Terug naar Ecclesianet.nl

De Heilige-Graf Kerk

Dr. R. FERNHOUT, Daarle

DE HEILIGE-GRAF KERK

Onlangs brachten mijn vrouw en ik een bezoek aan de Heilige-Graf kerk te Jeruzalem, die overigens niet alleen het heilige graf, maar ook de plaats van de kruisiging omvat. Deze kerk is een omstreden kerk. De gewijde ruimte wordt "beheerd" door zes verschillende kerken, de Rooms-Katholieke, de Grieks Orthodoxe, de Koptische, de Armeense, de Ethiopische en de Syrische (Jakobitische), in een onderling gekrakeel, waarmee vergeleken de SoW troebelen kinderspel zijn. Men mag zich gelukkig prijzen dat de sleutels van de kerk al sinds eeuwen aan een moslimse familie zijn toevertrouwd, want anders zou men ook nog trachten elkaar buiten te sluiten. Het is echter wel een vreemd fenomeen: moslimse "sleutelmacht" over een christelijke kerk!

Ook de sfeer in de kerk roept bedenkingen op. De indeling is chaotisch; de ene kapel rijgt zich aan de andere. Het monument dat in de vorige eeuw boven het heilige graf is opgericht is ooit door iemand een "gruwelijke kiosk" genoemd. Groepen van pelgrims, toeristen, of beiden tegelijk, stromen massaal de kerk binnen en bewegen zich langs de heilige plaatsen. Een moment van bezinning moet men temidden van het geschuifel en geroezemoes zelf scheppen. Iets als "gewijde stilte" is ver te zoeken.

Toch doet het je iets om te zijn op de plaatsen waar "het is geschied". De kapellen op de plek van de kruisiging hebben de rots van Golgotha niet helemaal overwoekerd. Hier en daar is er nog iets van te zien, met onder andere de uitholling waarin het kruis gestaan zou hebben. Knielende mensen raken die plek met eerbied aan. Het heilige graf is een duizend jaar geleden door een bezeten moslimse heerser gesloopt, maar de plaats zelf heeft hij niet uit kunnen wissen. Er is thans een kamertje overheen gebouwd, waar je met niet meer dan twee of drie tegelijk naar binnen kunt. Je ziet er een vrouw uit komen met tranen in de ogen -een hedendaagse herinnering aan haar zusters uit de geschiedenis van Pasen. Wanneer je zelf binnen bent, lees je ontroerd op een wandkleed boven de plaats wat er is gebeurd: "Christus is opgestaan".

De kapel van de kruisiging bevindt zich op de heuvel Golgotha, wat hoger dan de rest van de kerk. Precies onder deze kapel is er een andere, "de kapel van Adam", gebouwd tegen een holte in de rots. Wat schuilt hierachter? Volgens de legende zou Adam begraven zijn in deze holte op Golgotha. De kruisiging vindt dus plaats boven het graf van Adam. Hiervoor is, uiteraard, geen enkel steekhoudend bewijs aan te voeren. Dat Jezus hier feitelijk gekruisigd is, staat wel vast, maar de kapel van Adam berust op iets legendarisch.

Wie heeft dan die legende bedacht? De legende is niet zozeer bedacht als wel opgeroepen. De dood van Christus roept als vanzelf de gedachte op aan de dood van de eerste mens. Bijbels gesproken horen beide ook bij elkaar. Nog een stap verder en men gaat het graf van Adam zoeken op de plaats waar Christus is gestorven. Dit laatste is in de legende geschiedt en het heeft concrete gestalte gekregen in die holte onder het kruis. Deze holte vormt als het ware een op Golgotha zelf gelokaliseerde preek: "Hier is de dood van Adam -en met Adam van ons allen-overwonnen! Hier is de beslissende slag gestreden, niet voor een mens, niet voor een volk, maar voor de gehele mensheid!"

Maar waarom heeft dan niet een andere plaats de legende van het graf van Adam opgeroepen, namelijk de plek waar Jezus is opgestaan? Lag dat niet meer voor de hand? Op het eerste gezicht wel, bij enig nadenken niet. Adam krijgt niet "maar zo" deel aan de opstanding. Er moet eerst iets goed gemaakt worden.

Ook dat wordt in deze kerk op beeldende wijze tot uitdrukking gebracht.

Op een muur tegenover de kapel van Adam zien we een afbeelding van de kruisiging, waarop aan de voet van het kruis een schedel ligt. Dit is trouwens op de meeste Oosters Orthodoxe afbeeldingen van de kruisiging het geval. We schenken daar meestal geen aandacht aan, vermoedend dat het wel iets te maken zal hebben met de naam van Golgotha, "schedelplaats". Dat is ook wel juist, maar in de Oosters Orthodoxe kerken heeft men daarbij wel aan een heel bijzondere schedel gedacht, namelijk aan die van Adam.

Op sommige afbeeldingen, wordt dan tevens duidelijk gemaakt waarom die schedel van Adam juist hier moest liggen en niet ergens bij het lege graf. Uit de doorboorde voeten van Jezus komt een straal bloed die Adams schedel treft. De eerste druppels van Christus' bloed vallen op de schedel van onze stamvader Adam, de eerste zondaar. Kan het geheim van de verzoening aangrijpender worden afgebeeld? Waar dit bloed vloeit wordt de schuld van de mens bedekt en dan verliest de dood zijn aanspraak. Eerst de schedel-plaats, dan het lege graf.

Hierbij moet ik denken aan een paar regels uit een dooplied van Luther, dat zo fraai vertaald is door J.W. Schulte Nordholt (Gez. 165 : 5, Liedboek):

Door U voorgoed vergeven,

staat Adam stralend op en loopt

terug in 't eeuwig leven,

het paradijs hervonden.

Het "hervonden paradijs" heeft te maken met het lege graf, maar de sleutel ertoe vind je bij het kruis. Die sleutel is ook ons aangereikt. In de doop is ons hoofd met hetzelfde bloed besprenkeld als in de legende de schedel van Adam.

De lezers van dit blad kennen ook ongetwijfeld, de meesten waarschijnlijk uit het hoofd, de "schedel-preek" van Kohlbrugge. Mag ik met het oog op Adams schedel aan de voet van het kruis, daarvan nog een paar regels aanhalen? "Ik ben een harde schedel, toch ben ik geheel week geworden en versmolten in zijn liefde; ik lig hier buiten op de godsakker, toch ben ik binnen in het paradijs! Alle lijden is vergeten! Dat heeft ons zijn grote liefde gedaan, toen Hij voor ons zijn kruis droeg en uitging naar Golgotha."

De Heilige-Graf Kerk vertegenwoordigt, geheel anders dan de St. Pieter te Rome, in één bouwwerk de schamelheid en de glorie van de Kerk van alle eeuwen. De schamelheid van valse aanspraken, religieuze humbug, beeldendienst, naijver, kwezelarij, sentimentaliteit en oppervlakkigheid, de glorie van wat de Kerk "feitelijk" inhoudt: de schedelplaats en het lege graf. In haar onthutsende tweeslachtigheid doet deze kerk in Jeruzalem een oproep horen aan ieder die het wil verstaan: "Zoek het niet bij mij, maar bij Hem die hier stierf en opstond".

Van menselijke vroomheid blijft hier niet veel meer over dan aanstoot - is dat sinds Petrus niet altijd zo geweest? - en tegelijkertijd is de gekruisigde en opgestane Heer zo genadig aanwezig. Hier schonk Hij aan de "dode zondaar" zijn Levenwekkende bloed.