Terug naar Ecclesianet.nl

Getuigen van Christus in de nazi-tijd (III)

Dr. H. KLINK, Hoornaar

Het seminarie te Finkenwalde
Vanaf 1935 leidde Bonhoeffer vijf jaren het nieuw opgerichte predikantenseminarie van de Bekennende Kirche in Finkenwalde.
Hij was er de juiste man op de juiste plaats. Dit was voor hem een tijd van grote theologische en praktisch-theologische vruchtbaarheid. Hij zette zich in voor een compleet nieuwe vormgeving van de gebruikelijke opleiding tot vicaris. Het loont de moeite om het een en ander door te geven over de manier waarop hij daaraan gestalte gaf. Het geeft ons de gelegenheid om te zien, hoe in de ogen.van Bonhoeffer een predikantenopleiding eruit behoorde te zien.

De studie om te komen tot het ambt van predikant omvatte voor Bonhoeffer veel meer dan het zich bekwamen als geleerd theoloog: het was een voorbereiding tot een ambt waarin in woord en praktijk de waarheid van het Evangelie beleden moest worden. Natuurlijk was de predikantenopleiding allereerst een studie in de theologie. Bonhoeffer zelf was - hoe men ook over sommige facetten van zijn theologie mag denken - een bekwaam theoloog. De grote vragen die zich voordoen op het gebied van de theologie, eigende hij zich met een zeker gemak toe.

Maar Bonhoeffer was niet alléén een theoloog. Het is opvallend dat zijn biograaf Bethge, wiens naam in dit artikel meer dan eens zal voorkomen, een van de eerste hoofdstukken over Bonhoeffers leven de titel meegeeft: "Van theoloog tot christen". Er was een periode in Bonhoeffers leven geweest waarin hij bijkans uitsluitend "theoloog" was, liever: theoreticus over het geloof! Zijn eigen geloofsleven stond in die tijd op een laag pitje, bidden deed hij weinig, van persoonlijke betrokkenheid bij de boodschap van het Woord van God was nauwelijks sprake. Dit bleef zo totdat hij in aanraking kwam met het levende woord van Christus. De boodschap van de Schrift greep hem aan en veroorzaakte een grote verandering in zijn leven. Hij kwam tot de ontdekking dat persoonlijke overgave aan en het volgen van Christus een onmisbare voorwaarde is voor het theoloog- en predikant-zijn.
Bonhoeffer heeft kans gezien om deze overtuiging te vertalen in de opzet van de predikantenstudie waaraan hij leiding gaf.
Het treffende daarvan is dat hij op een cruciaal moment - toen namelijk de kerkelijke structuren door het nationaal-socialisme van binnenuit meer en meer werden aangetast - kans zag om een eigen opleiding uit te bouwen, waarin naast de studie van de theologie de nadruk viel op persoonlijke meditatie, gezamenlijk gebed en gezamenlijke bijbelstudie. Men kan daarom gerust zeggen dat het seminarie opviel door zijn vroomheid.

De sfeer op het seminarie
We zijn op dit punt goed ingelicht. Niemand minder dan de al genoemde Eberhard Bethge studeerde aan het seminarie in Finkenwalde. Meerdere gesprekken heeft hij met de schrijfster Mary Glazener gehad. Aan de hand van deze gesprekken heeft zij zich een levensecht beeld kunnen vormen van de sfeer die er heerste in Finkenwalde.

Geruggesteund door de feiten geeft zij op treffende wijze iets van de verbazing van de studenten weer, die op de dag van hun aankomst geconfronteerd werden met het gezamenlijk gebed na de maaltijd. Bonhoeffer zelf ging daarin voor. De indringendheid van het gebed viel hen op... en de lengte ervan.
Ook de bijbelstudies namen veel tijd in beslag. De dagindeling was strak geregeld. In het seminarie werden de studenten gehouden aan een behoorlijk strakke discipline. Dat deed evenwel niets af aan de opgeruimde en ontspannen sfeer die er heerste. Ook daarvan geeft de schrijfster ons een beeld, als zij een zwempartij in de nabijgelegen Baltische Zee schildert, waaraan naast de studenten ook Bonhoeffer deelneemt, die in de groep de gangmaker is. Ongetwijfeld hebben we ook hier te maken met een herinnering van Bethge.
Bethge's verhaal, dat op heel veel bladzijden merkbaar is, geeft ons een indruk van het leven op het seminarie: de dagindeling, de ontspanning, de onderlinge gesprekken, het optreden van de huisbazin, en ook met betrekking tot de figuur van Bonhoeffer zelf, die heel wat enigszins naï
eve studenten de ogen opent voor de werkelijke gevaren die samenhangen met de "politiek" van Adolf Hitler. Al gauw wordt duidelijk dat de meeste studenten Bonhoeffer op handen droegen en dat hij weldra hun held werd.

