Terug naar Ecclesianet.nl

Kerkegeld

Ds. L.J. Geluk, Rotterdam

Boekhouding LDC
Op drie manieren is de laatste maanden de combinatie “kerk“ en “geld“ binnen de Protestantse Kerk in Nederland in het nieuws gekomen. Eerst was er het bericht dat de boekhouding van de algemene kerk op een geheel ondoorzichtige wijze plaatsvindt. Verliezen zouden op een slimme wijze worden versluierd. Te korten zouden worden weggewerkt door bedragen uit het vermogen op te nemen of inkomsten een oneigenlijke bestemming te geven. Wat daarvan waar is, is voor een kerklid moei lijk na te gaan, maar de beschuldiging kwam van uiterst deskundige zijde. Het was prof. dr. M.P. van Overbeeke, emeritus-hoogleraar belastingrecht en lid van het bestuur van de Vereniging voor Kerkrentmeesterlijk Beheer die de wijze van boekhouding hekelde: er zou geen tekort zijn van iets meer dan één miljoen, maar wel van zeven miljoen!

Omvang LDC
Hiermee hangt samen dat plotseling bekend werd dat het Dienstencentrum in Utrecht financiële problemen heeft. Nu was dat wel te voorzien. Bij de aankoop van het Militair Hospitaal en de ombouw daarvan tot het zenuwcentrum voor de SoW-kerken, dadelijk de nieuwe Protestantse Kerk, hebben verstandige mensen al direct geprotesteerd, omdat die “jas“ vele maten te groot was. Maar onverstand had de leiding en het moest doorgaan en het ís ook doorgegaan. In de leiding van SoW was een harde kern die niet aanspreekbaar was voor welk redelijk argument ook. Wanneer later de archieven opengaan, ligt hier een interessant veld van onderzoek voor een promovendus of promovenda. Dan kan ook de balans worden opgemaakt welke winst, geestelijk bezien én materieel, dit proces en het eindresultaat daarvan heeft gebracht.
Tegen de tijd dat het gebouw feestelijk werd geopend (1 december 1999) werd bekend dat er ongeveer 400 mensen zouden werken, ten dienste van de 2250 gemeenten met haar 2,8 miljoen leden. Maar het “mene, mene, tekel upharsin“ stond al op de wanden geschreven. Het ledental ligt nú al beneden de 2,5 miljoen en te voorzien is dat - droevig genoeg - dit getal de komende jaren verder snel zal dalen. Bij het totstandkomen van de PKN is hierover niet wezenlijk over gesproken. Integendeel. De leiding verkeerde in een hoerastemming. Zij was enthousiast. Van de nieuwe kerk zou nieuw elan uitgaan! Hoevelen zouden dit toen geloofd hebben? Het was onder anderen prof. dr. C. Graafland, die in een gesprek met de algemeen-secretaris, dr. B. Plaisier, sprak van de vorming van de PKN als een “historische vergissing“. In dat gesprek werd ook gezegd dat deze kerk gemiddeld per jaar 60.000 (!) leden verliest. Nu begint deze trieste realiteit door te dringen: de algemeen directeur van het landelijk dienstencentrum, de heer Haaije Feenstra, heeft 13 maart jl. een bezuinigingsrapport aangeboden. Daarin wordt geschat dat de PKN in 2015 van haar ledenbestand 25% verloren zal hebben. Daarom dient het personeelsbestand te worden ingekrompen: het aantal arbeidsplaatsen moet van 390 naar 240 worden teruggebracht en het aantal regionale dienstencentra van negen naar vier. Ook wordt geschat dat het aantal predikanten in actieve dienst in 2015 met 40% gedaald zal zijn, waar tegenover staat dat een aantal predikanten in deeltijd werkzaam zal zijn, alsook kerkelijke werkers die geen predikant zijn. De oorzaak van deze ontwikkelingen is te zoeken in het slinkende aantal kerkleden en de afnemende inkomsten.

