Terug naar Ecclesianet.nl

Het goede oude Europa

Ds. H. Klink, ecclesia 7, maart 2003

Ondanks het feit dat de tijd snel gaat, zullen de lezers van ons blad zich nog wel herinneren hoe enige weken geleden in een vergadering van de Verenigde Naties Amerika en Engeland diametraal stonden tegenover Duitsland, Frankrijk en Rusland.
Het diplomatieke conflict ontstond toen een oorlog tegen Saddam Hoessein onvermijdelijk leek. Ondanks enige toenadering tussen beide kampen zijn de naweeën ervan, ook nu het bewind van Saddam Hoessein gevallen is, nog steeds waarneembaar.
Opvallend waren de woorden van de Amerikaanse minister van defensie Rumsfeld in de aanloop tot dit conflict. Hij typeerde de houding van Frankrijk en Duitsland als typisch voor het "Oude Europa". Deze opmerking muntte niet uit in fijngevoeligheid. Zij deed dan ook veel stof opwaaien, vooral in Frankrijk, waar de media schande spraken over de ontboezeming van de minister. Tot in de vergaderzaal van de VN en tot in officiële toespraken toe kwamen de regeringsleiders van Frankrijk en Duitsland terug op deze gewraakte uitspraak. De Franse minister De Villepin hield de Veiligheidsraad voor dat Frankrijk de kampioen was van de vrijheid - sinds de Franse revolutie wel te verstaan. Nog erger maakte de Duitse bondskanselier Schröder het. Hij hield de verzamelde pers na een ontmoeting met Chirac voor, dat beiden tegen de oorlog in Irak waren en ietwat slepend en meesmuilend zei hij: "Wij in het goede, oude Europa, hebben er enige ervaring mee, wat het betekent om in een oorlog verwikkeld te zijn." Hij bedoelde: wij weten beter dan de V.S. wat een oorlog aan kosten en verliezen met zich meebrengt.
Deze woorden waren op zijn zachtst gezegd in de mond in deze situatie akelig en misplaatst. Ze riepen de Eerste en Tweede Wereldoorlog in herinnering, waarvan gezegd moet worden dat in ieder geval de Tweede Wereldoorlog volstrekt op rekening van de Duitsers komt. Bovendien komt het me voor dat de bondskanselier ook over de schreef ging door in dit verband te spreken over "het goede oude Europa". Immers: Europa kon zichzelf niet uit het moeras van die beide oorlogen halen. Dat moest gebeuren…door de Amerikanen, die ons te hulp kwamen en zodoende ook "enige ervaring" opdeden in wat het betekent oorlog te voeren. Let wel, niet in Amerika, maar in het "goede oude Europa".

Wat Rumsfeld bedoelde was natuurlijk het volgende: het was hem opgevallen dat de landen uit het voormalige Oostblok inzake Irak achter Amerika gingen staan. En dat terwijl veel landen, die - nota bene - vooral dankzij Amerika tijdens de Koude Oorlog gevrijwaard bleven van communistische overheersing, dat uitgerekend niet deden. Welnu, deze voormalige Oostbloklanden hebben zich nog maar kort geleden aangemeld voor het lidmaatschap van de Europese Unie. Rumsfeld sprak met zijn ongelukkige opmerking natuurlijk de hoop uit dat door hun toedoen Europa verjongd zal worden en een pro-Amerikaanse koers zou varen. En dat wekte de woede op van Frankrijk en Duitsland, die dàt niet waar willen hebben.

Inmiddels is de oorlog voorbij. Het leger van Irak is verslagen. De wereld is een zeer wrede dictator kwijt. Onlangs las ik een boek over Saddam Hoessein. De gruwelijke daden die hij op zijn geweten heeft...! Ik dacht dat we mogen zeggen, dat we de Amerikanen opnieuw dankbaar mogen zijn. Zij vonden de kracht en de moed om in Irak op te treden. Miljoenen Irakezen ervaren hun komst, als een bevrijding, ondanks het verschrikkelijke dat er - zij het relatief weinig - (ook jonge) burgerslachtoffers vielen. En dat terwijl het voor de Irakezen heel pijnlijk moet zijn om uitgerekend door de V.S. geholpen te worden. Amerika werd immers door de media jarenlang afgeschilderd als hèt kwaad zelf. Dit omdat het uit zou zijn op eigenbelang, omdat het Israël steunt en ook…omdat het het belangrijkste land is van de Westerse wereld, waaraan voor de gemiddelde Arabier het kolonialisme, de handelsexpansie en het christelijk geloof verbonden zijn.