De Broederschap
Bonhoeffers idealen blijken hooggegrepen. Hij is overtuigd van de exceptionele nood der tijden. Onder de tekenen daarvan schaart hij de opkomst van het nationaal-socialisme en het wegvallen van de structuren van de Evangelische Kerk, die hij, nadat zij geweken is voor de macht van Hitler, niet meer wil aanmerken als Kerk. Ook van de om zich heen grijpende secularisatie geeft Bonhoeffer zich rekenschap.
Hij ziet in dat predikanten, die van goede wil zijn, in hun gemeenten weliswaar het een en ander kunnen bereiken, maar dat het resultaat van hun ijver niet in verhouding staat tot de tegenkrachten, die zich als in een complot gezamenlijk breed maakten. In feite voeren de predikanten her en der in den lande een bijna onmogelijke strijd tegen de malaise van de tijd. En dat ieder afzonderlijk. Aan deze voor de kerk zo precaire situatie wil Bonhoeffer iets doen door de krachten van studenten en voorgangers te bundelen. De geëigende weg daartoe was het vormen van een evangelische communiteit. Dit is het geboorteuur van het Brüderhaus in Finkenwalde, dat zich kenmerkte door gebedsdiscipline en gezamenlijke financiën. Bonhoeffer wilde op die manier een bijdrage leveren aan de vraag naar nieuwe modellen van christelijk leven in deze voor de kerk zo moeilijke situatie. Onder de studenten bevindt zich Bethge.

De realisatie van zijn plan in deze richting leverde hem al snel het verwijt op' dat hij zich begaf in roomskatholiek vaarwater. Bonhoeffer ontkende dit. Het lag niet in zijn bedoeling om een soort kloostergemeenschap op te richten. Het was hem er juist om te doen dat de predikanten in een echt christelijke zin deelnamen aan het volle.leven, maar dan als een zoutend zout. Dit kon niet bereikt worden zonder onderlinge steun, broederschap, bemoediging en opscherping van elkaar.

Een innerlijk conflict
Op dit punt aangekomen, is het goed om enkele woorden te wijden aan een heel persoonlijk en teer punt in Bonhoeffers leven. Het is een element waar Mary Glazener de lezer langzaam mee vertrouwd maakt, totdat zij het openlijk ter sprake brengt. Het betreft Bonhoeffers uitdrukkelijke gevoel voor zijn tekortkomingen.

Bonhoeffer stelde zich in het licht van 'het Evangelie hoge eisen. De ervaring leert dat wie hoog grijpt, onherroepelijk tegen zijn tekortkomingen en zonden oploopt. "Door de wet is de kennis der zonde", zegt de apostel Paulus. Bonhoeffer is zich daar schrijnend van bewust geweest. Het bracht hem tot de bittere vraag, of hij wel geschikt was voor een leiderschap, dat men als heel vanzelfsprekend van hem aanvaardde.

De kwaliteiten van zijn leiderschap waren van dien aard dat de studenten zich als vanzelf aan zijn leiding toevertrouwden. Het vertrouwen dat zij in hem stelden, stond echter voor Bonhoeffers gewaarwording niet in verhouding tot zijn kwaliteiten. Vandaar dat hij er zich buitengewoon aan kon storen als hij merkte dat studenten hem bewonderend aankeken of zijn gezag kritiekloos aanvaardden. De tweestrijd die dit bij hem teweeg bracht, schildert de schrijfster op een heel fijngevoelige en subtiele manier. Ook in het doorgeven van deze feiten is zij van Bethge afhankelijk.

