Terug naar Ecclesianet.nl

Kaj Munk, Verankerd in het onzienlijke

KAJ MUNK

VERANKERD IN HET ONZIENLIJKE

En weest niet bevreesd voor hen, die wèl het lichaam-doden, maar de ziel niet kunnen doden; weest veeleer bevreesd voor Hem, die beide, ziel en lichaam, kan verderven in de hel. Worden niet twee mussen te koop aangeboden voor één duit, en niet één daarvan zal ter aarde vallen zonder uw Vader. En de haren van uw hoofd zijn ook alle geteld. Vreest dan niet: gij gaat vele mussen te boven.

Mattheüs 10 : 28 - 39

Dat is een van de dingen, die maken, dat Christus kan glimlachen, omdat Hij weet, dat ook dit in Gods hand ligt: de grote afrekening aan het einde der dagen, het laatste oordeel. Dat zal niet willekeurig en toevallig zijn, en niet beheerst worden door de stemming van het ogenblik en van de vraag, wat nu precies goed latijn is, zoals dat met het oordeel van de geschiedenis het geval is of met onze opvatting van de toekomst of met wat dan ook, kortom, met al die hoge instanties, waaraan men zich als definitieve instanties pleegt te houden.

God is het geheim van Jezus' kracht en sterkte. De God, die de wereld schiep op de eerste bladzijde van de Bijbel en die Zijn schepping oordeelt op de laatste bladzijde daarvan. En die op alle bladzijden daartussenin, die op alle bladzijden van de wereldhistorie zozeer dezelfde is, dat het ons verstand te boven gaat en dat er niets op aarde zo groot is, of Hij kan het met Zijn wijsvinger omver gooien, en niets zo klein, of Hij ziet het toch en bemoeit er zich mee.

Waar is die God? Christus was geen uitvinder. Hij construeerde geen kijker, waarmee Hij tot voorbij de sterren kon zien; Hij was de Verlosser, die ons Zijn levende geloof schonk. Dat is de doldrieste moed van het Christendom, dat het het wereldraadsel wil oplossen met het woord geloof en dat het pretendeert, dat er geen andere sleutels voor dat raadsel zijn; alle andere sleutels maken alleen maar de deur open naar de vertrekken van de leugen en het zelfbedrog; alleen het geloof leidt de koningszaal van de waarheid binnen.

Voor dat geloof betaalde Christus de volle prijs, en tot die prijs behoort ook de twijfel. Zijn doodsangst in Gethsemane en Zijn kreet aan het kruis: Eli, Eli lama sabachtani, laten ons Hem zien als Zoon des mensen en niet als schijngod. Hij, die ons leerde de angst te

overwinnen, Hij heeft zelf de angst méér gekend dan wie ook. Toen viel ook Hij aan de dood ten offer, en de Onbekende en Oneindige, die vlakbij het musje is, als dat ter aarde valt, zond Zijn ochtendzon, om Hem uit de diepte des doods op te voeren naar de troon der waarheid.

Niet alleen uit dat verre verleden, maar ook van daarboven, uit het rijk van het morgenrood, dat is het leven, en van de troon der waarheid gaat Zijn stem naar ons uit en zegt ons, dat wij hem niet moeten vrezen, die het lichaam doodt, maar die wellicht, als hij dat lichaam doodt, daardoor juist aan de ziel de eeuwigheid schenkt. Als de chaos en de verwarring om ons heen en in ons aanwassen tot een vloed, die ons dreigt mee te sleuren, dan is het, dat wij pas goed voelen, dat wij als christenmensen verankerd zijn in het onzienlijke, en dwars door het wilde golfgebruis heen horen wij die heldere, hemelse stem. En dan zien wij, dat de zonde niet erger is dan voorheen, zij gedraagt zich alleen maar wilder, maar hoe wilder wij haar zich zien gedragen, des te dankbaarder zijn wij voor die verankering in het onzienlijke. Hoe hoog haar handlangers zich ook ten hemel verheffen, het betekent toch alleen maar, dat zij straks des te dieper zullen vallen. Het kwaad kan heel lang duren,maar eeuwig duurt het nooit. En dat is onze troost, de leugen kan nog zo schel gillen, als haar longen dat vermogen, door al dat geschreeuw wordt zij nog geen waarheid; het geweld kan over de aarde jagen van pool tot pool, maar toch blijft het geweld; het kwaad kan zich zelf alle mogelijke fraaie namen geven, maar toch blijft de goedheid de diepste droom van de mensenharten. En er is niets bedekt, of het zal geopenbaard worden, en verborgen, of het zal bekend worden.

De wereld is in Gods handen. Als Hij het kan verdragen, dat zij zich gedraagt, zoals zij zich gedraagt, dan moeten wij dat ook kunnen. Het is ons genoeg, dat zij werkelijk in Zijn handen is, dat Hij met het musje is, dat ter aarde valt, ja misschien méér dan met die vogel, die daar zo trots en overmoedig rondvliegt. Onze roeping, onze strijd is het om, zonder bang te zijn, dat het lichaam zou kunnen verderven, en alleen maar bevreesd, dat het werk zal mislukken en dat de ziel in duisternis ten onder gaat, onze Heer te volgen en op te zien naar onze Meester, opdat ieder onzer zijn werkstuk als leerling naar behoren voltooie.

De hier afgedrukte tekst is een gedeelte uit een preek door Kaj Munk gehouden in de zomer van 1942. Op 4 januari 1944 werd deze Deense predikant door de Gestapo vermoord.