Terug naar Ecclesianet.nl

Getuigen van Christus in de nazi-tijd

Dr. H. KLINK, Hoornaar

GETUIGEN VAN CHRISTUS IN DE NAZI-TIJD

Inleiding
Enkele weken voor mijn vakantie werd mij door een goede kennis met enige nadruk aanbevolen om een inmiddels bekend geworden geromantiseerde levensbeschrijving te lezen over de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer. Het betrof het boek "De beker der gramschap" van de hand van Mary Glazfener, uitgegeven in 1995 bij Kok Kampen. Ik herinnerde mij de positieve recensies die er enkele jaren geleden over het boek te lezen waren. Hetgeen ik, staande in de kamer van deze kennis, op de omslag van het boek las, nodigde mij uit om het boek te leen te vragen om het in de vakantieweken, die aanstaande waren, ter hand te kunnen nemen.

Ik deed dat met een grote mate van nieuwsgierigheid. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik er ook met enige aarzeling aan begon. Als theoloog weet je dat Bonhoeffer het goed doet bij linkse theologen. Ook herinnerde ik mij opvattingen van deze man tegen gekomen te zijn, die me niet direct positief stemden.

Maar na mijn proefschrift over Willem van Oranje en het recht van opstand geschreven te hebben, boeide ook de ondertitel van het boek.me zeer. Ze luidt: "Dietrich Bonhoeffer in verzet tegen Hitler." Hier was een figuur die in onze tijd, uit christelijke overtuiging oppositie voerde tegen de Nazi-regering. Dat stemde me sympathiek ten opzichte van deze man, die, zo dacht ik, theologisch verder van me af stond.

Met een mengeling van aarzeling en betrokkenheid, sloeg ik dus de eerste bladzijden van het boek op. Onder het lezen van deze zo levensechte roman voerden de betrokkenheid en de sympathie steeds meer de boventoon en maakte de aarzeling plaats voor diep respect voor de handelwijze van deze man.

In dezelfde weken waarin ik over Bonhoeffer las, vergezelden mij preken van de predikant-dichter Kaj Munk en een levensbeschrijving van de Duitse exegeet Ernst Lohmeyer. Ook zij spraken zich onomwonden uit tegen Hitlers regering. Kaj Munk werd om zijn

moedige en onverzettelijke houding, die gevoed werd door het christelijke geloof, in 1944 vermoord. Ernst Lohmeyer werd op een zijspoor gezet. Hij vond in 1946, in het communistische deel van Duitsland, de dood. Over deze drie slachtoffers van de nazi-ideologie (en/of het communisme) wil ik in. de komende nummers van Ecclesia het een en ander aan de lezers doorgeven.

De eerste artikelen wijd ik in aan de persoon en de houding van Bonhoeffer ten tijde van het nazi-regime.

Mary Glazener
Eerst iets over Mary Glazener, de schrijfster van het boek over Bonhoeffer. Zij is Amerikaanse. Gedurende vele jaren heeft zij zich verdiept in de figuur en de levensloop van de hoofdpersoon van haar roman. Zoveel zij maar kon, heeft zij de beschikbare documentatie doorgewerkt. Aan de hand Bonhoeffers correspondentie en door middel van gesprekken met familie en bekenden van Bonhoeffer heeft zij zich een beeld kunnen vormen van deze predikant. Bescheidenheid siert haar, blijkens haar woord vooraf, waarin zij schrijft: "Ik kan niet stellen dat u op het punt staat de ware Dietrich Bonhoeffer te ontmoeten. Ik kan alleen beweren dat u in deze roman de Dietrich Bonhoeffer zult ontmoeten zoals hij in de loop der jaren waar geworden is voor mij."

Dat zij in haar poging om zo dicht mogelijk bij de ware Bonhoeffer te komen geslaagd is, moge blijken uit wat Eberhard Betge over dit boeiende boek heeft gezegd. Betge, die Bonhoeffer goed gekend heeft en zelf een biografie over deze Duitse predikant verzorgde, schreef over de roman van mevr. Glazener: "Steeds heb ik de stijl van deze begaafde schrijfster bewonderd, vooral haar talent om een levendige en levensechte dialoog tussen de hoofdpersonen te scheppen." Hij roemt haar streven naar authenticiteit, waarvan het gevolg is "dat de lezer met huid en haar bij het leven en het engagement op leven en dood van Dietrich Bonhoeffer en zijn familie, betrokken raakt."

De schrijfster slaagt er mijns inziens in om een christen te schilderen die gedreven werd door een sterke geloofsovertuiging en door grote moed. Een man die veel respect verdient, omdat hij alleen al door zijn houding het ons overgeleverde geloof over de drempel van de Tweede Wereldoorlog heeft getild.

Na lezing van dit boek over Bonhoeffer, waarbij ook de houding van zijn familie, van zijn vader en moeder, zijn zwager en van velen meer ter sprake komt, slaak je de verzuchting: gelukkig, dat er onder het Duitse volk ook zulke mensen waren! Echte Duitsers, die hun volk, maar ook de Kerk een goede naam bezorgen! Mensen die daar hun leven voor over hadden. Hierin was Bonhoeffer zeker niet de enige. We spraken al over Lohmeyer, die zich in de dertiger-en veertiger jaren distantieerde van zowel het natio-naal-socialisme als van het communisme. Toch hebben we in Bonhoeffer te maken met één van de meest vooraanstaande verzetslieden in Duitsland.

