Terug naar Ecclesianet.nl

"God bijvallen - tegen jezelf in" (I)

Dr. G.C. DEN HERTOG, Leiden

De Luther-studies van Hans Joachim Iwand

De Duitse lutherse theoloog Hans Joachim Iwand, die deze zomer - om precies te zijn: op 11 juli - honderd jaar oud zou zijn geworden, is vooral bekend geworden door zijn Lutherstudies. Toch heeft hij tijdens zijn bewogen leven maar betrekkelijk weinig over de theologie van de reformator van Wittenberg kunnen publiceren. Niettemin is Luther in alles wat hij schreef present, in kernachtige citaten die telkens terugkeren, en vooral: in de fundamentele manier van geloven en denken die hij in de omgang met Luther zich eigen gemaakt heeft. Zonder twijfel is Luther door de jaren heen de theoloog gebleven, die Iwand het meest heeft beziggehouden en geïnspireerd.

Iwand en Luther - door de jaren heen

Om te beginnen een kort overzicht van wat hij over Luther geschreven heeft, en in welke omstandigheden die teksten zijn ontstaan.

Aan het begin van zijn theologische studie staat de ontdekking van de jonge Luther, diens colleges over de Brief aan de Romeinen uit 1515/1516, die Iwand beslissende impulsen geven voor een radicale theologische heroriëntatie. Over die jonge Luther schrijft hij in 1927 zijn Habilitationsschrift, de door de universiteit voor een academische loopbaan als voorwaarde gestelde tweede monografie. Tijdens de jaren van het Derde Rijk schrijft hij een toelichting op Luthers geschrift contra Erasmus (1939) - nota bene, als. hij als gevangene van de Gestapo een klein halfjaar vastgehouden wordt en hem zelfs het concentratiekamp in het vooruitzicht gesteld wordt - enkele jaren later gevolgd door een voor een breder publiek geschreven kleine studie over Glaubensgerechtigkeit bij Luther, en verder brochures en artikelen. Tot aan zijn overlijden in 1960 blijft hij met Luther bezig en hoewel hij door het vele werk binnen en buiten de kerk nauwelijks tijd heeft voor publiceren doet hij toch enkele fraaie artikelen - detailstudies - het licht zien. Gekweld door gezondheidsproblemen ziet hij verlangend uit naar zijn emeritaat, om dan - eindelijk - zijn grote Luther-boek te kunnen schrijven. Het is hem niet gegeven dat boek het licht te doen zien. Als hij op 2 mei 1960 aan de gevolgen van een beroerte overlijdt, resten slechts de manuscripten en bandopnamen van door hem aan de universiteit van Bonn in de tweede helft van de jaren vijftig gegeven colleges over Luther. In 1974 verscheen een ingekorte bewerking van deze colleges in de serie Nachgelassene Werke van H.J. Iwand.

Ik stel me voor in een serie artikelen te tekenen hoe Iwand Luther heeft gelezen tegen de achtergrond van de specifieke vragen van deze eeuw, telkens in een andere context. Ik verbind in deze artikelen dus Iwands Luther-verstaan met zijn eigen biografie. Deze werkwijze is ingegeven door het opmerkelijke gegeven dat een dergelijke hermeneutiek bij Iwand niet heeft geleid tot een aanpassing en reductie van Luther. Hij legt Luther niet op het Procrustesbed van onze eeuw maar brengt integendeel in zijn Luther-studies de reformator zo tot spreken, dat de oorspronkelijke bevrijdende kracht van zijn boodschap weer gaat glanzen.

Het resultaat is een Luther, die niet de kampioen van het confessionele lutheranisme is, maar een inspirator - nog altijd - voor de gehele kerk van de Reformatie. Iwand was dan ook geenszins eenkennig, en de stem van Calvijn vindt bij hem steeds meer gehoor. "Er is niets mooier dan een gereformeerde lutheraan", heeft Barth van Iwand gezegd, een typering, die Iwand overigens met H.F. Kohlbrugge moest delen; in zijn Die Protestantische Theologie im 19. Jahrhundert bestempelt Barth hem als "reformierter Hyperlutheraner".

