Terug naar Ecclesianet.nl

Het is volbracht

oen Jezus dan de edik genomen had, zei Hij: Het is volbracht!
En het hoofd buigende, gaf de geest.
Johannes 19:30
Wij overdenken, mijn geliefden, een van de laatste woorden van onze
Here aan het kruis.
“Het is volbracht”, roept Jezus aan het kruis, en nu mogen allen, in wier
harten gebaande wegen zijn, maar die niet weten hoe het te volbrengen,
in vertrouwen uitspreken:
De Here zal het voor mij volenden;
laat niet varen de werken Uwer handen!
De Here, die het van alle eeuwigheid op zich genomen heeft, al het verlorene,
dat geboren zou worden, in zijn vlees op te nemen, heeft, wat voor
het vlees onmogelijk was, thans aan zijn vlees en in zijn vlees volbracht. Zie
uw Here aan en ziet dan uzelf aan en spreek aldus: “Ik ben niet meer van
mijzelf, maar ben het eigendom van mijn getrouwe Here en Zaligmaker,
Jezus Christus en dat met lichaam en ziel. Ik ben lid van Hem, het Hoofd,
dat de overwinning behaald heeft. Mijn gehele vlees-zijn was zijn gehele
vlees-zijn. Hij heeft mij zijn broeder genoemd en heeft toch zijn Vader mijn
Vader genoemd. Wat ik van Adam geërfd heb, deze erfenis heeft Hij tot
zich genomen, om zich voor al zijn broeders deze erfenis toe te eigenen,
om alles, alles te boeten, alles, alles te betalen, om voor zich als de Mens
Christus Jezus een eeuwige erfenis te verkrijgen, voor zichzelf en voor zijn
broeders, en deze erfenis al zijn broeders deelachtig te maken, opdat zij
erfgenamen Gods zouden zijn en mede-erfgenamen van Christus.”
Maar nu, lieve ziel, bedenk nu eens en vraag uzelf af: “Waar ben je,
zoals je werkelijk bent?”, en spreek dan aldus: “Ik ben geborgen in mijn
Here, in mijn Broeder! Hebt u dan niet de eeuwige dood verdiend? Ja,
dat onderschrijf ik met mijn bloed, dat ik de eeuwige dood verdiend heb,
maar ik ben in mijn Here ingelijfd, en toen Hij stierf, voor zover Hij stierf
in het vlees, dat stierf ik in en met Hem; en wat ik verdiend heb, heeft Hij
op zich genomen, en wat Hij verdiend heeft, dat deelt Hij van ganser
harte en broederlijk met mij, ook al ben ik in huis nog zo’n ondeugdelijk
kind. (…)
Dit “Het is volbracht” heeft een eeuwige geldigheid. Welnu, u allen, die
dorstig bent, waarom kwelt u zich en gaat tot bronnen, die geen water
kunnen houden? “Komt allen tot Mij en Ik zal u te drinken geven!” Hier is
een open bornput tegen alle zonde en onreinheid, hier ziet u de kwitantie
dat alles, alles betaald is!

Daar staan Mozes’ offers, ze zijn alle teniet gedaan;
weggeblazen is de oude hogepriester; uit is het met al
het bloedvergieten van de bokken en lammeren! Hier
is een bloed, dat betere dingen spreekt dan Abels
bloed, dat onophoudelijk om genade roept. Dit bloed
reinigt op één dag een geheel verloren mensheid en
werkt terug tot op Adam, werkt op ons en werkt vooruit,
totdat de Here de laatste van de zijnen binnen
heeft. Houdt u nu vast aan deze waarheid: “Het is volbracht.”
Vraag hier niet of u zonden hebt, of u dood
bent, of u ongelukkig en verloren bent, vraag slechts
dit ene, namelijk: “Is het waar? Heeft de Here Jezus
dat werkelijk geroepen: ‘Het is volbracht’?” Ja, dat lees
ik hier. Wie verzekert ons nu van deze waarheid “Het
is volbracht”? Een mensenkind? Dat moet nog geboren
worden! God handhaaft deze waarheid aan geheel
zijn volk van oudsher, en zo is Hij een God der waarheid,
een God, juist om deze waarheid te handhaven,
dat Hij nu volkomen betaling voor alle zonden van zijn
volk heeft. Dat is waarheid.


Gedeelte uit een preek over Johannes 19:30, Mattheüs 27:50-55;
Johannes 19:31-42. Gehouden op 3 april 1874, Goede Vrijdag,
’s avonds. Deze preek, door mij uit het Duits vertaald, is nog nooit
uitgegeven, en komt D.V. september dit jaar uit in een bundel met
17 onbekende preken bij Den Hertog, Houten, onder de titel De
beker der verlossingen. T. van Es, Alblasserdam