Terug naar Ecclesianet.nl

Augustinus als Prediker (slot), DS. IJ. Wisse, Rijnsburg

Aansprekende beelden en uitleggingen

Het menselijk leven in deze wereld heeft de kerkvader herhaaldelijk weergegeven met het beeld van het oversteken van een zee. Hierover het volgende uit een preek:
"Het is alsof iemand van op verre afstand zijn vaderland ziet en er een zee tussen ligt. Hij ziet, waar hij naar toe moet, maar hij beschikt niet over een middel om er ook metterdaad naar toe te gaan (...). Opdat er nu een weg zou zijn, waarlangs wij zouden kunnen gaan, kwam van ginds Hij - Christus - tot wie wij wilden gaan. En wat deed Hij? Hij maakte een hout gereed, waardoor wij de zee kunnen oversteken. Want niemand kan de zee van deze wereld oversteken, als hij niet gedragen wordt door Christus' kruis. Dit kruis wordt soms ook vastgegrepen door iemand, die zwak van ogen is. En wie niet van op verre afstand ziet, waarheen hij moet gaan, moet zich vooral niet van dit kruis verwijderen, en het zal hem tot het gewenste doel brengen.'
Dit dan, mijn broeders en zusters,'zou ik u graag op het hart willen drukken: als u vroom en christelijk wilt leven, klampt u dan vast aan Christus (...). Hij is tot ons gekomen, opdat Hij de zwakken zouVdragen en zij de wereldzee zouden oversteken en zouden komen in het vaderland, waar geen schip meer nodig zal zijn, omdat er geen zee meer overgestoken hoeft te worden."

En de bisschop besluit dan zijn preek met nog eens op dit beeld terug te komen:
"Dit moge nu voor u voldoende zijn, en laat u opbouwen in Christus en wordt sterk in het geloofden weest onvermoeid bezig in goede werken en wijkt niet af van het kruishout, waardoor u de zee kunt oversteken!"1)

Verrassend is Augustinus soms ook in de verklaring en toepassing van een bepaald bijbelgedeelte. Een voorbeeld hiervan is te vinden in een preek over Joh. 2: de geschiedenis van de bruiloft in Kana. Wij lezen daar:
"Het wonder van onze Here Jezus Christus, waarbij Hij uit water wijn maakte, is niet verwonderlijk voor hen, die weten, dat God het heeft gedaan. Dezelfde immers, die op de bruiloftsdag wijn maakte in de zes vaten, die Hij met water liet vullen, bewerkt dit ieder jaar in de wijnstok.

Zoals namelijk door het toedoen van de Here dat, wat de dienaren in de vaten uitgoten, in wijn veranderde, zo wordt door het toedoen van dezelfde Here dat, wat de wolken uitgieten, in wijn veranderd. Maar hierover verwonderen wij ons niet, omdat het ieder jaar gebeurt. Door de jaarlijkse terugkeer verliest men de bewondering ervoor. Toch verdient het eigenlijk een grotere waardering dan de geschiedenis met de wat er vaten.

Wie kan immers de werken van God in ogenschouw nemen, waardoor heel deze wereld wordt geleid en bestuurd, zonder dat hij versteld staat van de wonderen en er als het ware onder bedolven wordt? Als men de kracht van een enkele korrel van welk

gewas dan ook beschouwt, is dit iets geweldigs voor de beschouwer. Deze raakt er diep van onder de indruk. Maar omdat de mensen door hun aandacht voor andere dingen de gewoonte om Gods werken aandachtig gade te slaan verloren hebben, waardoor zij dagelijks de Schepper eigenlijk zouden moeten prijzen, heeft Hij voor Zich als het ware een paar ongewone daden bewaard om hen met wonderlijke dingen als uit een slaap op te wekken met de bedoeling, dat zij Hem zouden aanbidden.

Een ander iets. Een dode is opgestaan en de mensen staan versteld. Zovelen worden er dagelijks geboren en niemand vindt het iets bijzonders. Zouden wij de dingen met meer verstand in ons opnemen, dan is het in de grond van de zaak een groter wonder, dat iemand, die er niet was, is, dan dat iemand, die er eens wèl was, herleeft."2)

Tenslotte
Het bovenstaande was een poging er enige indruk van te geven, hoe Augustinus preekte, gedurende bijna veertig jaar. Hij deed het op een eigen manier, in een eigen vorm en stijl. Over het laatste zou nog veel meer te zeggen zijn. Slechts enkele dingen werden hier genoemd.

Dit echter moet duidelijk zijn geworden: Augustinus wilde een vertolker zijn van de boodschap van de Heilige Schrift. Voortdurend was hij op zoek naar de goddelijke waarheid. Possidius, zijn biograaf, vergeleek hem met Maria, die aan de voeten van Jezus gezeten, aandachtig naar Zijn woorden luisterde.3)

Toch ontmoeten wij in zijn preken niet de werkelijke Augustinus. Zijn preken immers kunnen ons geen indruk geven van de klank van zijn stem, van zijn gelaatsuitdrukking en van zijn gebaren. Possidius schrijft dan ook, dat hij gehoord moest worden:
"Ik meen, dat zij aan wie het vergund was, hem in levenden lijve in de kerk te horen en te zien, en vooral zij, die van nabij zijn omgang met de mensen hebben meegemaakt, daar nog veel voordeel van
hebben gehad".4)

1. Tract. in Joa. ev. II, 2,3,16. In "de beata vita" vergelijkt Augustinus het menselijk bestaan eveneens met een zich bevinden op een wereldzee (I, 1). Vgl. ook Sermo 252, 2.

2. Tract. in Joa. ev. VIII, 1.

3. Possidius, Vita S. Augustini 24. Vgï. Luk.lO:39.

4. Vita 31.