Armoede in de pastorie ?
Op nog een derde wijze kwamen “kerk“ en “geld“ deze weken in het nieuws: ds. R.J. Perk, predikant te Hellendoorn, schreef met 135 sympathisanten een brandbrief naar de synode over de inkomenssituatie van de predikanten. Door meerdere fiscale maatregelen en het nieuwe systeem van ziektekostenverzekering nadert men in vele pastorieën de grens van armoede. Over de geschiedenis van het inkomen van de predikant, nauwkeuriger gezegd: de inkomsten die verbonden zijn aan het bezetten van een predikantsplaats, is een boeiend verhaal te schijven. Met de intrede van de Reformatie genoten de predikanten van de Vaderlandse Kerk in de regel een inkomen dat van de overheid kwam, als compensatie van de vele goederen en fondsen van de kerk in de Middeleeuwen, die overheden in handen had gekregen. Die verwerving door de overheid vond overigens niet onaangevochten plaats. Een bekend voorbeeld daarvan is de stad Utrecht, waar in 1660 de predikanten Abraham van de Velde en Joh. Teellinck uit de stad werden verbannen, omdat zij niet ophielden het stadsbestuur te betichten van gedrag dat op diefstal neerkwam. Mede als gevolg van de voortgaande geldontwaarding is vanaf ongeveer 1920 de verantwoordelijkheid van het inkomen dat verbonden is aan de predikantsplaats van een Hervormde gemeente, bij de plaatselijke kerkelijke gemeente met haar kerkvoogden gelegd. En dat is zo in de PKN gebleven. Tientallen jaren lang was de berekening een heel eenvoudige zaak: de gemeente was ingedeeld in een bepaalde schaal en de kerkvoogdij moest ervoor zorgen dat “haar“ predikant(en) volgens deze schaal werd(en) gehonoreerd. Zij mocht meer, maar niet minder uitbetalen. Behalve in zeer grote en sommige heel rijke gemeenten was dit traktement niet royaal, maar men kon er sober van leven. Bovendien had men het genot van vrij wonen. Maar de tijden zijn veranderd. De berekening van het traktement is steeds ingewikkelder geworden. De plaatselijke gemeenten krijgen het meer en meer moeilijk om financieel het hoofd boven water te houden en de belastingwetgeving schroeft steeds meer de duimschroeven aan. Van dit laatste enkele voorbeelden. Lange tijd werd het genot van “vrij wonen“ in de pastorie, dat als een stukje inkomen werd gezien, belast met een bedrag dat eigenlijk slechts symbolisch was. Nú moet de predikant huur betalen aan de kerkvoogdij en wordt hij ook nog over een bepaalde som belast. Dat is alles vastgelegd in minutieuze regeltjes. Tot 2005 mocht de predikant een bedrag van zijn inkomen aftrekken voor de studeerkamer, waar hij immers zijn werk in de gemeente voorbereidt, dus een deel van zijn werk verricht en waar hij ook mensen ontvangt. Deze aftrek geldt vanaf dit jaar voor hem en anderen die ook onder deze regeling vielen, alleen wanneer deze studeerkamer een eigen ingang van buiten heeft en ook beschikt over een eigen geheim gemak, ofwel een eigen WC. Welke rijksambtenaar zou dit hebben bedacht? Van hoeveel pastorieën zal dit gelden? Voor werkruimten van een arts en tandarts, die zij bij hun woning hebben, zullen deze vereisten wel opgaan, maar voor die van predikanten welhaast nooit. Het gevolg is dat verwarming en verlichting van het studeervertrek nu geheel voor rekening van de predikant komen. In de wirwar van: regulier traktement, toeslagen en verreken-posten die op toeslagen en traktementsonderdelen weer in mindering worden gebracht, is inzichtelijkheid ver te zoeken, maar - zo is gesteld door de directeur van de Predikantenbond - zou toch netto te besteden 1.400 per maand over te blijven. Maar laten we dat niet vergeten: wanneer dit netto bedrag wordt uitgegeven, vloeit - zoals dit geldt voor ieder Nederlander - nog weer een flink percentage via de belasting toegevoegde waarde in de staatskas. Van het genoemde bedrag moet de predikant rondkomen. Als hij dat heeft: mèt zijn gezin. Dat is meer dan voor velen in dit land, maar minder dan voor welk academicus ook. Vergelijk dit inkomen eens met dat van een arts, een advocaat, een accountant, een docent. Hoe moet het als studieschuld moet worden afbetaald? Als er bijzondere uitgaven zijn? Als de predikant studerende kinderen heeft? Als de ouders altijd maar weer aan de kinderen moeten zeggen: “Daar moet je niet om vragen, want daar hebben wij het geld niet voor?“ Wekt dat geen afkeer bij de jonge mensen van alles wat met de kerk te maken heeft? En: hoe kan men nog iets sparen voor de tijd van het emeritaat? Als die aanbreekt, moet de ambtswoning worden ontruimd, een woning gevonden, ingericht en daarheen verhuisd worden. In een reactie op de brandbrief is opgemerkt, dat we in een tijd leven dat het gewoon is, dat echtgenoten tweeverdieners zijn. De inkomenspolitiek van de overheid is daar inderdaad op gericht. Voor de kerk betekent dit, dat de pastorie als “open huis“ voor de leden van de gemeente en voor ieder die aan de pastorie aanklopt, tot het verleden gaat behoren, voorzover dit al niet is gebeurd. In het klassieke plaatje was de domineesvrouw de rechterhand van haar man, de gastvrouw voor de bezoekers, de moeder die meestal thuis was voor de kinderen en de vrouw van de herder, die ook iets van een herderin had door mensen in knelsituaties op te zoeken. Dit alles: verleden tijd. Zoals ook de klassieke pastorie als woning bijna overal verleden tijd is. Men zie het aardige boek van dr. L.A. Snijders Over oude pastorieën en pastores eens in. De kerk heeft doorgaans niet goed voor haar dienaren gezorgd. Dat is een oude klacht. Nu echter lijkt het moment aangebroken dat zij de situatie eens goed onder ogen ziet. Hoe kunnen de predikanten zich inzetten voor kerk en gemeente, wanneer zij ondanks een zorgvuldig financieel beleid door zorgen worden gekweld, niet meer op een fatsoendelijke wijze kunnen rondkomen, op de grens van armoede moeten leven? De actie van ds. Perk heeft heel wat reacties van predikanten losgemaakt waaruit blijkt dat er schrijnende nood is in meer pastorieën dan “men“ denkt. Wat te doen? Meer lasten op de gemeenten afwentelen is in veel gevallen onverantwoord. Maar de aanslagen voor de algemene kerk en de kosten van de SMRA omlaag en tot aanvaardbare hoogte brengen zou kerkvoogdijen ruimte geven iets voor de predikanten te doen. Daarbij zou het kerkbestuur zich tot de overheid behoren te wenden en bij haar de toestand onder ogen brengen. Dan zou zij dienen te pleiten voor het onrechtvaardige dat in de belastingwetgeving predikanten vallen onder de “(kleine) zelfstandigen“. Die laatste categorie heeft uit eigen bedrijf soms grote meevallers. Voor predikanten (en pastoors) gaat dit niet op. Zij hébben geen bedrijf, hoe bedrijvig zij ook zijn. Het is de hoogste tijd dat de fiscus redelijk wordt en predikanten een eigen fiscale status geeft. Hun werk is met dat van geen enkele andere beroepsgroep gelijk te stellen. Dat mag dan in hun belastingverplichting tot uitdrukking worden gebracht. Heeft de overheid ten aanzien van gerechtigheid en “waarden en normen“ geen voorbeeld te geven?

