Terug naar Ecclesianet.nl

Drie Oranjevorsten en hun menselijke zwakheden (III)

W i l l e m I I , d e h e l d v a n W a t e r l o o

Bijna 48 jaar oud was Willem II, toen hij in oktober
1840 zijn vader als koning opvolgde. Willem Frederik
George Lodewijk werd op 6 december 1792 geboren
als eerste zoon van erfprins Willem Frederik en prinses
Wilhelmina van Pruisen. Op de 28ste van die maand
werd hij in de Grote Kerk van Den Haag gedoopt, bij
welke gelegenheid ds. Johannes Munnekemolen
preekte over de tekst: “Doch uw huis zal bestendig
zijn” (2 Samuël 7: 16a). Toen op zondag 18 januari
1795 de tweejarige Guillot (zoals het prinsje werd
genoemd) met de stadhouderlijke familie naar Engeland
moest uitwijken, zag de toekomst er helemaal niet
zo rooskleurig uit. Wel was het een bijzondere speling
van de geschiedenis dat op dezelfde dag in het verre
St. Petersburg aan het hof van grootvorst Paul van Rusland
grootvorstin Anna Paulowna werd geboren, de
latere gemalin van de jonge Oranjeprins.
Al in 1796 vestigde erfprins Willem Frederik zich met
zijn gezin in Pruisen. Daar werden een tweede zoon,
Frederik (1797-1881) en de dochters Pauline
(1800-1806) en Marianne (1810-1883) geboren.
Guillot groeide op in de schaduw van het hof van de
Hohenzollerns in Berlijn. Zijn oom Friedrich Wilhelm
III, een broer van zijn moeder, was vanaf 1797 koning
van Pruisen. Op zestienjarige leeftijd legde Guillot op
30 maart 1809 in het paleis van zijn ouders geloofsbelijdenis
af bij de predikant Friedrich Sack. In hetzelfde
jaar moest hij tegen zijn zin de hem vertrouwd
geworden Berlijnse wereld, waar hij een militaire
opleiding had genoten, verwisselen voor Engeland,
om zich aan de universiteit van Oxford breder te ontwikkelen.
Toen de twee studiejaren om waren, vergezelde
de prins in opdracht van zijn vader als aide de
camp de hertog van Wellington op diens veldtochten
in Napoleons vazalstaat Spanje. Hij verdiende er zijn
sporen en oogstte veel populariteit.
In december 1813 reisde de prins via Engeland,
waar hij zich verloofde met kroonprinses Charlotte,
naar Nederland. Toen zijn vader Willem Frederik op
30 maart 1814 werd ingehuldigd als soeverein vorst
van de Verenigde Nederlanden, kondigde deze officieel
de aanstaande huwelijksverbintenis van zijn oudste
zoon met de Engelse prinses aan. De trouwplannen
gingen echter niet door. Prinses Charlotte besloot
namelijk in juni, de verloving definitief te verbreken!
Prins Willem, door zijn vader benoemd tot generaal
der infanterie en later tot minister van Oorlog, kon zich
geheel wijden aan militaire zaken. Dank zij keizer
Napoleon, die in maart 1815 van Elba ontsnapte en
wiens legers oprukten naar de zuidelijke Nederlanden,
was er werk aan de winkel. Op 16 juni 1815 vond de
veldslag bij Quatre Bras en op 18 juni die bij Waterloo
plaats. Prins Willem, die kort tevoren de titel ‘Prins
van Oranje’ gekregen had, toonde in deze slagen veel
moed en onverschrokkenheid. Hij werd dan ook
gehuldigd als ‘de held van Quatre Bras en Waterloo’.
In deze veldslagen had de prins laten zien dat hij zijn
vader kon overtreffen. De Russische tsaar Alexander I,
die met de kroonprins bevriend was, liet spoedig na
de slag bij Waterloo officieel aan koning Willem I
weten, dat hij zijn zuster, grootvorstin Anna Paulowna,
aan de prins van Oranje wilde uithuwelijken. Eind
1815 ontmoette de kroonprins in St. Petersburg zijn
toekomstige vrouw en in februari 1816 werd het
huwelijk aldaar met veel pracht en praal voltrokken.


