Terug naar Ecclesianet.nl

De Noordnederlandse historiebijbel

Dr. W. AALDERS

DE NOORDNEDERLANDSE HISTORIEBIJBEL

Opnieuw mochten wij van Uitgeverij Verloren te Hilversum een zeer interessant en belangrijk boek ter recensie in ons blad Ecclesia ontvangen. De titel luidt: De Noordnederland.se historiebijbel. Een kritische editie met inleiding en aantekeningen, 847 blz., gebonden en geïllustreerd. Auteur: dr M.K.A. van den Berg.

Nog niet \ang geleden besprak ik van dezelfde uitgeverij: Liedekens vol gheestelick cpmfoort, een studie van Dr. B; Hofman over de zestiende eeuwse Nederlandse lyriek. Beide boeken handelen over onze historie en dat mogen wij wel karakteristiek noemen voor Uitgeverij Verloren. Wie geïnteresseerd is in de rijke historie van ons vaderland, ons volk, onze staat, onze Kerk zal de fondscatalogus van deze Uitgeverij doen watertanden!

Ik wil nu in dit artikel het hiervoor genoemde boek: De Noordnederlandse historiebijbel bij de in geschiedenis geïnteresseerde lezers van ons blad inleiden, om hen betekenis en belang van deze uitgave te doen beseffen. Want hoe weinigen, óók onder universitair gevormden, zullen weten wat eigenlijk een historiebijbel is! Ik zelf kwam eerst met dit begrip in aanraking via een omweg. Het was toen ik mij verdiepte in een studie over: Luthers Bibelübersetzung und ihre Tradition. Daar werd als belangrijke bijbel vertaling vóór die van Luther vermeld een Historienbibel uit het midden der 15de eeuw en ontstaan in Zuid-Duitsland. Eigenlijk is hier niet zozeer sprake van een letterlijke bijbelvertaling, doch veeleer van een vrije bewerking van de bijbelse geschiedboeken met daaraan toegevoegd toepasselijke aanvullingen uit profane geschiedboeken. Zo ontstond een gekunstelde en vrij ontworpen wereldgeschiedenis, waarin uiteraard de Schepping, de historie van Israël, de Kerk en de Voleinding de hoofdlijn vormden.

De bedoeling is duidelijk: men wilde de lezers historisch besef bijbrengen, hen doen weten dat geschiedenis een begin, een midden èn een einde heeft. En dat doel streeft nu ook de Noordnederlandse historiebijbel na. De samensteller ervan had een uitgesproken voorkeur voor de verhalende, geschiedkundige delen van Oud- en Nieuw Testament. Leerstellige boeken als de profeten, de Evangeliën en de Brieven ontbreken. Van de geschiedkundige bijbelboeken krijgt het boek Genesis verreweg de meeste aandacht, terwijl de afloop van de geschiedenis van het volk Israël weer

uitvoeriger behandeld wordt dan het Oude Testament dat doet.

Dat gebeurt met behulp van bronnen uit de wereldgeschiedenis. Heel spaarzamelijk komt het Nieuwe Testament ter sprake. De aandacht is alleen gericht op het leven van Jezus en Maria, waarbij de.samensteller van de historiebijbel niet schroomt om daarvoor materiaal te ontlenen aan apocriefe evangeliën. Voor de kindertijd van Jezus gebruikte hij het Pseudo-Mattheus-evangelie, terwijl het Evangelie van Nicodemus hem de stof verschafte voor Jezus' dood, zijn nederdaling ter helle en de verrijzenis. Ook benut hij geschriften die betrekking hebben op de profane geschiedenis. Uitvoerig worden wij ingelicht over de betekenis van Nebukadnezar, Darius en Alexander de Grote. Vooral de laatste is in de historiebijbel een belangrijke figuur; ja, een werktuig in Gods hand. Gelijk eertijds Mozes en David dat waren voor Israël, zo Alexander voor het ontstaan van de Kerk.

Al met al kan men zeggen, dat de bedoeling van de samensteller van de historiebijbel is geweest een bewerking van de Heilige Schrift te geven die laat zien dat de mens van de laatmiddeleeuwse tijd opgenomen is in een eeuwen omspannende heilsorde, die zich uitstrekt van de Schepping tot het Laatste Oordeel, de tijd dus tussen Genesis en Openbaring. In die heilsgeschiedenis gaat het uiteindelijk om de zaligheid van alle mensen. De geschiedenis is dus een eenheid. Zij is gericht op het heil van een ieder.

