Terug naar Ecclesianet.nl

Vincent van Gogh als prediker

Ds. J. Riemersma, ecclesia 6, maart 2003

Op 30 maart a.s. is het 150 jaar geleden, dat Vincent van Gogh is geboren. In verschillende tentoonstellingen wordt aan dit feit aandacht besteed. En in de publicaties rond dit gebeuren worden allerlei facetten van Van Gogh's schilderkunst opnieuw belicht.
Maar er is een aspect, dat vaak over het hoofd wordt gezien: dat hij ook evangelist is geweest.
Door de openhartige ontboezemingen in de briefwisseling met zijn broer Theo kunnen wij veel te weten komen over Vincents geloof. Hun vader was Nederlands Hervormd predikant in achtereenvolgens Zundert, Etten en Nuenen. Met veel liefde denkt Vincent aan zijn jeugd terug:
"Ik voel nog de verrukking, de siddering van vreugde, welke ik voelde toen ik voor het eerst een diepe blik wierp in het leven van mijn ouders, toen ik instinctief voelde hoezeer zij christenen waren. En ik voel nog dat gevoel van eeuwige jeugd, waarmee ik naar God ging zeggende: Ik wil ook een christen zijn." Al vroeg was het zijn begeerte het Evangelie te verkondigen. Toen hij in Amsterdam o.l.v. de Jood Mendes da Costa de klassieke talen onder de knie probeerde te krijgen, bezocht hij soms wel vijf kerkdiensten per zondag: een echte zoekende ziel. Helaas had hij geen talenknobbel en dus probeerde hij het als evangelist in de Borinage, een armoedige streek in de Belgische Ardennen. Zo bezocht hij eens een mijnwerker,die een ongeluk in de kolenmijn had gehad. Deze begroette Van Gogh met een volle laag van vloeken en schold hem uit voor "een kauwer van rozenkransen", alsof hij een R.K. priester was. Maar door de evangelische zachtmoedigheid van Van Gogh werd hij tot bekering gebracht.

Uit deze tijd zijn ook enkele preken bewaard gebleven. Een citaat:
"Het is een oud geloof, en het is een goed geloof, dat ons leven een pelgrimage is, dat wij vreemdelingen op aarde zijn. Wij zijn pelgrims, ons leven is een lange wandeling of reis van de aarde naar de hemel. Het begin van dit leven is dit: er is slechts een die haar verdriet niet meer herinnert en haar angst, vanwege de vreugde dat een mens ter wereld is gekomen. Zij is onze moeder. Het einde van onze pelgrimage is het binnengaan in ons Vaders huis waar vele woningen zijn, waar Hij ons is voorgegaan om een plaats te bereiden. Het einde van dit leven is wat we dood noemen, het is een uur waarin woorden worden gesproken, dingen worden gezien en gevoeld die in de geheime kamers van de harten bewaard worden van diegenen die erbij staan… Er is verdriet in het uur van de dood, maar daar is onuitsprekelijke vreugde wanneer het het uur van de dood is van één die de goede strijd heeft gestreden. Er is een die gezegd heeft: Ik ben de opstanding en het leven, als iemand in Mij gelooft al is hij gestorven, zal leven. Wij zijn pelgrims op aarde en vreemdelingen - wij komen van ver en we gaan ver. De reis van ons leven gaat van de liefhebbende borst van onze moeder op aarde naar de armen van onze Vader in de hemel. Alles op aarde verandert - wij hebben geen blijvende stad hier - het is de ervaring van iedereen."
Onmiskenbaar is hier de invloed van John Bunyan's "Pelgrimsreis naar de Eeuwigheid", een boek waarvan Vincent "zielsveel" hield.

Zijn arbeid onder de mijnwerkers duurde slechts twee jaar, omdat de leiding van de Protestantse Kerk van België vond, dat hij te ver ging: hij gaf zelfs zijn eigen kleren weg om mensen te helpen. Gedesillusioneerd keerde hij terug naar zijn vaders pastorie te Etten.
Maar hij had een nieuwe roeping gevonden: de schilderkunst. De meeste kunstcritici typeren deze omslag als een breuk met zijn verleden: hij zou zich als een revolutionair van kerk en geloof hebben afgewend.
Inderdaad kreeg hij moeite met de kleinburgerlijkheid van kerkbestuurders, maar de persoon van Christus heeft hij nooit verloochend. Prof. Dr. A. Wessels heeft overtuigend aangetoond, dat Van Gogh ook als schilder nog evangelist is gebleven. Zijn grote voorbeeld was de Franse boerenschilder Millet, bekend van het "Angelus". Vincent had een biografie over Millet gelezen, waarin Millet getekend wordt als een diep religieuze boer, die de Bijbel van buiten kende en in zijn plattelandsvoorstellingen een soort bijbelse sfeer getroffen had. Zo werd Vincent geïnspireerd tot creaties als "de Zaaier" en "de Aardappeleters".
Eens schilderde hij een stilleven met een Bijbel die opengeslagen ligt bij Jesaja 53, de profetie van de lijdende Knecht des Heren: "Onze ziekten heeft Hij op Zich genomen en onze smarten gedragen… om onze overtredingen werd Hij doorboord… de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem…"
Ook als schilder wilde Vincent van Gogh dus troost en licht brengen. Tijdens zijn verblijf in de Provence werd het licht een steeds belangrijker motief in zijn schilderijen. Zo heeft hij b.v. in het schilderij "De opwekking van Lazarus" de persoon van Christus vervangen door de zon. De zon is daarin dus symbool van God (vgl. Ps. 84:12a). Uit een brief blijkt, hoe belangrijk Jezus voor hem was. Hij schrijft: "Je doet er goed aan de Bijbel te lezen….. De Bijbel, dat is Christus, want het Oude Testament strekt zich uit naar die top. Paulus en de evangelisten bezetten de andere helling van die heilige berg…. Maar de troost van deze soms zo droefmakende Bijbel …. De troost die zij bevat ….dat is Christus…. Alleen Christus…. heeft als voorname zekerheid het eeuwige leven verzekerd, de oneindigheid van de tijd, de nietigheid van de dood, de noodzaak en de zin van innerlijke vrede en toewijding…"

Literatuur: J. van Gogh-Bonger: Verzamelde brieven van Vincent van Gogh. Amsterdam, 1953. Anton Wessels: "Een soort bijbel" Vincent van Gogh als evangelist. Baarn, 1990. A. Verkade-Bruining: De God van Vincent. Amsterdam, 1989.