Terug naar Ecclesianet.nl

Het belang van Pasen - het publieke spreken van de kerk

Drs. B.A. Belder, Schelluinen 

Nog maar kort geleden was in Ecclesia een verklaring opgenomen van de Aartsbisschop van Canterbury dr. Rowan Williams, die hij samen met zijn collega uit York, dr. John Sentamu, had gepubliceerd. Een indrukwekkend voorbeeld hoe de kerk publiekelijk van zich doet horen in maatschappelijke kwesties. Geregeld mengt Rowan Williams zich in het publiek de­bat en het is altijd weer de moeite waard om van deze publicaties kennis te nemen. Niet alleen vanwege zijn be­langrijke positie in de Anglicaanse kerk, maar zeker ook vanwege zijn gave om centrale, en soms ingewikkelde geloofsinzichten uiteen te zetten voor een niet-gelovig/ker­kelijk publiek.
Onderstaand is een vertaling van een fragment uit een ar­tikel dat dr. Rowan Williams voor Pasen in The Daily Te­legraph publiceerde. Dit n.a.v. een enquête waaruit bleek dat slechts 48% van de Britten weet waarom christenen Pasen vieren.

Pasen – het vreemde moment van het jaar.
Elke keer als het weer Pasen wordt, horen wij van mensen die niet meer weten waar het bij Pasen om gaat. Een re­cente enquête [Reader's Digest 2005] toont dit weer eens aan. Maar waarom is dat eigenlijk zo? Het Kerstverhaal is nog steeds in algemene zin bekend, zoals het Paasverhaal dat niet is. Het is daarom niet alleen maar een kwestie dat men de Bijbel niet meer zou kennen.
De waarheid is dat de verhalen van Pasen 'vreemd' aandoen. (…). De Opgestane ontmoet Zijn beste vrienden en zij herkennen Hem aanvankelijk niet eens. In het oudste Evangelie, Markus, vindt niet eens een ontmoeting plaats, slechts een bezoek aan het graf van Jezus door sommige van zijn vrouwelijke discipelen/navolgers. Het graf is leeg, een vreemdeling zegt: "Hij is hier niet", en de vrouwen rennen in paniek weg.
Zelfs in het Evangelie van Johannes heeft het slot meer weg van een verdwijnen dan van een climax: een ontmoeting aan de rand van het meer tussen Jezus en Zijn vrienden, een aantal mysterieuze voorzeggingen, en dan schrijft de auteur: "Ik zou u nog veel meer kunnen vertellen, maar dan zou ik nooit meer eindigen."
Het wekt dan ook nauwelijk verbazing dat de Paasverhalen bij het gros van de mensen in onze samenleving al te gemakkelijk in de Te-Moeilijk-Lade terecht komen. Zij lijken zo ver verwijderd te zijn van wat wij begrijpen en op een zinvolle manier in ons denken kunnen inpassen.
Het verschil met de Kerstverhalen is helder. Zij hebben een toegankelijkheid en een vertrouwdheid over zich. Ook daarin mogen dan wonderen gebeuren en mag er sprake zijn van engelen en van sterren, in de kern gaat het om beelden die universeel en veel beter hanteerbaar zijn – moeders en kinderen, onschuld en nieuw leven, een behagelijke warmte in de winter.
Maar het is misschien juist de vreemdheid van de verhalen die ons ertoe zouden moeten bewegen om er nog een keer naar te kijken. Het feit dat zij geen afgeronde en geruststellende verhalen zijn, zou een reden kunnen zijn om ons erover te verwonderen; veel beter dan dat wij hen afschrijven. Wat u waarschijnlijk zal opvallen, wanneer u de Evangelieën leest, is dat zij graag gebeurtenissen in Jezus' leven verduidelijken door verwijzingen naar teksten uit het Oude Testament. Dit of dat gebeurde opdat de profeten zouden worden vervuld; dit of dat past binnen het patroon.

Dat gebeurt in het bijzonder wanneer zij van het lijden en sterven van Jezus verhalen. Jezus wordt door Judas verraden. Staat er niet in de Psalm geschreven: "degene die mijn brood heeft gegeten, heeft zich tegen mij gekeerd"? Jezus wordt zijn kleding afgenomen en de soldaten werpen het lot over zijn klederen; precies zoals in een andere Psalm – "Zij hebben mijn klederen onder elkaar verdeeld, en over mijn kleed hebben zij het lot geworpen."
Natuurlijk, deze verhalen zijn bedoeld om ons te vertellen wat er gebeurde – maar er is een repetoir aan beelden en echo's waarop wordt teruggegrepen. Gods uitverkorenen zijn geregeld het slachtoffer van verraad en verachting; er is een gevestigde patroon op welke wijze dergelijke gebeurtenissen worden verteld.
Maar wanneer de evangelisten van de opstanding gaan vertellen, dan lijken zij dit patroon te verlaten. Zij citeren niet meer uit het Oude Testament. In plaats van de goed gestructureerde opbouw van de lijdensverhalen, wekken de Paasverhalen een gefragmenteerde indruk en is het tijdsverloop niet altijd gemakkelijk vast te stellen.
De vrouwen vluchten van het graf en staan plotseling oog in oog met Jezus, aldus Mattheüs. Lukas vertelt ons van een vreemde ontmoeting op de weg buiten Jeruzalem, wanneer twee vrienden van Jezus met een vreemdeling in gesprek raken en Hem als Jezus herkennen wanneer Hij het brood met hen breekt.
Johannes heeft het ontroerende verhaal van Maria Magdalena, alleen, in tranen bij het verlaten graf wanneer zij haar naam hoort noemen door een stem die zij kent. Mensen haasten zich heen en weer tussen het graf, de stad en de bergen in Galilea, terwijl zij uiterst verwarrende gebeurtenissen delen, soms onderbroken door Jezus' onverklaarbare aanwezigheid in hun midden. Tot Hij uiteindelijk niet meer wordt gezien; wat overblijft is gemeenschap van Zijn volgelingen die het alles onder woorden probeert te brengen.
Wanneer iemand al tastend naar woorden zoekt, in het bijzonder iemand die normaal gesproken dat op een vloeiende, heldere en samenhangende wijze doet, dan mag je gerust stellen dat er iets is gebeurd waar zijn beleving hem helemaal niet op had voorbereid. Shakespeare, in een beroemde passage in The Winter's Tale, legt Leontes een rede in de mond, waarin hij zich slechts in onsamenhangende woorden en zinnen uit, wanneer hij voor het eerst zijn vrouw van ontrouw verdenkt. Er is iets tot hem doorgedrongen, waar hij in zijn denken helemaal geen plaats voor had. De nieuwe gevoelens zijn volstrekt werkelijk, volstrekt pijnlijk en verward. De afgebroken en onsamenhangende woorden laten zien hoe diep zij gaan. En wij weten dat dit literatuur is die het leven weerspiegelt. We weten allemaal van die momenten dat wij voelden dat wij niets hadden te zeggen dat op de een of andere manier zinnig klonk – niet omdat er niets te zeggen viel, maar omdat er teveel was. Gebeurt iets dergelijks ook niet hier, in deze Paasverhalen?