Deze wijze van bewerken en samenstellen van de bijbelse geschiedenis laat zien, dat er voor de schrijver geen aparte wereldse geschiedenis bestaat, maar dat voor hem van den beginne alles en iedereen opgenomen is en functioneert in één zinvolle en gerichte orde die zich uitstrekt van de Schepping tot het Einde der tijden. Het is voor het geloof van de grootste betekenis om van die geschiedenis en haar verloop te weten.
Het biedt de mens heilszekerheid. De historiebijbel laat zijn lezers zien, hoe menigmaal Israël in angstige, bedreigende, schier uitzichtloze situaties opeens door onverwachte, wonderlijke uitzichten weer nieuwe moed kreeg om zijn reis door de wereldtijd voort te zetten. En daarmee is de daarachter liggende bedoeling van de samensteller van de historiebijbel kennelijk deze: zijn lezers te bemoedigen door hun oog ervoor te openen dat de gelovigen bij hun reis door de tijd door evenzoveel beloften en bemoedigende, tijd overschrijdende uitzichten omringt zijn als eertijds Israël.

In welke tijd moeten wij deze historiebijbel plaatsen? In veel opzichten herinnert het boek ons aan Jacob van Maerlant (1235-1300). Prof. De Vooys heeft in zijn schets van de Nederlandse letterkunde laten zien hoe Van Maerlant zich ingespannen heeft om de wetenschap van die tijd ook te brengen binnen het bereik van de leken die geen latijn kenden. Zijn beroemde Rijmbijbel en zijn Spiegel Historiael zijn er sublieme voorbeelden van. Daarin heeft hij gepoogd een grootse conceptie te verwerkelijken: de bijbelse geschiedenis, de geschiedenis van de verstrooiing van het Joodse volk na de val van Jeruzalem, de geschiedenis van de christelijke Kerk tot een eenheid te vlechten en om dan de' geschiedenis van het eigen volk der Nederlanden daarop te laten aansluiten tot één wereldomspannende heilsgeschiedenis. Helaas is dit gigantisch ondernemen onvoltooid gebleven, maar de nawerking ervan is diep en groot geweest. En daarvan getuigt de historiebijbel.

Prof. De Vooys verwees wat de na-werking van Van Maerlant betreft naar Jan van Ruusbroec en de Moderne Devotie. De bewerker van de historiebijbel borduurt daarop voort en verwijst ook naar de Moderne Devotie: "Tal van gemeenschappen van mannen en vrouwen werden gesticht, de Broeders en Zusters des Gemenen Levens. In die gemeenschappen streefde men naar 'innichheit' met God en wilde men voortdurend bezig zijn met het goddelijke. Een historiebijbel kon daarbij goede diensten bewijzen...."(blz.79).

Betekenis en belang van de historiebijbel.

Het wil mij voorkomen dat de historiebijbel een grote rol heeft gespeeld in de vorming van ons volk. Het is dank zij de historiebijbel dat de Bijbel als geschiedenisboek in de landstaal, dat wil zeggen in voortreffelijk Diets proza, dicht bij het volk is gebracht. Zo kon het deelnemen aan de krachtige opbloei van letterkunde en wetenschap, van natuur en geschiedenis. Hieruit is niet alleen voortgekomen wat wij de Nederlandse taal noemen, maar mét die taal ook een Nederlands karakter, een Nederlands historisch besef. Men werd door de historiebijbel ingelijfd in Israël en aldus ook in staat gesteld om als volk en als individu zijn plaats in de wereld en in de wereldgeschiedenis vast te stellen. Kortom, men werd daardoor méér en anders dan "zwervende Arameeërs" (Deuteronomium 26:5), dan "proletarische massa", men werd van goj, van gajes, van heidenvolk tot am, dat wil zeggen: volk met een historie, met een toekomst, met een eigen roeping.

Het is onweersprekelijk, dat het verschijnsel historiebijbel daarop van grote invloed is geweest. Hoe is het anders te verklaren dat sinds de Bijbel in het Diets en als historiebijbel onder het volk verspreid werd, alom bijbelse begrippen, bijbelse namen, bijbelse voorvallen veelvuldig voorkwamen in de omgangstaal, in het dagelijks leven, in het maatschappelijk verkeer? Daarbij toonde ons volk een wonderlijk vermogen om de eeuwen die ons van de Bijbel verwijderen te overbruggen en om dat verleden tot nieuw heden te maken. Vol liefde verdiepte men zich in de kleurige en dramatische bijbelse verhalen en slaagde men erin om historische figuren te herscheppen tot typen in wie men personen en karakters uit eigen tijd kon herkennen. Hetzelfde proces paste men toe op situaties en gebeurtenissen van wijder omvang en dieper ingrijpen. Aan de Bijbel ontleende men de taal om de emoties en ontzetting ervan tot uitdrukking te brengen. Zonder het zich bewust te zijn communiceerde men in de taal, de lyriek, de epiek van de Psalmen, de Profeten, de Tora, de Wijsheidsboeken. Deze bijbelse beïnvloeding heeft het niet alleen mogelijk gemaakt dat de allerindividueelste expressie uitgroeide tot een bovenpersoonlijke taal, een volkstaal, die enkelingen aaneensmeedde tot een geestelijke gemeenschap; ja, tot een Nederlandse literatuur. Nog op een andere wijze is de historiebijbel voor ons volk van grote betekenis geweest.

