Terug naar Ecclesianet.nl

Johann Rudolf Wolfensberger (1827-1883), Kohlbrugges eerste hulpprediker

Drs. M. DEN ADMIRANT, 's-Gravenhage

In 1853 kreeg de Niederlandisch-reformierte Gemeinde te Elberfeld voor het eerst een hulpprediker, die dr. Kohlbrugge in zijn ambt terzijde zou staan.

De theologische kandidaat wie deze eer te beurt viel, was Johann Rudolf Wolfensberger, afkomstig van Bauma in Zwitserland. Ruim twee jaar diende hij de gemeente in Elberfeld. Daarna was hij enige tijd vicaris in Zürich, totdat hij in 1857 predikant in Zollikon werd.

Dr. H.F. Kohlbrugge, voorganger van de op 18 april 1847 gestichte Niederlandisch-reformierte Gemeinde, was op 9 mei 1848 als haar herder en leraar bevestigd. De gemeente telde in augustus van dat jaar bijna 700 zielen; in 1850 steeg het aantal tot 880. Al spoedig werd de behoefte aan een hulpprediker gevoeld. In juli 1849 bracht het presbyterium (de kerkenraad) een beroep uit op een jonge geleerde, de licentiaat') en privaatdocent Georg August Meier, vriend van de theoloog Johannes Wichelhaus. Tot vreugde van de gemeente nam Meier het beroep aan. Maar op 12 september 1849, vier dagen, voordat hij in Elberfeld zijn intrede zou doen, werd zijn levensdraad afgesneden.

In de begintijd van de gemeente werd weieens gezegd dat haar bestaan slechts van twee ogen (met andere woorden: van één man) afhing. De vrees dat het haar op den duur aan dienaren des Woords zou ontbreken, bleek echter ongegrond. Kohlbrugges vriend en geestverwant Johannes Wichelhaus, die aan de universiteit te Halle a.d. Saaie doceerde, bracht een aantal leerlingen met de Elberfeldse gemeente in contact. Sommige dienden haar enige tijd als hulpprediker.

Leerling van Wichelhaus

Eind 1851 beveelt Wichelhaus in een brief aan Kohlbrugge de 24-jarige Zwitser Johann Rudolf Wolfensberger2 ) aan. In een schrijven van 15 januari 1852 laat Kohlbrugge weten dat hij hem graag zou leren kennen. Hij vraagt of Wichelhaus een geschreven preek van Wolfensberger kan toezenden. Verder informeert hij of deze jonge man "de klank kent en tot uiting brengt, waaraan een levende gemeente gewend is".

Wolfensberger brengt een bezoek aan Elberfeld en maakt een goede indruk. Kohlbrugge vindt hem een uiterst bescheiden, open jongeman, die zijn genegenheid heeft gewonnen, toen hij vertelde dat zijn moeder een godvruchtige en tot de Here bekeerde vrouw was. In zijn brief van 2 april, waarin Kohlbrugge dit aan Wichelhaus mededeelt, schrijft hij ook dat Wolfensberger getroffen is door alles wat hij op de catechisatie hoort. De kinderen hier, zo heeft deze gezegd, weten meer van de Bijbel dan alle studenten in Halle samen.

Op zondag 18 april en Hemelvaartsdag 1852 vervult Wolfensberger predikbeurten in Elberfeld, "tot stichting van velen", aldus Kohlbrugge. In een brief van 20 juli schrijft hij aan Wichelhaus dat Wolfensberger op de 25ste des voormiddags voor hem zal preken. Er komen dan verscheidenen uit Delft om hun kinderen te laten dopen. Wolfensberger helpt ook bij de catechisatie. Vóór 25 september moet hij in Zürich examen doen. Kohlbrugge prijst Wolfensber-gers karakter, eenvoud en bescheidenheid, maar voegt eraan toe dat hij hem graag "levendiger" zou zien.

Wolfensberger vertrekt naar Zürich om daar zijn studie te voltooien. Begin 1853 heeft hij, zo bericht Kohlbrugge op 16 februari aan Wichelhaus, zijn schriftelijk werk ingeleverd en tegen Pasen denkt hij mondeling examen te doen. In een brief van 1 mei 1853 schrijft Kohlbrugge van Wolfensberger te hebben vernomen, dat hij door de Antistes3) is bevestigd en nu het recht heeft de sacramenten te bedienen. De Elberfeldse gemeente is voornemens hem op Hemelvaartsdag te beroepen. Kohlbrugge informeert bij Wichelhaus of deze blijft bij zijn advies Wolfensberger te beroepen als kandidaat, niet als hulpprediker. Ook vraagt hij of Wichelhaus het juist acht, dat Wolfensberger voor een bepaalde termijn, bijvoorbeeld voor twee jaar wordt beroepen.

