Terug naar Ecclesianet.nl

Søren en Regine

Mr. drs. H.L. Groenenboom, Ooltgensplaat

In de vorige jaargang (nrs. 23 - 25) schreef dr. H. Klink een artikel in drie afleveringen over Søren Kierkegaard. Naar aanleiding daarvan ontving de redactie van een belangstellende lezer bijgaand aanvullend artikel.

Het is een heel bekend feit dat het werk van de grote christelijke denker Søren Kierkegaard niet los kan worden gezien van zijn verbroken verloving met Regine Olsen. Het onderwerp komt in elk van de vele levensbeschrijvingen die aan hem zijn gewijd aan de orde. Maar doorgaans komt daarin vooral Kierkegaards kijk op de gebeurtenissen naar voren. Veel minder bekend is wat Regine er zelf van vond. Ook zij heeft haar herinneringen doorgegeven. Heeft zij de betekenis van deze gebeurtenis uit haar vroege jeugd uiteindelijk begrepen?

Het verhaal van de verloving is gauw verteld. In september 1840 wordt deze gesloten tussen de zevenentwintig jaar oude Kierkegaard (1813-1855) en de tien jaar jongere Regine (1822-1904). Overigens zonder dat daar, zoals wij dat kennen, een verkeringstijd aan voorafgaat. Al gauw krijgt Kierkegaard spijt van zijn beslissing. Hij twijfelt er sterk aan of dit Gods weg is, en komt tenslotte tot de overtuiging dat hij de verloving moet verbreken. Na ruim tien maanden, op 11 augustus 1841, stuurt hij Regine de ring terug. Zij kan daarin echter niets anders zien dan een uiting van zwaarmoedigheid, van depressiviteit, waaraan Kierkegaard in sterke mate lijdt. Daarom haalt zij hem over de verloving in stand te houden. In de dan volgende weken doet Kierkegaard alle mogelijke moeite om Regine van zich te vervreemden. Daardoor komt het twee maanden later tot een definitieve breuk.
  Ieder gaat vervolgens zijns weegs. Kierkegaard ontwikkelt zich tot een bekende, maar ook eenzame en onbegrepen schrijver. In 1854 opent hij een felle aanval op de verburgerlijkte Deense staatskerk. Dit veroorzaakt een opschudding die vergeleken kan worden met wat Fortuyns aanval op de gevestigde politiek in Nederland heeft teweeg gebracht. Op 11 november 1855 sterft hij.
  Regine trouwt in 1847 met de vijf jaar oudere Friedrich Schlegel. Deze ontwikkelt zich tot een hoge ambtenaar. In de periode 1855-1860 is hij gouverneur van Deens West-Indië, de tegenwoordige Maagdeneilanden. In 1854, nog voor Kierkegaard zijn aanval op de kerk heeft ingezet, vertrekt het echtpaar Schlegel reeds. Haar laatste ontmoeting met Kierkegaard heeft Regine door een vriendin als volgt laten beschrijven: “Zeven jaar na je huwelijk was jouw man benoemd tot gouverneur van West-Indië, en op de dag van je vertrek zag je Kierkegaard voor het laatst door hem expres op straat te ontmoeten. Toen hij je passeerde, zei je zachtjes tot hem: “God zegene je - moge het je goed gaan!“. Hij leek een stap terug te doen en groette je voor de eerste keer sinds de breuk, en voor de laatste keer hier op aarde!“ Als zij en haar man in Denemarken terugkeren, is Kierkegaard al overleden. In 1896 sterft ook Schlegel. Gevolg daarvan is, dat openlijk belangstelling wordt getoond voor Regine’s vroegere verloving met Kierkegaard. Omdat zij niet wil dat na haar dood allerlei verhalen ontstaan, neemt ze een aantal mensen in vertrouwen om haar herinneringen aan de verloving op te schrijven. Dat ziet ze als haar plicht.
  Anders dan je zou kunnen verwachten, blijkt uit Regine’s mededelingen dat de Schlegels geen enkele wrok koesterden. Zo lazen ze elkaar voor uit het werk van Kierkegaard. Dat die belangstelling oprecht gemeend was, blijkt uit het volgende voorval. Eens wijst een man, inspecteur Ottesen, Fritz Schlegel op twee portretten aan de muur van een kamer, één van Kierkegaard en één van Grundtvig; de laatste is een dan zeer vooraanstaand predikant en theoloog. Als Ottesen zegt dat hij zijn geestelijke ontwikkeling geheel aan Kierkegaard dankt, antwoordt Schlegel: “Lang nadat het met Grundtvig’s invloed is gedaan, zal die van Kierkegaard nog merkbaar zijn“. Ook de volgende gebeurtenis die Regine doorgaf, spreekt wat dat betreft boekdelen:

“Eens was ze werkelijk boos geworden op een geestelijke uit Kopenhagen, een goede vriend van haar, toen ze ontdekte dat hij totaal geen kennis had van het werk van Kierkegaard. “Dat is onacceptabel voor een ontwikkeld man in het land waar Kierkegaard leefde en werkte, en speciaal voor een predikant in de Deense Kerk“ zei ze, en balde haar vuist. Zij was er van overtuigd dat de predikant sindsdien hoogst waarschijnlijk een begin had gemaakt met zijn studie“.
Kierkegaard heeft steeds zijn best gedaan Regine duidelijk te maken wat hem bewogen heeft de verloving te verbreken. Onder meer door zijn stichtelijke redevoeringen op te dragen aan “een ongenoemde“. Dat hij in zijn opzet is geslaagd blijkt uit een brief die Regine schreef naar aanleiding van zijn overlijden. Zij was er van overtuigd dat hij haar offerde aan God “of dat nu was vanuit een aangeboren neiging zichzelf te kwellen (een twijfel die hij zelf had) of vanwege een innerlijke roeping door God (wat volgens mij gebleken is in de loop van de tijd en door de gevolgen van zijn werk)“.

Bij die overtuiging is zij gebleven. Als oude vrouw sprak zij regelmatig de jonge boekverkoper Robert Neiendam. Hij heeft daarover het volgende doorgegeven: “Zij sprak alleen vriendelijk over hem, en de jaren hadden haar verhouding tot hem duidelijk gemaakt. Het was een opdracht van God geworden, die haar had gebruikt als een instrument om Kierkegaard te brengen tot het voortbrengen van belangrijke religieuze werken, die zo’n grote betekenis zouden krijgen. Zij was in die tijd één van de weinigen die zijn brieven kende, en zij wist “dat hij haar meenam de geschiedenis in“. En deze gedachte woog op tegen wat zij had doorstaan“.