Terug naar Ecclesianet.nl

Over moslims en ‘ietsisten’

Als christen vraag ik me wel eens af waar ik me precies
druk om moet maken, of zou moeten maken, in
deze tijd van oprukkende ‘anti-christen sentimenten’.
Wat zijn de dingen waar ik zogezegd mijn schouders
over op mag halen en wanneer moet ik expliciet voorvechter
zijn van mijn geloof en van mijn God? Het vinden
van een antwoord op die vraag is niet altijd even
gemakkelijk. Het accent wordt per christen ook nogal
anders gelegd.
In Elsevier las ik een artikel over een ‘atheïstenbus’.
Op een foto stond een bekende rode Londense dubbeldekker,
met daarop de tekst: “God bestaat waarschijnlijk
niet. Maak je geen zorgen meer en geniet
van het leven.” Behalve een niet nader genoemde journaliste,
stonden er op de foto twee mensen voor de
bus. Als eerste noem ik de 28 jarige initiatiefneemster
van het geheel, mevrouw Ariane Sherine. Ze is journaliste,
schrijft tv-comedy’s en ziet er schattig uit in haar
‘there’s probably no God’ shirtje. Enkele maanden
geleden had ze zich gestoord aan een ‘pro-christelijke’
boodschap op een bus. In antwoord daarop riep ze
atheïsten op om geld te doneren voor de aanschaf van
deze heuse ‘atheïstenbus’. Naast deze vrouw stond
Richard Dawkins, hoe kan het ook anders. De voor
velen bekende superatheïst en schrijver van het, onder
atheïsten, populaire boek ‘God als misvatting’. Natuurlijk
had hij zich volledig ingezet om geld in te zamelen
voor dit ‘mooie’ initiatief.
Eerder deze week hoorde ik op de radio vertellen
dat er in Nederland wellicht ook zulke bussen komen.
Dit alles heeft kennelijk behoorlijke nieuwswaarde, want
er werden nogal wat minuten zendtijd aan gespendeerd.
In Engeland had een christelijke buschauffeur
geweigerd in zo’n bus te rijden. Een christelijke groepering
beklaagde zich bij het Britse Commissariaat van de
Media. Men voerde als bezwaar aan dat de bewering
op de bus onwaar was. Wat zouden christenen in
Nederland kunnen doen tegen een dergelijke actie?
Is dit nu zoiets waar ik me druk om zou moeten
maken? Ik zag mezelf al op de A27 in de file staan,
wanneer er voor het oog van al die duizenden filerijders
zo’n bus langzaam over de vluchtstrook voorbij
rijdt. Het is nogal wat anders dan een reclame voor bijvoorbeeld
een nieuwe bril. Maar er is ook een andere
kant: Je staat op de A20 bij de afrit Capelle aan den
IJssel in de file en je ziet daar een groot reclamebord
met de boodschap ‘God is liefde’. Ik vroeg me af of dat
niet het ‘omgekeerd evenredige’ is van de bus.
In Trouw las ik een artikel over de ‘tweede bekeerlingendag’.
Het is een dag waarop autochtone Nederlandse
bekeerde moslims elkaar ontmoeten en steunen.
Onderzoekster Vanessa Vroon- Najem deed
onderzoek naar bekeerde moslims in Amsterdam. In
het artikel ontkent zij dat Nederlands meisjes en vrouwen
zich vooral wenden tot de Islam onder een zekere
druk, bijvoorbeeld vanwege een huwelijk met een Islamitische
man, of iets dergelijks. Nee, de reden daartoe
moest ergens anders in gezocht worden. Ik citeer:
“Vaak zaten ze met vragen rondom zingeving en
onderzochten ze meerdere religies. Als jonge meiden
over hun geloofszaken gaan rondvragen, krijgen ze
vaak alleen antwoorden van hun
moslimvriendinnetjes.”
Wat wordt er bedoeld met ‘antwoorden’? Kregen
ze geen überhaupt geen antwoord op de vragen of
boden de antwoorden geen antwoorden op de vragen?
Dat is nogal een verschil. Na bovenstaand citaat
gaat het artikel in op de inhoudelijke aantrekkelijkheid
van de Islam. Ik ga er dus vanuit dat met het ‘geen antwoord
krijgen’ ook bedoeld werd dat men inhoudelijk
een weinig adequaat antwoord ontvangt.
Nu ken ik een aantal Moslimmeisjes redelijk goed
en ik spreek veel met ze over religies en verschillen
daartussen. Ik word nogal eens geraakt en vooral verrast
door de manier waarop zij over het leven en hun
religie spreken, wat je verder ook van die religie kunt
vinden. Wat me vooral opvalt, is de context waarin zij
de ‘vragen van het leven’ vaak plaatsen. Zeker, ik vind
het totalitaire karakter van de Islam zeer gevaarlijk,
helemaal in combinatie met geweld, ongelijkheid en
dwang, waar de Koran op zijn minst ruimte voor laat.
