Terug naar Ecclesianet.nl

Kohlbrugge eindelijk op de kansel van de Ned. Hervormde kerk (III)

Dr. K. GROOT

Over al deze dingen en ook over het negatief resultaat van de pogingen om Kohlbrugge in Nederland op de kansel te krijgen zal de jonge mevrouw Kohlbrugge uit Vianen zeker veel hebben horen spreken. Ik vermoed dat zij toen in stilte het plan heeft opgevat om wat in andere plaatsen in ons land mislukt was, in haar woonplaats gedaan zien te krijgen. Mathilde was zeer gesteld op haar schoonvader, die haar zeer bewonderde om haar flinkheid in haar moeilijk huwelijk en zij had waarschijnlijk behoefte als dank voor de liefde die hij voor Gerrit en haar koesterde, actief in te grijpen. Teruggekomen in Vianen spreekt zij met de oudste plaatselijke predikant, Ds. G. van Duyl, een zeer origineel man en een bijzonder type, en ze weet deze te overtuigen van het onrecht haar schoonvader tot nu toe in de Vaderlandse Kerk aangedaan en van het feit dat die geliefde prediker die toch niets anders leerde dan wat was in overeenstemming met de leer der Hervormde Kerk, daarin niet mocht optreden. Wat bevriende en geestverwante collega's in Nederland niet gedurfd hadden uit vrees voor de gevolgen van overtreding van de Synodale besluiten, dat waagt nu de oude pastor van Vïanen!

Op 25 Juni gaat het eerste bericht dienaangaande van Mevrouw Kohlbrugge uit Elberfeld naar de vrienden Boissevain. "Morgenavond vertrekken Kohlbrugge en Antje naar Vianen. Mathilde heeft het er bij den ouden Dominé doorgekregen dat K. Zondag preken zal. Wij zijn angstig dat het er toch niet toe komen zal, evenwel het is mogelijk. Niemand weet er van, hier noch in Holland, ook Kol niet. Zaterdag zal Kol het weten en ik zal verzoeken ui. te telegraferen. Maak u in stilte gereed en laat niets merken. Is het ijs eenmaal gebroken, dan kan het verder komen."

Kohlbrugge treft ook zijn maatregelen en vraagt Boissevain als deze Zondag naar Vianen komt, de door Mathilde aan ds. Van Duyl beloofde sigaren uit Amsterdam mee te brengen. Het moeten goede zijn! Schreef hij vroeger eens: "Gij mijn geliefde Vriend! zoek voor mij in Amsterdam 1000 Java-sigaren op a ƒ 10,- de duizend, neem er s.v.p. eerst een enkele proef van, welke u het beste bevallen. De ƒ 10,- ontvangt gij van De Clercq, die ze verrekent .met Westendorp -zend ze s.v.p. per spoor aan mijn adres te Utrecht. Lütge vertrekt a.s. Dinsdag van Utrecht, als hij ze dus Maandag maar heeft. Wilt gij dat nu naar de letter voor mij doen; ik rook des daags een stuk of 3 of 4 van die sigaren, en daarom zou mij elke andere of betere soort te zwaar zijn, ik ben daar nu eenmaal aan gewend en kan die hier zo niet krijgen."

Nu luidt de opdracht: "Heb de goedheid, waardste Boissevain, om op het ontvangen van telegrafisch bericht u eerst te voorzien van twee kistjes goede sigaren, elk van 100 stuks of een kistje van 200 of van'250 met het portrait van de Koning er op. Zij zijn te krijgen bij Hajenius, VijgeruJam. Zeg maar aan,die dat ze voor Westendorp zijn, opdat ik zeker er van zij dat ze goed, extra goed zijn. Onze Mathilde doet ze volgens belofte present aan de Dominé. Ik denk 250 zullen ƒ 25,- kosten. Over de uitgave gelieve op mij te dispo-neren bij Westendorp en Comp."

