Terug naar Ecclesianet.nl

"God bijvallen - tegen jezelf in" (II)

De Luther-studies van Hans Joachim Iwand

Uit de startblokken

In deze tweede aflevering stel ik mij voor iets te laten zien van Iwands theologische weg tot aan 1933, en daarbij met name te laten uitkomen hoe hij in deze tijd Luther leest. Het zijn de jaren waarin Iwand zijn vleugels kan uitslaan. Aan de faculteit in Königsberg worden geestverwanten benoemd, onder wie de nieuw-testamenticus Julius Schniewind zeker als eerste moet worden genoemd. Dr Q c DEN HERT0G

Schniewind kwam uit de 'school' van Martin Kahler, een theoloog die zijn leven lang had gezocht naar een bijbels-verantwoord alternatief voor de moderne theologie, zoals die vóór de Eerste Wereldoorlog toonaangevend was. Kenmerkend voor Kahler en zijn leerlingen was dat strikt wetenschappelijke arbeid en discussie op grond van zakelijke argumenten gepaard ging met een piëtistisch getinte vroomheid. Kahler is vooral bekend geworden door zijn geschrift De zogenaamde historische Jezus en de 'geschichtliche', bijbelse Christus. Tegenover het zielloze onderzoek naar wie Jezus wel en niet geweest is, wat Hij gedacht heeft, wat wij überhaupt van Hem kunnen weten, vraagt Kahler aandacht voor de manier waarop de Evangeliën zijn geconcipieerd: als 'lijdensgeschiedenissen met een uitvoerige inleiding'. Met andere woorden: wie de Evangeliën leest en slechts vraagt naar wie Jezus was, en zijn lijden en sterven als een hoogstens betreurenswaardige bijkomstigheid beschouwt, gebruikt ze tegen de onmiskenbare bedoeling van de Evangelisten in!' De 'echte Jezus', naar Wie het historisch onderzoek speurt, is een hersenschim. De 'echte Jezus' is Hij, die voor onze zonde is gekruisigd en door God is opgewekt tot onze rechtvaardiging. Niet het historisch onderzoek brengt een ontmoeting met deze Jezus Christus tot stand -alleen het geloof. In geloof komen we in levend contact met de 'geschichtliche' Christus, zoals Hij in deze wereld is ingegaan, heeft geleden, is gestorven en opgestaan - en als de Levende Heer in onze geschiedenis werkzaam present is.

Toenadering

Als Iwand en Schniewind in grote theologische eensgezindheid de studenten in Königsberg in aanraking brengen met de Schrift en met Luther ontstaat er in deze geïsoleerd gelegen, meest oostelijke provincie van Duitsland een opleving in heel het kerkelijk leven, die ook naar buiten toe uitstraling heeft. Was het tot dan toe zo, dat de lutherse kerk en de piëtistische Gemein-schaftsbewegung daar naast elkaar bestonden, nü komt er een theologische generatie op die zich laat vor-

men en voeden door de boodschap van de rechtvaardiging door het geloof in Christus. Samen volgen de studenten de colleges bij Iwand en Schniewind, en met wat ze bij hen vanuit de Schrift en de Reformatie hebben meegekregen gaan ze de gemeente in. De gevestigde lutherse kerk ontdekt de diepte en de radicaliteit, en daarmee ook de kracht en de actualiteit van de reformatorische boodschap; de

Gemeinschaftsbewegung onderkent dat de wijze waarop Luther over bekering gesproken heeft diepe bijbelse wortels heeft, en daarom een heilzame correctie van een introverte vroomheid en een onbijbels heiligingsideaal kan betekenen. Martin Kahler had meer dan eens gezegd dat de verdienste van het piëtisme is dat het de bijbelse vraag naar de rechtvaardiging levend heeft gehouden. In Oost-Pruisen bleek dat inderdaad zo te zijn.

Niet lang vóór 1933 zegt Schniewind tegen Iwand: 'Kijk eens, hoe alles hier rijpt voor de oogst. Dit kan de Satan niet lijdzaam aanzien.' Schniewind zag de geschiedenis vanuit God, in eschatologisch-apocalyptisch licht. Een bijbelstudie van zijn leermeester Martin Kahler, over Gods overwinningen in de nederlagen van zijn getuigen, had hem geleerd dat God ook in de diepte, en misschien wel juist in de diepte en aanvechting, de zijnen nabij is en hen in dienst neemt, en dat ogenschijnlijke mislukkingen de weg kunnen vormen waarlangs God Zich een weg baant naar de overwinning.

