Terug naar Ecclesianet.nl

Een troostrijke verzekering

Hoe zou Hij ons met Hem niet alle dingen schenken?

Romeinen 8 : 32b

(naar de door Kohlbrugge gebruikte bijbelvertaling van Luther)

 

Uit louter liefde heeft God Zijn gemeente verkoren, zij mag Zijn Zoon voor eeuwig tot haar lieve Man hebben, en wat God samengevoegd heeft, zullen dood, duivel en wereld niet scheiden. Krijgt de ge­liefde dochter nu een arme Man? Bezit God een arme Zoon? Is Hij een arme Vader? Hem behoort het zilver en het goud! Hij is de opperste Rechter, wie zal Zijn uitverkorenen beschuldigen, terwijl Hij het is die rechtvaardigt? Welke nood kan Zijn armen en ellendi­gen do en omkomen, terwijl Hij Zich voorgenomen heeft dat zij in alles meer dan overwinnaars zullen zijn door Hem die hen heeft liefgehad? Alles heeft Hij aan Zijn Christus gegeven, de troon Zijner heerlijkheid om met Hem daarop te zitten, het paleis Zijner heilig­heid, de ganse hemel! Zijner heerlijkheid. Daarin mag Hij voor eeuwig met al de Zijnen wonen. Verworven en verdiend heeft Hij voor Zich alle schatten en rijk­dommen van de hemel! om ze ons te schenken, leven en overvloed, zoals Hij Zelf gezegd heeft. Hij geeft Zichzelf aan Zijn gemeente; zal Hij haar dan ook niet alles geven, wat Hij heeft? Hier bestaat een eeuwige, rijke gemeenschap van goederen. Al is de gemeente ook van huis uit een bedelaarskind, toch is zij de ko­ningin, want haar Man is Koning. Al is zij arm en el­lendig, toch is zij rijk en heerlijk; want haar Man bezit hemel! en aarde, en voor Hem moet alle knie zich bui­gen. Al is zij zwak, toch heeft haar Man een machtige schare van dienaars tot haar hulp steeds gereed. Haar kan niets ontbreken, want dit is Zijn woord: Al het Mijne is het uwe!

Dr. H. F. Kohlbrugge