Kohlbrugge gaat op reis en komt zaterdags met zijn dochter in Vianen aan. Alles verloopt volgens het plan. Ds. Van Duyl komt hem opzoeken om hem officieel te vragen of hij de volgende zondagavond voor hem wil preken. Het telegram kan aan Kol verzonden worden en deze zorgt er verder voor dat de andere vrienden verwittigd worden, die gaarne zullen komen om hun geliefde dominee eindelijk in eigen land en in eigen Kerk in de dienst des Woords te zien en te horen voorgaan. Het zou voor velen een blijde dag worden.

Toch viel er over die ook voor Kohlbrugge zo bijzondere dag een zware schaduw en bracht deze dag van blijdschap hem ook verdriet. Bij zijn aankomst in Vianen had hij Gerrit goed in orde bevonden, maar na de ochtendkerkdienst die hij met hem en Mathilde bezocht, was Gerrit helemaal in de war. "Die Orgel und das Singen muss ihn zu sehr aufgeregt haben." (Het orgel en het zingen moeten hem te veel opgewonden hebben) schrijft hij een maand later aan zijn jongere vriend professor Johannes Wichelhaus in

Halle. "Er war wie ich ihn noch nie gesehen. Nach Tisch sorgte ich dass alle sich legten. Gerhard schlief bald ein, aber für mich war es wie zum Ersticken. Ich blieb im Winde im Garten sitzen; hatte es der Prediger der Gemeinde nicht angekündigt, so ware ich davon-gelaufen." (Hij was er zo aan toe als ik hem nog nooit gezien had. Na de maaltijd zorgde ik ervoor dat allen naar bed gingen. Gerrit sliep weldra in, maar voor mij was het alsof ik van zorgen stikte. Ik bleef in de wind in de tuin zitten; had de prediker de gemeente de dienst niet aangekondigd, dan was ik weggelopen.) Tot de Vrijdag daarop, toen Kohlbrugge weer afreisde, bleef zijn zoon in die toestand en daarom overheerste bij zijn thuiskomst nog de droefheid over Gerrit. Op 9 Juli daaropvolgende schrijft zijn vrouw nog: "De indrukken van Gerrit hadden de Dominé geheel er onder gebracht en nog kan ik zeggen, is hij niet op dreef." Wat later kwamen er gunstiger berichten van Mathilde over haar man ("er ist wieder ganz wohl, munter und wacker"), waardoor de stemming in de Elberfeldse pastorie aanmerkelijk verbeterde.

Toen Kohlbrugge op die 29ste Juni echter de kansel van de kerk in Vianen opging en wist dat hij nu alleen maar het Woord Gods had te brengen, had hij zichzelf geheel in bedwang. "Auf der Kanzel war ich ganz ruhig, und als hatte ich mein Leben lang vor meinem Volke gepredigt; gar keine Reminiszenzen. Ich pre-digte über Genesis Kap. 3" (aan Wichelhaus). (Op de kansel was ik geheel rustig en als had ik mijn leven lang voor mijn volk gepreekt; er was geen sprake van kwalijke herinneringen. Ik preekte over Genesis, hoofdstuk 3.)

De preek werd eerst later geheel uitgeschreven en ook uitgegeven. Dat ze christocentrisch zou zijn, deed de voorzang (uit de Evangelische Gezangen no 42, vs 3 en 4) al vermoeden.

Van 't wonder samenstel der zon
Kon ik verstomd nooit reden geven;
Maar 'k zag haar schijnsel en ik kon
Bij hare warmte leven.
Zo kan mijn geest Gods hoge Raad
In Jezus' offer niet doorgronden;
Maar 't hart heeft van die liefdedaad
Het Goddlijk'ondervonden.

