Terug naar Ecclesianet.nl

Botsing tussen waarheid en eer

Ds. L.J. Geluk, Rotterdam

De rede die paus Benedictus XVI op 12 september jl. in de Universiteit van Regensburg voor een aantal wetenschappers hield, heeft meer bekendheid gekregen dan hij of wie ook toen in de aula heeft kunnen vermoeden. Hij sprak over “Geloof, rede en Universiteit - herinneringen en reflecties“. Het tumult dat daarover wereldwijd is uitgebroken, is een illustratie van de ontzaglijke en benauwende controverse tussen het Christelijk geloof en de Islam.

     Wat had de paus misdreven? Hij haalde herinneringen op uit zijn tijd aan de Universiteit in Bonn, met haar twee theologische faculteiten. Een collega uit een van de andere faculteiten had er zijn verwondering over uitgesproken dat twee faculteiten zich bezighielden met iets wat er helemaal niet is: God. De paus vervolgde: “Dat het ook tegenover een dergelijke radicale scepsis nodig en verstandig blijft, met de rede naar God te vragen en dit in de samenhang van de overlevering van het christelijk geloof te doen, werd in het geheel van de Universiteit niet bestreden“. Toen ging hij verder met een passage, zoals die in een wetenschappelijk verhaal in de Europese cultuur volstrekt gebruikelijk is, maar in de oren van moslims onverdraaglijk is. Ik citeer: “Dit alles is mij weer in gedachten gekomen, toen ik kortgeleden het door professor Theodore Khoury (Münster) uitgegeven deel van de dialoog las, die de geleerde Byzantijnse keizer Mauel II Palaeologos wel in 1391 in het winterkamp te Ankara met een ontwikkelde Pers over het Christendom en de Islam en de waarheid van beide hield. De keizer heeft wel tijdens de belegering van Constantinopel tussen 1394 en 1402 de dialoog opgeschreven; daardoor kan men ook begrijpen dat zijn eigen uitspraken zeer veel uitvoeriger zijn weergegeven dan de antwoorden van de Perzische geleerde. De dialoog handelt over het geheel van de structuur van het geloof, zoals dit in de Bijbel en in de Koran is omschreven en cirkelt vooral rond het Gods- en mensbeeld, maar noodzakelijkerwijs ook steeds weer rond de “drie wetten“: het Oude Testament - het Nieuwe Testament - de Koran“. Toen kwam de keizer op het thema van de djihad, de heilige oorlog. “De keizer wist zeker dat in Sura 2, 256 staat: geen dwang in geloofszaken - het is een van de vroege sura’s uit de tijd dat Mohammed nog geen macht had en bedreigd werd. Maar de keizer kende natuurlijk ook de in de Koran vastgelegde, later ontstane, bepalingen aangaande de heilige oorlog. Zonder op details, zoals de onderscheiden behandeling van “Schriftbezitters“en “ongelovigen“ in te gaan, wendt hij zich in verbazend botte vorm heel eenvoudig tot zijn gesprekspartner met de centrale vraag naar de verhouding van religie en geweld als zodanig. Hij zegt: ‘Laat mij toch zien wat voor nieuws Mohammed heeft gebracht en u zult alleen maar slechts en inhumaans vinden, zoals dit dat hij voorgeschreven heeft het geloof, dat hij predikte door het zwaard te verbreiden’. De keizer motiveert dan nauwkeurig waarom verbreiding van het geloof door geweld onzinnig is. Dit strijdt met het wezen van God en het wezen van de ziel“. Want als Byzantijn kende de keizer de Griekse filosofie volgens welke het strijdig is met het wezen van God dat Hij niet redelijk zou handelen. De paus vervolgde zijn rede over de verhouding van rede en geloof.

     Men behoeft geen Europese wetenschapper te zijn om zich af te vragen wat hier nu fout aan was. Dat de paus in de ogen van moslims echter een ongelofelijke, ja onvergefelijke “zonde“ beging, toont aan hoe ernstig de botsing van beide religies en culturen is. Het gaat in de Europese wetenschappelijke traditie om waarheidvinding. De paus, voorheen hoogleraar, zocht blijkbaar naar een ontmoeting, een gesprek in de geschiedenis tussen een vertegenwoordiger van de Kerk en een vertegenwoordiger van de Islam. Hij kwam toen op dit gesprek dat in de 14e eeuw werd gevoerd, om daar iets aan te hebben voor de actualiteit. Dat hij daarbij keizer Manuel II, die 7 eeuwen geleden leefde, aanhaalde is in de Europese traditie geheel normaal en gangbaar. Maar in dit citaat werden Islam en geweld in één adem genoemd en dat was voor moslims onverdraaglijk en het geweld barstte los. Uit alle delen van de Moslimwereld woede en protesten: bedreigingen aan het adres van het Vaticaan en aan de paus persoonlijk, die direct extra moest worden bewaakt; zijn geboortehuis in Marktl am Inn werd beklad; op de Westelijke Jordaanoever werden kerken in brand gestoken; een non, ziekenverpleegster en haar lijfwacht werden in Somalië doodgeschoten; politici en staatslieden bemoeiden er zich mee.

     Wij zijn geneigd te zeggen: die Middeleeuwse keizer had het bij het rechte eind: “Islam en geweld horen bij elkaar. Kijk maar naar de reacties. Het bewijs werd voor de zoveelste keer geleverd door de uitbarstingen van geweld, onmiddellijk nadat de woorden die de paus sprak in het wetenschappelijke gezelschap in de universiteit van Regensburg bekend waren geworden.“

     De paus heeft inmiddels verklaard dat hij juist de dialoog zocht en zoekt met de Islam. Hij wilde in zijn rede stellen dat geloof en geweld elkaar uitsluiten en herhaaldelijk heeft hij openlijk zijn spijt betuigd en gezegd dat hij verkeerd begrepen is. Maar dit is niet voldoende gebleken om de verhitte gemoederen tot bedaren te brengen.

