Terug naar Ecclesianet.nl

Groet niemand!

De uitzending van de zeventig:

Lucas 10: 4 Draagt geen beurs of reiszak of sandalen, en groet niemand onderweg.

De 70 ambassadeurs die worden uitgezonden door Jezus krijgen de opdracht om niemand onderweg te groeten. Het niet groeten dat Jezus bedoelt heeft echter niets te maken met ons moderne elkaar vluchtig even groeten dat geen enige moeite kost. In het nabije oosten in de tijd van Jezus was het gebruikelijk om elkaar even staande te houden. Elkaar begroeten was namelijk niet een kwestie van even iets zeggen, met de hand zwaaien en weer verder gaan. Het was een hele ceremonie en zowel de vreemdeling als de vriend moest op de juiste manier gegroet worden. Dit ging op ongeveer zo een manier:

A: “God geve u een goede morgen!“.

B: “U Honderd goede morgens!“

A: “De morgen brenge u heil!“.

B: “Ja, God beschikke u een morgen vol van heil!“.

A: “Heb een gelukkige dag!“.

B: “Gelukkig en gezegend moge deze dag voor u zijn!“.

A: “Vrede zij met u!“.

B: “Over u zij vrede!“.enz. enz…….

Wanneer Jezus het nu heeft over het niet groeten, dan doelt hij op nalaten van dit soort beleefdheidsformules. Daar hadden zijn ambassadeurs geen tijd voor, want zij hadden haast. Zij hadden een boodschap die ze moesten brengen en ze hadden geen tijd te verliezen. Jezus had de zeventig uitgezonden om het koninkrijk van God te verkondigen. In het hoofdstuk ervoor, Lucas 9, had hij zijn twaalf discipelen uitgezonden en dezelfde opdracht gegeven.. Twaalf discipelen voor de twaalf stammen van Israël. Hier in Lucas 10 zijn, na Israël, de heidenen aan de beurt, U en ik. De zeventig ambassadeurs staan model staan voor de 70 oervolken uit Genesis 10. Eerst de Jood, en dan de Griek. De zeventig mochten geen beurs, reiszak of sandalen meenemen. Het was namelijk normaal om een tweede paar sandalen in een reiszak mee te nemen. Jezus verbiedt hun dat tweede paar mee te nemen en ook moesten zij hun reiszak en geld thuis te laten. Zo waren ze volledig overgeleverd aan de zorg van hun hemelse Vader. Ze moesten vertrouwen dat Hij zou zorgen dat hun sandalen het zouden houden en ze niets te kort zouden komen.

De zeventig hadden haast, omdat ze een belangrijke boodschap te brengen hadden. Ze mochten geen tijd verdoen met onzinnige zaken. Voor ons is dat vandaag de dag een lastige opgave. Wij leven in een wereld vol met afleiding, lawaai en onzinnige dingen. De opdracht van Jezus om niemand te groeten, stelt aan ons een paar belangrijke vragen:
Hoeveel tijd verspil ik met onzinnige dingen?
Moet ik mijn prioriteiten niet opnieuw rangschikken?
Bekijk ik mijn aardse leven ook in het licht van de eeuwigheid en geeft dat mij ook die haast, omdat het beste nog komt?
Ben ik niet alle haast kwijtgeraakt?
Lig ik niet al te comfortabel achterovergeleund en beginnen mijn ogen niet al dicht te vallen?

Wellicht is dit een van de grote verleidingen van de westerse mens. De gezelligheid, het comfort en de rijkdom kunnen zo groot worden, dat we vergeten dat we hier op aarde zijn geplaatst om ons voor te bereiden op de eeuwigheid. Daar zullen we immers heel wat meer tijd doorbrengen dan de jaren hier. Hier zijn we slechts pelgrims, vreemdelingen, of bezoekers. Een pelgrim heeft ook geen beurs, reiszak of reserve schoenen. Hij loopt alleen rond met zijn vertrouwen op zijn hemelse vader en met haast, want hij weet van een ander beter land.

Dr. M. Dubbelman, Rotterdam