Terug naar Ecclesianet.nl

Martin Luther, zijn leven en zijn werk (I)

Luther heeft me vanaf mijn studententijd geboeid. Daaraan
zullen de colleges van de onvergetelijke kerkhistoricus,
Professor Maarten van Rhijn en de boeken van
de Amsterdamse hoogleraar W.J. Kooiman, groot kenner
van Luther, ongetwijfeld toe hebben bijgedragen. Ik
ben opgegroeid in de gereformeerde traditie van de
Heidelberger en de Nadere Reformatie. Ik kom altijd
weer onder de indruk van het gehalte van de theologie
van Calvijn, zoals je die aantreft in zijn Institutie, commentaren
en preken. Maar als ik eerlijk ben moet ik
zeggen dat ik Luther sprankelender en boeiender vind
om te lezen dan Calvijn. Dat zal ongetwijfeld te maken
hebben met het feit dat het twee totaal verschillende
persoonlijkheden waren. Overigens had de hervormer
van Genève diep respect voor Luther als pionier. En het
oordeel van Peter Meinhold dat Calvijn de grootste en
eigenlijk enige echte leerling van Luther was, zou wel
eens waar kunnen zijn. Ik las dat in een bijdrage van
Balke in een nieuw overzichtswerk over Luthers leven
en werk.1 Graag vraag ik in dit artikel uw aandacht
voor dit boek. Het is een schitterende uitgave, die mede
door de vele illustraties zowel een kijkboek als een leesboek
is. Het boek is overzichtelijk ingedeeld: De hoofdtekst
wordt afgewisseld met korte bijdragen die aspecten
van Luther nader belichten. De bruikbaarheid van
het boek wordt verhoogd door goede registers alsmede
een uitvoerig literatuuroverzicht.
I l l u s t r a t i e s
Alleen al vanwege de illustraties is de aanschaf van dit
werk de moeite waard. Voor dit beeldmateriaal is een
van de twee redacteuren, Martin van Wijngaarden,
luthers predikant in Rotterdam, verantwoordelijk. Van
Wijngaarden wijst er op dat deze uitgave op dit punt
in de traditie van Luther zelf staat. Immers de reformator
maakte ook zelf graag gebruik van illustraties en
beeldmateriaal. Het feit dat hij zich krachtig verzette
tegen de functie van de beelden bij Rome betekende
voor hem geen onderwaardering van het visuele element.
In de zestiende eeuw waren illustraties voor de
velen die niet lezen of schrijven konden een belangrijk
hulpmiddel. Dat laatste mag voor onze westerse
wereld niet opgaan, het feit dat we door Internet en tv
in een beeldcultuur leven, betekent dat ook vandaag
foto’s, beeldmateriaal, schilderijen voor velen een welkom
hulpmiddel zijn om het gesproken en geschreven
woord te begrijpen.
Ook wie, zoals ondergetekende, nog altijd doordrongen
is van de betekenis van het woord en daarmee
ook van het boek, zal er toch met vreugde kennis
van nemen en dankbaar zijn voor de zorg die aan dit
illustratiemateriaal gegeven is. Er is op een aantal uitzonderingen
na een duidelijke keus gemaakt voor
afbeeldingen en kunstwerken over de persoon, het
leven en het werk van Luther, zoals die vervaardigd
dan wel bewaard worden in Nederland. Op deze
wijze wordt ook een beeld geschetst van de ontwikkeling
van de lutherse kunst in ons land in relatie tot die
ontwikkeling in Duitsland. Ik vond het verrassend om te
ontdekken hoe rijk de oogst is aan illustratief materiaal
dat in ons land te vinden is in musea, kerken, kerkelijke
archieven en bijbeluitgaven. Niet alleen de
bekende portretten van Luther zijn opgenomen, maar
ook heel bijzondere illustraties, zoals een afbeelding
van de trouwringen van Luther en Katharina von Bora,
kerkzegels, polemische voorstellingen en gedenkpenningen.
Kortom: een boeiende schets van de ontwikkeling
van de lutherse kunst die mede door de uitstekende
toelichtingen voor je leven gaat.
O e c u m e n i s c h e o p z e t
Vergeleken met oudere Lutherstudies valt dit boek op
door wat ik zou willen noemen een ‘oecumenisch
karakter.’ Nu is dit voor historici een bekend gegeven.
Al decennia lang komen bijvoorbeeld Rooms-katholieke
theologen tot een veel eerlijker beschrijving en
waardering van Luther dan hun voorgangers uit de
achttiende en negentiende eeuw, zonder dat verschillen
verdoezeld werden. Omgekeerd is er in de Protestantse
geschiedschrijving een ander en beter zicht
gekomen op de betekenis van de Middeleeuwen voor
reformatorische theologen. In dit boek komt de lezer
naast namen van lutherse theologen ook de naam
tegen van de bekende Calvijnkenner, Professor W.
Balke, van dr. E. van der Veer, destijds als gereformeerd
predikant gepromoveerd op Luther en van
enkele Rooms-katholieke historici, waaronder dr. Martijn
Schrama die een prachtige bijdrage leverde over
Luther en Augustinus, en de Leuvense hoogleraar Verkruysse
die het thema ‘de theologie van het kruis’
behandelt.
Verkruysse wijst er in zijn bijdrage op dat het in de
theologie van het kruis – het kernmoment in de Heidelbergse
stellingen van 1518 – niet om een systeem gaat,
maar om de beleving van dit heilgeheim door mensen.