De Eerste Wereldoorlog en wat erna kwam

De jonge Hans Iwand begint na terugkeer uit de Eerste Wereldoorlog, zonder overigens toen ooit aan gevechtshandelingen te hebben deelgenomen, zijn theologische studie in Breslau. Het is niet ver van de omgeving, waar hij geboren is, en waar zijn vader door de jaren heen in enkele gemeenten heeft gediend als luthers predikant. Iwand deelt met zijn generatiegenoten een intens gevoel van vervreemding. De vertrouwde wereld van het Duitse keizerrijk, van de -voor Europa - ogenschijnlijke rustige decennia die er onmiddellijk aan voorafgingen, inclusief de geldende normen en waarden, is verleden tijd. Dat geldt ook van een theologie, die gaandeweg zich voor wat het Evangelie betreft meer en meer is gaan beperken tot de wereld van het innerlijk. Nu blijkt die innerlijke wereld een schijnwereld te zijn, en de mens blijkt een buitenkant te hebben die hemzelf verbaast. De hele idee van een vrij subject, dat in een hoogstaand ethisch verantwoordelijkheidsbesef vorm geeft aan het leven, is weggevaagd. De filosofische conceptie van een god, die garant mag staan voor de ethische idee, is aan flarden geschoten bij Verdun. Wie is de mens nu echt? Wie is de werkelijke God?

In de eerste jaren na de oorlog onderbreekt de jonge Hans Iwand enkele malen zijn studie om actief mee te vechten in een rechs-nationalistisch Freicorps, een soort studentenmilitie. Zo helpt hij in 1921 de Annaberg in Silezië verdedigen tegen aanvallen van Poolse nationalisten, en trekt hij ook Berlijn binnen om een linkse staatsgreep - de Kapp-Putsch - te verijdelen. Aan de strijd om de Annaberg houdt hij een onderscheiding over, die hem tijdens de jaren van het Derde Rijk nog van pas komt. Tussen deze bedrijven door studeert Iwand - met hartstocht, hartstocht - niet voor de wetenschap sec, maar voor een "leer" die op het "leven" betrokken is. Als Barth na Iwands overlijden over zijn eerste ontmoeting met hem in 1924 opmerkt dat hij van meet af van hem hield, verklaart hij dat met de vermelding dat in niemand van de theologen toen zo'n vuur gloeide als in Iwand. Dat "vuur" bespeurt men zelfs als men hem - de begaafde prediker en docent - alleen maar leest.

De aanklacht van het hart

Al tijdens zijn studie schaft Iwand de colleges van Luther over de Brief aan de Romeinen, die hij in de jaren 1515/1516 in Wittenberg gehouden heeft, aan. Van die colleges was bekend, dat Luther ze gehouden had, maar de tekst ervan achtte men teloorgegaan. In 1896 ontdekt Joh. Ficker in de bibliotheek van het Vaticaan (!) een door een student vervaardigd collegedictaat, en enige tijd daarna wordt in Berlijn het originele handschrift van Luther zelf ontdekt. De publicatie ervan in 1908 betekende - zeker in wetenschappelijke kring - een kleine sensatie, en vormde het begin van een "Lutherrenaissance". Tot dan toe beschikte men niet over deze colleges over de brief van Paulus, die voor Luther van doorslaggevende betekenis was geweest. Nu kon men zelf nagaan hoe de Augustijner monnik zich door de Schrift had laten gezeggen, en zelfs zijn hele verstaanskader door de Schrift fundamenteel had laten corrigeren.

Als Iwand tijdens zijn verblijf op het landgoed Machnitz, waar hij een baantje als gouverneur heeft, dit college bestudeert, doet hij in brieven aan zijn leermeester R. Hermann verslag van zijn leeservaringen. In Iwands brief van 5 augustus 1921 vinden we de verrukte uitroep, dat hij bij het lezen van een bepaalde passage wel had kunnen opspringen van vreugde en "ik weet niet wat te doen". Het gaat dan om een passage, die tot zijn vroege dood in 1960 telkens weer terugkeert. In zijn uitleg van Romeinen 2,15 schrijft Luther dat hier het hart, dat aanklaagt, tegenover God staat, die verdedigt, die voor de verloren mens opkomt en in de bres springt. Voor Luther is het de vreugde te beseffen dat God groter - en dat houdt in: van meer, van doorslaggevender gewicht - is dan ons hart.

Zulke zinnen werden door de jonge Iwand, die nog kort in de Eerste Wereldoorlog had gediend en voor wie de wereld van de 19e eeuw onbewoonbaar was geworden, als het ware ingedronken. In die 19e eeuw was God in het menselijk bewustzijn gezocht. Aan het begin van die eeuw had Schleiermacher in dit opzicht de toon gezet, en sindsdien was het bij links en rechts in kerk en theologie ondenkbaar dat geloof iets anders, en vooral iets méér was dan een ervaring, een bewustzijn.

