Terug naar Ecclesianet.nl

Impressies van de conferentie

'Kohlbrugge is eenzijdigheid verweten, maar zijn vriendenkring kenmerkt zich door veelkleurigheid'. Aldus ds. Ph. Van Wijk (Nieuwleusen) in zijn welkomstwoord bij de opening van de jaarlijkse conferentie van de kring 'Vrienden van Dr. H.F. Kohlbrugge' op zaterdag 5 april jl. Evenals in de voorgaande twee jaren was de Jacobikerk in Utrecht de plaats van ontmoeting. Een apart woord van welkom richtte de dagvoorzitter tot de afgevaardigden van de Gereformeerde Bond (ds. J. Harteman) en de Confessionele Vereniging (ds. J. ter Steege en ds. D. van Duijvenbode) en tot hen die tijdens de conferentie als sprekers zouden optreden. Onder orgelspel van de heer Herman Mussche, organist van de Grote kerk in Nieuwleusen, werd gezang 444 uit het Liedboek voor de Kerken gezongen, waarna ds. Van Wijk voorging in gebed.
Ds. J.K. Vlasblom (Ter Aar) las Psalm 110: 1-4 en Matthéüs 26: 57-68 en hield vervolgens een overdenking, getiteld Eerherstel voor Psalm 110, naar aanleiding van Matthéüs 26: 64: 'Ik zeg u, van nu aan zult gij de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht, en komende op de wolken des hemels'. Geen plaats uit het Oude Testament wordt in het Nieuwe Testament zó vaak aangehaald als Psalm 110: 'Aldus luidt het woord des HEREN tot mijn Here: Zet u aan mijn rechterhand……'. Ook Jezus beriep zich daarop, toen Hij de geciteerde woorden uit Matthéüs 26 sprak. Als het gaat om de uitleg van de Heilige Schrift, en dus ook van Psalm 110, moeten we allereerst naar de Here Jezus Zelf luisteren. Hij verklaart dat Hij de messiaanse priester-koning is, die voor eeuwig zal regeren. In aansluiting op deze met aandacht gevolgde meditatie werden de verzen 1, 4 en 6 van psalm 72, de 'koningspsalm', gezongen.
Traditiegetrouw volgde daarna de herdenking van hen die sinds de vorige conferentie (6 april 2002) uit de vriendenkring werden weggenomen. Voorzover het Stichtingsbestuur bekend, ontvielen ons de navolgende broeders en zusters:
1. de heer J.M. Krijnberg te Kamperland
2. mevrouw M. de Haan te 's-Gravenhage
3. mevrouw M. van der Pol - van der Werken te Veen
4. de heer E. Ouweneel te Alblasserdam
5. mevrouw K. van Beek - van Harten te Ede
6. de heer mr. J.Ch. Cornelis te Blaricum
7. de heer J. van Ballegooijen te Sleeuwijk
8. mevrouw E.J. van der Bent - van der Molen te Netersel
9. de heer A. Hey te Krimpen aan den IJssel
10. de heer A.C. van Steenhoven te Heusden
11. de heer W.H. v.d. Dool te Zaltbommel
12. de heer K.C. Schenderling te Rotterdam
13. mevrouw mr. F.C. Bijlsma te Burgum
14. de heer A. Hamstra te Groningen
15. mevrouw T. Maarsingh -Kooistra te Driebergen
16. de heer A.J. Rohaan te Zwolle
17. mevrouw J. van Hees - van Heijst te Vlaardingen
18. de heer drs. J.W. van Ganswijk te Putten
19. de heer A. Warmelink te Stegeren
20. de heer drs. B. van Ginkel te Zeist
21. de heer D. Spaans te 's-Gravenhage
22. de heer W. Rohaan te Enter
23. de heer ds. J.L. Ravesloot te Dedemsvaart
24. mevrouw A. Hellema - de Bruijn te Voorschoten

Nadat ds. Van Wijk deze namen had genoemd, en er een korte stilte in acht was genomen, zongen de aanwezigen staande alle verzen van gezang 290: Er is een land van louter licht, waar heilgen heersers zijn ……

