Terug naar Ecclesianet.nl

De Septuagint - Brug tussen synagoge en kerk

W. Aalders

In de verklaring vooraf heb ik in dit boek mijn dank betuigd aan hen, die mij geholpen hebben om mijn gedachten op papier te brengen en te verletteren. Vandaag, nu de presentatie hier plaats vindt, in dit historische, wonderschone oer-Amsterdamse kerkgebouw wil ik ook mijn diepe dankbaarheid uitspreken aan de Kerkenraad, voor de gastvrijheid en steun. Wij ervoeren die als "de zwaluw die een nest voor zich vindt, waar zij haar jongen neerlegt." (Psalm 84 vers 4). Over dit boek zullen straks spreken een aantal hooggeleerde vrienden, theologen en historici, maar vooraf moge ik voor hen, die volstrekt vreemdeling zijn in Jeruzalem, een paar verduidelijkende opmerkingen maken:

A. De Septuagint is de naam van de eerste, oudste vertaling van; het Hebreeuwse Oude Testament in de Griekse taal. De oorspronkelijke Hebreeuwse versie bestaat niet meer helaas. Slechts enkele brokstukken zijn ervan over.

B. Deze vertaling is ontstaan in een land dat noch Grieks, noch Hebreeuws was, namelijk Egypte; en wel in de metropool die een ontmoetingspunt was van Oost en West, Alexandrië.

C. De Septuagint is uitvoeriger en bevat meer Boeken en stof dan wij nu rekenen tot het Hebreeuwse Oude Testament: bij ons heten ze de apocriefe Boeken en staan ze achteraan in de Statenvertaling. De Septuagint is dus een vollediger Oude Testament.

D. De Septuagint is in de eeuwen voor onze jaartelling de Bijbel geweest van alle Grieks-sprekende Joden, niet alleen in Egypte en de diaspora, maar ook in Galilea en Judea. Vandaar dat praktisch alle aanhalingen uit het Oude Testament in het Nieuwe Testament citaten uit de Septuagint zijn. Onwetendheid en argwaan tegen het Grieks hebben de Septuagint in de vergetelheid gebracht.

En straks zult u van de andere sprekers méér bijzonderheden over de betekenis van de Septuagint horen.

Ik ga nu nog iets zeggen over het ontstaan van mijn boek. Die ligt in mijn gymnasiumtijd. En mijn gymnasiumtijd lag in Amsterdam, waar mijn vader toen predikant was.

Wij woonden op de Stadhouderskade, een riant boven-huis met uitzicht op het Weteringplantsoen. In ons bene-denhuis woonde een klein Joods gezin. Joden kwam je toen overal in Amsterdam tegen. Ik had ze in de klas. Mijn zusters hadden vriendinnen. Ze hadden leidende posities in alle rangen en standen van de maatschappij. Handel, kunst, wetenschap, journalistiek, advocatuur. Boeken als van Meyer Sluyzer en S. van Praag geven een scheef beeld van de Joden in Amsterdam. Op afstand van enkele honderden meters in de Nicolaas Witsenstraat nummer 7 woonde toen het Joodse gezin van Sigmund Seeligmann en Juliette Seeligmann-Veershym met hun enig kind Leo Seeligmann.

Hoewel Amsterdammer met de Amsterdammers waren zij van geboorte geen Amsterdammers, maar in 1884 met hun ouders uit Karlsruhe naar Amsterdam gekomen. Het gezin sprak uitstekend Nederlands. Vader Sigmund Seeligmann wijdde zich geheel aan de wetenschap van het Jodendom en bouwde een bibliotheek op van Judaïca die uniek was in Nederland. Tijdens Soekkoth kon men bij de Seeligmanns op het voorbal-kon de soekka zien staan. Vader Seeligmann was overtuigd Zionist.

De zoon Leo speelt in mijn boek een grote rol omdat hij in het voetspoor van zijn vader een groot taaigeleerde is geworden en een wereldnaam heeft gekregen in het moderne Septuagint-onderzoek.

Leo Seeligmann was geboren in 1907, ik in 1909. Wij wisten niets van elkaar, maar onze belangstelling ging in dezelfde richting. Hij studeerde klassieke talen in Leiden, behaalde daar de doctoraal-bul-, en werd toen aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium opgeleid tot Moreh. Ik ging naar Utrecht, studeerde er theologie om in 1936 predikant te worden. Mijn theologische studie begon ik in 1 929. Het was toen al een tijd met seismografisch gerommel: De beurs-krach, massale werkeloosheid, opkomst van dictaturen in Italië en Duitsland, overval op Abessynië, val van het salomonische rijk van Haile-Salassie, Europa verziekt in de 'nihilistische revolutie' (H. Rauschning). Dat was iets wezenlijks anders dan: herleefd heidendom, dan Edda en Thora. Het was de doorbraak van het einde van de geschiedenis, van de apokalyptiek. Kunt u zich indenken dat mijn studie door één vraag beheerst werd? De vraag naar de geschiedenis in volstrekte zin, haar oorsprong, haar voleinding. De vraag leefde toen allerwege in de fin de siècle-literatuur (Galsworthy, Thomas Mann), in boeken als Untergang c/es Abendlandes (Spengler); in gedichten als: Waste Land (T.S. Elliot).