Vorig jaar - zo is bekend geworden - heeft paus Benedictus in zijn zomerverblijf in Castel Gandolfo een geheime bijeenkomst georganiseerd om over de Islam te spreken. Twee experts op het gebied van de Islam en een aantal oud-theologiestudenten waren daarvoor uitgenodigd. De geheime bespreking bleef niet heel lang geheim, want een van de aanwezigen heeft op 5 januari van dit jaar bekend gemaakt dat de paus op het standpunt staat dat Islam en democratie onverenigbaar zijn. Volgens pater Joseph Fessio, een van de deelnemers aan het overleg en de man die uit de school klapte, heeft de paus gezegd: “In de islamitische traditie heeft God zijn woord aan Mohammed gegeven, maar dat is een eeuwig woord. Het is niet het woord van Mohammed. Het is zoals het is, het is altijd hetzelfde. Er is geen mogelijkheid om het aan te passen of te herinterpreteren, terwijl in het christendom, in het jodendom de dynamiek totaal anders is. Daar is het God die door zijn schepselen opereert. (...) God heeft gebruik gemaakt van zijn schepselen en heeft ze geïnspireerd om zijn woord aan de wereld over te brengen, en heeft dus een kerk gebouwd waarin Hij aan zijn volgelingen de autoriteit geeft om de traditie over te leveren en te interpreteren. Er is een interne logica in de christelijke Bijbel, die dit toestaat en die er om vraagt dat deze wordt aangepast en toegepast op nieuwe situaties.“

Hoe men ook over de visie van de paus mag denken - als deze in het bovenstaande correct is weergegeven - één van de opmerkelijk verschillen tussen de Bijbel en de Koran is dat tussen de eerste en de laatste “schrijver“ van de Bijbel meer dan tien eeuwen liggen, terwijl de Koran door “openbaring“ aan Mohammed in één mensenleven tot stand is gekomen. Dynamiek, geschiedenis is in de Koran onbekend. Hij is een dictee van Allah aan Mohammed. De Bijbel is een boek van geschiedenis. “En het geschiedde ...“, lezen we keer op keer. De Bijbel is een boek dat hoop wekt, op grond van Gods beloften, gericht op de grote Davidszoon, gericht naar de komst van Gods Rijk. De Koran is als een blok, waarin ook zelfs de minste voortgang ontbreekt. Een boek vol lofprijzingen, oordelen en geboden. Statisch, zoals de heilige steen in Mekka, de kaäba. De Islam is niet alleen een wettische religie, hij biedt ook een model voor de staat en samenleving, ingericht naar de sharia. Hoe de Islam die de sharia nastreeft en een democratie naar Westers model samen kunnen gaan, is inderdaad een raadsel. Het lijkt zo iets als een vierkante cirkel.

Ondertussen blijkt hoe ernstig de botsing van culturen en religies in onze tijd is en moet worden vastgesteld dat in de Islam “de waarheid“ het onderspit moet delven ten gunste van “de eer“. Zelfs een eed, tot staving van de waarheid, ook als deze afgelegd is met de hand op de Koran, mag gebroken worden wanneer de zaak van Allah daarmee is gediend. Of “Islam“ en “geweld“ samengaan, is niet een zaak van waar of onwaar, maar een zaak van eer of oneer. Wie de vraag als zodanig slechts opwerpt, beledigt al de Islam. Wie, zoals de paus deed, uit een oude kroniek een passage aanhaalt waarin de verbinding van “Islam“ en “geweld“ wordt gelegd, onteert, beledigt en smaadt de Islam. In dit licht kan ook het verschijnsel van de eerwraak worden gezien. Geschonden eer roept om wraak. Het doet denken aan het crimen laesae maiestatis van de Romeinen. Wie de eer van de staat of van de keizer geschonden had, al was het maar door het beschadigen van een beeld van de keizer, was des doods schuldig.

Wat voorheen in geschiedenisboeken te lezen was, is nu de werkelijkheid waarin wij leven. De Islam is ontwaakt. Hij is zich van zijn macht bewust. Wereldwijd. Tot in wetenschappelijk onderzoek. Getuige de reacties van woede op de pauselijke lezing in Regensburg. Getuige het verbod professor P.W. van der Horst in zijn afscheidscollege aan de Utrechtse Universiteit opgelegd. Hij gebruikt deze macht om zich in alle felheid (11 september 2001!) te richten tegen het decadente Westen, het verdorven “huis van ongeloof“. De wereld zal er nog meer van merken! Maar haar geschiedenis gaat verder. Hoe moet dat met deze botsende culturen en religies?

     Ongeveer twee weken na de lezing in Regensburg heeft de paus een aantal vertegenwoordigers uit de islamitische wereld uitgenodigd om de dialoog gaande te houden. Moeilijke onderwerpen ging hij daarbij niet uit de weg. Hij wees zijn islamitische gesprekspartners erop hoe moeilijk of onmogelijk de Islam het christenen maakt om bedehuizen te bouwen. Het verdient respect dat de paus moedig het gesprek zoekt. Maar in hoeverre heeft het gesprek een eerlijke ‘kans’ gezien de lichtgeraaktheid, ja aperte vijandigheid bij vele moslims, die ook direct in het politieke vlak wordt vertaald?