En dat de preek niet "voorwerpelijk" zou zijn, werd uit de aanhef al duidelijk: "Gemeente Gods, vergaderd te Vianen, en gij allen, die mij te dezer ure hoort! Dit is de hoofdzaak, waarop alles aankomt, dat het hart het Goddelijke ondervonden hebbe van die liefdedaad, dat God Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat wij door Hem het leven hebben. Dat wij dit zingen of zeggen, zal ons niet zalig maken. Kunt gij allen, die hier ter kerke zijt, het voor een alwetend God met blijdschap getuigen: Ja, zo is het, dat ondervond ook mijn hart? Daarop zal het toch aankomen in de ure des doods, voor een onherroepelijke eeuwigheid!? Kennis alleen baat niet." "Eerst dan, als de liefde Gods wordt uitgestort in ons hart, door de Heilige Geest die ons gegeven is, onderwerpt men verstand, wil en weg aan de gehoorzaamheid CJhristi; eerst dan, als er waarachtige bekering komt tot God en geloof in God, houdt men Gods Wet voor Gods Wet, en acht men zichzelf aan die Wet schuldig en in haar gebonden, neemt Gods Woord geheel aan voor Gods Woord, en heeft van de werking van de gehele Raad Gods ter zaligheid, van Zijn vrij-machtige genade, een ondervinding welke zaligmakend is."

Vóór de eigenlijke preek begon, nodigde hij ieder uit zijn bijbel voor zich te nemen - zo was men het in zijn eigen gemeente gewend - om bij de behandeling van het opgegeven Schriftgedeelte dit zelf te kunnen nagaan. Ditmaal werd het een preek in zeven punten: 1. Des mensen diepe val en moedwillige overtreding, vs 1-7; 2. Gods opzoekende liefde, vs 8-10; 3. Gods heilig gebod en des mensen onvatbaarheid daarvoor, vs 11-13; 4. Het eeuwig Evangelie, vs 14, 15; 5. Gods vaderlijke kastijding, vs 16-19; 6. Het geloof en de daaraan toegerekende rechtvaardigheid, vs 20, 21; 7. Het leven des geloofs, of hoe het met de voortzetting der heiligmaking en met de waarachtige dankbaarheid gelegen is, vs 22-24.

Over de indruk die de preek op zijn toehoorders maakte lezen we in de brief aan Wichelhaus: "Nach der Predigt, welche bis zwei Stunden wahrte, waren alle wie geschlagen, als ich das Amen sprach; am Fusse der Kanzel standen zwei Prediger und der ganze Kirchenrat als ich die Kanzel verliess. Der alte Prediger hielt eine kurze Anrede, welche ich kurz beantwortete, und alle drückten mir gerührt die Hand. Es wurden ungefahr Fl. 600 kollektiert, sonst nur ein Gulden. Kol, Boissevain, de Clercq, Baron de Geer und etliche andere waren in der Kirche. Sie hatten einander telegraphiert; ich hatte niemanden etwas sagen lassen als nur Kol." (Na de prediking die bijna twee uur duurde, waren allen verslagen, toen ik het Amen uitsprak; aan de voet van de kansel stonden twee predikanten en de gehele kerkenraad toen ik de kansel verliet. De oude prediker hield een korte toe-

spraak, die ik kort beantwoordde, en allen drukten mij ontroerd de hand. Er was voor ongeveer ƒ 600,- gecollecteerd, anders maar een gulden. Kol, Boissevain, De Clercq, Baron de Geer en enkele anderen waren in de kerk. Zij hadden elkaar getelegrafeerd; ik had niemand iets laten zeggen, behalve Kol.) .

Ja, het moet wel een gebeurtenis voor kerkelijk Vianen geweest zijn, toen Kohlbrugge er preekte; op 21 September liet Ds. Van Duyl hem nog eens voor zich preken. Naar verluidt moeten er ook Luthersen en Remonstranten, die wel meer in de Hervormde kerk kwamen, en zelfs Rooms-Katholieken en Joden onder zijn gehoor geweest. Het is wel merkwaardig dat "De Vijfheerenlanden", het weekblad voor Vianen en omstreken, met geen woord melding maakte van dit plaatselijk nieuws.