D e k r o o n p r i n s e n B e l g i ë

Het kroonprinselijk paar ging in Brussel wonen. De
Belgen hadden voor de prins veel meer sympathie dan
voor koning Willem I, in wie zij een typische Hollander
zagen: zuinig, koppig en stug. De koning omringde
zich bijna uitsluitend met Hollandse adviseurs. Tot
opluchting van de Belgen verzette de kroonprins zich
tegen de eenzijdige oriëntatie van zijn vader.
Op 14 maart 1817 werd de prins van Oranje in de
Brusselse vrijmetselaarsloge L’Espérance ingewijd, in
tegenwoordigheid van zijn broer Frederik, die inmiddels
in Den Haag het grootmeesterschap van de Orde
van Vrijmetselaren had aanvaard. Hun aansluiting bij
de vrijmetselarij genoot de goedkeuring van koning
Willem I. Diens raadsman A.R. Falck had hem ervan
weten te overtuigen, dat hierdoor zou kunnen worden
voorkomen dat via Belgische loges oppositie zou worden
gevoerd tegen zijn bewind. In kringen van het
Réveil zag men de logeactiviteiten van de prinsen echter
met lede ogen aan.
In de Nederduitse protestantse Augustijnerkerk in
Brussel vond op 27 maart 1817 de doop plaats van
de op 19 februari geboren eerste zoon van het kroonprinselijk
paar, de latere koning Willem III. Bij die gelegenheid
gaf de hofprediker, ds. W.L. Krieger, de prins
van Oranje de vermaning mee, zijn zoon niet alleen
voor diens aardse taak op te voeden, maar in het bijzonder
zorg te dragen voor zijn eeuwige bestemming.
Blijkbaar vond de predikant deze aansporing nodig
aan het adres van de prins, die destijds geen grote
belangstelling voor geloofszaken aan den dag legde.
Wat hem in die dagen vooral bezighield (maar slechts
weinigen wisten het), was de poging van een aantal
Fransen om koning Lodewijk XVIII van de troon te stoten
en in diens plaats de prins van Oranje tot soeverein
te maken. De prins, die via zijn zwager tsaar
Alexander van het plan had gehoord, voelde zich
gevleid en nam contact met de samenzweerders op.
Het plan liep echter op een mislukking uit. In het voorjaar
van 1819 liet de prins zich opnieuw verleiden tot
betrokkenheid bij een complot om de Bourbons de
Franse troon te ontnemen. Zijn zucht naar zelfstandigheid
maakte hem voor samenzweerders een gemakkelijke
prooi. De prins zou zelf koning van Frankrijk worden
en België zou bij zijn koninkrijk worden gevoegd!
Het feit dat hij kort daarop aan de sterrenhemel een
komeet zag verschieten, beschouwde de prins, gevoelig
als hij was voor de symbolische betekenis van
natuurverschijnselen, als een teken dat er zegen rustte
op het plan. Hij legde het aan tsaar Alexander voor,
maar deze weigerde zich met zo’n verderfelijke zaak
in te laten. De prins achtte zich daarna tot eigenmachtig
handelen gerechtigd. Het excuus dat hij ter sussing
van zijn kwade geweten aanvoerde, was dat de twee
helften van de Nederlanden elkaar het leven alleen
maar zuur maakten; wat lag er dus meer voor de
hand dan België bij Frankrijk te voegen. Het voor
koning Willem I zeer pijnlijke plan kon echter worden
verijdeld. Daarna kwam de prins van Oranje geleidelijk
tot inkeer en verzoende zich met zijn vader. Deze
verandering viel iedereen op. Prins Frederik sprak van
een metamorfose en was onder de indruk van de ernst
die prins Willem toonde en van de spijt en de goede
voornemens die deze tegenover zijn vader betuigde.
In een brief aan tsaar Alexander I schreef de kroonprins
zelf, dat de ‘volledige verzoening’ met zijn vader
bijna een droom was. Hij erkende dat hij in zijn bijna
dertigjarig leven voortdurend aan verkeerde neigingen
ten prooi was gevallen; behoefte aan prestatie en
beloning had hem in het verderf gestort. In de toekomst
zou hij alleen nog het goede omwille van het
goede gaan doen.
Een aantal jaren bleef het vrij stil rond de kroonprins,
maar nadat in 1830 de Belgen in opstand
waren gekomen, deed hij weer van zich spreken.
Koning Willem I stuurde de kroonprins samen met
prins Frederik naar Brussel om de orde te herstellen.
Die opdracht werd echter niet uitgevoerd. De koning
moest tot zijn verontrusting vernemen dat de prins
omging met ‘muiters en opstandelingen’. Oranjegezinde
Belgen boden hem het koningschap over een
zelfstandig België aan, maar de prins weigerde,
althans voorlopig. Hij vertoefde vervolgens een maand
in Den Haag. In die tijd bewilligde koning Willem I in
een splitsing van het koninkrijk in twee autonome
delen. De kroonprins zou voorlopig het zuidelijk deel
gaan besturen. Met deze boodschap vertrok de prins
naar Antwerpen. Op 16 oktober 1830 vaardigde hij
daar een proclamatie uit, waarin hij veel verder ging
dan zijn vader bedoelde. De prins riep de Belgen tot
onafhankelijke natie uit en stelde zichzelf aan het
hoofd van hun beweging. Maar de nieuwe machthebbers
in Brussel wilden de eens in hun land zo populaire
prins niet meer aanvaarden. En in Noord-Nederland
wekte zijn gedrag grote verontwaardiging.
Koning Willem I, geschokt, verdrietig en verbolgen,
gaf zijn zoon het advies, voorlopig zijn heil in het buitenland
te zoeken. De prins verbleef enige tijd in Engeland
en keerde in het voorjaar van 1831 naar Nederland
terug. In hetzelfde jaar kon hij zich rehabiliteren
tijdens de Tiendaagse Veldtocht (2-12 augustus 1831).
Bij Hasselt en Leuven werden de Belgen verslagen. Op
koninklijk bevel moest de strijd worden gestaakt,
omdat een Frans leger in aantocht was om de Belgen
te ontzetten. De Nederlandse natie was echter gewroken
en de kroonprins was weer de held van de dag.
M. den Admirant, ’s-Gravenhage