Terug naar Ecclesianet.nl

Door genade alleen

Drs. J.G. Barnhoorn, Nunspeet

In november 2003 heb ik in het kader van een bespreking van zijn boek Calvijn en de Bijbel uitvoerig aandacht besteed aan het afscheid van Dr. W. Balke, enkele weken tevoren, als bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit, waar hij zich twee jaar lang - in opdracht van de Stichting Leerstoel Geschiedenis der Reformatie, verbonden aan het International Reformed Theological Institute (IRTI) - voor de studie van de ontwikkeling van het denken sinds de Reformatie had ingezet. Ter gelegenheid van zijn afscheid had het bestuur van de Stichting Geschiedenis der Reformatie, in samenwerking met de theologische faculteit van de VU en het IRTI, een symposium georganiseerd, dat aan het officiële afscheidscollege van de vertrekkende hoogleraar voorafging.
Aan het eind van mijn recensie heb ik onze lezers laten weten, dat de referaten, tijdens dit symposium gehouden, en de afscheidsrede van Prof. Balke, aangevuld met enkele andere artikelen over verwante thema’s, te zijner tijd in druk zouden verschijnen. Welnu, de bedoelde bundel, al weer geruime tijd geleden van de pers gekomen, ligt op het ogenblik ter bespreking vóór mij. Daar het echter niet aangaat, alle artikelen stuk voor stuk de revue te laten passeren, moet ik mij beperken tot een globaal overzicht van hetgeen ons in deze bundel geboden wordt.
Het boek, getiteld Sola Gratia. Bron voor de Reformatie en uitdaging voor nu1 bestaat uit twee delen, waarvan het eerste, dat een zestal hoofdstukken bevat, vrijwel uitsluitend aan de theologie van Luther en Calvijn is gewijd. Het begint met het destijds door Prof. Dr. C.P.M. Burger gehouden referaat over de verklaring, die Jean Gerson,2 Erasmus, Luther, Zwingli en Calvijn van Lucas 1 : 48 gegeven hebben. Hierna volgen bijdragen over Luthers interpretatie van Psalm 124 (Dr. S. Hiebsch) en over zijn Tischreden (Prof. Dr. J. Boendermaker), over Calvijns visie op het werk van de Heilige Geest in schepping en kosmos (Prof. Dr. I. John Hesselink, Holland Michigan) en over de wijze, waarop de Geneefse Hervormer een tekst van de kerkvader Augustinus heeft geïnterpreteerd (Dr. M. de Kroon), waarna de Apeldoornse emeritus-hoogleraar Dr. W. van ‘t Spijker uiteenzet, hoe Leuvense theologen destijds over de zekerheid van het geloof dachten.
Het tweede deel, dat uit acht hoofdstukken bestaat, stelt de doorwerking van de Reformatie tot in onze tijd aan de orde. In dit deel, dat wordt ingeleid door een bijdrage van de Tsjechische theoloog en kunsthistoricus Dr. M. Zlatohlavek over de dag des oordeels in de Boheemse theologie, wordt vooral aan de kerk veel aandacht besteed. Zo komen achtereenvolgens de politieke acties, gevoerd op instigatie van Abraham Kuyper (Prof. Dr. J. de Bruijn), de oecumenische betekenis van het ouderlingen-ambt in het Gereformeerd Protestantisme (Dr. E.A.J.G. van der Borght), de - vooral in tijden van kerkscheuring actuele - juridische problematiek met betrekking tot de kerkelijke goederen (Mr L. Hardenberg), het functioneren van de plaatselijke gemeente in het kerkverband (Drs. L.C. van Drimmelen) en het belang van een zichtbare eenheid van het lichaam van Christus (Prof. Dr. A. van de Beek) aan de orde. De laatste bijdrage van dit deel - Teologie as troos - is het, op mij destijds als heel ontroerend ervaren, referaat van de Zuid-Afrikaanse hoogleraar Prof. Dr. P.F. Theron (Stellenbosch), - een bijdrage, waarin, om met het “Woord vooraf“ te spreken, “het hart van de reformatorische theologie opnieuw in het licht wordt gesteld“. De afscheidsrede van Prof. Balke, Jeruzalem, Rome en Genève, vormt het waardig slotac-coord van de bundel.
Al met al een boeiend geheel, dat niet alleen voor vaktheologen, maar voor ieder gemeentelid, dat zich bij de ontwikkelingen in kerk en theologie betrokken weet, van belang is. En daarom: van harte aanbevolen!

Noten:
1. A. v.d. Beek en W.M. van Laar (red.), Sola Gratia. Bron voor de Reformatie en uitdaging voor nu (Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer). De prijs bedraagt € 19,50.
2. Een befaamd Frans theoloog (1363 - 1429), die als kanselier van de Parijse universiteit één van de meest invloedrijke persoonlijk-heden van de Middeleeuwse kerkgeschiedenis is geweest.