Ondertussen is het, als ik dit schrijf, duidelijk dat Frankrijk nog maar moeilijk over zijn negatieve houding tegenover Amerika heen kan komen. Chirac haalde onlangs nog eens uit naar Amerika dat het volkerenrecht geschonden zou hebben. Al juichte hij de uitkomst van de oorlog toe, de wijze waarop het doel bereikt was, kón niet aanvaard worden.
Zo staan twee werelden tegenover elkaar. Natuurlijk niet zoals zwart tegenover wit staat. Er bestaat een goede kans dat het conflict opgelost wordt. Desalniettemin is de onenigheid tussen de beide landen symptomatisch. "Frankrijk," zei De Villepin in de veiligheidsraad, "staat voor een mondiaal vrijheidsideaal." Amerika staat dat ook. En toch konden beide landen niet op één spoor komen. Hoe komt dat toch? Wellicht valt de oorzaak in het volgende te zoeken: In het Engelse woord liberty speelt een andere gevoelswaarde mee, dan in het Franse woord liberté. Hoe precair ook, in het Engelse liberty valt nog iets te horen van een gebondenheid aan een orde, uiteindelijk aan de wet en de scheppingswil van God. Liberté is niet los te zien van de leus van de Franse Revolutie: liberté, égalité, fraternité, vrijheid, gelijkheid, broederschap. Liberté, betekende: ni Dieu, ni maître, geen God, geen meester.. De mens, de vrije mens is zijn eigen baas. Voor velen is dát de basis voor de democratie.
Zulke tonen zijn in Amerika nooit zo gehoord en wanneer ze gehoord werden, werden ze afgewezen. Tom Paine heeft ooit geprobeerd de idealen van de Franse Revolutie te koppelen aan die van de Amerikaanse, maar hij stuitte op veel verzet onder andere van John Adams, de tweede president van Amerika. En ook zijn zoon, de sympathieke John Quincy Adams, president van Amerika van … tot…keerde zich tegen de Franse vrijheidszin. Hij deed dat samen met de mensen van de Restauratie in Europa, onder andere Von Gentz en Von Metternich, staatslieden voor wie ook Groen van Prinsterer grote waardering had. Zo ontstonden er twee werelden, die elkaar beïnvloedden, elkaar soms naderden, maar waarvan de verschillen op gezette tijden min of meer duidelijk naar voren kwamen.

Een speech van de vader van de huidige president Bush, die mevrouw S.G. Aalders-Huender destijds bewaarde bij haar papieren, laat zien welke waarden in Amerika verbonden zijn met het woord vrijheid. Het zijn waarden die stammen uit het christelijk geloof. Uit de speech spreekt een mentaliteit, waaruit blijkt dat in Amerika bij velen het geloof in God niet volstrekt gescheiden is van het optreden van de regering en dat voor hen vrijheid alleen kan bestaan bij de gratie Gods en bij gehoorzaamheid aan zijn Wet.
De speech uit 1990 omvat een oproep aan het volk om met oprechte dankbaarheid en gebed Thanksgivings Day te houden. Ik citeer: "Het houden van deze dag was al lang voor George Washington een geliefde traditie in Amerika." Bush sr. roept de eerste Amerikaanse vaderen in herinnering, die in de 17e eeuw in Amerika aankwamen. "William Bradford beschrijft hoe de kolonisten in Plymouth aankwamen. De wijze waarop hij dat doet is niet alleen maar een ontroerende beschrijving van de beproevingen die emigratie naar een wildernis met zich mee brengt, maar doet ons ook onder de indruk komen van hun diepe geloof en het bevat een voortdurende aansporing voor de daarna komende geslachten: 'Nadat zij zo de eindeloze oceaan overgegaan waren, vonden zij geen vrienden die hen welkom heetten, ook geen herbergen waar zij hun door het weer gebeukte lichamen konden onderhouden of verfrissen, geen huizen, nog minder steden waar ze een onderkomen konden vinden. En wat het seizoen betreft, het was winter, en zij die dit land kennen, weten dat het de winters er hard zijn en zelfs gewelddadig. Bovendien wat zagen zij er behalve wildernis? (…) Wat kon hen zodoende op de been houden, dan de geest van God en Zijn genade? Zij riepen tot God en Hij hoorde hun stem en zag op hun moeilijkheden. Laten zij daarom de Here prijzen omdat Hij goed is, en zijn weldadigheden duren tot in eeuwigheid.'
Vervolgens roept de president op om God te danken voor de veranderingen in "Centraal en Oost-Europa en in Latijns Amerika, en elders, waar moedige mannen en vrouwen de vruchten van vrijheid en zelfregering beginnen te plukken: volkeren, die eens leden onder het zware juk van totalitarisme…"
Bush sr. houdt zijn volk ook voor dat de gaven die zij ontvangen tegelijkertijd een grote mate van verantwoordelijkheid met zich meebrengen: "Ja, de Schrift houdt ons voor, dat van hen aan wie veel gegeven wordt, ook veel geëist wordt." Vervolgens zegt hij: "Laten wij Zijn vergeving zoeken voor onze tekortkomingen en overtredingen en ons besluit vernieuwen om een volk te zijn dat waardig is om Zijn voortdurende gunst en bescherming te ontvangen." Dit kan alleen door "onze afhankelijkheid van de Almachtige te erkennen en zijn geboden te gehoorzamen en anderen te helpen die niet in zo grote mate in de gunst van dit volk delen." Hij noemt dit "het hartgrondigste en zinvolste antwoord dat wij kunnen geven aan het immer geldende appèl van de psalmist:
O geef dank aan de Here
Want Hij is goed.
En zijn goedheid duurt tot in eeuwigheid.
Vervolgens bidt de president om Gods bescherming voor degenen die in de Golfregio (eind 1990) gevaar lopen.

