Terug naar Ecclesianet.nl

Bij de inauguratie van Barack Obama

Dinsdag 20 januari: de dag van de inauguratie van
de nieuwe president van Amerika: Barack Obama. Hij
mag als 44e president van de Verenigde Staten van
Noord-Amerika het ‘Witte Huis’ betrekken. Hij doet
dat op een tijdstip dat er in zijn land en wereldwijd
veel, heel veel aan de hand is. In Amerika, zo rekende
hij zelf enkele weken geleden zijn landgenoten voor, is
de staatsschuld inmiddels opgelopen tot een biljoen
(d.w.z. duizend miljard) dollar. De prognoses voor dit
jaar zijn bijzonder slecht. Iemand, die zaken doet in
Amerika vertrouwde me vorige week toe dat het
bedrijf waarmee men in verbinding staat, zijn omzet
de laatste maanden van het vorige jaar met meer dan
dertig procent heeft zien slinken. Het is een van de vele
voorbeelden. Voor meerdere bedrijven zijn de resultaten
nog veel schrijnender. De gevolgen van de beurscrisis
laten zich dus al gelden en analisten geven aan
dat dit nog maar het begin is van een economische
recessie. Het gevolg zal zijn dat er minder geconsumeerd
wordt, waardoor de bedrijfswinsten verder zullen
afnemen. Daardoor zal de werkeloosheid toenemen,
hetgeen de economie weer geen goed doet. Aan
Obama de taak om deze spiraal te doorbreken!
Dan zijn er nog de problemen in het buitenland. Als
ik dit schrijf, is de wereld gefocust op de situatie in het
Midden-Oosten. Het lijkt erop dat de Israëlische regering
nog voordat Obama aantreedt, met het fiat van
de regering-Bush, maatregelen wilde nemen tegen
Hamas. Is Jeruzalem de strijd begonnen omdat men
niet zeker is van de lijn die de regering-Obama zal
uitzetten? Hoe dit ook zij, Obama krijgt direct te
maken met de grote spanningen tussen de Palestijnen
en Israël.
Dan is er Iran, dat waarschijnlijk zal proberen de
indruk te wekken dat het met Amerika wil onderhandelen.
Het moet niemand verbazen als het dat ook een
tijd lang zal doen. De grote vraag daarbij zal zijn of
het de regering van Iran ernst is. Dat zal snel genoeg
blijken. Mocht dat niet het geval zijn, dan zal Obama
binnen afzienbare tijd voor een geweldig vraagstuk
staan: is het wijs om geweld te gebruiken tegen dit
land, dat meer en meer een bedreiging vormt voor
Israël? De gevolgen van het antwoord op deze vraag
zijn buitengewoon groot. Veel is er dan ook voor te
zeggen om aanvankelijk op diplomatieke manier nog
een weg te zoeken. Zo kan men wellicht Rusland en
China en de EU (dus de veiligheidsraad) op één lijn
krijgen en krachtiger staan als het echt nodig is. Maar
of deze strategie op den duur zal slagen? – het is
maar zeer de vraag.
Dan komt daarbij de verhouding tot Rusland, tot
China, tot Noord-Korea. Voeg daarbij de situatie in
Afghanistan, waar Obama af wil rekenen met Al
Qaeda en Bin Laden. Wie dit op zich in laat werken,
realiseert zich dat de nieuwe president voor een bijna
onmogelijke opgave staat. Dit geldt zeker als we in
aanmerking nemen de enorme populariteit die hij
geniet en de enorme verwachtingen die men van hem
heeft. Deze verwachtingen heeft hij voor een deel zelf
geschapen door gedurende zijn verkiezingscampagne
met retorische kracht het woord change op een haast
magische manier erin te hameren. Nu komt het erop
aan deze change waar te maken. En daarbij zal het
bij de velen, die nu uitzien naar een nieuw tijdperk, er
niet alleen om gaan dat het beleid verandert, maar
