Terug naar Ecclesianet.nl

De zichtbaarheid/onzichtbaarheid van God en de zalige Godsaanschouwing (2)

Drs. Th.R POL, Doorwerth

DE ZICHTBAARHEID/ONZICHTBAARHEID VAN GOD EN DE ZALIGE GODSAANSCHOUWING, DE VISIO DEI (2)

De zichtbaarheid van God

In de inleiding werd reeds opgemerkt, dat er tot onze grote verwondering in de bijbelse openbaring toch ook sprake is van het "zien" van God. De onzichtbaarheid en zichtbaarheid van God komen naast elkaar voor. Over Gods zichtbaarheid handelen de verschijningen in natuur en geschiedenis, de verschijning van God in Jezus Christus en het zichtbaar worden van God, zoals dat tot uitdrukking gebracht wordt in de Johanneïsche geschriften, met de drieërlei onderscheiding, te weten: in het geloofsleven, in de naastenliefde en bij de wederkomst.

Verschijningen in natuur en geschiedenis

Gods heerlijkheid is in de schepping zichtbaar en te aanschouwen1)- Dit ontgaat de door de zonde verblinde mens. Zijn verstand is verduisterd en God is naar zijn besef onzichtbaar. Hoe dikwijls ontmoeten wij niet mensen, die met grote beslistheid het ontwaren van Gods voetsporen in de schepping ontkennen en verwerpelijk vinden. Daarnaast zijn er evenzo vele tegenovergestelde getuigenissen van mensen, die overweldigd worden door de ontdekking van Gods grootheid in schepping en natuur en vol verwondering uitroepen: "wij leven midden tussen Gods wonderen."

De mogelijkheid om Hem te "zien" is nooit verdwenen. Wij kunnen God eenvoudig niet kwijtraken. Geen mens ontkomt aan de klem van Gods openbaring. Daarvoor moet echter wel- het vage religieuze besef omgezet worden in verwondering. Het getuigenis van de Schrift en van de Heilige Geest komen daarbij te hulp.

Mozes heeft op de Sinaï fragmenten van Gods glorie aanschouwd2)- ). God in Zijn volheid zien was ook voor hem uitgesloten, ondanks zijn dringend verzoek Gods aangezicht te mogen zien. Hem werd slechts vergund de Here God in het voorbijgaan te "zien", van achteren. Op dat hoogtepunt van Israëls geschiedenis openbaarde de Here God zich midden in de woestijn op indrukwekkende wijze aan deze leider van het volk. Hij bevond zich op dat ogenblik in een rotsspleet en de Here God riep hem in het voorbijgaan Zijn Naam toe en uit. Elk woord van deze Zei f-openbaring is openbaringsgoud: "De Here ging aan hem voorbij en riep: Here, Here, een barmhartig en genadig God, lankmoedig en groot van goedertierenheid en trouw"3).

Luther heeft deze "openbaring" op kernachtige en treffende wijze weergegeven, toen hij zei: "Das Reich der Gnade ist ein Höre-Reich, kein Sehe-Reich", m.a.w. wat Mozes als openbaring ontvangen mocht, was openbaring via het gehoor en niet via het gezicht. Hij hoorde, en dat moest hem voldoende zijn.

Het volk "zag" Gods heerlijkheid toen op een afstand4)- ) en kreeg vanwege zijn zondigheid minder van God te "zien" dan Mozes.

Verschijning in Jezus Christus

Wij kunnen op grond van de menswording van God in Jezus Christus nog een volgend getuigenis geven met betrekking tot Gods zichtbaarheid- In Christus, het beeld van de Vader5)- ), openbaarde God zichzelf op aarde. God werd in Hem zichtbaar, openbaar voor de ogen van de mensen6). Bovendien werd Hij "zicht"-baar door de inwoning van de Heilige Geest in de harten van gelovigen7).

Dit is voor de zondige mens een aanstootgevende

gedachte. De kerkleiding in Jezus' tijd kwam daarom ook in verzet tegen de rabbi van Nazareth en beschuldigde Hem ervan, dat Hij God lasterde door zich aan te matigen Gods Zoon te zijn8)- ).

Om deze verschijning van God in Jezus Christus te aanvaarden moet de zondaar-ook ondersteboven en binnenste buiten worden gekeerd. Zo is het Paulus vergaan op zijn weg naar Damascus. Hij heeft als geen ander beseft, hoe groot de weerstand in ieder mens is tegen het in aanbidding neerknielen voor de verschijning van God in Jezus Christus, getuige zijn herhaaldelijk herinneren aan die doorbraak van Boven bij Damascus.

Wij kunnen God evenwel naar lichaam en naar geest alleen maar "zien", voorzover Hij zich aan ons wil openbaren9). De Here God openbaart zich aan de mens en zegt hem, wie Hij is. Niemand kan krachtens eigen aanleg of aard God vinden en verklaren. Wij klimmen niet op naar God omhoog, maar Hij daalde en daalt naar mensen af.