Intussen - zo ontdekte de jonge generatie op de slagvelden van Europa - had zich buiten dat bewustzijn een samenleving ontwikkeld, die zich van verheven godsdienstige gevoelens niets aantrok. De God, die men meende gevonden te hebben in een innerlijk besef van aangesproken zijn door Hem in het geweten, die men meende te kennen als de God die ons schuldgevoel overstemt met een besef van rechtvaardiging als aanvaard-zijn - die God was een imaginaire god gebleken, die buiten het werkelijke leven stond. Ontgoocheld was men thuis gekomen van de slagvelden, met maar één mogelijkheid: van de grond af aan opnieuw beginnen. Dat opnieuw beginnen gold over de hele linie, maar zeker niet in de laatste plaats de relatie tot God.

Tegen deze achtergrond laat zich verstaan wat de jonge Luther voorlwand kon betekenen. Hij herkende diens ervaring niet meer thuis te zijn in de wereld waaruit hij afkomstig was. Hij deelde met hem het besef, dat men terug moest naar de Schrift. Evenals voor Luther was voor Iwand de grote ontdekking dat als ons hart ons veroordeelt - God meerder is dan ons hart. Gods stem valt niet samen met wat ons hart ons zegt. Het hart of het geweten, zo besefte Luther, kan een ongelooflijk gevaarlijk roofdier zijn, dat ons alle troost en zekerheid ontrooft. Rust, zekerheid is nergens anders te vinden dan in de belofte van God. Buiten ons. In God, die meerder is dan ons hart en in Jezus Christus vrijspreekt wie doodschuldig zijn.

Begin van een academische loopbaan

In 1927 wordt ïwands Habilitationsschrift over de relatie tussen rechtvaardigingsleer en geloof in Jezus Christus bij de jonge Luther door de theologische faculteit in Königsberg aanvaard, en kan Iwand voorzichtig gaan denken aan een academische loopbaan. Hij wordt Inspektor aan het Lutherheim in Königsberg, wat zoveel wil zeggen als studiebegeleider van de daar wonende theologische studenten. Daarnaast kan hij als Privatdozent colleges gaan geven aan de theologische faculteit. Alles met elkaar stelt hem dat in de gelegenheid om in het huwelijk te treden met Ilse Ehrhardt, dochter van een geziene hoogleraar chirurgie in Königsberg en zijn bewust protestants geworden joodse vrouw. Het was liefde op het eerste gezicht tussen die beiden. De moeder van Ilse was ook aanwezig op de bijeenkomst waar zij elkaar voor het eerst ontmoetten, en zag de vonken overspringen, 's Avonds merkte zij tegenover haar man op: "O ja, ik heb vandaag onze a.s. schoonzoon ontmoet."

Het huwelijk van Ilse en Hans was zeer gelukkig, maar zou slechts bijna 24 jaar duren; in december 1950 stierf Ilse aan borstkanker. Sindsdien deed Iwand er alles aan om de vijf kinderen die hij en zijn vrouw gekregen hadden een goede jeugd te geven, maar uit terloopse opmerkingen in brieven aan goede en vertrouwde vrienden valt op te maken dat voor hem de glans van het leven af was. "Ik had twee liefdes", schrijft hij in een brief, "en nu is er nog één over." Die andere liefde - de eerste - is de theologie, en in de theologie heeft Luther zijn hart gestolen.

Terug naar Iwands Habilitationsschrift. In 1930 slaagt Iwand erin het uitgegeven te krijgen, en het telt dan inclusief een later toegevoegd hoofdstuk nauwelijks honderd bladzijden. Niettemin is het een ongelooflijk rijpe vrucht van Lutheronderzoek en systematische doordenking. In de 19e eeuw had men bijval betuigd aan de lutherse rechtvaardigingsleer, maar die was toch min of meer los geraakt van het geloof in Jezus Christus. Een bekend theoloog uit het begin van deze eeuw, Wilhelm Herrmann, stelde dat de betekenis van Christus zich beperkte tot diens "innerlijke leven", en de uitwerking die dat op ons heeft. Dat Christus voor ons is gestorven en opgestaan, en dat daarin onze rechtvaardiging gelegen is, ontkende hij de facto.

