Terug naar Ecclesianet.nl

De ‘zaak’ Natalee Holloway

 

In ons land, op Aruba en in de Verenigde Staten is
veel te doen over de verdwijning van Natalee Holloway.
De misdaadverslaggever Peter R. de Vries heeft
kans gezien Joran van der Sloot, tot voor kort hoofdverdachte,
voor een verborgen camera een bekentenis
te laten afleggen aan een ‘vriend’ die hij volkomen
vertrouwde. Wie de opnames van de bekentenis
gezien heeft, kan niet anders dan ontzet zijn, niet
alleen omdat de dood van het meisje bevestigd is,
maar vooral over haar laatste uren en over de manier
waarop zij vermoedelijk om het leven is gekomen.
Een tip van de sluier van het uitgaansleven werd
opgelicht. Het is maar heel gewoon dat jongens en
meisjes die elkaar totaal niet kennen, binnen enkele
uren – mede door toedoen van drugs en drank – seksuele
omgang met elkaar hebben. Natuurlijk weet
iedereen die niet wereldvreemd is, dat zulke dingen
massaal gebeuren. En toch geeft de directe confrontatie
ermee in een reportage opnieuw te denken. Wat
lang niet iedereen beseft, is welk een uitwerking deze
‘uitgaanscultuur’ op de moraal van onze jonge mensen
heeft. Iedereen die nog een flauwe notie heeft van
de ‘macht’ van het geweten (de herinnering) op een
mensenleven, kan op zijn vingers natellen, hoe jonge
mensen, die er een dergelijk leefpatroon op na houden
dat in hun omgeving als ‘normaal’ betiteld wordt,
(later) in het leven staan. Het zijn willoze, karakterloze
mensen geworden, gestempeld door de stempelmachine
van deze tijd, mensen die geen verbinding
meer hebben met de moraal die op de achtergrond
van ieders leven ligt. En juist dat laatste liet de uitzending
van Peter R. de Vries levensgroot zien: iemand als
Joran van der Sloot praat over meisjes, over seksualiteit,
ja over het leven zelf als ‘dingen’ die je kunt uitbuiten,
waar je met de grootste willekeur mee om kunt
gaan, al naar gelang het jou uitkomt!
Zonder enig respect maakte hij gebruik van het feit
dat Natalee Holloway zich zonder enige gêne aan
hem had opgedrongen. Toen zij op het strand van
Aruba plotseling onwel werd, voelde hij zich in een
lastig parket gebracht. Duidelijk is dat hij alleen aan
zichzelf dacht. In volstrekte gewetenloosheid handelde
hij de zaak af, met een grote mate van geraffineerdheid.
Hij liet haar door een ander in zee dumpen en
verschafte zich onmiddellijk een alibi. Thuis gekomen
stuurde hij een mailtje aan iemand, zodat de politie
zou kunnen zien dat hij maar kort op het strand was
geweest en de dader niet kon zijn. Vervolgens sliep hij
die nacht geen seconde minder om het gebeurde …
Als zij niet onwel geworden was, zou er voor
de buitenwacht niets gebeurd zijn. Maar ondertussen.
Een meisje had zich uitgeleverd aan een onbekende
jongen, de jongen had gretig gebruik van haar
gemaakt. Had zij overleefd – zij zou zijn teruggekeerd
naar Amerika en hij zou zijn stroperstocht op meisjes
even gewetenloos voortgezet hebben. Aan de buitenkant
niets te zien. Maar van binnen: totaal vermolmd.
En je vraagt je af: hoeveel jongens en meisjes lopen er
zó niet rond in ons goede vaderland en daarbuiten,
met alle gevolgen, zichtbaar of (vooralsnog) onzichtbaar,
van dien…


H. Klink, Hoornaar