Terug naar Ecclesianet.nl

Behoort het profetisch spreken van de kerk tot het verleden?

Drs. M. den Admirant

Tijdens een in januari 2002 gehouden studiedag aan de Vrije Universiteit over de plaats van religie in de samenleving kwam ook de rol van de kerk ter sprake. Volgens een van de inleiders, de godsdienstfilosoof prof. dr. H.M. Vroom, behoort het profetisch spreken van de kerk tot het verleden. Kerken hebben te accepteren dat ze eenminderheid vormen en in een pluraal land leven. Het profetisch spreken moet een zaak van individuen zijn, niet van instellingen. Naar de mening van de godsdienstsocioloog prof. dr. G. Dekker zijn de kerken zelf zo pluraal geworden dat ze onmogelijk nog namens de gehele kerkelijke gemeenschap kunnen spreken.

Heeft de kerk tegenwoordig geen profetische roeping meer? Op deze vraag willen we wat nader ingaan mede naar aanleiding van een recente publicatie van dr. ir. J. van der Graafover de profetische roeping van de kerk in een postmoderne tijd *).

Apostolaire roeping

In de jaren van de Duitse bezetting werden de in het Interkerkelijk Overleg samenwerkende kerken zich van hun profetische roeping bewust. Duidelijk kwam dit tot uiting in de publieke kanselboodschappen, waarin de plaatselijke gemeenten werden ingelicht over protesten tegen maatregelen van de bezetter.

In de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlogpubliceerde de Nederlandse Hervormde Kerk via haar synode heel wat geschriften over allerlei actuele politieke en sociale thema’s, zoals het koloniale vraagstuk, het gebruik en bezit van kernwapens, het apartheidsbewind in Zuid-Afrika, de Europese eenwording, het armoedevraagstuk, milieuvervuiling en -beheer, euthanasie en abortus, huwelijk en seksualiteit. Door middel van deze publicaties probeerde de hervormde synode, naast de eigen kerkleden ook overheid en volk vanuit Gods beloften en geboden aan te spreken. Daarmee handelde zij conform haar apostolaire roeping, zoals geformuleerd in artikel VIII van de kerkorde van 1951: ‘De Kerk ….. wendt zich, in de verwachting van het Koninkrijk Gods, in de arbeid der kerstening tot overheid en volk, om het leven naar Gods beloften en geboden te richten’. Vaak werden de synodale geschriften door sommige politici fel bestreden, waarbij de kerkwerd verweten dat zij buiten haar boekje ging. Zo leidde de discussie rond de kernbewapening tot grote spanningen.

De met het hervormde apostolaat beoogde kerstening van de samenleving liep echter op een mislukking uit. De kerk is weggedrongen uit het publieke terrein. Er is een scheiding tussen godsdienst en samenleving ontstaan.

In de gegeven situatie stelt de kerk zich terughoudender op. Frappant is dat de ontwerpkerkorde van de SoW-kerkbescheidener over de missionaire roeping spreekt. ‘De kerk getuigt voor mensen, machten en overheden van Gods beloften en geboden’, aldus artikel I-6. Achterwege blijft de toevoeging van de hervormde kerkorde, dat het er in het getuigenis ‘tot overheid en volk’ om gaat ‘het leven naar Gods beloften en geboden te richten’. Volgens de vroegere secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk dr. K. Blei is dit geen onbelangrijk detail. In de ‘Verklaring van Overeenstemming inzake het samen kerk-zijn’ van 1986 klinkt nog een duidelijk apostolair motief door. De hervormde en gereformeerde opstellers roepen de twee betrokken kerken onder meer op ‘onze krachten te bundelen en zo samen te zoeken naar een gezamenlijk getuigenis van geloven en leven in de volkssamenleving van vandaag’1).

‘Waakzaam en nuchter’

In zijn studie Waakzaam en nuchter, over christelijke ethiek in een democratie (1994), poneert prof. dr. G.G. de Kruijf de stellingdat voor de kerk geen profetische rol in de samenleving is weggelegd. Aanvaarding van de liberale democratie gaat volgens hem niet samen met een spreken van de kerk tot volk en staat in politieke aangelegenheden. Maar behoort profetie dan niet tot het wezen van de kerk? Is een kerk die zich maatschappelijk terughoudend opstelt, niet bezig haar roeping te verzaken en te miskennen dat Gods beloften en geboden het hele, ook het openbare leven aangaan? De Kruijf beantwoordt deze vraag ontkennend. Naar zijn overtuiging kan de kerk juist in zo’n terughoudendheid ruimte scheppen om de christelijke roeping, ook in het openbare leven beter te vervullen.