Bijlage
Op verzoek stelde de heer J.A. van Bergeijk, die op het terrein van predikantsinkomens deskundig is, onderstaand overzicht samen. (red.)

Nettoinkomen predikanten onder druk !
De schrijver van deze notitie vult al jarenlang pro Deo voor een zevental predikanten het aangiftebiljet inkomstenbelasting in. Aangezien ook mij de ‘armoedebrief’ onder ogen is gekomen, wil ik graag middels deze notitie mijn steentje bijdragen aan deze discussie. Een viertal zaken, die in de afgelopen jaren rechtstreeks invloedhebben gehad op het netto inkomen van een predikant, zal ik nader uiteenzetten. Drie van de zaken komen op het conto van de fiscus, één zaak komt op het conto van de PKN, hoewel daarbij aangetekend moet worden, dat het in geval PKN nog steeds om een voorschot gaat. Verder dient de lezer bij zijn meningsvorming mee te nemen dat het hier om een gemiddelde gaat van ‘mijn’ zevental predikanten.
1. In het jaar 2004 werd de vergoeding die belastingvrij voor gereden kilometers mocht gegeven worden verlaagd van 0,28 naar 0,18. Voor het jaar 2006 is het bedrag wat belastingvrij mag worden vergoed overigens verhoogd met 0,01. Bij een declarabel aantal kilometers van 10.077 betekende dit bij een belastingdruk van 42% een terugval van 423,00
2. Vanaf 1 januari 2005 mogen kosten voor de studeer- of werkkamer slechts dan nog in mindering gebracht worden als aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan: * de studeerkamer moet een eigen ingang van buiten hebben. * daarnaast dient de studeerkamer een eigen toilet te hebben. Als niet aan deze beide voorwaarden wordt voldaan, dan is geen enkele aftrek toegestaan. Tot aan het jaar 2004 werd toegestaan dat 20% van de bijtelling voor het vrij wonen en 20% van het totale energieverbruik in mindering op het inkomen werd gebracht. Dit houdt in dat er een aftrekpost van
1.953,00 vervalt. Bij de hierboven al genoemde belastingdruk van 42% is de tegenvaller 820,00
3. De waarde
onroerend zaak belasting is per 1 januari 2005 opnieuw (na vijf jaren) vastgesteld. Bij ons zevental predikanten heeft dat geleid tot een gemiddelde waarde- verhoging van 63%. Uitgaande van de waarde van de pastorie tot en met 2004, die 310.000,00 beliep en voor het jaar 2005 uit komt op 505.300,00 geeft dit het volgende negatieve effect: bij te tellen voor het vrij wonen: 2004 2,1 % over 310.000 = 6.510 bij te tellen voor het vrij wonen: 2005 1,4 % over 505.300 = 7.074 Het verschil van 564,00 berekend tegen een belastingdruk van 42% levert een inkomens-achteruitgang van 237,00 op. Tot zover de zaken waar de fiscus de boosdoener is. Tot slot het vierde pijnpunt.
4. De nieuwe ziektekostenverzekering brengt ook behoorlijk wat pijn met zich. Alle factoren meewegend en meerekenend, zowel positief als negatief, zoals daar zijn: • de vergoeding, via de PKN die hoewel het nog een voorschot is, fors is verlaagd. • het belasting voordeel daarover, omdat de bijdrage verlaagd is, wordt het inkomen ook lager. • de lagere premies ziektekostenverzekering die betaald moeten worden. • daarnaast ook de aanslag die halverwege dit jaar komt, betekent dit dat een predikantsgezin er 1.229,00 per jaar op achteruit gaat. Als we dan deze vier onderdelen totaliseren, komen we op een terugval van 2.709,00. Graag wil ik bij deze berekeningen benadrukken dat het hier om een gemiddelde gaat. In sommige gevallen zijn de tegenvallers beduidend lager, echter de uitslag valt in een aantal gevallen fors hoger uit! Als je dan zulke effecten constateert, dan komt ook de vraag naar boven, wat kun je hieraan veranderen? Ik heb voor de duidelijkheid aangegeven dat het probleem tweeledig is: de fiscus en de bijdrage van de PKN in de ziektekosten. Alleen door massaal als predikant je stem te laten horen bij beiden kan effect sorteren, temeer omdat het kabinet Balkenende steeds maar blijft herhalen dat het oog heeft voor het feit dat gehele groepen van de bevolking er uiteindelijk niet op achteruit mogen gaan.