Terug naar Ecclesianet.nl

Woord ter gedachtenis aan Dr. W. Aalders

Ds. L.J. Geluk, Rotterdam

Uitgesproken voorafgaand aan de begrafenis van dr. W. Aalders op 30 december 2005 in de aula van de begraafplaats Oud Eik en Duinen te Den Haag

Mag ik - nu wij hier samenzijn tot gedachtenis van Dr. Willem Aalders en nu wij dadelijk samen zullen gaan naar zijn laatste rustplaats - spreken vanuit persoonlijke herinneringen?
Zó sprekend sluit ik overigens ook aan bij de dochters en kleinzoons die eveneens vanuit hun herinneringen hebben gesproken over hun bijzondere vader en grootvader.
Ik acht het nu en hier niet de plaats om in den brede op de betekenis van de overledene voor kerk en theologie in te gaan, te spreken over zijn geleerdheid en levenswijsheid, over het indrukwekkend en veelzijdig werk dat hij heeft nagelaten. Dat zal zeker in andere verbanden wèl gebeuren en dat móet ook gebeuren.
Nog maar kort was ik predikant, toen op 9 november 1964 mij een klein boek in handen kwam dat ik inzag en direct besloot te kopen. Het leek te gaan over vragen die mij intensief bezig hielden. In hoeverre de auteur mij van naam bekend of onbekend was, weet ik niet meer. De titel van het boekje luidde: In verzet tegen de tijd. Door het lezen hiervan werd ik erg geholpen. Het verhelderde vragen en wees mijn denken in een richting die voor mij beloften inhield.
Twee jaar later werd ik beroepen naar de Hervormde gemeente te Scheveningen. Bij het bezoek aan die gemeente werd mij ook de pastorie getoond, gelegen aan de Willem de Zwijgerlaan. Bij die gelegenheid vernam ik dat de overkant van de straat behoorde tot de gemeente van Den Haag en dat daar de wijk was van ... Dr. Aalders. Dat was een attractie op zich: nu kon ik wellicht ook eens met de schrijver van mijn hulprijk boekje in contact komen. Maar tot dit contact kwam het niet, want ik bedankte voor het beroep dat op mij was uitgebracht.
Niet lang daarna echter kwam het wél tot een ontmoeting. Dat was ten huize van de familie Gravemeijer in Wassenaar, op het landgoed “Ter Veeken“. Daar kwam een kring theologen bijeen, die naderhand bekend werd als “de 24“. Zij spraken over de ontwikkelingen in kerk en theologie en namen het besluit daarover iets te publiceren. Het werd een “Open Brief“ die, geschreven door Dr. Aalders en met emendaties vanuit de kring der “24“, werd uitgegeven op 31 oktober 1967. Deze brief, in meerdere tienduizendtallen verspreid, maakte de voornaamste auteur ervan direct door heel kerkelijk Nederland bekend. De brief was een appèl aan de kerk terug te keren van de heilloze weg van humanisering van het Evangelie.
Maar deze brief had daarbij nog een andere, verrassende werking: hij deed ook tegenstellingen in de kerk verbleken. Dr. Aalders, een beetje ethisch en bekend als liturgisch zeer betrokken, Ds. G. Boer, de voorman van de Gereformeerde Bond, Ds. J.P. van Roon de voorman van de Confessionele vereniging en de Kohlbruggiaanse Ds. D. van Heijst verstonden en vertrouwden elkaar. Zij wisten zich, ondanks verschillen in theologisch en dogmatisch denken, één in het geloof en één in hun liefde voor de Kerk en zorg om haar. Zo kwam Dr. Aalders op Hervormde kansels waarvan hij eerder had kunnen denken daar nooit te zullen komen.
Mijn bekendheid met Dr. Aalders groeide allengs uit tot vriendschap. Enkele keren hebben mevrouw Aalders en hij in die jaren bij mij gelogeerd en leidde hij een dienst voor mij in Dirksland en in één van de Zwolse kerken. Toen ik in het huwelijk trad, was hij één van onze getuigen op het stadhuis. In een moeilijke tijd betoonde hij zich een vriend vol vaderlijke raad en hulp. Mevrouw Aalders en hij verheugden zich met ons bij de geboorte van onze kinderen. Hoe leefde hij mee, in alle dingen die mijn vrouw en mij bezig hielden. Onvergetelijk zijn de persoonlijke en telefonische gesprekken, waarin hij zijn belangstelling toonde, ook zijn verdriet en zorgen uitte, zorgen om kerk en staat, verdriet dáárover en na 1999 over het gemis van zijn lieve vrouw.
In de jaren daarna begon het leven zich langzaam voor hem toe te sluiten. Velen uit zijn familie- en vriendenkring zag hij zich ontvallen. De situatie van de kerk verdroot hem in hoge mate. In het theologisch bedrijf in Nederland was er nauwelijks iets dat hem bemoedigen kon. Het verval allerwegen drukte hem neer. Het verlangen heen te gaan nam sterk toe en kreeg de overhand. Eens riep hij door de telefoon: “Leun, ik word vergeten“. Hij bedoelde: de Here lost mij maar niet van mijn post af. Wanneer komt toch die dag? Hij leefde als Simeon uit de Kerstgeschiedenis, in uitzien naar de dag dat hij kon zeggen: “Nu laat Gij, Heer, uw knecht gaan in vrede, naar Uw woord.“
In dit gelovig uitzien heeft hij zijn ziekte beleefd, zeer getroost door Psalmverzen die hij in zijn jeugd zich eigen had gemaakt. En op de avond van het Kerstfeest dat nog maar weinige dagen achter ons ligt, brak het moment aan: hij mocht in vrede gaan, naar zijn Heer en Meester, die hem als de Goede Herder wonderlijk had geleid. Dikwijls ging zijn levensweg door raadsels en aanvechtingen, door diepten en duisternissen, maar altijd was de Herder bij hem was gebleven en had Hij Willem Aalders bij Zich gehouden.
Door de ondergang van de Nederlandse Hervormde Kerk voelde hij zich zonder Kerk, maar desondanks in de catholica. Hij wist heen te gaan en Thuis te komen - zo zei hij het mij zelf ten laatste - “sola fide“, alleen in en door het geloof. Zó had hij het beleden op de kansel en in geschriften, in artikelen en lezingen. Zó heeft hij de tijdgeest weerstand geboden. Zó heeft hij geleefd in een tijd die hem meer en meer apocalyptisch was geworden. Zó is hij gestorven. “God is zo goed voor mij persoonlijk“, zei hij in een van de laatste gesprekken.
“Sola fide“. In het geloof waarvan zijn moeder als eerste hem zo onvergetelijk had verteld. Behouden, alleen door het geloof in de God van zijn moeder, van zijn vader, van zijn vrouw en van de velen die hem zijn voorgegaan. Het geloof in de drie-ene God, Vader, Zoon en Heilige Geest.
In Diens naam willen we hem nu ter ruste gaan leggen dáár, waar zijn innig geliefde vrouw, Sara Geertruida Aalders- geboren Huender 8 maart 1999 aan de schoot der aarde werd toevertrouwd.
Op die historische plaats beiden zij de opstanding op de grote Dag die komt.
Ik heb gezegd.

Aan het graf werd op verzoek van Dr. Aalders gelezen: 2 Corinthiërs 4:16 tot 5:10. Daarna vond de ter aardebestelling plaats, gevolgd door het zeggen van de Geloofsbelijdenis, waarna een gebed, besloten met het “Onze Vader“.