Twee jaar in Elberfeld

Wat Wichelhaus hierop heeft geantwoord, is niet bekend. Wel weten we dat de theologische kandidaat Joh. Rudolf Wolfensberger op 5 mei 1853 als hulpprediker wordt beroepen. Op 22 mei wordt hij in zijn ambt ingeleid en een week later houdt hij zijn eerste preek over 2 Kor. 5.

In enkele volgende brieven aan Wichelhaus Iaat Kohlbrugge zich lovend uit over Wolfensbergers prediking: Wolfensberger hield gisterenavond een zeer goede preek over Jes. 51:1,2 (8 augustus 1853); Wolfensberger heeft vorige zondag tot aller tevredenheid over Psalm 100 gepreekt (16 mei 1855); gisteren heeft Wolfensberger voortreffelijk gepreekt over de woorden: over het Huis van David en over de burgers van Jeruzalem zal Ik uitgieten de Geest der genade en der gebeden (6 juni 1855).

Op 18 juli 1855 schrijft Kohlbrugge aan Wichelhaus: "Ik weet niet wat er zal gebeuren als ook de trouwe Wolfensberger beroepen wordt. Deze heeft een zo goede preek over de Drie-eenheid gehouden, dat mijn vrouw ze in het Nederlands laat vertalen en publiceren"4 ). In dezelfde brief vraagt Kohlbrugge waarom Wichelhaus bedenkingen heeft tegen de kandidaat Anstein, die door Wolfensberger als zijn opvolger in Elberfeld is voorgedragen. Wichelhaus geeft, naar uit zijn schrijven van 16 juli blijkt, de voorkeur aan J.F. Bula uit Freiburg. Deze is weliswaar niet zo welbespraakt en gevat als Herter (een andere leerling van Wichelhaus), maar hij is eenvoudiger van hart en gemoed, heeft grote vreugde in het Woord en God en studeert ijverig. Wichelhaus heeft een preek van hem gehoord, die heel goed was en met vuur werd voorgedragen.

Weldra wordt Johann Friedrich Bula naast Rudolf Huber (uit Frauenfeld, Thurgau, Zwitserland) aan de gemeente voorgesteld als opvolger van Wolfensberger en door het lot daartoe aangewezen. Op de 25ste november van 1855 houdt hij zijn intreepredikatie over Jes. 53:4. "Het was", schrijft Kohlbrugge drie dagen later aan Wichelhaus, "een goede, waardevolle, degelijke preek met een gelijkmatige, duidelijke voordracht". Voor Wolfensberger was het, zo vervolgt Kohlbrugge, hoog tijd om te vertrekken, omdat men hem begon te "bederven". Het is niet gezond, als we door allen geliefd en gevierd worden.

Predikant in Zollikon

In de loop van 1855 wordt Wolfensberger vicaris van de Predigergemeinde in Zürich. Twee jaar later, op 29 november 1857, doet hij zijn intrede als predikant te Zollikon in het kanton Zürich. Op 15 juli 1858 trouwt hij te Rheden met Geertruida Westendorp5), die hij waarschijnlijk ten huize van Kohlbrugge heeft leren kennen, Geertruida en haar zuster Julia6) logeerden soms bij de familie Kohlbrugge, zoals o.a. blijkt uit een brief d.d. 29 juli 1856 van Kohlbrugge aan Wichelhaus.

Als op 9 maart 1875 dr. Hermann Friedrich Kohlbrugge in Elberfeld ter aarde wordt besteld, voert na ds. Julius Künzli ook ds. Johann Rudolf Wolfensberger het woord. Aan het slot van zijn toespraak memoreert hij met dankbaarheid hoe de uitleg die Kohlbrugge van Johannes 3: 16 gaf, hem 25 jaar tevoren getroffen en voor altijd gegrepen heeft.

Tot aan zijn dood, 10 augustus 1883, is ds. Wolfensberger aan de gemeente van Zollikon verbonden gebleven. Zijn laatste rustplaats heeft hij gevonden in Elberfeld, op het kerkhof van de gemeente die hij dertig jaar tevoren als hulpprediker had gediend.