Maar toch ligt daar iets dat ik bij Christenen steeds
meer begin te missen en ook steeds meer in de kerk in
Nederland. Het is de behoefte om dingen te doorgronden
en in een verhouding tot deze wereld te plaatsen,
met daarbij het besef dat niet alles te vatten is, omdat
we beperkt worden door het menselijk
‘begripsvermogen’.
Het is bekend dat de kerken leeglopen en de
samenleving ogenschijnlijk seculariseert. Ook weten
we dat er zich steeds meer zogenaamde ‘ietsisten’ ontpoppen.
Mensen die in ‘iets’ geloven, maar dat ‘iets’
niet kunnen identificeren of er geen structuur aan kunnen
geven. Zij zijn, vanuit een vaag godsbesef, wel op
zoek naar een religie die structuur aan hen biedt. Kennelijk
kunnen zij geen genoegen nemen met een ‘ietsistische’
constructie, maar zoeken zij een vaster
omlijnde religie, waarin zij hun heil kunnen vinden.
Nu is de vraag hoe het kan dat deze mensen en de
moslimbekeerlingen, niet naar de kerk komen. De conclusie
lijkt: ze vinden daar niet wat ze ‘zoeken’.
Nu kom ik nog even terug op het ‘God is liefde’ bord.
Eerlijk gezegd stoor ik me ook wel eens aan dat soort
‘missionaire’ uitingen. Als de bedoeling van dat bord
is om mensen tot het christendom te doen komen, dan
faalt het daar volgens mij in. De meeste reacties, van
bijvoorbeeld mijn collega’s, luiden: “Vandaar de
Gazastrook en Sudan!” Nu kan ik op zulke gemeenplaatsen
wel een antwoord vinden, maar het is niet zo
dat iedere automobilist die langs een dergelijk bord
rijdt, iemand naast zich in de auto heeft zitten, die op
zijn oprisping een antwoord geeft.
Toen ik vorige week door een winkelstraat liep,
werd ik aangesproken door een jongen die aan het
evangeliseren was. Toen hij me vroeg of ik wist wie
Jezus was, antwoordde ik dat ik dat wist, maar dat ik
weinig tijd had, dus door zou lopen. Hierop kreeg ik
van een afstand van 10 meter, tussen de winkelende
mensen door, nog nageroepen dat Jezus van mij
houdt. Het doet me pijn daarna de reacties van dat
winkelende publiek te horen. Laat ik het zo zeggen:
“Het werkt niet erg in ons voordeel.”
Wat gaat er dan mis? Ik denk dat ik wel één ding kan
noemen. Wij christenen onderschatten de ‘niet-gelovigen’
soms grondig. Voornamelijk de ‘integriteit’ en
‘volwassenheid’ van het godsbesef van deze mensen.
Deze mensen zijn geen simpele zielen die met een
even zo simpele, bijna commerciële, reclameboodschap
‘gevangen’ kunnen worden. Vaak is de ietsistische
theorie die men zelf gecreëerd heeft een stuk
diepzinniger dan de boodschap die op hen wordt
afgevuurd via een reclamebord of een evangelisatieactie.
En ja, als mijn vermogens keer op keer openlijk
worden onderschat, dan raak ik ook geïrriteerd. Ik
snap de gefrustreerde gezichten van het winkelende
publiek dus wel een beetje.
Maar wat gebeurt er dan in de kerken? Waarom kunnen
veel mensen daar niet het antwoord vinden op
wat men zoekt? Wordt men daar ook onderschat? Ik
vermoed het. De reden daarvoor zou wel eens daarin
kunnen liggen, dat wij onze eigen religie onderschatten.
Of sterker, kunstmatig degraderen of dat laten
gebeuren. Hoe vaak heb ik de laatste tijd uit christelijke
hoek niet termen heb gehoord als: “Van religie naar
relatie.” De ratio, de rede wordt vandaag de dag in
de kerk grondig verwaarloosd. Als we maar een persoonlijke
relatie met Jezus hebben, dan zit het goed.
Maar de enige indicator die bestaat voor het meten
van relatie en liefde is gevoel. Natuurlijk, liefde kan
zich in een relatie bewijzen door een periode van
trouw, aandacht en zorgzaamheid, zoals in een goed
huwelijk. Maar wat als het in het leven eens flink
tegenzit? En wat als de werkelijkheidsbeleving van veel
mensen wel eens haaks staat op de eenzijdige boodschap
van de ‘trouwe liefdevolle God die voor ons
zorgt’? Wat zeg je tegen hen die, vaak al op jongere
leeftijd, de ervaring hebben opgedaan dat het leven
en de wereld veel akelige dingen te zien geven en pas
daarna op zoek gaan naar een religie die houvast
aan hen biedt? Hoe moet je je als gelovig christen verhouden
tot de wereld, waarin zoveel narigheid, zonde
en ellende zijn? Dan is het echt niet voldoende om
tegen die mensen te zeggen dat God liefde is en dat
Jezus van ze houdt en voor ze gestorven is en dat ze
met Hem een persoonlijke relatie kunnen en moeten
opbouwen. Hoe waar dit op zich mag zijn, deze mensen
zijn eerst op zoek naar bouwstenen die bruikbaarder
zijn dan deze.