Profetie heeft in het Oude Testament de aanspreekbaarheid van het volk Israël op het verbond met God tot vooronderstelling. Anders gezegd: profetie in bijbels-theologische zin veronderstelt theocratie. In het Nieuwe Testament ligt de zaak anders. Na Johannes de Doper wordt de profetie een randverschijnsel. De profeet maakt plaats voor de apostel. In het Nieuwe Testament is de profetie een verschijnsel binnen de christelijke gemeente. Hieruit trekt De Kruijf de conclusie dat de politieke rol van de kerk in een democratie moet worden gerelativeerd. ‘Doorgaans dient de kerk zich niet belijdend in de politiek te bewegen’. Daarop is echter één uitzondering. Wanneer de christelijke gemeente wordt gedwongen tot de uitvoering van wetten die zij om Gods wil moet verwerpen, is de grens van de loyaliteit aan de staat bereikt. In zo’n situatie zegt de gemeente haar loyaliteit op en legt daar verantwoording van af.

Volgens De Kruijf wordt profetie geboren uit de kennis van Gods beloften en geboden. Waar in de kerk waakzaamheid en nuchterheid worden betracht, zal te rechter tijd de profeet herkend worden. De kerk dient echter te worden bevrijd van de last, profetisch te móeten spreken. Deze visie houdt overigens geen capitulatie in voor de liberale wens, dat godsdienst louter als een ‘Privatsache’, als een particuliere aangelegenheid wordt beschouwd. De bezinning binnen de christelijke gemeente op de betekenis van het geloof voor het openbare leven moet worden gestimuleerd 2).

‘De apostel ook profeet’

De stelling dat voor de kerk geen profetische rol in de samenleving is weggelegd, wordt door dr. ir. Van der Graaf betwist. Met de titel van zijn geschrift De apostel ook profeet geeft de auteur aan, dat de apostelen ook een profetische boodschap naar de wereld hadden en dat de kerk in de traditie van profeten en apostelen die boodschap evenzeer heeft. Het spreken van de kerk in de samenleving wordt juist meer urgent als secularisatie en ontkerstening voortschrijden. Naarmate het volk meer aan de waarden en normen van het Evangelie ontzinkt en verder afgroeit van de heilzame geboden die God in Zijn Woord geeft, is het profetisch spreken van de kerk temeer noodzakelijk. De kerk kan en mag niet lijdelijk toezien dat de politieke orde wordt losgemaakt van zijn wortels in de wet Gods. Is de grens momenteel niet bereikt of overschreden, nu huwelijken die deze naam niet mogen dragen, worden gelegaliseerd en nu de beschermwaardigheid van het leven nog slechts verankerd ligt in het zelfbeschikkingsrecht van de mens?

De kerk dient te beseffen dat haar spreken niet alleen profetisch en koninklijk maar ook priesterlijk zal zijn, in bewogenheid met de schare. Toen in de jaren zeventig en tachtig nog sprake was van een ‘politiek spreken van de kerk’, werd dit vaak niet herkend als een kerkelijk spreken, omdat onduidelijk was dát en waaróm het om de Zaak van Christus ging. Het Heil waarvan de kerk spreekt is van een andere orde dan wat in de samenleving onder heil wordt verstaan. De kerk kan er geen vrede mee hebben als politieke beginselen uitsluitend van sociale en economische aard zouden zijn.

In de praktijk is het de zwakte van het profetisch spreken dat de kerk, vanwege de grote diversiteit aan opvattingen over de meest fundamentele kwesties, zelf zo vaak tot een compromis komt en niet ‘voor het compromis uit’ spreekt. De hervormde synode is zelfs niet tot een toegezegde boodschap over normen en waarden kunnen komen.

Van der Graaf wijst er tot slot op dat zijn pleidooi voor een profetisch spreken van de kerk onverlet laat dat er voor de gemeente een profetische roeping ligt. Een kerk die van bovenaf spreekt, bereikt niet altijd het volk aan de basis, doordat een klankbodem in de maatschappij ontbreekt. De gemeente van Christus bevindt zich dichter bij het volk ter plaatse dan de kerk als instituut bij het volk als geheel. Daarom pleit de auteur voor de gemeente als profetische gemeente.

In de genoemde publicatie is allereerst opgenomen de tekst van een lezing over de profetische roeping van de kerk in een postmoderne samenleving, gehouden door dr. ir. Van der Graaf tijdens de predikantencontio van de Gereformeerde Bond op 4 januari 2001. Daarna volgen een samenvatting van de discussie over het thema, een reactie door dr. W. Verboom over het Koninkrijk van God in de Heidelbergse Catechismus, de tekst van een schriftelijk interview met Van der Graaf in het blad Zicht, en ten slotte nog een artikel uit De Waarheidsvriend over gehoorzaamheid aan de overheid. In een woord voorafspreekt de auteur de wens uit dat het geheel een aanzet tot bredere bezinning biedt. Bij die wens sluit ik mij graag aan.

*)Dr. ir. J. van der Graaf, De apostel ook profeet; de profetische roeping van de kerk in een postmoderne tijd.

Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer, 2001, 69 blz., paperback.

1) Karel Blei, De Nederlandse Hervormde Kerk, haar geschiedenis en identiteit, Kampen 2000, p. 181, 182.

2) G.G. de Kruijf, Waakzaam en nuchter, over christelijke ethiek in een democratie, Baarn 1994, p. 236 v.v.