Maar die vraag brengt onvermijdelijk en onontkoombaar in aanraking met: het Volk Israël en met: het Oude Testament. En juist daarover kwam hoe langer hoe meer de dreiging van het anti-semitïsme. Een dreiging die zich steeds afgrondelijker toespitste: progroms, concentratiekampen, deportatie, gaskamers, die Endlösung van Eichmann, tot in het infernale!

En nu kom ik terug op mijn Amsterdamse buurjongen Leo Seeligmann. Henriëtte Boaz heeft over hem een voortreffelijke biografie geschreven: Als Moreh was hij voorganger in de sjoeldiensten. In 1938 trad hij in het huwelijk met Margot Darmstadter. Toen brak de oorlog uit, die zeeën van verdriet bracht. Als door een wonder kwam hij met zijn moeder, zijn vrouw en twee dochtertjes, Judïth en Mirjam terecht in het concentratiekamp Theresienstadt (zie de tenstoonstel-ling deze zomer in Lyoh). Hij kreeg er zelfs een functie die hem paste: bibilothecaris van de grote Joodse boekenverzameling, bijeengebracht uit Joods bezit. Deze positie stelde hem in staat te blijven studeren en zo een dissertatie voor te bereiden over de vertaling van de profeet Jesaja in de Septuagint. Na de oorlog is hij op die dissertatie in Leiden cum iaude gepromoveerd. In de Leidse faculteit zat toen F.M.Th. Böhl, de kleinzoon van H.Fr. Kohlbrugge.

Zo heeft het gezin de shoah overleefd, maar Leo Seeligmann was een geknakt en berooid man geworden. En de stad waar hij terugkwam, was zijn Amsterdam niet meer. Niet alleen was hij beroofd van al zijn bezittingen, maar ook van bloedverwanten en vrienden. Hij werd ondergebracht in De Joodse Invalide.

Eind 1 950 vertrok het gezin naar Jeruzalem, waar hij docent in Tenach werd aan de Hebreeuwse Universiteit. Thuis gevoeld heeft hij er zich nooit, vertelt Henriëtte Boaz. Al sprak hij vloeiend Hebreeuws, toch hield hij zijn Nederlandse accent. Dat gevoegd bij zijn hoge stem, zijn kleine passen, ouderwetse kleren en flambard - het maakte hem bij de studenten ietwat lachwekkend.

Internationaal verwierf hij zich naam door zijn belangrijke artikelen over Deuteronomium en Jeremia en over fazen in de geschiedenis van het Joodse bewustzijn (Ex Oriente Lux). Mede door zijn ouderdomsblindheid vereenzaamde hij. In 1982 overleed hij.

Wat is nu de grote filologische en theologische betekenis geweest van deze eminente Joodse geleerde? Volgens mij is het dat hij in een tijd toen de geschiedenis een uitgesproken dramatisch en tragisch karakter kreeg al in het licht heeft gesteld hoe Israël het volk van de geschiedenis is, krachtens zijn oorsprong en krachtens zijn roeping; en - dat zeer specifiek de Septuagint het Boek van de geschiedenis is, waarin Israëls roeping en genadegaven op weergaloze wijze zijn vertolkt. Hier in de Septuagint heeft Israëls geschiedenis haar sluitstuk gekregen, en is zij tot volledigheid gekomen: in Job, in Daniël, in Ezechiël, in Prediker, in Ezra. Het lange roepen van de Psalmist: "Hoe lang, God der wrake, juichen de goddelozen?" (Psalm 94:3) heeft in die apokalyptische Boeken een goddelijk antwoord gekregen. De toekomst is opengegaan. De ondergang van de wereldrijken en de profetie van de Zoon des Mensen (Daniël 7).

Waar is een volk met zulke geschiedenisperspectieven: In den beginne (Genesis 1 -11) en de Voleinding (Daniël en Job en Ezechiël}? Dit is geschiedenis met een alfa en een omega.

Die volheid, die compleetheid is doorgebroken in de Septuagint. Een weergaloos Boek dat wij als christen van Israël geërfd hebben....

Voelt u mee hoe belangrijk de Joodse geleerde Leo Seeligmann uit de Nicolaas Witsenstraat voor mij en velen geweest is? En hoe belangrijk door hem de Septuagint voor mij is geworden?