Kruistheoloog
Hierna kreeg drs. H.J. Lam (Nieuwerkerk aan den IJssel) het woord om zijn referaat over Kohlbrugge als kruistheoloog te houden. Kohlbrugge heeft te allen tijde in het kruis geroemd, aldus ds. Lam. Het kruis was niet alleen voorwerp van zijn theologie, maar ook voortéken, niet slechts een hoofdstuk, maar de hoofdzaak. Op ieder onderdeel van Kohlbrugges theologie valt het licht van het kruis. Hierin is hij voluit leerling van de reformator Luther. Een goede theologie is kruistheologie. En ook omgekeerd: alleen kruistheologie is goede theologie. Ds. Lam belichtte vervolgens verschillende aspecten van Kohlbrugges kruistheologie, zoals kruis en glorie, kruis en gericht, kruis en genade, kruis en aanvechting. De referent illustreerde zijn lezing met aanhalingen uit Kohlbrugges lijdenspreken, geschriften en brieven. 'Als ik het kruis goed draag, dan draagt het kruis mij', zegt Kohlbrugge in De Taal Kanaäns. En in een brief aan zijn broer Jacob schreef hij eens: 'Al moet ik langs de kruisweg gaan, die kruisweg is de hemelbaan'. Na dit boeiende referaat werden de verzen 3, 6 en 7 van gezang 441 gezongen. Om des tijds wil werd afgezien van een mondelinge beantwoording van schriftelijk ingediende vragen. Ds. Lam, wiens referaat in Ecclesia zal verschijnen, is voornemens daarin de gestelde vragen te behandelen.
Tijdens een kort intermezzo attendeerde mevrouw G.M. van Ommen - Middelkoop op de weer aanwezige boekentafel en op de beschikbare proefnummers van Ecclesia en Protestants Nederland. Voorts deelde zij mee dat de opbrengst van de te houden collecte voor de helft zou worden bestemd voor de Stichting Leerstoel Geschiedenis der Reformatie, gevestigd aan de VU te Amsterdam. In dit verband kunnen we vermelden dat de ochtend- en de middagcollecte samen het mooie bedrag van bijna 530 euro opleverden, evenveel als vorig jaar.
De ochtendbijeenkomst werd door de voorzitter besloten met een gebed voor de maaltijd.

Apocalyps
Om twee uur 's middags heropende ds. Van Wijk de conferentie, waarna de eerste twee verzen van psalm 67 werden gezongen. De voorzitter memoreerde, dat hij en een aantal medestudenten aan het einde van de jaren zeventig de Kohlbrugge-conferenties bezochten. In die tijd hield dr. W. Aalders er lezingen. Vandaag richt deze een persoonlijk woord tot de vergadering. 'Semper idem, steeds dezelfde, wat het binnenwerk betreft', aldus dr. Aalders. Speciale aanleiding voor zijn toespraak is dat dit jaar zijn laatste boek zal verschijnen. Het gaat over de geschriften van Johannes en is het afsluitende boek van een bijbels-theologische triologie (na De septuagint en De apocalyptische Christus). De verbindende schakel is de Apocalyps, van een Grieks woord voor: openbaren, openleggen, onthullen. 'Van mijn prille jeugd af aan heeft dit een claim op mijn denken gelegd. Met kerstmis1917 kreeg ik van mijn ouders een boekje, getiteld Aangenomen of verlaten, naar aanleiding van Lucas 17: er zullen twee op een bed zijn, de een zal aangenomen en de ander zal verlaten worden ….(vs 34 e.v.) Die twee elementen, erbij te mogen horen en anderzijds het te moeten missen, hebben me altijd beziggehouden'. Het leek alsof de inhoud van het christelijk geloof bestond uit: ellende, verlossing, dankbaarheid. 'Staat er niet méér in de Bijbel?' vroeg ik aan mijn vader. Met mijn moeder kon ik erover praten. Er kwamen langzamerhand factoren in mijn leven die de Apocalyps steeds dichterbij brachten. Ik begon aan een theologische studie, maar het was een deceptie dat ik niet tot een wezenlijk gesprek kon doordringen. In Amsterdam heb ik toen een jaar in de effectenhandel gewerkt. Daarna vatte ik de studie weer op. Nadat ik was afgestudeerd diende ik twee gemeenten in Friesland. De Fries christelijk-historischen legden veel nadruk op de betekenis van de historie voor de Kerk. In 1940 kwam de Apocalyps in ons land. Zou Hitler de Antichrist zijn? Wat staat ons dan te wachten? De Apocalyps werd in die tijd ernstig genomen. Na de oorlog drong de Apocalyps ook door tot de deuren van de Kerk. Toen kwam Samen op Weg. 'Dat zij allen één zijn'. Maar niet onder leiding van Harry Kuitert, en daarnaast Harry Mulisch, die beiden ons land getekend hebben. In 1994 stelden we het Hervormd Pleidooi op, bewogen door de zorg over de apocalyptiek in eigen land'. Aan het slot van zijn met grote aandacht beluisterde toespraak zei dr. Aalders dat in datzelfde jaar in hem de wens werd geboren, een werk over de apocalyptiek te schrijven.

