Terug naar Ecclesianet.nl

Verstaat u wat u zingt? Hoor de eng'len zingen d'eer ...

C. de Gooijer (Haarlem), Kerkblaadje 60e jaargang (1969), nr 26 (blz.235)

Lord Macaulay heeft in een van zijn historische essays eens op een originele manier de aandacht gevestigd op de schade die het protestantisme zichzelf meer dan eens berokkend heeft door de neiging enthousiasten uit te stoten in plaats van hun krachten door wijze kanalisering dienstbaar te maken aan de expansie van het christendom. Macaulay gaf o.a. dit voorbeeld: “Plaats John Wesley in Rome. Daar zou hij zeker de eerste generaal geworden zijn van een nieuwe orde, gewijd aan de belangen en de eer van de kerk“.
John Wesley was echter Anglicaan en of ofschoon hij tot zijn dood toe de staatskerk in zijn vaderland trouw bleef, merendeels van de Anglicaanse clerus bleef blind voor zijn verdiensten en maakte de grote opwekkingsbeweging die zijn prediking - vooral onder door de kerk verwaarloosde bevolkingsgroepen - teweegbracht, verdacht. De gevolgen bleven niet uit. Toen John Wesley gestorven was, keerden zijn volgelingen, de methodisten, de kerk van Engeland de rug toe.
Dit is ook de reden waarom de kolossale liederenschat van het methodisme niet gemakkelijk buiten de eigen kring doordrong. De belangrijkste bijdrage tot die liederenschat, kwantitatief, zowel als kwalitatief, was afkomstig van Charles Wesley, die evenals zijn broer een hoge ouderdom bereikte en tot in zijn laatste jaren liederen bleef dichten. Naar schatting schreef hij er ongeveer zesduizend!
Het methodistisch hymnaal, dat overeenkomstig de bedoeling van de Wesleys een gids voor het dagelijks leven van de gelovigen en tegelijk een commentaar op de Schriften moest zijn, bevatte vanzelfsprekend tientallen van Charles' beste verzen. Een gering aantal daarvan werd via de opwekkingsbewegingen in Amerika en Engeland (Sankey en Moody!) gemeengoed. Denk aan een vers als “Jezsu, Dien mijn ziel bemint ...“ uit de bundel van Joh. de Heer. Een heel groot deel van zijn geweldige productie draagt het stempel van massagewerk of is al te zeer verouderd om nu nog de aandacht te trekken.
Eén lied is echter bovenaan de lijst blijven staan en alom vertaald en als kerklied aanvaard. Dat is zijn kersthymne “Hark, the Herald Angels sing ...“, bij ons bekend als Gez. 25 op de melodie van Mendelssohn. Het lied dateert uit de vroegste tijd van de methodistische beweging. Charles schreef het in 1739 en het werd gepubliceerd in het eerste gezangenboek dat John en Charles gemeenschappelijk samenstelden. Sindsdien is er in de originele tekst vrij veel veranderd.
Hoe diep de kloof tussen de vrije methodisten-kerken en de Angelicanen ook geweest moge zijn, juist dit ene lied kon ondanks alles genade vinden in de ogen van de tegenpartij. Het was het eerste en lange tijd het enige lied van de dichter, dat in de officiële Engelse kerkboek werd toegelaten. Rondom Kerstmis was en is veel tijdelijke verbroedering mogelijk!

Noot R.C. Vervoorn:
Het lied is in een door Willem Barnard gewijzigde vertaling opgenomen in het Liedboek van de kerken, Gez. 135: “Hoor, de englen zingen d'eer“.
Naast Gez. 25 is een ander lied van Charles Wesley in de Hervormde Bundel 1938 opgenomen: Gez 169: “Liefde, boven alle liefde“, een bewerking van “Love divine, all loves excelling“. Op een geheel andere melodie maakte J.W. Schulte Nordholt een vertaling, die in het Liedboek voor de kerken, Gez. 443: “Liefde Gods die elk beminnen hemelhoog te boven gaat“.
Hieronder volgt de Engelse tekst die aan “Hoor d'engelen zingen d'eer“, ten grondslag ligt, zoals die o.a. te vinden is in J.R. Watson, An Annotated Anthology of Hymns, Oxford University Press 2001, pag. 170:

Hark! the herald angels sing
Glory to the newborn King,
Peace on earth, and mercy mild,
God and sinners reconciled.
Joyful, all ye nations, rise,
Join the triumph of the skies;
With the angelic host proclaim:
Christ is born in Bethlehem!“
Hark! the herald-angels sing
Glory to the newborn King.

Christ, by highest heaven adored,
Christ, the everlasting Lord,
Late in time, behold him come,
Offspring of a virgin's womb.
Veiled in flesh the Godhead see!
Hail the incarnate Deity!
Pleased as man with man to dwell,
Jesus our Immanuel:
Hark! the herald-angels sing
Glory to the newborn King.

Hail the heaven-born Prince of Peace!
Hail, the Sun of Righteousness!
Light and life to all he brings,
Risen with healing in his wings.
Mild he lays his glory by,
Born that man no more may die,
Born to raise the sons of earth,
Born to give them second birth:
Hark! the herald-angels sing
Glory to the newborn King.

Hier volgt nog Charles Wesley’s originele versie:

Hark, how all the Welkin rings,
“Glory to the King of kings;
“Peace on earth, and mercy mild,
“God and sinners reconciled!“

Joyful, all ye Nations, rise,
Join the triumph of the skies;
Universal Nature say,
“Christ the Lord is born to Day!“

Christ, by highest Heaven ador’d,
Christ, the everlasting Lord:
Late in time behold him come,
Offspring of a Virgin’s womb!

Veiled in flesh, the Godhead see,
Hail the incarnate deity!
Pleased as man with men to appear,
Jesus! Our Immanuel here!

Hail, the heavenly Prince of Peace!
Hail, the Sun of Righteousness!
Light and life to all he brings,
Risen with healing in his wings.

Mild He lays his glory by,
Born that man no more may die;
Born to raise the sons of earth;
Born to give them second birth.

Come, Desire of nations, come,
Fix in us thy humble home;
Rise, the woman’s conquering seed,
Bruise in us the serpent’s head.

Now display thy saving power,
Ruined nature now restore;
Now in mystic union join
Thine to ours, and ours to thine.

Adam’s likeness, Lord, efface;
Stamp Thy image in its place.
Second Adam from above,
Reinstate us in thy love.

Let us Thee, though lost, regain,
Thee, the life, the inner Man:
O! to all thyself impart,
Form’d in each believing heart.