Terug naar Ecclesianet.nl

Getuigen van Christus in de nazi-tijd (V)

Dr. H. KLINK, Hoornaar

Bonhoeffer werd gefusilleerd op 9 april 1945, enkele weken voor het einde van de Tweede Wereldoorlog. De dagen die vooraf gingen aan zijn dood waren zeer bewogen. Hij was eind maart vanwege de luchtaanvallen op Berlijn overgebracht naar het concentratiekamp Buchenwald.

Het kamp was overvol. Dat noopte zijn begeleiders om hem en anderen via Regensburg naar Schönberg in het Beierse Woud te brengen. Onderweg daarheen doemde de Gestapo plotseling op. Sommige gevange-

nen werden afgezonderd en meegenomen. Bonhoeffer had het gevoel dat men ook hem zocht, maar hem "vergeten" was. In afwachting van de zeer onzekere toekomst, verbleven de gevangenen in Schönberg als in een oase. Hun werd een plaats toegewezen in een groot vierkant gebouw. Boven de ingang ervan stonden de woorden Mddchen Schule. De gevangenen vonden er zowaar veren bedden, met heldere groene en gele overtrekken. Tijdens de maaltijd konden ze zelfs van groente en aardappelen genieten!

Bonhoeffers laatste preek
Op de zondag na Pasen werd Bonhoeffer gevraagd een dienst te leiden. Na enige aarzeling stemde hij ermee in. Het gezelschap dat naar de Schriftlezing en de uitleg luisterde en dat enkele gezangen zong, bestond uit een bonte mengeling van mensen. Behalve Bonhoeffer en meerdere Duitsers bevond er zich een (atheï
stische) Rus onder, aan wie Bonhoeffer de grondslag van het christelijke geloof duidelijk maakte en van wie hij wat Russisch leerde. Ook een Engelse officier, die een groot natuurlijk gezag bezat, maakte er deel van uit.

Allen waren geroerd door de woorden die Bonhoeffer uitsprak naar aanleiding van Jesaja 53. Het is treffend dat juist op het allerlaatste moment van de dienst, soldatenlaarzen in de gang hoorbaar waren, die de aankomst van de Gestapo aankondigden. Dietrich was ervan overtuigd dat het hun om hem te doen was. Hij vergiste zich daarin niet. Nadat zijn naam afgeroepen was en hij zich bekend gemaakt had en duidelijk was dat hij meegenomen zou worden, nam hij afscheid van zijn medegevangenen, ervan overtuigd dat zijn laatste uren ingegaan waren.

Jesaja 53: toch gelukkig
Nog maar enkele maanden voordien - rond de jaarwisseling - had Bonhoeffer naar aanleiding van het gedicht "Vö
n guten Machten wunderbar geborgen", het volgende aan zijn verloofde geschreven:
"Jij, mijn ouders, jullie allemaal, de vrienden en leerlingen in het veld, jullie zijn steeds bij mij tegenwoordig. Jullie gebeden en goede gedachten, bijbelwoorden, lang geleden gevoerde gesprekken, muziekstukken en boeken, verkrijgen leven en werkelijkheid als nooit tevoren. Het is een groot onzichtbaar rijk, waarin je leeft en je twijfelt niet aan het bestaan ervan. Zoals in het kinderliedje over de engelen gezegd wordt: "zweie die mich decken, zweie die mich wecken", zo is de bewaring 's morgens en 's avonds door goede, onzichtbare machten iets wat wij volwassenen niet minder nodig hebben dan de kinderen. Je mag dus niet denken dat ik ongelukkig zou zijn. Wat is eigenlijk gelukkig of ongelukkig? Het hangt immers zo weinig van de omstandigheden af, eigenlijk alleen van wat er in iemand omgaat."