Wij zijn zulke woorden zo ontwend, dat velen geneigd zijn om ze af te doen als retoriek. Wie echter naar de intentie kijkt van dit oprechte en waardige appèl, weet wel anders en vraagt zich af: Waar vind je zulke geluiden in Europa, dat ooit - vóór de Franse Revolutie - christelijk was? Is er dan helemaal geen oor meer naar? Dat zou te veel gezegd zijn. Er is heel wat gesproken en er wordt nóg veel gesproken over de eerste zin van de grondwet van Europa. Moet daar een verwijzing in naar God? Sommige voormalige Oostbloklanden - vaak rooms-katholiek - maken er zich sterk voor.
Er klinken in Frankrijk ook andere stemmen dan die van Chirac. Er zijn er die oog hebben voor de vooringenomenheid van veel Europeanen tegen Amerika. Onlangs schreven sommige parlementariërs een heel openhartige brief aan Le Figaro, waarin zij het onder andere het volgende schreven: "Terwijl de oorlog in Irak aan de gang was, zagen wij hoe een onwaarschijnlijke desinformatie over Frankrijk werd uitgestrooid, terwijl Frankrijk tot de kampioen van het "kamp van de vrede" werd uitgeroepen. En dat tegenover de 'onmenselijke acties' van de Amerikanen en Britten. Wij zagen door onze Parijse straten Irakese banieren langskomen, terwijl er gescandeerd werd : "Leve Saddam, dood aan de Joden"
Wij zagen onze diplomatie, die tot voor kort nationaal en onafhankelijk was, maar getuigde van solidariteit met onze vrienden, verworden tot een karikatuur van pacifisme en gewelddadige uitvallen van anti-Amerikanisme. Wij zagen ook tot onze grote schaamte dat peilingen uitwezen dat een derde van de Fransen wenste dat Saddam Hoessein de overwinning zou halen. Anderen bekladden op wel heel onbeschaamde wijze de militaire begraafplaats van de Britten in d'Etaples, in het noorden van Frankrijk.
Gelukkig is er een eind gekomen aan dergelijke dwaasheden. Onze president schreef een brief aan koningin Elisabeth om haar te betuigen dat Frankrijk veel te danken had aan de Britse soldaten die op onze bodem omkwamen en onze eerste minister heeft een dezer dagen positie gekozen voor de democratie en tegen het totalitarisme van Saddam Hoessein. En er beginnen geluiden van verzoening te komen in onze pers tegenover de geallieerden.
Het is nog niet de tijd om de schade in de VN te evalueren, maar het is wel tijd om te bevestigen hoe onverantwoord zij zijn (het gaat om te velen in ons land) die, heel gemakkelijk voor hun t.v. zittend, nadat zij heimelijk gehoopt hadden dat de coalitie in Irak zou vastlopen, vandaag verwachten dat Irak een tweede Libanon wordt, een soort gigantisch Gaza, dat van dat land een stedelijk nieuw Vietnam zou maken.
Wij geloven opnieuw dat dit slechte scenario niet waarschijnlijk is. Als Saddam verslagen is, zal het Irakese volk eindelijk de kans krijgen om in vrede te leven en federale en democratische instituties op te bouwen. Aan ons om hen daarbij te helpen. Samen met de VS zal Europa in het Midden Oosten moeten helpen vrede te bewerken. Daarvoor is een herstel van relaties met Groot-Brittannië, Spanje, Portugal en de landen uit het voormalige Oost-Europa, die door onze houding enigszins in de hoek gedrukt zijn, nodig."

En dan volgt een belangrijke slotzin: "Wij blijven behoefte hebben aan een westerse alliantie in een toekomstige wereld die zeker chaotischer en gevaarlijker zal zijn dan de stabiele wereld waar wij aan gewend raakten tijdens de halve eeuw van de Koude Oorlog." Meer dan ooit zal in een onstabiele en gevaarlijke wereld, die de Franse parlementariërs verwachten, behoefte zijn aan de vastheid van de ordeningen die God voor zijn schepselen en zijn schepping gaf.