Bonhoeffers aanvechting valt kort samen te vatten met het woord van de apostel Paulus, die ergens schrijft dat hij ervoor wil waken, dat niemand van hem zou denken, boven hetgeen men van hem zag of wist. Langs de weg van de persoonlijke biecht, die Bonhoeffer zelf als een mogelijkheid in de broeder-kring geïntroduceerd had, probeerde hij met zichzelf in het reine te komen. De student Bethge, op wie hij zeer gesteld was, werd door Bonhoeffer gevraagd om zijn diepste twijfels aan te horen.
Aanvankelijk begreep Bethge niet hoe diep de twijfel bij Bonhoeffer stak. Tijdens een tweede gesprek erover werd hem pas goed duidelijk hoezeer deze vragen aan Bonhoeffers innerlijk knaagden,. De passages die Mary Glazener aan het tweegesprek tussen beide personen wijdt, zijn vanuit het oogpunt van zielkunde heel fraai. Bethge, die maar met moeite in kon zien, wat Bonhoeffer zo kwelde, gaf hem tot slot als antwoord, dat het een vorm van zelfkwelling kan zijn om de gaven die God iemand gegeven heeft niet in dankbaarheid te willen aanvaarden. Er bestond een manier waarop de bewondering die hij oogstte en die samenhingen met de grote gaven van hoofd en hart die God hem gegeven had, hem niet in conflict zou brengen met zichzelf en het besef van zijn zonden. Die manier was een ootmoedige erkenning van deze gaven. Deze erkenning bood tegelijkertijd ruimte om de eigen tekortkomingen en zonden eerlijk onder ogen te blijven zien! Ook onze zwakheden worden door God gekend. De weg tot overgave en dienst aan Hem bestaat in het ootmoedig erkennen van onze gebreken è
n het dankbaar aanvaarden van onze gaven. Het heeft Bonhoeffer veel moeite gekost om deze weg te gaan...

Tot slot zij opgemerkt dat Bonhoeffer in zijn verhouding tot de studenten ook teleurstellingen heeft moeten incasseren. Zo moet het hem zwaar gevallen zijn toen een van zijn studenten het seminarie inruilde voor de reguliere predikantenopleiding, omdat "Hitler toch ook heel veel goede dingen deed".

Het einde van Finkenwalde
De jaren waarin Bonhoeffer leiding gaf aan het seminarie waren veelbewogen. Alert volgde men in Finkenwalde de verwikkelingen die leidden tot de Tweede Wereldoorlog. Het seminarie kwam bij de nationaal-socialisten al snel in een slechte reuk te staan.

Reeds in 1936 had de Kulturminister Dietrich Bonhoeffer zijn onderwijsbevoegdheid aan de universiteit van Berlijn ontnomen, omdat hij zich niet bereid had-verklaard zijn werkzaamheden in Finkenwalde op te geven. In 1937/38 moest het experiment met het Brüderhaus beëindigd worden. Het huis in Finkenwalde werd verzegeld door de Gestapo. Bonhoeffer week met zijn studenten uit naar het zogenaamd groepsvicariaat: de vicarissen werden toegewezen aan twee predikanten in Pommeren. Daar konden ze elkaar nog tot 1940 op twee trefpunten ontmoeten, voor elk een halfjaar onderwijs. Dit betekende dat Bonhoeffer om zijn studenten te zien hele afstanden per auto moest afleggen. In 1940 werd Bonhoeffer, evenals zijn vriend Bethge, door de broederraad van de Bekennende Kirche benoemd tot vicaris. In het kader hiervan werd Bonhoeffer al spoedig een spreekverbod opgelegd.

In verzet
We kunnen onmogelijk ingaan op het vele wat het rijke boek van mevr. Glazener ons over het leven van Bonhoeffer in deze jaren biedt. Op éé
n facet moet echter nadrukkelijk gewezen worden: Dietrichs betrokkenheid bij het verzet tegen Hitler.
Bonhoeffers zwager Hans von Dohnanyi was werkzaam bij het ministerie van Justitie. Dit ministerie genoot in de eerste periode na Hitlers machtsovername een tijdlang een relatieve zelfstandigheid. Het apparaat van Hitlers handlangers en ministers had zomaar geen inzage in de dossiers en werkzaamheden op het ministerie. Dietnchs zwager had er al voor het uitbreken van de oorlog een gewoonte van gemaakt om allerlei voor Hitler belastend materiaal op te slaan en buitengewoon goed op te bergen. Toen al speelde het door zijn hoofd om, gezamenlijk met anderen, Hitler uit zijn macht te ontzetten. Dit met een beroep op de misdaden die hij - voor de buitenwereld steeds gecamoufleerd - had gepleegd. Via Von Dohnanyi werd de familie Bonhoeffer in een vroeg stadium bij de genoemde plannen betrokken. Bonhoeffers vader werd al in de jaren dertig gevraagd een rapport bij te houden van feiten waaruit moest blijken dat Hitler een gevaarlijke psychopaat was. Toen de oorlog uitbrak bleek meer en meer dat een staatsgreep onmogelijk zou zijn zonder Hitler te doden. Von Dohnanyi schrok voor plannen in die richting niet terug.

Hij stond hierin niet alleen! Enkele hooggeplaatste militairen, waaronder generaal Oster en admiraal Canaris, beiden werkzaam in de Spionage-Abwehrorganisation, werkten actief mee in het verzet tegen Hitler. Deze kring beraamde tot twee keer toe een moordaanslag op Hitler. Beide keren mislukte de aanslag jammerlijk.