Als dan de aanval vanaf 1933 losbarst blijkt dat in deze jaren van toenadering tussen kerk en Gemeinschaftsbewegung het fundament is gelegd voor een unieke verbondenheid tijdens de kerkstrijd. Anders dan in andere delen van Duitsland staan kerk en Gemeinschaftsbewegung in Oost-Pruisen schouder aan schouder in het verzet tegen de Duitse Christenen, die bijval betuigen aan de tijdgeest en op politiek terrein zich kritiekloos aan Hitler onderwerpen. Tekenend is wel dat de eerste bijeenkomst van de Belijdende Kerk in Oost-Pruisen gehouden wordt in een gebouw van de Gemeinschaftsbewegung!

Niet de gedachten, maar het leven

We willen nu zien hoe Iwand in deze jaren vóór 1933 Luther leest en vertolkt met het oog op de dienst van het Evangelie. De studie, waarmee hij het recht verwierf om aan de universiteit te doceren had een hoog abstractieniveau. Hoe wisselt hij wat hij zelf bij de reformator gevonden had om in 'kleine munt'? In 1 931 houdt Iwand een lezing over de samenhang tussen leven en leer (let op de volgorde!!) bij Luther. God helpt de mens uit de wereld van gedachten 'm het leven, is een woord van Martin Kahler dat Iwand al vroeg heeft aangesproken, en dat door hem met voorliefde wordt geciteerd. Die inzet bij het leven heeft Iwand al bij Luther gevonden, en de ondertitel van zijn geschrift Leben und Lehre luidt dan ook: 'iets over vergeten schatten uit Luthers theologie'. Leven en leer - dat is de volgorde. Wij zijn eerder geneigd het andersom te formuleren. Waarom doet Iwand het zo? Is dat een aanpassing aan een piëtistische benadering? Nu, dat is het stdlig niet. Nee, we moeten eerder denken in de richting van het levensgevoel van die tijd. In de filosofie is er bijvoorbeeld een stroming die Lebensphilosophie wil zijn. Dat is een reactie tegen het heersende wetenschappelijke klimaat vóór de Eerste Wereldoorlog. Men keert zich er van af, omdat de wetenschappelijke nadruk op de rede, de ratio, voor hun besef heeft geleid tot een vervreemding van het leven. In de 19e eeuw gold de scheiding tussen 'natuur' en 'geest' als een vanzelfsprekend vertrekpunt, en dat hield in dat men enerzijds analyserend te werk ging, en de werkelijkheid benaderde als 'dood materiaal', en daar tegenover dan een speelruimte voor de 'geest', het 'hogere' in de mens, aannam. In die Eerste Wereldoorlog blijkt dat dat uitgangspunt tot een geweldige vervreemding van het leven heeft geleid. De gedachtenbouwsels die men had opgetrokken op die 19e-eeuwse scheiding tussen 'natuur' en 'geest' waren in een ivoren toren uitgedachte theorieën, producten van een schijnwereld, en de mensen zaten met hun leven en denken in werkelijkheid al heel ergens anders. De frontervaring had de jonge generatie ermee geconfronteerd dat het 'leven' iets heel anders is dan de in de samenleving én de kerk op dat moment geldende 'leer'. De neo-protestantse theologie had de cultuur gevolgd, en had zich aangepast tot een 'cultuurprotestantisme'. In die Eerste Wereldoorlog drong zich het besef op dat die 'leer' niets deed, wereldvreemd was, en het 'leven' ongemoeid liet. In de cultuur - en ook in de kerk! - keerde men zich teleurgesteld af van de 'geest', het 'hogere' in de mens, om zich over te geven aan de krachten ïn en van de geschiedenis - hoe ook ingevuld. Ontegenzeggelijk is het goed dat de glazen wand tussen 'natuur' en 'geest' wordt doorbroken, zodat de mens zijn leven niet langer in compartimenten opdeelt en zichzelf als één mens terugvindt. Een constructie van de mens maakt dan plaats voor de werkelijke mens, zoals hij leeft. Er is dus het nodige voor te zeggen om bij het 'leven' in te zetten. Alleen - kan het 'leven' niet evenzeer vervreemd zijn van God, en afgesloten voor Hem?