Wat aan 1933 vooraf ging
Mary Glazener beschrijft de levensloop van Bonhoeffer vanaf het jaar 1933, het jaar waarop de nationaal socialisten (Hitler) de macht in Duitsland overneemt, tot 9 april 1945, een goede maand voor het „eind van de Tweede Wereldoorlog - de datum waarop Bonhoeffer in het concentratiekamp Flossenburg werd gedood.

In 1933 is Bonhoeffer 26 jaar oud. Op de zeer jonge leeftijd van 21 jaar promoveerde hij reeds tot doctor in de Godgeleerdheid. Al zeer jong wilde Bonhoeffer predikant worden, iets dat zijn vader niet vermocht te begrijpen. Ook zijn broers en zusters zagen weinig in de kerk. Ze versleten de kerk voor een klein-burgerlijk en saai instituut en verweten hem dat hij de weg van de minste weerstand koos. Kenmerkend is het antwoord dat de 14-jarige Bonhoeffer op zulke opmerkingen gaf: "Dan zal ik de kerk hervormen". Al in 1929, Bonhoeffer was toen 23 jaar, kreeg hij de bevoegdheid om aan de universiteit te doceren. Maar hij voelde zijn roeping in het predikantschap liggen. Gezien zijn jonge leeftijd stond het predikantschap nog niet voor hem open. Dat vormt de reden waarom hij een studieperiode aan het Union Theological Seminary te New York inlaste. Uit vriendschappen die hier ontstonden, groeide Bonhoeffers blijvende betrokkenheid bij de oecumenische beweging, die toen nog in haar kinderschoenen stond. Voor zijn verdere leven is de vriendschap met de Anglicaanse bisschop van Winchester, bishop George Bell, van belang geweest.

In 1931 verdiepte zich het geloofsleven van Bonhoeffer. Het levende woord van Christus, hoorbaar in de bergrede, greep hem aan. Vanaf die tijd was de navolging van Christus voor Bonhoeffer de kern van het christelijke geloof.

Verhelderend voor de achtergrond van Bonhoeffer is de beschrijving die Mary Glazener geeft van het huiselijk milieu waarin Bonhoeffer groot werd. Het gezin Bonhoeffer bestaat uit vader en-moeder en acht kinderen. Bonhoeffer was het zesde kind. Zijn vader was hoogleraar in de psychologie en neurologie. Zijn hoge post én zijn roem als psychiater brachten met zich mee dat hij een gezien man was. Dietrichs moeder, van adellijke afkomst, was een toegankelijke vrouw, die zich volledig wijdde aan haar man en kinderen. Het gezin woont aan de Wangenheimstrasse, en bewoont er een prachtige villa. De Bonhoeffers kunnen zich door de hoge betrekking van vader een grote mate van luxe veroorloven en er een aristocratische manier van leven op na houden. De kinderen van de hoogleraar blijken begaafd te zijn, onder andere op muzikaal gebied. Ook Dietrich is een begaafd pianist.

Geen predikant en geen echtgenoot
Dietrich staat in 1933 op de drempel om predikant te worden. De kans is groot dat hij beroepen wordt te Friedrichschain, een arme Berlijnse wijk. Hij voelt er zich niet te belangrijk voor. Maar het beroep gaat aan hem voorbij. Men blijkt voorkeur te hebben voor de andere persoon die met hem op het tweetal staat, een zekere kandidaat Patzold. Bonhoeffer kende zijn medestudent goed en was dankbaar voor het feit dat hij het geworden was. Zijn vriend Franz Hildebrandt zei Dietrich zonder aarzeling dat het geen kwaad kon dat hij een keer een koude douche had gekregen- en dat een beetje tegenslag zelfs nuttig kon zijn. Zonder al teveel moeite legde Bonhoeffer zich bij dit oordeel neer.

Op de eerste bladzijden van het boeK, waarin ait alles ter sprake komt vertrouwt Bonhoeffer, die zojuist uit het buitenland teruggekeerd is, zijn gevoelens over het predikantschap toe aan zijn vriendin Eleonore Nichol, een jonge dame, die eveneens theologie gestudeerd heeft. Al enkele jaren'geleden heeft hij laten doorschemeren dat hij haar te zijner tijd ten huwelijk zal vragen.

In de jaren die volgden bleek de liefde echter niet diep genoeg te zitten. Ondanks grote sympathie en affectie tot haar blijft Bonhoeffer iets gereserveerds houden. Niet alleen Bonhoeffer onderkende op den duur het onmogelijke van een huwelijk. Ook zij moest onder ogen zien dat hun relatie niet aan diepgang won, maar eerder een slepende zaak werd. Hun verhouding vormt een van de themata die lopen door het eerste deel van deze roman.