Kerk en Staat
Prof. dr. A.Th. van Deursen sprak vervolgens over het onderwerp Kerk en Staat. De referent beperkte zich daarbij niet tot een historische uiteenzetting, maar ging ook in op de actualiteit. Enkele passages uit zijn betoog willen we naar voren halen. Door de scheiding van kerk en staat nam de Hervormde Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden een andere positie in dan de Gereformeerde Kerk in de tijd van de Republiek. Er bleek echter geen scheidingslijn te bestaan tussen staat en geloof. Met twee voorbeelden, de Afscheiding van 1834 en het onderwijs, toonde prof. Van Deursen aan, dat de Nederlandse overheid in de negentiende eeuw vanuit een bepaald geloof handelde. Later volgde een tijd van verzuiling, van pacificatie. In onze tijd merken we dat het oude evenwicht verbroken is. We zien dit in de terugkeer van een 'staatsgeloof', het geloof in de democratie. In het 'paarse' denken is de wil van de meerderheid zonder meer normatief. Daarom kon de toenmalige staatssecretaris Cohen zeggen: 'vroeger waren wij principieel tegen het homohuwelijk, nu zijn we er principieel vóór'. Het kabinet gaf immers uitvoering aan de wil van de meerderheid.
Volgens de paarse opvatting mag men in een besloten bijeenkomst uiting geven aan zijn geloof, maar in het publiek mag men er zich niet op beroepen. Vrijheid van godsdienst en scheiding van kerk en staat worden tegenover elkaar gesteld. Scheiding van kerk en staat wordt opgevat als: scheiding van iemands geloof en de staat. Men moet zich onderwerpen aan het 'staatsgeloof'. Zo wordt in naam van het staatsgeloof de Bijbel van zijn gezag ontdaan.
Aansluitend aan dit referaat werden de verzen 1 en 2 van gezang 292 gezongen. Na een korte pauze beantwoordde prof. Van Deursen enkele schriftelijke vragen. 'Kan men niet beter van staatsongeloof dan van staatsgeloof spreken?', zo werd gevraagd. Prof. Van Deursen merkte op dat 'geloof' in dit geval wil zeggen: overtuiging. 'Als SoW zich uitspreekt tegen de oorlog in Irak, mogen we dit dan uitleggen als de mening van de Kerk?', aldus een volgende vraag. Hierop antwoordde prof. Van Deursen: 'We kunnen niet zeggen dat de SoW-kerken samenvallen met de christelijke religie in Nederland. Maar als de uitspraak bijbels is gefundeerd, moeten we er wel naar luisteren'. Een andere vraag betrof het tolerantiebeginsel. 'Is er ook niet een strijd tussen waarheid en leugen?'. Volgens prof. Van Deursen sluit het ene het andere niet uit. De strijd tussen waarheid en leugen kan gevoerd worden in een samenleving waar tolerantie, d.w.z. respect voor de overtuiging van anderen, heerst.
In zijn slotwoord was de voorzitter de tolk van de aanwezigen, toen hij dankte voor de ontmoeting en voor het gesprokene van deze dag. 'Maar wij gaan niet van hier zonder te weten dat er Eén is, Die de geschiedenis heeft opengelegd tot in de hemel'. Na het dankgebed werden nog de verzen 4 t/m 7 van gezang 313 gezongen.
De deelnemers aan de conferentie mogen terugzien op een leerrijke bijeenkomst. Speciaal voor hen die niet aanwezig konden zijn, vermelden we nog dat de tekst van de meditatie en van de referaten in Ecclesia zal worden gepubliceerd.

M. den Admirant