap bij inbegrepen. Er zijn niet zozeer drie ambten, alswel één ambt, met drie facetten. Het rijkst is de heerschappijvoering.

Het ‘Hosanna’ dat de schare bij de intocht roept is een reveil. Christus alleen heeft het kunnen waarmaken, Hij alleen. De discipelen hebben het niet begrepen en zijn in de mist gekomen. Jezus niet. Hij is het, die tegen alle weerstand in, de boodschap volhoudt en daarin wordt Hij gelegitimeerd door de Vader zelf, die betuigt: ‘Wat Hij gedaan heeft en gezegd heeft, heb IK gedaan en gezegd.’ Jezus zegt: ‘Ik en de Vader zijn één.’ Hij is volstrekt door de Vader gelegitimeerd in zijn doen en laten. Daarom is wat hij doet HEIL. Opeens valt op de psalmen een messiaanse licht. ‘Hosanna’, dat is de vreugdeboodschap waarvoor Hij zorg draagt en die Hij doorzet. In Jeruzalem krijgt het perspectief en dat is voor ons nog steeds belangrijk. In het raam van wat in Jeruzalem gebeurt krijgen de aspecten van zijn werk, van zijn koningschap, priesterschap en leraarschap hun betekenis. Waarom? De naam heeft al betekenis: ‘Gezegend Hij die komt in de Naam des HEREN.’ Daar in Jeruzalem leeft nog, zegt een traditie, de herinnering aan het offer van Izaäk. Daar liggen de beloften aan David. Het is de Davidsstad. Nee, de Heilige Geest laat niets liggen. Eschatologie is niet iets nieuws, maar het oorspronkelijke wordt tot heerlijkheid gebracht, het is transfiguratie, het is metamorfose.

Nog een paar ondergeschikte dingen. Cerfaux [8] zegt: de hele situatie van de zeventig is de situatie van de Kerk in de wereld van nu. Het laat zien hoe het Koninkrijk der hemelen in zijn werk gaat op deze wereld. Het gaat altijd naar de vervulling toe van het koningschap in Christus. Maar let erop dat de apostelen werden uitgezonden niet als zaaiers, maar als maaiers, zie Lukas 10: 2. Er was al gezaaid. Zo is het nog. Zonder dat we het weten, is er al veel zaaiwerk verricht in de geschiedenis. Nu, naarmate het naar het einde gaat, rijst de vraag welke vruchten er over zijn. Cerfaux zegt: ‘Niets doet vermoeden dat de oogst van het Koninkrijk in zijn geheel op de zelfde tijd plaatsvindt.’ Dat is van continent tot continent verschillend. ‘Niets doet vermoeden…’, zegt Cerfaux. Ik vond die opmerking bijna beangstigend: dat het Koninkrijk niet op dezelfde tijd overal op aarde rijp is en het op een continent of in een werelddeel na rijping kan verdwijnen. Hoe dan ook: het Koninkrijk heeft een aanvang genomen. Het heeft ook een einde. De oogst is rijpende.

Dan nog dit. Het moest naar Jeruzalem. Wat is echter hetgeen Jeruzalem groot maakt? De geschiedenis heeft Jeruzalem tot Jeruzalem gemaakt. Van nature is het niets. Het is schepping en niet meer, gewoon een stad. Maar dan noemt Cerfaux de volgende hoogtepunten: Jeruzalem is de stad die voor altijd het merkteken draagt van de profeten en de Psalmen. Zij zijn daar gezongen, veelal ontstaan. Zo waren de Psalmen van de kinderen van Korach tempelliederen. En dan: Jezus was daar als twaalfjarige. In de tempel legde Hij als twaalfjarige voor het eerst de Schrift uit: ‘Wist u niet dat Ik moest zijn in de dingen van Mijn Vader?’ Daar is de reiniging van de tempel geweest en de opening ervan voor zijn dienst. In Jeruzalem vond de opstanding met de eerste shalom-begroeting plaats, met de shalom als opstandingsgroet. Daar vond ook de uitstorting van de Heilige Geest plaats. Dit zijn heilshistorische gegevens. Hier heeft het graf gelegen, zoals je dat volgens sommigen nog kunt bezoeken. Al die dingen maken dat het Evangelie op het nauwst met de stad verbonden is. Zij geven Jeruzalem kleur, het Evangelie is er nu eenmaal op het nauwst mee verbonden.

Zullen de laatste dingen ook daar gelocaliseerd worden? Mijn vader heeft er eens zo over gepreekt. Hij zei: ‘De Olijfberg, ja, daar zal het gebeuren!’ Ik weet het niet. Je kunt zeggen: het heeft een hoge optie. Maar ‘van de tijd en van de ure’ en ik zou er haast bij zeggen, ‘van de plaats’ weten we niets. ‘Dat weet alleen Mijn Vader die in de hemelen is’, zegt Christus. Het heeft ook een nadeel het al te zeer te localiseren. Het is met de laatste dingen veeleer als met de zon. Als Jezus komt om te vervullen is het zo dat de gehele aarde zich naar dát licht keren zal, dat de hele kosmos voorafgaand aan de zon verlichtte, het hemelse licht! Wat zal dat groot zijn, wat een dag, wat een dag....!

Bronvermelding

  1. Hans Conzelmann (1915-1989), Duits nieuwtestamentisch exegeet en theoloog, vooral bekend om zijn redactiegeschichtliche benadering van het Lucasevangelie.
  2. Charles Harold Dodd (1884-1973), Brits nieuwtestamentisch geleerde en theoloog, bekend om zijn werk over gerealiseerde eschatologie en het Johannesevangelie.
  3. ‘Op u’ of ‘op jullie’.
  4. ‘Gerealiseerde eschatologie’, een term die bedacht is door C.H. Dodd om de kern van het Evangelie aan te geven. In en door Christus is de eindtijd op aarde gekomen en gerealiseerd áls eindtijd.
  5. Het Evangelie is als een plensbui die voorbijtrekt. Weg is weg. Daarom: grijp je kans.’
  6. Robert Maddox, Australisch nieuwtestamentisch exegeet, bekend om zijn werk over de theologie en het doel van Lukas-Handelingen.
  7. Zie Robert Maddox, The purpose of Luke-Acts, Edinburgh, 1982. Aalders gebruikte het boek vaak en graag.
  8. Lucien Cerfaux (1883–1968) was een vooraanstaand Belgisch nieuwtestamenticus, vooral bekend om zijn geschriften over de theologie van Paulus en Lukas.