De opkomst van het nationaal-socialisme
Bonhoeffers aandacht wordt vanaf deze tijd meer en meer opgeë
ist door de opkomst van het nationaal-socialisme. Met een schijn van recht deed Hitler in 1933 een greep naar de macht. Al heel snel bleek deze machtsovername veel gevolgen te hebben voor het dagelijkse leven van de Duitser, met name voor de in Duitsland woonachtige joden. Al spoedig werd het straatbeeld bepaald door de strikte scheiding die Hitler aan wilde brengen tussen het Germaanse ras en het door hem verachte Joodse ras. Het is een zegen dat iemand als Bonhoeffer en veel van zijn familieleden, onder andere zijn ouders, het ideologische en het onchristelijke hiervan van meet af aan onderkenden. De leugens die Hitler en zijn propaganda onder het volk verbreidden hadden, geen vat op huize Bonhoeffer. Integendeel: naarmate bleek wie de Führer was, stootten ze meer en meer af op de oprechtheid die kenmerkend was voor het gezin Bonhoeffer.

Bij het gros van de Duitsers, ook bij de christenen, was dat anders. Tot leedwezen van Dietrich, die zich grote zorgen maakte over de toekomst van de Kerk onder het regime van Hitler.

De kerkelijke toestand
Binnen enkele maanden begon Hitler zich te bemoeien met het kerkelijke leven. Een van de eerste gevolgen was dat de Evangelische Kerk de zogenaamde arië
rsparagraaf aannam, die bepaalde dat joden uit kerkelijke functies geweerd moesten worden. Iets waar Bonhoeffer zich waar hij maar kon tegen verzette, daarin gesteund door de mede door hem opgerichte groep van de Jeugdige Hervormers: een aantal predikanten uit Berlijn dat zich niet aan wenste te passen bij de ontstane situatie. Al snel ondervond Bonhoeffer dat het niet iedereen gegeven is om moed te betonen, waar dat gevraagd werd. In de hoogste kerkelijke kringen heerste angst en vermeed men zich te verzetten tegen de maatregelen van Hitler.

Men praatte dit goed door erop te wijzen dat de verkondiging van het Evangelie nog steeds doorgang kon vinden. Ook was men van mening dat het de Kerk niet geoorloofd was om zich in te laten met zaken die onder de verantwoordelijkheid van de overheid vallen. Voor Bonhoeffer was deze manier van denken onbegrijpelijk en schokkend. De eer van de Kerk stond op het spel.

Was zijn keus voor de Kerk en het predikantschap niet met name zo uitgevallen omdat hij werkelijk Christus wilde navolgen? Hoever de kerkleiding en de veel christenen daarvan af stonden, werd hem duidelijker naarmate hij opponeerde tegen de om zich heen grijpende tendens om zich neer te leggen bij wat Hitler voorschreef.

Een veelzeggend voorval
Bonhoeffer had de moed om dit te doen niet van vreemden. Als afsluiting van dit eerste artikel geef ik een treffend voorval dat door mevr. Glazener buitengewoon puntig wordt beschreven. Het gaat over de in huize Bonhoeffer woonachtige grootmoeder van Bonhoeffer.

Nadat het de Duitsers verboden was om inkopen te doen bij joodse winkeliers, besloot zij, dit toch te doen - en dat met meer nadruk dan anders het geval was! Tijdens een wandeling met Franz Hildebrandt en Eleonore zag hij tot zijn verrassing een oude dame een enorm Joods warenhuis binnengaan. Zij vervolgt haar beschrijving: "Ditmaal patrouilleerden er vier SA-mannen voor de brede ingang. De oude dame stond klaarblijkelijk met hen te discussiëren." Gedecideerd stapte de oude vrouw vlak langs de stormtroepers de winkel binnen." Toen merkten de drie toevallige passanten dat de oude vrouw de grootmoeder van Dietrich was. Toen aanvankelijke angst bij Dietrich plaats had gemaakt voor een gevoel van trots, besloot hij te wachten bij een aangrenzende boekwinkel.

Mevr. Glazener vervolgt: "Twintig minuten later maakte de tengere maar kaarsrechte gestalte van zijn grootmoeder zich los van het warenhuis en kwam hun kant op. Getooid met een chique hoedje liep ze met opgeheven hoofd langs de stormtroepers, alsof ze lucht voor haar waren. Met haar ene hand hield ze de gebreide winkeltas me.t boodschappen vast, terwijl ze met de andere haar wandelstok met de ivoren knop hanteerde." Toen haar kleinzoon en zijn vriend en vriendin haar hadden ingehaald, spraken zij haar aan. Onderweg nodigden ze haar uit om in een restaurant iets te gebruiken. Zij legde daarbij een servet over haar japon, nipte met getuite lippen van haar koffie en zei: "Ik kon niet werkeloos blijven toekijken, thuis, en zo'n gelegenheid voorbij laten gaan". Ook bij de oom van Franz, die joods was, bleek zij geweest te zijn. Op de vraag wat zij tegen de mannen bij het warenhuis gezegd had, antwoordde zij: "Ik doe hier altijd bood-sphappen en ben niet van plan om daar verandering in te brengen." Dat was genoeg geweest.