Als wij spreken over Noordnederlandse literatuur, dan denken wij aan geschiedschrijving en dichtkunst uit de tijd van de 80-jarige oorlog. En hoe groot is daar de invloed van de bijbelse historie geweest! Men kan en moet hier spreken van een machtige inspiratiebron. Wie kent niet Valerius' Gedenck-Clanck? En Aldegonde's Wilhelmus? Het was met name de inkadering van die strijd tegen de onderdrukkende Spanjolen in de Israëlitische krijg tegen de Egyptische slavendrijvers, die de 16de eeuwse Nederlanders hielp om ook hun strijd als een geloofsstrijd te zien, hun politieke leidsman als een andere Mozes, hun verwerving van religieuze en politieke vrijheid en zelfstandigheid als parallel gebeuren met Israëls verovering van het beloofde land. Zo heeft Jan van Nassau op 19 Augustus 1584, dus ruim een maand na de sterfdag van de Prins, zijn broer Willem genoemd "ein Moyses im Niederlandt". En de Prins zelf schreef vier jaar eerder aan zijn broer Jan: "Gods sterke en krachtige hand, waardoor Hij zo menigmaal heeft beschermd en van verdrukking, tirannie en slavernij heeft verlost de kinderen Israëls, waarvan de Heiligen Schrift, als ook alle historiën, zowel oude als nieuwe, ons getuigen, is nog niet verminderd noch verkort".

Hoe intens hebben onze Dietse voorouders met de Bijbel geleefd! Eerst met de Nederlandse historiebijbel, naderhand met andere vertalingen en bewerkingen, sinds de 17e eeuw met de monumentale Dordtse Statenvertaling. En wie Bijbel zegt, zegt geschiedenis, Wie geschiedenis zegt, zegt volk. Wie Bijbel èn geschiedenis zegt, zegt Volkskerk.

Hoe nauw, hoe verstrekkend, hoe omvattend die band van volk en Bijbel was is zelfs af te lezen van het Nederlandse landschap. Ik geef een kort specimen. In het begin van onze eeuw had het Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam een bijzondere roep vanwege de leraars die er les gaven en die een apart stempel gaven aan de leerlingen die er een klassieke vorming ontvingen en van wie ik er slechts één noem: de dichteres Ida Gerhardt. Onder die leraars was de meest invloedrijke en gezaghebbende, de historicus dr. R. Jacobs. Zijn grootste faam verkreeg hij door zijn causerieën, waarin hij puttend uit een overrijk geheugen de eenvoudigste onderwerpen wist te kruiden met een overvloed van anekdotes en interessante petite histoire. Eén van die causerieën handelde over: De stad van mijn jeugd. Zij is opgenomen in de bundel: Prisma. En nu citeer ik hem: "Naar het Oosten lagen de meest aantrekkelijke wandelingen in de onmiddellijke omgeving van Rotterdam. Wie, die thans de Oudendijk afkijkt, baksteenwoestijn als de Beukelsdijk, kan zich voorstellen, dat het daar, nauwelijks vijftig jaar geleden, een idylle was? Daar hadden onze even welgestelde als piëtistische voorvaderen hun huis: Jaffa, Ramleh, Jericho, Jeruzalem, Libanon, Sichem, Adamshof, en andere schriftuurlijke namen". En dan verzucht de leraar lite-rator-historicus: "Waar is dit alles gebleven? Hoe is deze bekoorlijke paisible omgeving wijd en zijd vernield!". Wij stellen de vraag anders: Wat was in de Rotterdamse dreven eerder verdwenen: de bijbelse geschiedenis uit de harten van de stadsbewoners of de bekoorlijke idylle uit het landschap rondom de stad?

* dr M.K.A. van den Berg, De Noordnederlandse historiebijbel, Een kritische editie met inleiding en aantekeningen van Hs. Ltk. 231 uit de Leidse Universiteitsbibliotheek, 847 blz*,', gebonden, geïllustreerd, ISBN 90-6550-027-8, ƒ 155,--. Uitgeverij Verloren, Hilversum, 1998.