Terug naar Ecclesianet.nl

Kennis is belangrijk

 

Dr. H. Klink, eccclesia nr. 21, september 2002

In het dagblad Trouw schreef de heer Wim Boevink op dinsdag 1 oktober een interessante column. Hij schreef over een uitzending van het bekende t.v.- programma "Het Lagerhuis", waarin op zaterdagavond 28 september veel prominente Nederlanders te gast waren bij Paul Witteman. De discussie die gevoerd werd over waarden en normen kwam niet tot een afronding. Het viel de columnist op dat "het op televisie zelden gaat om inzicht, maar om stelligheid en goedgebektheid."
"Overtuigingen worden niet gewonnen, maar zo fel mogelijk gedebiteerd: ik heb niemand op een tevoren ingenomen positie zien wankelen", aldus Boevink. Marcel van Dam opperde dat de staat geen zedenmeester is. Hij kreeg veel steun van de aanwezigen. Boevink wond zich daarover op.Veel meer voelde hij zich thuis bij de opmerkingen die Joost Zwagerman maakte. Hij was de enige die een ander geluid liet horen en die iets tegenwierp. Hij stelde dat de overheid wel degelijk iets met moraal te maken heeft. Zwagerman ging ver in zijn kritiek op de huidige Nederlandse samenleving: we zijn vergeten dat zelfontplooiing ook gepaard moet gaan met zelfbeheersing.
Vervolgens maakte Zwagerman een opmerking die zowel Boevink, als ondergetekende graag onderstreept: "Wij Nederlanders willen over alles wat zeggen, maar het ontbreekt ons aan kennis". Boevink stelt: "Hier werden we, meen ik, even getroffen door een lichtstraal van inzicht, maar in het debat werd het snel gedoofd. We roepen heel hard, maar we tasten in het duister…".

Wat Boevink signaleert gaat maar al te vaak op. Zijn opmerking trof me omdat ik daags voor de uitzending van "Het Lagerhuis" ongeveer hetzelfde dacht als de heer Zwagerman. Op vrijdagavond 27 september liep ik namelijk met mijn vrouw in boekhandel Donner in Rotterdam. Op de eerste etage stond bij de ingang een boekenstandaard met daarop veel exemplaren van het jongste boek van professor Kuitert.
Eerlijk gezegd nam ik niet de moeite om er in te kijken. Zijn boeken hebben me nooit kunnen boeien. Een enkele keer keek ik erin, maar wat hij schreef had op mij geen enkele vat. Dat zou ook nu wel het geval zijn, zo dacht ik. Bovendien wist ik natuurlijk wel wat Kuitert inmiddels geschreven had en dat zijn boeken een glijdende schaal te zien geven.
Wat gelooft deze gewezen hoogleraar nog? Hij komt bij niets uit. Dat was in zijn voorlaatste boek al duidelijk. Dit laatste vormt de bezegeling van de weg die hij aflegde. Ik had er dus weinig interesse in.
Totdat ik ineens ontdekte dat uitgerekend deze avond het boek van Kuitert gepresenteerd zou worden. En dat in de benedenverdieping van de boekhandel. Toen werd ik enigszins nieuwsgierig. Ik begaf me erheen om een glimp van dit gebeuren op te vangen. Ik was net te laat. Er werd een drankje ingeschonken. Sommige aanwezigen lieten hun exemplaar van het boek door de auteur signeren. Er waren, voor zover ik kon zien, op dat moment heel weinig mensen aanwezig, hoofdzakelijk ouderen, nauwelijks jonge mensen.
Ogenschijnlijk was het er niet druk geweest. Maar ik kan me vergissen. Het officiële gedeelte was immers net beëindigd.
Een poos later zag ik de auteur gefilmd door een kleine cameraploeg, die een reportage maakte, vertrekken. Toen liep ik naar de schap bij de ingang om toch een blik te werpen in het boek. Toevallig opende ik het boek op een heel belangrijke bladzijde. Mijn interesse werd gewekt… want ik las er iets over Plato in zijn verhouding tot het christelijk geloof.

