Terug naar Ecclesianet.nl

Boekbespreking: 'Drs. R. van den Berg, Op de grens van religie en geloof', Dr. R. Fernhout, Daarle

Dr. R. FERNHOUT, Daarle

BOEKBESPREKING

Drs. R. van den Berg, Op de grens van religie en geloof: Over ervaring en openbaring in deze tijd, Uitg. Boekencentrum B.V., Zoetermeer 1997, 133 pag. Prijs: ƒ 24,90

Drs. Van den Berg is emeritus predikant van de Gereformeerde Kerk van Ermelo en is jarenlang voorzitter geweest van het Confessioneel Gereformeerd Beraad. Hij heeft een boekje geschreven tot oriëntatie aangaande wat er in onze tijd op religieus en spiritueel gebied aan de hand is. Daarbij heeft hij zich beperkt tot wat zich op het gebied van de christelijke godsdienst, inclusief het "grensverkeer", voordoet. Andere religies vallen buiten de opzet. Het boekje is bedoeld voor het geïnteresseerde lid van de kerk en leent zich er uitstekend voor om op gesprekskringen e.d. behandeld te worden.

De schrijver gaat er, in navolging van het bekende boek van prof. dr. J.H. Bavinck, Religieus besef en christelijk geloof, van uit dat religie berust op een soort "basiservaring" van de mens. Elk mens heeft de behoefte om als het ware boven, zichzelf uitgetild te worden. Die behoefte kan in een godsdienst tot uitdrukking komen, maar ook in geheel andere dingen, als bijvoorbeeld de sport. De moderne westerse mens wordt geconfronteerd met een overstelpend aanbod van "producten" die aan zijn religieuze behoefte zouden voldoen. Drs. Van den Berg gebruikt hiervoor de bekende vergelijking met de supermarkt. Er is "voor elk wat wils" en ieder zoekt zelf maar uit wat hem of haar van pas komt.

Een sleutelbegrip om te verstaan wat de moderne religieuze mens beweegt is volgens de schrijver, de ervaring. De mens van vandaag wil niets op gezag aannemen, maar wil zelf ervaren dat iets, de moeite waard is. Daarom wil deze mens ook alleen maar van openbaring weten als hemzelf iets bijzonders heeft getroffen. Openbaring in de Heilige Schrift, welke berust op waarneming en ervaring van anderen en van ons geloof vraagt, is daarom voor velen moeilijk te aanvaarden. Er blijkt een duidelijke tegenstelling te zijn tussen hedendaagse religiositeit waarbij ervaring de doorslag geeft en bijbelse openbaring met haar oproep tot geloof.

De tegenstelling lijkt op die tussen "religie" en "geloof" zoals Karl Barth die indertijd aan de orde heeft gesteld. Inderdaad wordt Barth in dit verband ook door de schrijver aangehaald (blz. 71). Hij vervalt echter niet in het uiterste van Barth voor wie inzake de relatie tussen God en mens elke ervaring taboe was. Drs. Van den Berg wil aan godsdienstige ervaring - hij wijdt in dit verband ook een geheel hoofdstuk aan de "bevinding" - niet haar betekenis ontnemen maar haar onder de norm stellen van de bijbelse openbaring. Wat zich als hedendaagse godsdienstige ervaring of zelfs openbaring aandient moet volgens hem aan bijbelse toetsing worden onderworpen. Drs. Van den Berg stelt drie "toetsstenen" voor, die van "de liefde", die van "de menswording van God" en die van "de lofprijzing". Met de laatste bedoelt hij dat authentieke openbaring van God altijd tot een loflied leidt. "In dit loflied heeft de mens zich herkend als zondaar voor God, een zondaar die weet dat de breuk tussen hem en God is hersteld" (blz. 126).

Binnen dit kader behandelt de schrijver een groot aantal theologen, die op het ogenblik populariteit genieten als H.M. Kuitert, Eugen Drewermann, Nico ter Linden en -hij is helemaal "up to date'1!- J.C. den Heyer. Ook komen verschijnselen aan de orde als de huidige belangstelling voor de gnostiek en het "nieu-we-tijdsdenken". De behandeling verschaft niet slechts informatie, maar loopt steeds uit op een evaluatie.

Wanneer we het grote aantal onderwerpen en de met deze onderwerpen gemoeide theologen en andere denkers zien waarover dit boekje van iets meer dan 130 bladzijden handelt, dan moet wel de vraag rijzen of de schrijver niet noodgedwongen erg aan de oppervlakte moest blijven. Het antwoord is: neen. Met grote bewondering heb ik gemerkt hoe drs. Van den Berg er steeds weer in is geslaagd om in een kort bestek het essentiële van een bepaalde stroming of theologische opvatting weet weer te geven. Het boekje is ook zeer overzichtelijk ingedeeld en is geschreven in een heldere en bevattelijk stijl. Aan het einde van ieder hoofdstuk is een aantal gespreksvragen opgenomen met als doel in onderlinge discussie nader in te gaan op wat is behandeld.

Als lezer van "Ecclesia" ga je, uiteraard, eens na of temidden van zovee! klinkende namen van huidige theologen, ook ergens een plaats is ingeruimd voor iemand van een wat eerdere lichting als Kohlbrugge. Dit blijkt inderdaad het geval. Hij wordt zelfs aangehaald met een citaat dat, gezien de problematiek waarover drs. Van den Berg schrijft, nog niets aan actualiteit heeft verloren. Ik geef de gehele passage weer: "Men vertelt dat vrienden van Kohlbrugge die bij zijn sterfbed zaten, hem vroegen: zie je iets, hoor je iets, ervaar je iets? De stervende Kohlbrugge antwoordde: Ik zie niets, ik hoor niets, ik ervaar niets, maar ik vertrouw op Gods beloften in Jezus Christus" (blz. 45-46).

Helaas vermeldt de schrijver niet, waar hij het citaat heeft gevonden. In de beschrijving die H. Klugkist Hesse geeft van Kohlbrugges laatste ogenblikken komt het niet voor, maar die beschrijving is ook zeer summier. In elk geval zelfs als Kohlbrugge het niet gezegd heeft, dan had hij het kunnen zeggen.