Wat er in de uren waarin Bonhoeffer naar het kamp Flossenbürg gevoerd werd, in hem omging, brengt de schrijfster heel fijnzinnig in verband met de gebeurtenissen in Schönberg. Haar beschrijving van de bijna lugubere tocht naar het concentratiekamp en de plaats waar de in allerijl in elkaar gezette "rechtszitting" en de terechtstelling van de volgende dag zouden plaatsvinden, wordt keer op keer onderbroken door een tekst uit het door Bonhoeffer gelezen schriftgedeelte uit Jesaja. Daarmee geeft de schrijfster zeer treffend weer hoe deze gang naar het einde voor Bonhoeffer de gang was naar een nieuw begin. Bonhoeffer zélf had het zo onder woorden gebracht. Toen hij de Engelse officier de hand drukte, vroeg hij hem namelijk de groeten over te brengen aan bisschop Bell: "Dit is het einde -voor mij het begin van het leven."

De door de schrijfster aangehaalde teksten vormden voor Bonhoeffer in deze uren als het ware de treden naar het Jeruzalem dat boven is. Ze doen denken aan de traptreden in de kathedraal te Metz, die leiden naar het in steen uitgehouwen verhoogde altaar, dat de bezoeker vanwege zijn bouw herinnert aan de stad die fundamenten heeft...

De laatste gang
Inderdaad vond er die avond van de 8e april een "rechtszitting" plaats, waarbij naast Bonhoeffer ook zijn zwager Hans, admiraal Canaris en generaal Oster schuldig bevonden werden aan de moordaanslag op Hitler. Enkele dagen daarvoor, nota bene tijdens de laatste besprekingen in zijn hoofdkwartier, had Hitler hoogstpersoonlijk bevolen dat de vier mannen niet mochten blijven leven.

De terechtstelling vond plaats op de 9e april, op het moment van zonsopgang. "Aan' -de voeten van het schavot knielde Dietrich en met zijn vinger trok hij in de platgetrapte aarde het teken van, het kruis. Hij ging staan en legde zijn leven in handen; van de Vader. De beul bond Dietrichs handen op; zijn rug en voerde hem de treden op. Dietrich hief zijn hoofd op, rechtte zijn rug en beklom de drie treden. Daar draaide hij zich om. Achter de lampen, achter de mannen met hun honden, achter de verre muur op de ver verwijderde heuvel brak de dageraad aan en verlichtte de bomen. De zon kwam op."

Op deze wijze kwam er een einde aan het aardse leven van Dietrich Bonhoeffer. Een einde, dat even veelzeggend was als zijn leven. Tien jaren na de terechtstelling schreef de kamparts, die getuige was van deze gebeurtenissen:

"Tijdens de morgen van de betreffende dag, om ongeveer 5 of 6 uur, werden de gevangenen (...) uit hun cellen gehaald en werd hun het vonnis voorgelezen van de krijgsraad. Door de half geopende deur van een kamer in de barak zag ik dat, voor hij de gevan-geniskleding moest uittrekken, Bonhoeffer neerknielde voor een innig gebed tot God. De manier van bidden, zo vol overgave en zeker van de verhoring van deze zo bijzonder sympathieke man heeft mij diep ontroerd. Ook op de plaats van de terechtstelling bad hij nog kort en besteeg toen moedig en beheerst de trap naar de galg. De dood volgde na enkele seconden. Ik heb in mijn 50-jarige praktijk als arts zelden iemand zo vol overgave aan God zien sterven."

Het uitzicht
Mary Glazener heeft ons met haar boek "De beker der gramschap" een grote dienst bewezen. De titel spreekt voor zichzelf. Christus sprak ooit tot zijn discipelen: "de beker die de Vader Mij te drinken geeft, zal Ik die niet drinken?"

Ook Bonhoeffer werd een beker der gramschap te drinken gegeven. Door de kracht van Christus, wiens voetstappen hij wilde drukken, is het hem vergund om op waarlijk moedige en christelijke wijze de hem aangereikte beker aan de lippen te nemen en te drinken. Had hij niet met de ingang van het nieuwe jaar gedicht:

En wilt Gij ons de bittre beker geven
met gal gevuld tot aan de hoogste rand,
dan nemen wij hem dankbaar zonder beven
aan uit uw goede, uw geliefde hand.
en:

In goede machten liefderijk geborgen,
verwachten wij getroost wat komen mag,
God is met ons des avonds en des morgens,
is zeker met ons elke nieuwe dag.

Liedboek voor de Kerken, gezang 398.