Nu had deze reductie een achtergrond. Het histo-risch-kritisch onderzoek naar de "historische Jezus" dreef de theologie op de terugtocht. Steeds minder gold als historisch-betrouwbaar. Steeds hoger moest de systematische theologie de oever op bij het aanzwellen van de stroom van historische kritiek. Als er vrijwel niets met onomstotelijke zekerheid aangaande Jezus gezegd kan worden, is het toch verstandig je terug te trekken op een bastion dat buiten het bereik van iedere historische kritiek valt: het innerlijke leven" van Jezus, en de indruk die dat op ons maakt? Als Iwand studeert, is in brede kring een heroriëntatie op gang gekomen. De jonge theologen nemen afscheid van het "cultuurprotestantisme" en men wendt zich opnieuw tot de bronnen, tot de Schrift en de reformatoren, onder wie met name Luther. Tijdens de Eerste Wereldoorlog al had Barth zich van de theologie van zijn leermeester, onder wie o.a. Wilhelm Herrmann, afgekeerd, en zich gewend tot ... Paulus' Brief aan de Romeinen. Het had bij hem geleid tot een gaan staan bij de andere pool. Gods openbaring is niet van huis uit in ons bewustzijn aan te treffen, sterker nog: zij kan daarin eigenlijk niet of nauwelijks ingaan. We hebben niets dan "kraters" die ervan getuigen dat ooit God gesproken heeft. Iwand had Barth's commentaar op Paulus' Brief aan de Romeinen meteen na verschijnen gelezen, en was van meet af aan door hem aangesproken. Niettemin had hij - zeker aanvankelijk- zijn bedenkingen, en men kan zijn Habilitations-schrift lezen als een poging hetzelfde te doen als Barth, maar dan via Luther, en met vermijden van de eenzijdigheid die hij bij Barth waarnam.

Met Barth - en met Luther - legt Iwand er de nadruk op dat Jezus Christus in zijn lijden, sterven en opstanding de grondslag is van het christelijk geloof. Niet in die zin,' dat men tegen de reductie tot innerlijkheid van Wilhelm Herrmann en anderen nu opkomt voor "historische feiten". Wie Jezus langs historische weg benadert, zal Hem niet vinden, zo heeft Iwand geleerd uit Albert Schweitzers Geschichte der Leben Jesu-Forschung, dat - net als Luthers colleges over Paulus' Brief aan de Romeinen - in 1908 verschijnt, aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Wie Christus zoekt langs de weg van het wetenschappelijk onderzoek, zal triomfantelijk een Jezus presenteren die als twee druppels water op hemzelf lijkt.

Schweitzer's boek is er het duidelijke bewijs van. Het historisch onderzoek naar Jezus van Nazareth deelt in de aporieën (verlegenheden) van heel de theologie van de 19e eeuw. Namelijk dat men gevangen blijft binnen de wanden van het menselijk bewustzijn.

Rechtvaardingsleer en geloof in Jezus Christus

Werkelijk zicht op Jezus Christus krijgt men - zo heeft Iwand van Luther geleerd - slechts in geloof. Maar wat is dan geloof? Dit, dat men in het nauw gedreven door de wet, die ons vastpint op wie zij zijn, onze toevlucht nemen tot Gods belofte in Christus: het evangelie. De wet confronteert ons onverbiddelijk met wat onze daden over ons openbaren. De wet klaagt ons aan, en het geweten valt de wet bij. De wet sluit ons op in de wereld die in en door ons handelen gestalte krijgt. Uitzichtloos is onze verlorenheid. Maar de belofte van het evangelie die van buiten ons bestaan binnentreedt, in ons leven wordt in-gesproken, vertelt ons van Hem, die óók van buiten is ingegaan in de wereld: Jezus Christus.

Een centraal gegeven in Iwands boek is, dat het ene "buiten" - het evangelie dat mij de gerechtigheid van het geloof toespreekt - onlosmakelijk met het andere "buiten" - de gekruisigde en opgestane Jezus Christus- samenhangt. Wie het een of het ander loslaat verspeelt het hele christen-zijn. De rechtvaardiging is en

blijft vreemde vrijspraak. Op deze manier probeert Iwand de massieve afwending van alle bewustzijn te ondervangen en te overstijgen. Intussen levert dat wel de vraag op of deze "correlatie" van geloof en openbaring Iwand wel voldoende grond onder de voeten geeft om zich te kunnen verweren tegen de zuigkracht van wat zich in de cultuur aandient. Kan de gekruisigde en opgestane Jezus Christus niet zozeer gevangen worden in de dialectiek van wet en evangelie, dat er geen kritiek van het evangelie uitgaat op de reële ontwikkelingen in de maatschappij? Het rechts-nationa-lisme van Iwand - zal dat hem niet zoals vele anderen meetrekken naar het naüonaal-socialisme?