Nu was het zo, dat ik uitgerekend op de morgen van die dag nog weer eens had zitten lezen in het fraaie boek van Josef Pieper getiteld "Über die platonischen Mythen" ("Over de mythen bij Plato"). Daarin gaat de auteur in op het verschijnsel dat Plato gebruik maakt van mythen. Hij laat zien dat Plato dat op die momenten doet, als hij de bovennatuurlijke werkelijkheid wil beschrijven.
Mythen moeten dan niet opgevat worden in de moderne zin van het woord: als verhalen, die op geen enkele werkelijkheid berusten, maar in de klassieke zin van het woord: ze zijn een soort gelijkenissen die uitdrukking geven aan een werkelijkheid die zo groots is dat ze niet in louter rationele, begripsmatige taal kan worden weergegeven. Plato maakt veel gebruik van de mythe, als hij het heeft over zaken die wij mensen niet op louter verstandelijke wijze kunnen begrijpen, bijvoorbeeld over de schepping of over het laatste oordeel.
Ja, Plato heeft een zekere voorkeur voor de mythe. Men kan rustig zeggen dat bij Plato als het over goddelijke dingen gaat, de mythe het gewonnen heeft van de ratio, het verstand alleen. Nauw verwant aan de mythe is de overlevering van "de ouden", dat wat vanouds is overgeleverd, waar Plato diep respect voor had. Zoals dat in later tijd het geval was bij Pascal, die eens schreef: "onderwerping en gebruik van het verstand, daarin bestaat het hele christelijk geloof" en die in een ander fragment schreef: "verneder u, machtige rede."

Welnu: wie schetst dan de verbazing die je bevangt als je bij Kuitert leest dat Plato een groot rationalist was, die "een hekel had aan de mythe". Wat een onkunde! Iedereen die Plato maar enigszins kent, weet wel beter!
Nogmaals: wat een onkunde! Maar dan de conclusies die Kuitert aan zijn stelling verbindt. Allereerst stelt hij dat de heidense samenleving (de hellenistische wereld waarin Paulus leefde) door de grote invloed van Plato doortrokken was van rationalisme. Vervolgens zegt Kuitert dat de oosterse wereld, de wereld van Israël, heel anders was. Daar dachten de mensen in beelden. De vraag of verhalen echt gebeurd waren of niet deed er niet toe. Ze drukten uit, wat de mens van God dacht - meer niet. De rationele, hellenistische mens ging bij die verhalen echter de vraag stellen of ze werkelijk gebeurd zijn - met het gevolg dat ze het nageslacht opgezadeld hebben met het geloof dat al die verhalen echt plaatsvonden. Hetgeen totaal onbelangrijk is… Daar komen wij nu weer achter!

Welk een redenering! Wat een conclusies! Wat een onzorgvuldigheden! Wat een onkunde! Wie Plato en de wereld van het Nieuwe Testament enigszins kent, wrijft zich de ogen uit! Werkelijk, je zou willen vragen aan de heer Kuitert of hij zijn huiswerk niet eens zou willen overdoen en zich op de hoogte zou willen stellen van wat het eerste het beste handboek hem en ons kan vertellen.
Hier hebben we een schoolvoorbeeld van wat Joost Zwagerman zei bij "Het Lagerhuis": "We willen over alles wat zeggen, maar het ontbreekt ons aan kennis." En dat wordt aan het volk gepresenteerd met een aplomb en een stelligheid, alsof hier de laatste waarheid wordt uitgesproken.
Hoofdschuddend stel je vast dat het niet alleen op de televisie, maar ook bij sommige uitgevers en schrijvers van theologische boeken, om met Wim Boevink te spreken, "zelden om inzicht gaat, maar om stelligheid en goedgebektheid."