Om mensen bij de kerk te houden of te krijgen is op
veel plaatsen in de protestantse kerk het laagdrempeligheidsprincipe
ingevoerd. Alles zo gewoon mogelijk.
Als iemand voor het eerst in de kerk zit, dan moet diegene
vrij vlot snappen waarover het gaat en hoe het
zit. Ook richting de kinderen, want als zij het niet
begrijpen, verlaten ze wellicht de kerk, of ze gaan
naar de evangelische gemeenten. Een predikant die te
moeilijk preekt, wordt niet op prijs gesteld. Hij moet
vooral ingaan op wat het geloof voor het individu kan
betekenen in zijn of haar relatie tot God. De kerk is
daardoor soms verworden tot een samenzijn van individuele
gelovigen, die soms wel wat navelstaarderig
hun geloof toetsen met de vraag of het gevoel over de
relatie met God nog optimaal is. Het lijkt er ook wel
eens op dat het gevoel over die relatie het voornaamste
doel is van het leven op aarde. De wereld waarin
we leven komt als zodanig niet zoveel meer voor in de
kerkelijke verhandelingen, behalve als het Israël
betreft. Vandaar dat betrekkelijk weinig kerkelijke
jongeren zich vanuit hun geloof bijvoorbeeld bezighouden
met maatschappelijke vraagstukken of politiek.
Overigens, om het individuele karakter van deze
kerkelijke geloofstoestand wat te camoufleren wordt,
bijvoorbeeld door de HGJB, de nadruk nogal gelegd
op het ‘gemeente zijn’. Binnen een goedlopend bedrijf
wordt, zo is de ervaring, door het management nooit
aandacht wordt gevraagd voor het ‘collega’s zijn’. Je
komt wel eens bedrijven tegen waar bijvoorbeeld ‘Wat
ons bindt?!-programma’s’ lopen, maar in die bedrijven
is vrijwel altijd iets goed mis. Meestal zijn er dan groepen
mensen of afdelingen die vooral voor zichzelf aan
het werk zijn en niet voor het welslagen van de
bedrijfsdoelstelling. Zou dit ook niet kunnen spelen binnen
onze kerk? En als dat zo is, heeft men dat dan niet
zelf gecreëerd door dat individualistische aspect te
promoten?
Deze kunstmatige versimpeling van het christelijk
geloof in combinatie met de overwaardering van
gevoelsleven, maakt dat een ‘ietsist’ weinig lijkt te vinden
in onze kerken. De eigen gecreëerde theorie is
veelaal diepzinniger dan het verhaal dat men van een
kerkganger, een ambtsdrager, een kerkelijk werker of
predikant te horen krijgt en het gevoel kan wel op
andere manieren opgewekt worden, door bijvoorbeeld
muziek of zelfverzonnen dan wel afgekeken rituelen
en symboliek. En mensen die meer houvast nodig
hebben dan hetgeen ze zelf hebben verzonnen, zijn
kennelijk beter uit bij de Islam, omdat men daarin
ogenschijnlijk een betere en completere religie vindt,
omdat die wel ingaat op de wereld om ons heen en de
vraag hoe men zich tot die wereld kan verhouden of
dient te verhouden. Daarmee is ook het misverstand uit
de wereld geholpen dat mensen geen vrijheden willen
‘inleveren’ ten bate van een religie. Juist onder de
Islam wordt dit verwacht van de gelovigen. De vraag
is wat er tegenover staat.
Misschien is er maar een procent of tien mensen
die het in zich hebben om atheïst te zijn, omdat ze vertellen
geen greintje godsbesef in zich te hebben. Die
mensen zijn amper te bereiken. Daarentegen is er dan
90 procent mensen die wel of gelovig zijn of enig
godsbesef hebben. Als zij de bus op de A27 langs
zien rijden, zullen ze hoe dan ook niet overtuigd raken
van de boodschap dat God niet zou bestaan.
Welnu, inmiddels weet ik waar ik me druk om moet
maken. Niet om de vraag wat we aan moeten met die
tien procent atheïsten die blij zijn als zij op een bus
‘hun’ slogan lezen, maar om de vraag welke bouwstenen
we de ‘ietsisten’ onder die 90 procent kunnen
bieden!


E.B. Klink, Gorinchem