Enkele nazaten

Vermelding verdient nog het volgende, een dochter van ds. Johann Rudolf Wolfensberger en Geertruida Westendorp, Anna Maria (geboren 26 januari 1864), trad op 1 mei 1885 in Zürich in het huwelijk met Benjamin Lütgé, destijds predikant te Raamsdonk, later in Groningen en Elberfeld.

Een jongere broer van Anna Maria Wolfensberger, Hermann Karl (geboren 17 januari 1873), studeerde theologie in Groningen, trouwde aldaar op 29 september 1897 met Petronella Maria Boissevain en werd op 10 oktober daaraanvolgend predikant te Noordeloos. Van 1930 tot 1 oktober 1940, toen hij emeritus werd, diende hij de hervormde gemeente van Tholen. Daarna vestigde hij zich in Utrecht, waar hij op 18' september 1952 overleed.

Voorts noemen we Johannes Rudolf Wolfensberger, geboren 9 december 1898 als zoon van ds. H.K. Wolfensberger en Petronella M. Boissevain. Hij trad in de voetsporen van zijn vader en grootvader en werd predikant. Op 14 februari 1926 deed hij zijn intrede te Zevenhoven, waar ds. Theodor Jakob Locher, grootvader van zijn vrouw7 ), in de jaren 1871-'73 had gestaan. In 1929 vertrok hij naar Kubaard. Zijn volgende standplaatsen waren Sneek (1933-'39), Utrecht (1939-'45) en Amsterdam (1945-'64). Toen bij de invoering van de Nieuwe Kerkorde op 1 mei 1951 de Generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk voor het eerst in nieuwe samenstelling bijeenkwam8 ), werd ds. Wolfensberger tot preses gekozen; hij vervulde deze functie twee jaar. In 1957 werd hij voorzitter van de Amsterdamse centrale kerkenraad.

Vermeldenswaard is ook dat ds. Wolfensberger in zijn Amsterdamse periode voorzitter was van de Margaretha-Stichting ter ondersteuning van theologische studenten van gereformeerde belijdenis9).

Ds. J.R. Wolfensberger, die per 1 mei 1964 emeritus werd, overleed te Amsterdam op 3 oktober 1985.

Tot slot vermelden we nog dat een van zijn zonen, ds. Gerrit Hendrik Wolfensberger (geb. 1928), jarenlang directeur was van het hervormd opleidingscentrum "Ruimzicht".

1) Academische graad die bevoegdheid gaf tot doceren.

2) Johann Rudolf Wolfensberger werd op 29 september 1827 in Bauma, kanton Zürich, geboren als zoon van Heinrich Wolfensberger en Elisabeth Wartmann.

De briefwisseling tussen Kohlbrugge en Wichelhaus is gepubliceerd in: "Briefe von Dr. Theol. H.F. Kohlbrüggcan Johannes Wichelhaus aus den Jahren 1843-1857', bij J.J. Langen, Elberfeld 1911.

3) "Antistes" was in de kerken van Zürich, Basel en Schaffhausen de titel van de hoogste predikant, die als contactpersoon tussen Kerk en Overheid optrad.

4) Verschenen in 1855 onder de titel: "Het geloofsartikel van de Heilige Drie-enigheid, toegelicht door Johann Rudolf WoJfensberger V.D.M, van Zürich..

5) Geertruida Westendorp werd geboren op 8 december 1832 als dochter van Matthijs Westendorp (1796-1863) en Maria de Clercq (1797-1838). Zij overleed te Zürich op 21 maart 1899.

6) Julia Westendorp, geboren 31 januari 1831, trad op 26 oktober 1865 te Amsterdam in het huwelijk met de Zwitserse predikant Julius Künzli, wiens eerste vrouw in 1863 was overleden. Julia Künzli-Westendorp stierf te Elberfeld op 31 oktober 1900.

7) Dina Wilhelmina Locher (1901-1989) was een dochter van ds. Gerrit Hendrik Locher (1873-1927) en Dina Wilhelmina Roelofs Heijrmans (1878-1947).

8) De vergadering werd gehouden in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.

9) De Margaretha-Stichting, genoemd naar jonkvrouw Francoise Margaretha van Weede (1823-1899), werd omstreeks 1900 door ds. H.A.J. Lütge in het leven geroepen.