Terug naar Ecclesianet.nl

Advent

Ds. L.J. Geluk, Rotterdam

Ten aanzien van “het kerkelijk jaar“ heeft de reformator van Genève, Calvijn, drastisch ingegrepen. In zijn voetspoor schafte de eerste synode van de kerk der Hervorming in Nederland - die van Dordrecht in1574 - alle feestdagen af. “Aangaande de feestdagen, nevens den Zondag ... is besloten, dat men met den Zondag alleen tevreden zal zijn“. Misschien heeft hier een rol in gespeeld dat er voor en tijdens de christelijke feesten, vooral bij het Kerstfeest, volksgebruiken welig tierden, die met het christelijk karakter van het feest niets te maken hadden, maar onmiskenbaar voortleefden uit het heidendom.
Luther daarentegen ging niet zo ver. Hij handhaafde “het kerkelijk jaar“ en bewees de gemeente en haar voorgangers een grote dienst met zijn “Kirchenpostille“ en andere preken.Vanuit Duitsland begon in ons land in de 19e eeuw een herstel van de aandacht voor de betekenis van het “kerkelijk jaar“, dat begint met de vier Adventszondagen.
Zondag 27 november is in 2005 de kerkelijke nieuwjaarsdag, want dan vangt de Adventstijd aan. In de vroege Middeleeuwen legde de kerk de nadruk op deze weken als een tijd van inkeer en boete, deemoed en vasten. Feesten en bruiloften waren niet toegestaan. Ook al zal deze regel nu weinig of in het geheel niet meer worden gevolgd, zinvol is de voorbereiding op het Kerstfeest wel terdege. Juist nu wij op veel manieren het heidendom om ons heen zien herleven. Laten de christenen en christelijke gemeenten zich houden aan een eigen stijl, waarin plaats is voor ootmoedige inkeer ter voorbereiding op het mysterie van het gebeuren dat de Kerk op het Kerstfeest viert: de komst van de Eeuwige in de tijd, de komst van de Schepper als schepsel, de komst van God in de gebrokenheid van onze wereld, die Zijn wereld is, de komst van God in de maalstroom van de geschiedenis.
Ad-vent. God komt naar ons toe. Het verlangen daar naar, de roep daar om en de verwachting van Hem klinkt uit het Oude Testament bij tijden hoog op. “Onze God komt en zal niet zwijgen“. “Och dat Gij nederkwaamt“. De God die gekomen is, is niet de God van de filosofen, de oergrond van het bestaan, God die ook in het diepst van onze gedachten te vinden is. Hij komt, Hij is gekomen tot verlossing uit de greep van álle machten die de mensheid knechten. Hij komt, Hij is gekomen om Zijn heer-schappij te herstellen. Dit komen is zó groot en groots, zó overweldigend en verwonderlijk, dat het goed is dat de christelijke gemeente zich op de viering hiervan voorbereidt. Opdat zij uit de platheid, de alledaagsheid en vanzelfsprekendheid wordt weggeleidt en iets gaat verstaan van het groot, genadig geheimenis: God geopenbaard in het vlees! Opdat zij komen mag tot gelovige verwondering en aanbidding.
Komt, verwondert u hier mensen,
ziet, hoe dat u God bemint,
ziet vervuld der zielen wensen,
ziet dit nieuwgeboren Kind!