Tegenover de scholastieke theologen van zijn tijd laat
de reformator horen dat de enige weg die een mens
naar het heil kan voeren, niet het onderhouden van de
wet is, maar enkel het vertrouwend geloof in de liefde
van God in Jezus Christus. Gods handelen is scheppend
handelen. Gods liefde schept wat beminnenswaardig
is. Dat is het geheim van de rechtvaardiging.
H o o f d t e k s t
De hoofdtekst is van de hand van dr. Sabine Hiebsch,
werkzaam als onderzoeker aan de Protestantse Theologische
Universiteit. Dr. Hiebsch volgt de chronologische
lijn van Luthers leven – van zijn schooljaren tot
aan zijn dood - , zonder zich te verliezen in details of
te streven naar een volledige biografie. Ze koos voor
een aantal focuspunten, zoals Luthers ervaring als
monnik en zijn bekendheid met de monastieke theologische
tradities, de ontwikkeling van zijn kruistheologie,
de drie sola’s – genade alleen, Christus alleen, het
geloof alleen – , het crisisjaar 1525 (boerenoorlog),
Luther als pastor en zielzorger, zijn betekenis voor eredienst
en kerklied, de interactie tussen politiek en reformatie
en een beschrijving van Luthers laatste jaren.
Leggen we haar tekst naast oudere publicaties van
W.J. Kooiman dan zullen we veel overeenkomsten vinden,
maar toch is het bepaald geen doublure. Je merkt
dat het Lutheronderzoek sinds Kooiman zijn boeiende
radiolezingen hield niet heeft stilgestaan. Het betoog
van Hiebsch is wat strakker, wat minder anekdotisch
dan het vlot leesbare boek van Kooiman, maar niettemin
is ze er in geslaagd op een boeiende wijze Luther
voor ons te laten leven. Niet in het minst door de vele
citaten uit zijn werken die opgenomen zijn.
Ook mevrouw Hiebsch wijst er op dat Luthers theologie
een theologia practica is, en geen speculatieve
theologie. Kenmerkend is het volgende citaat uit een
brief aan Spalatinus van 18 januari 1518: “Eén ding
staat vast: je kunt in de Schrift niet alleen met hard studeren
doordringen. Het begint bij het gebed, waarin
je de Heer smeekt om naar zijn welbehagen iets te
laten geschieden door jou tot zijn eer en niet tot eer
van jezelf of enig ander (...) Je moet dus niet vertrouwen
op je eigen inspanning en inzicht, maar alleen
bouwen op de inwerking van de Geest. Geloof me, ik
heb het ervaren.” Die laatste woorden tekenen Luther
ten voeten uit. Hij getuigt van een ervaren waarheid,
beproefd in de aanvechting. Ik herinner aan Luthers
vertaling van Jesaja 28:19: ‘Alleen de aanvechting
leert op het Woord te letten”.
C o n t e x t
Nu is iemands leven en werk nooit los te maken van
de context waarin hij leeft. Vandaar dat aan het eigenlijke
thema een boeiende schets van de wereld waarin
Luther leefde, vooraf gaat. Het is de wereld van de late
middeleeuwen, die gekenmerkt wordt door ingrijpende
veranderingen, zoals de boekdrukkunst, de ontdekkingsreizen
naar Amerika en India, de ontwikkelingen
op het terrein van de wetenschap (Leonardo da
Vinci!) en niet in de laatste plaats de Copernicaanse
vervanging van een geocentrisch wereldbeeld – waarbij
zon, maan en sterren geacht werden om de aarde
te draaien – in een wereldbeeld waarbij de aarde om
de zon draaide. Overigens was de visie van Copernicus
in Luthers tijd nog volop voorwerp van discussie;
naast aanhangers vond ze ook felle bestrijders. Kerkelijk
was het de tijd van hervormingsbewegingen die
zich verzetten tegen de kerkelijke misstanden. Luthers
werk is niet los te denken van die veranderingen. Die
vormen de randvoorwaarden voor zijn hervormingsarbeid.
Zo heeft de boekdrukkunst bijgedragen aan
een snelle verspreiding van Luthers publicaties.
Luthers kritiek op kerkelijke misstanden spoorde
goeddeels met wat anderen voor en naast hem ook
beweerden. In politiek opzicht zijn de invloedrijke positie
van de keurvorsten in Duitsland alsmede de politieke
conflicten waar keizer Karel V mee te maken had, van
betekenis geweest voor de ruimte die Luther kreeg zijn
theologie te ontwikkelen en zijn hervormend werk voort
te zetten. “Zonder de aanwezigheid van al deze randvoorwaarden
was Luthers theologie wellicht niet eens
buiten de muren van Wittenberg bekend geworden.”
Wie gelovig belijdt dat God, de Here, de geschiedenis
leidt, zal met dankbaarheid en verwondering in dit
alles zijn hand opmerken. Hervorming betekent vernieuwing.
Luther staat op de drempel van de middeleeuwen
naar een nieuwe tijd. Althans, wij constateren
achteraf dat met Luther een nieuwe tijd begon. Luther
zelf heeft dat niet zo beleefd. Hij was sterk doordrongen
van de gedachte dat het einde der tijden nabij
was. Die eindtijdverwachting heeft hem gestempeld.
A. Noordegraaf, Ede
N o o t
1 Sabine Hiebsch en Martin van Wijngaarden (red.), Martin
Luther, zijn leven, zijn werk, Uitgeverij Kok –ten Have,
Kampen 2007, 288 p., € 29,90 (ISBN 9789043514156).