Leven en leven is twee

Als Iwond de volgorde van 'leer' en 'leven' bewust omkeert, is dat niet om zich aan te passen bij dit levensbesef, maar om in de culturele situatie van dat moment te laten zien, dat ook voor Luther het 'leven', dat is het geleefde leven waarin God met ons bezig is, voorop gaat - en de 'leer' volgt. Van hem is het bekende woord, dat je niet theoloog wordt door te lezen en je gedachten een hoge vlucht te geven, maar alleen door te leven, ja door te sterven en in het oordeel van God onder te gaan. Zo verstaan kunnen we inderdaad zeggen dat het om het 'leven' gaat; maar dan moeten we wel meteen eraan toevoegen dat daar openbaar komt dat leven en leven twee is. Er is een leven, dat zichzelf wil handhaven en doorzetten, eeuwig wil zijn zoals het zelf is en zichzelf genoeg is; een leven, dat men in die tijd verheerlijkt, dat fascineert kunstenaars - en waaraan ze pogen vorm te geven. Nu, dat levensideaal staat haaks op wat Luther leven noemde.... Niettemin - het gaat om het leven. Maar wat is 'leven'? Als men leven verstaat in de zin zoals Luther erover spreekt, gaat het om een metterdaad bevrijd worden uit de waanidee, dat je nog alle kanten uit kunt, dat het oordeel over wie ik ben nog helemaal niet gevallen is, en dat in het oordeel van God de balans over mijn bestaan óók nog wel eens positief zou kunnen uitvallen. Die illusie vormde de basis van een theologie die uitgaat van de 'vrije persoonlijkheid', waaraan men in de 19e eeuw zo gaarne wilde geloven, en waarover men In zulke verheven bewoordingen sprak. Als Iwand als leerling van Luther over 'leven' spreekt, doelt hij op het inzicht dat de mens buiten deze 'zeepbel' opdoet. Het leven is niet een nog uitstaande beslissing, maar de beslissing is allang gevallen. Ik ben zoals ik ben onherroepelijk verloren. Want niet de werken maken de mens, maar de mens maakt de werken. Het heeft geen zin zo voor het oog mooie vruchten op te hangen, als de boom niet deugt. Het 'leven' moet geconfronteerd worden met de 'leer'. Niet een 'leer', die naast het 'leven' staat of als een stolp eroverheen gezet kan worden, maar een 'leer' die de mens met zichzelf confronteert - zoals God hem opzoekt in zijn wet en hem de werkelijkheid van zijn leven openbaart.

De wet van God is geen appèl op het 'hogere' in de mens, geen inspiratiebron voor zedelijke vervolmaking, maar spreekt mij aan op wat ik gedaan heb en doet mij onontwijkbaar aan mijn daden aflezen wie ik ben. Ik kan er niet omheen God gelijk te geven, tegen mijzelf in en zo zijn oordeel over mijn leven bij te vallen. De wet van God brengt mij bij de grens van de echte bevrijding, door mij het inzicht bij te brengen dat wat ik leven noem niets anders is dan gebonden zijn aan de zonde. Christus en Hij alleen brengt mij over die grens heen, en dat voltrekt zich door het woord van het Evangelie dat als belofte tot mij komt. Zo wordt niet alleen radicaal afgerekend met de waan van de mens waarin hij zichzelf een vrije persoonlijkheid toedicht, de basis van een humanistische cultuur, maar ook met de waan van de nieuwe, 'werkelijke' mens, die zichzelf beaamt en meent het echte leven te vinden in een restloze overgave aan de scheppende krachten in de geschiedenis.