Zichtbaarwording in de Johanneïsche geschriften

De zichtbaarwording van God is ook in de Johanneïsche geschriften een voornaam thema. "Niemand heeft ooit God gezien, de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen"10). Voor Johannes is alles duidelijk. Hij doet geen moeite om iets te verbergen en wij vinden in zijn brieven geen compromissen. Er hoort moed toe om zijn geschriften te lezen en in hun directheid te laten staan. Johannes is geen systematicus zoals Paulus. Herhalingen zoals wij deze in zijn brieven dikwijls tegenkomen, zijn voor hem kenmerkend. Hij is een gedrevene, door Christus gegrepene en bindt de strijd aan tegen hen, die dit te simplistisch vinden en daarom een hoger kennis willen voorstaan, de zogenaamde gnosis (= hogere kennis).

Achter elk streven naar hogere kennis, oud of modern, staat het menselijk streven om door middel van kennis de grote mysteries van de wereld te willen ontraadselen. Overmoedig gaat men dan voorbij aan de Redder van zondaren, omdat - zo ervaren zij dat -Hij een mens kleineert en wegzet. De apostel Johannes spreekt evenwel vrijmoedig over zonde. Kort samengevat noemt hij de redding van mens en wereld redding "door het bloed". Die nederdaling van de Heiland tot in de diepten van ons menselijk bestaan vermag datgene, waartoe wetenschap en techniek, kunst en wereldmacht niet in staat zijn: te reinigen van zonde!

Deze zichtbaarwording van het heil in Jezus Christus, Gods Zoon, dus van God zelf, is ook in onze tijd voor gelovigen met deze zogenaamde, verstandelijke kennis een bron van grote ergernis. Moderne theologie gaat om deze reden aan deze redding voorbij, ontkent het, speelt daarom met vuur en onthoudt willens en wetens aan mens en wereld de kern van het evangelie. De incarnatie (vleeswording) van God in Jezus Christus heeft namelijk zijn spits gericht op de praktijk van het geloofsleven, in het bijzonder met betrekking tot het kennen van de Here God. Door de komst van Jezus Christus in de volheid van de tijd heeft onze hemelse Vader zich geopenbaard en maakt Hij het mogelijk te zeggen: wij Hem hebben "gezien".

In het geloofsleven

Een gelovige is als zoeker voortdurend op weg. Waar vin3t hij God? Door vlagen van twijfel en onrust heen en weer geslingerd zoekt deze menig keer wanhopig naar houvast: waar is zekerheid? De gekwelde, door golven van wanhoop en vertwijfeling meegesleurd, zoekt een uitweg uit de impasse, uit vrees in de zee van koel cynisme en volslagen scepsis terecht te komen.

Tot hij ontdekt, dat er een concrete doorbraak uit de impasse plaats vond. Ooggetuigen zagen de Heiland en Diens werken11). Zijn tastbaarheid en zichtbaarheid deden onzekerheid en twijfel, wanhoop en de scepsis wegebben. Eens getuigde Jezus daarom al tegenover de sceptische Filippus van dit "zichtbare"12), zodat deze discipel zijn Heiland ontdekken mocht en tevens de Vader mocht "zien".

In de naastenliefde .

De Vleesgewordene krijgt vervolgens concrete gestalte in Zijn volgelingen. Doordat de liefde Gods in de harten van gelovigen wordt uitgestort, maakt God zich langs deze weg ook naar anderen toe zichtbaar. Waar God woning gemaakt heeft in de harten van Zijn kinderen, waar mensen God als het ware in het hart gezien hebben, en Hem in zijn ware bedoeling hebben herkend en liefgekregen, daar breekt Gods liefde in hen door, baant een weg naar buiten, zodat deze oog hebben voor de naaste. De gemeente wordt woning van de Drie-enige God, straalt dat licht naar buiten uit13) en zet - met andere woorden - het zichtbaar worden van God voort, zij het op een ander niveau dan de Zoon dat laat "zien".

Verschijning in het eschaton

Wanneer de wereldgeschiedenis geëindigd is en de nieuwe hemel en de nieuwe aarde aangebroken zullen zijn, zal God zichtbaar zijn in overweldigende schoonheid. We zullen Hem zien naar lichaam en naar geest, maar krijgen door de Godsaanschouwing geen deel aan Zijn wezen14).

Bepaalde teksten15) handelen over dat kennen van God na het einde van de geschiedenis en functioneren als loei classici (van ouds bekende en erkende bijbelplaatsen) voor de leer, dat wij God eens onverhuld, onmiddellijk zullen zien. De werkelijkheid die op dan aanbreekt, zal zo overweldigend zijn, dat wij er ons geen voorstelling van kunnen maken. "Wij zullen aan Christus gelijk zijn!"16) Zoals Hij is, zo zullen wij zijn! Ons verstand duizelt bij deze gedachte.

Nu, nu al worden wij dus door het geloof in de Zoon van God vervuld met grote eerbied, verwondering en dankbaarheid. Paulus vergelijkt dit in zijn brief aan de Corinthiërs met als het ware opgetrokken worden "in de derde hemel"17).

Wij kunnen hierover geweldig dromen. Maar ... wat wij ook doen, het blijft theologiseren, filosoferen. Straks wordt het onuitsprekelijke, waartoe wij door genade bestemd zijn, waar en werkelijkheid.

1. Psalm 19:1-7; Romeinen 1:20.

2. Exodus 33:12-34; Deut. 4:12.

3. Exodus 34:6ev

4. Exodus 24:15-18; Deut. 4:9-13.