Terug naar Ecclesianet.nl

Dr. Ph.J. Hoedemaker in de ogen van dr. Scheers en dr. Buskes

M. den Admirant

Tussen 1958 en 1962 verscheen in Ad Fontes, cultureel maandblad voor het christelijk onderwijs, van tijd tot tijd een ‘kroniek der Hervormde Kerk’, geschreven door dr. G. Ph. Scheers, hervormd predikant te Haarlem. Ruim veertig jaar na dato zijn sommige gedeelten uit deze rubriek nog altijd lezenswaard. Dit geldt bijvoorbeeld voor wat dr. Scheers in zijn kroniek van november 1960 schreef over Hoedemaker en over Buskes.

    Op 26 juli van dat jaar was het een halve eeuw geleden dat dr. Philippus Jacobus Hoedemaker (1839-1910) te Santpoort overleed. Daarom werd die dag op zijn graf op de begraafplaats in Heemstede een krans gelegd  namens de Christelijk-Historische Unie. Dr. Scheers was er niet bij, want hij wist er niet van. Maar toen hij ervan had gehoord, bracht hij een paar dagen later toch een bezoek aan Hoedemakers graf. Hij had dit nog niet eerder gedaan, hoewel hij diens biograaf was. Op 22 juni 1939 had George Philippus Scheers  (geboren te Utrecht op  29 april 1908) aan de universiteit van de Domstad een proefschrift, getiteld Philippus Jacobus Hoedemaker verdedigd (een herdruk hiervan verscheen in 1989). Zijn promotor was prof. dr. M. van Rhijn. In zijn dissertatie toonde Scheers zich een getemperd bewonderaar van Hoedemaker. ‘Veel van wat voor Hoedemaker een klemmende aangelegenheid des geloofs was, kan door ons niet anders dan idealisme, zij het geloofsidealisme, genoemd worden. Maar wie dat doet, heeft reeds een zekere kritische afstand tot Hoedemaker gekregen, al blijft de kritiek onderworpen aan de piëteit’. Bij zijn 25-jarig ambtsjubileum in 1958 zei dr. Scheers o.a. dat hij, hoewel door zijn studie leerling van Hoedemaker, voor zijn eigen geloof en voor zijn prediking meer aan Kohlbrugge had gehad. Destijds was dr. Scheers in de kring van vrienden van Kohlbrugge geen onbekende. In 1958 hield hij voor de conferentie van de vriendenkring een referaat over Kohlbrugge en Hoedemaker. Een jaar later refereerde hij over de heiliging bij Calvijn en Kohlbrugge. Beide referaten verschenen in het Kerkblaadje en in 1976 in de bundel Hermann Friedrich Kohlbrugge (1803-1875).

    In zijn kroniek van november 1960 schreef dr. Scheers ook over zijn ambtgenoot dr. J.J. Buskes. ‘Er loopt geen weg van Hoedemaker naar Buskes dan alleen in deze kroniek. Dat deze Amsterdamse predikant niet instemt met het woord van zijn collega van voor vijftig en meer jaren: ‘Heel de kerk en heel het volk’, mag ik bij ieder bekend veronderstellen. Buskes heeft nooit iets onder stoelen of banken gestoken. Ook dit niet, dat hij de theocratische visie van Hoedemaker romantisch en onbijbels vindt. Kuyper, Gunning en Kohlbrugge krijgen in

‘Hoera voor het leven’ een hoofdstuk, Hoedemaker niet’. Scheers wijdt vervolgens waarderende woorden aan Buskes’ boek, waarvan in maart 1960 een tweede druk was verschenen. Hij noemt het een uniek boek. ‘Om dat te erkennen hoeft men het niet over de hele linie met Buskes eens te zijn. Het behoort voor mijn gevoel tot de grootheid van Buskes dat ook zijn tegenstanders (uitgezonderd dan de schrijvers in ‘De Telegraaf’) hem waarderen, al was ’t alleen vanwege zijn eerlijkheid, onbevreesdheid en bewogenheid’.

    Dr. Buskes reageerde hierop met een briefkaart, die bewaard is gebleven. Hij dankte dr. Scheers hartelijk voor de bespreking van zijn boek. Zijn waardering voor Hoedemaker was echter groter dan Scheers dacht, zo liet Buskes weten. Achteraf betreurde hij het dat hij aan die waardering geen uiting had gegeven. Ze betrof niet Hoedemakers volkskerkgedachte, maar wel diens Schriftuitlegging. Voor zijn preekwerk gebruikte Buskes deze uitleggingen telkens weer. Hoedemakers volkskerkgedachte was zijns inziens echter praktisch en principieel onhoudbaar. ‘Hij vernationaliseert het Verbond. De Bijbel kent geen gedoopte natie’, aldus Buskes.

    Ds. Scheers, die achtereenvolgens de gemeenten van Kolder- en Dinxterveen,  Alphen aan den Rijn, Delfshaven en Haarlem-Schoten als predikant diende, was een vruchtbaar schrijver. Van zijn hand verschenen tal van  bijdragen in kerkbodes en tijdschriften zoals De Hervormde Kerk, Hervormd Nederland, Hervormd Weekblad, Kerkblaadje, Nederlands Theologisch Tijdschrift’. Hij wijdde bijvoorbeeld artikelen aan ‘onze geestelijke voorouders’ uit de negentiende eeuw,  onder wie Isaäc da Costa, J.H. Gunning, D. Chantepie de la Saussaye,  Ph. J. Hoedemaker. Een artikel over Kohlbrugge had als opschrift: ‘Spelend op één snaar’.       

    Op 21 april (Stille Zaterdag) 1962 ging dr. Scheers onverwacht heen. Een verzameling van zijn gepubliceerde pennenvruchten kwam later in het bezit van ds. D. van Heyst, die als eindredacteur van ons blad meermalen uit deze collectie putte. Zo verschenen nog diverse bijdragen van dr. Scheers postuum in het Kerkblaadje en in Ecclesia.