Het leven en de leer

Ook al is Iwand bij Luther te rade gegaan, toch bergt zijn inzet bij het 'leven' een risico in zich. In Leben und Lehre zegt hij dat het erom gaat in alle dingen God als Schepper te zien. Daarmee bepleit hij niet een moment van stilte tijdens een wandeling in de Alpen, maar een bepaalde manier van kijken naar en staan in de geschiedenis: God is bezig in de gebeurtenissen van de eigen tijd, en wij moeten dan niet terzijde blijven staan. Met zijn generatie heeft Iwand afscheid genomen van het vooruitgangsoptimisme, maar wat is er voor in de plaats gekomen? Dreigt de geschiedenis niet een eigen stem te krijgen, een eigen dynamiek, eigen wetmatigheden - met een daarop geënt 'Gebot der Stunde'? In datzelfde geschrift ontkent Iwand dat er een eigen christelijke ethiek is. Samen met niet-christenen hebben we te horen naar hoe God in de geschiedenis met een volk zijn eigen weg gaat. Dat geluid treffen we ook bij anderen aan, die in 1933 liever het evangelie prijsgeven éan zichzelf, als deel van het Duitse volk. Het gevaar was dan ook niet niet denkbeeldig dat het 'leven' bij Iwand de 'leer' aan zich ondergeschikt zou maken, en daarmee zijn bevrijdende kracht ontnemen. In die laatste jaren vóór 1933 dreigde Iwand mee te gaan in de golfbeweging van zijn tijd, in de wending van 'vrije persoonlijkheid' naar 'geschiedenis', zoals Spengler die op een voor velen aansprekende wijze had vertolkt. Het heeft de weg bereid voor een nog heel andere verheerlijking van het leven, of beter: van de dood: het nationaal-socialisme van Hitler. Theologen stonden bepaald niet achteraan, toen het erom ging de 'nationale revolutie' te begroeten. Ook Iwand heeft werkelijk gevaar gelopen daarin meegezogen te worden.

Zelf zei hij later wel, dat zijn joodse schoonmoeder hem ervoor bewaard had, en zo'n biografisch gegeven moeten we zeker niet veronachtzamen. Toch liggen er ook in zijn Luther-verstaan uit deze tijd inzichten die evenzovele forse hindernissen zijn geweest voor een kritiekloze verheerlijking van de geschiedenis, en dan met name Hilter's Derde Rijk. Zo staat in leben und Lehre de doop centraal: sterven en opstanding. Wie zijn leven werkelijk vanuit de doop verstaat, kan niet meer alle kanten uit... Wie zoals Iwand de doop aan het christenzijn ten grondslag ziet liggen, zal beseffen dat men zichzelf zal moeten verliezen omwille van Jezus en zijn Evangelie, om zo en zo alleen het leven te vinden.

Nog een 'ingebouwde zekering' tegen een meegaan met het nationaal-socialisme is gelegen in Iwands ervoor opkomen dat leven uit de doop ontegenzeggelijk ook leven uit Gods rechtvaardiging in Christus is, in een nieuwe gehoorzaamheid. Waar voor een geestverwant van Iwand als F. Gogarten, die in 1933 de komst van Hitler's Derde Rijk blij begroet, de wet van God samenvalt met de 'volkswet', en de genade de mens onverbiddelijk terugverwijst naar een onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan de structuren van deze wereld, is rechtvaardiging voor Iwand: bevrijd worden zijn van de drang tot zelfrechtvaardiging om in liefde de naaste te kunnen dienen. Wij behoeven onszelf niet door onze daden te rechtvaardigen. Wij behoeven onszelf ook niet te verwerkelijken door onze daden. De geschiedenis wordt ten diepste niet door ons gemaakt, maar het gaat erom God door zijn Geest in ons te laten werken. Waf God werkt is de liefde, die de naaste geen kwaad doet. Als de dienst aan de naaste in het centrum van hef nieuwe leven staat, kan men niet meegaan met Hitler's praktijken. In een artikel uit 1932 schrijft Iwand dat het zonder iets van vrucht van het geloof niet kan. Het nieuwe leven in Christus wil gestalte aannemen - niet van een gehoorzaam en zelfs enthousiast volgen van de tijdgeest, maar van daadwerkelijke liefde tot de naaste. Niettemin - er zit een spanning in Iwands denken op dit punt, en het Derde Rijk zal hem dwingen hierin tot een heldere keuze te komen. Hoe zijn omgang met Luther hem daarbij heeft geholpen willen we in een volgend artikel zien.