Ook Dietrich Bonhoeffer werd 'door zijn zwager ingewijd in de plannen van de kring. Via zijn zwager kwam hij in aanraking met generaal Oster, die diepe indruk op hem maakte. De visie van Bonhoeffer op het toelaatbare van een moordaanslag was voor de leden van de verzetsgroep van groot belang. Hitler had immers na de dood van kanselier Hindenburg van alle overheidsdienaars de eed van trouw geëist, erop speculerend dat hun Pruisische eergevoel hen zou dwingen om zich in alle omstandigheden aan deze eed te houden. De vraag was hoe een predikant en theoloog als Bonhoeffer over deze kwestie zou denken.

Een moedig besluit
Hoewel Dietrich Bonhoeffer zich ten volle bewust was van de beladenheid van een dergelijk onderwerp - de omverwerping van de regering en een moordaanslag op de Fü
hrer - was hij vastberaden. Hij stemde ermee in. De poging moest ondernomen worden, ter-wille van zovele duizenden en miljoenen slachtoffers van het Hitler-regime. De motivatie voor dit verzet bracht Bonhoeffer in alle eenvoud als volgt onder woorden: "Als een chauffeur een dollemansrit maakt en mensen omver rijdt, moet iemand hem zo snel mogelijk achter het stuur vandaan zien te krijgen."

Dietrich realiseerde zich heel goed dat zijn betrokkenheid bij de plannen die de kring maakte, hem in groot gevaar bracht. Hij deinsde er niet voor terug. Dat gold ook voor de gedachte dat hij door in te stemmen met een moordaanslag ("op wat voor manier dan ook" had hij gezegd) "vuile handen" zou maken. De misdaden die Hitler beging, waren te evident dan dat Bonhoeffer het er niet voor over zou hebben, om in te stemmen met een dergelijke daad.

Bonhoeffer deinsde voor het gevaar niet terug. Al in de eerste maanden van de oorlog is dat kenmerkend voor zijn houding.
Als vrienden het hem mogelijk maken om in 1939 een aantal lezingen in Amerika te houden, komt hij in conflict met zichzelf. De vraag die hem kwelde, was of hij in Amerika moest blijven. Teruggaan naar Duitsland betekende het aanvaarden van een groot risico. Desalniettemin besluit hij naar Duitsland terug te keren. Aan een vriend schrijft hij, toen het besluit gevallen was: "Ik moet deze moeilijke periode van onze nationale geschiedenis samen met de christenen in Duitsland ondergaan. Ik zou er geen recht op hebben na de oorlog mee te werken aan het herstel van het christelijk leven in Duitsland, als ik de beproevingen van deze tijd niet met mijn volk zou delen..."
Met recht is Bonhoeffer een theoloog van de navolging. Hij heeft het niet bij woorden gelaten. In de daad van solidariteit met het volk, maar dan op christelijke wijze, door zich op te stellen tegen de goddeloze praktijken en tendensen, drukte hij, terwille van het recht van God, de voetstappen van Christus.

Bonhoeffers arrestatie
Bonhoeffer maakte in de eerste jaren van de oorlog, in opdracht van de verzetsbeweging regelmatig reizen naar het buitenland. Dit onder andere om .de vredes-voorwaarden van de geallieerden te weten te komen. Dit was nodig om de Duitse verzetsbeweging ruggesteun te verschaffen voor de geplande putsch tegen Hitler. De oecumenische contacten van Bonhoeffer waren daarbij van grote betekenis. Vooral via de bisschop van Chicester hield hij contact met de geallieerden, maar niet minder via het Centraal Bureau van de Oecumenische Raad in Genè
ve.

Door een onregelmatigheid met deviezen bij de vluchtelingenhulp aan Joden kwam het op 5 april 1943 tot de arrestatie van Bonhoeffer. Zijn arrestatie luidde het begin in van de maanden van gevangenschap, die eindigden met zijn dood op 6 april 1945. Tijdens deze maanden leek het er even op dat de zaak Bonhoeffer zou vastlopen. De Gestapo had niet de bevoegdheid om de militaire Abwehr, waarvan Oster en Canaris deel uitmaakten te controleren, ook al probeerde men al lange tijd de Abwehr bij het hoofdkwartier aan de Prinz Albrechtstrasse in Berlijn in te lijven. Belastend materiaal tegen Bonhoeffer kon niet gevonden worden. Dit veranderde echter volledig toen de Gestapo na de mislukte aanslag op Hitler op 20 juli 1944 in Zossen bij Berlijn stukken vond van de Abwehr, waaruit overduidelijk bleek dat ook Oster, Dohnanyi en Bonhoeffer al sinds 1938 bij de samenzwering tegen Hitler betrokken waren.