vooral dat er betere resultaten geboekt zullen worden,
zowel in het binnen- als in het buitenland.
Het is maar zeer de vraag of dit door een regeringswisseling
tot stand gebracht kán worden. Zijn de problemen
niet te groot, te immens? Zijn zwakke menselijke
schouders in staat om deze druk te dragen? Is
iemand bij machte om de bijkans messiaanse verwachtingen
die men van hem koestert, waar te
maken? Is Obama van het hout gesneden dat hij de
genoemde vraagstukken aan kan? Het zou niet de eerste
keer zijn dat men terug gaat verlangen naar een
vorige president, die vooral op het laatst van zijn
ambtsperiode verguisd werd, omdat men is gaan
inzien dat hij beter met deze druk om wist te gaan dan
zijn opvolger. Laten we hopen dat Obama het gegeven
zal worden om met wijsheid, doorzettingskracht
en doortastendheid te regeren en om te gaan met al
die vraagstukken, die op hem af komen.
Ik stelde: zijn de zwakke schouders van een mens in
staat deze verantwoordelijkheid te dragen? Op de
dag van de beëdiging wordt in Washington, waar
deze plechtigheid plaatsvindt, gebeden en een eed
afgelegd op de Bijbel. In die Bijbel staat het verhaal
van de nog jonge Salomo, die geroepen werd het
land te regeren. Het zal de jonge man bezig gehouden
hebben, tot in zijn dromen toe. In één van die dromen
verschijnt God aan hem en stelt hem voor te kiezen
tussen rijkdom en eer óf wijsheid. Salomo koos
voor wijsheid. Die werd hem geschonken. In het
geschrift Wijsheid van Salomo, dat enkele tientallen
jaren voor de geboorte van Christus geschreven werd
door een onbekende auteur, roept deze de heersers
van zijn dagen op (het waren de dagen van Augustus
en Herodes) om ‘verstandig’, d.w.z. met wijsheid te
handelen. De auteur verwijst in het zevende hoofdstuk
impliciet naar de jonge Salomo aan de vooravond van
diens inauguratie. Hij probeert zich in te leven in hoe
Salomo zich toen gevoeld moet hebben en legt hem
de volgende woorden in de mond:
God van mijn voorouders, barmhartige Heer, U
hebt door Uw woord alles geschapen. Door Uw
wijsheid hebt U de mens zo gemaakt dat hij over
Uw schepping zou heersen, dat hij de wereld rechtvaardig
zou regeren, in vertrouwen op U en dat hij
oprecht zou vonnissen.
Schenk mij de wijsheid, die naast U troont, keur mij
een plaats onder Uw kinderen waardig. Ik ben (…)
immers een zwak mens, met een korte levensduur
en een beperkt inzicht in recht en wetten. Maar zelfs
als iemand volmaakt zou zijn, dan nog is hij onbetekenend
als hij van Uw wijsheid verstoken blijft. U
hebt mij uitgekozen om koning van Uw volk te zijn,
rechter over Uw zonen en dochters. Bij U is de wijsheid,
die Uw werken kent en die erbij was toen U
de wereld schiep. Zij weet wat U goedkeurt en wat
met Uw geboden in overeenstemming is. Zend haar
vanuit Uw heilige hemel, van bij Uw luisterrijke
troon, om mij met raad en daad bij te staan, opdat
ik weet wat U goed vindt. Zij weet en doorziet
immers alles. Zij zal mij bedachtzaam leiden in mijn
handelen, met haar luister zal zij mij behoeden. Zo
zal alles wat ik doe U aangenaam zijn. Ik zal Uw

volk recht verschaffen en de troon (…) waardig
bekleden.

Zou Paulus toen hij in zijn eerste brief aan Timotheüs
opriep om voorbede te doen voor alle mensen en voor
koningen en hooggeplaatsten, wellicht aan dit gebed
gedacht hebben?


H. Klink, Hoornaar