Terug naar Ecclesianet.nl

Het smeekschrift afgewezen?

Ds. L.J. Geluk en Dr. H. Klink, Ecclesia nr. 6, maart 2002

'De weeffout van 1995' - onder dit opschrift verscheen in 'Confessioneel' van hand van de voorzitter van het bestuur van Confessionele Vereniging ds. J. ter Steege, een artikel waarin hij ingaat op de reacties op het onlangs gepubliceerde dringende verzoek aan de generale synode van de Nederlandse Hervormde Kerk af te zien van een versnelling van het proces dat eenwording van de drie SoW-kerken tot gevolg moest hebben. Op dit verzoek, wereldkundig gemaakt onder de titel Opdat zij alleen één zijn, is door de kerkleiding en anderen veelal negatief gereageerd. Het is afgedaan met de opmerking: ditzelfde hebben we al veel eerder gehoord, de unie die nu wordt voorgesteld is al eerder aan de orde geweest en door de betrokken kerken afgewezen.
Ligt de zaak zo eenvoudig? Ds. Ter Steege wijst er in zijn artikel nog eens op dat in 1995 de fout is gemaakt dat de synode een besluit nam op grond van onjuiste voorlichting. In november 1995 werd namelijk op voorstel van de KOA, de kerkordelijke adviescommissie, door de synode in meerderheid besloten dat de weg naar vereniging van de SoW-kerken zo snel mogelijk moest worden gegaan. De KOA adviseerde de synode om aldus te besluiten, nadat zij in een uitvoerig rapport de standpunten van de classicale vergaderingen de revue had laten passeren. Daarin rekende de KOA verschillende classicale vergaderingen tot voorstanders van een fusie die dit volstrekt niet waren. Deze classes hadden juist gepleit voor uitstel van vereniging door eerst te streven naar federatie van de kerken, waarbij elke kerk haar eigen kerkorde kon behouden…

Het is nog altijd een raadsel hoe de KOA tot deze geheel onjuiste voorlichting kon komen. In februari 1996 heeft zij moeten toegeven dat zij de consideraties verkeerd geteld had, maar noch zij, noch de synode trok daar de consequentie uit. Deze gang van zaken is toen ook door de latere preses van de synode ds. B.J. van Vreeswijk aan de orde gesteld.1 Het besluit op grond van verkeerde voorlichting genomen, bleef dus van kracht. De tegenstand tegen SoW is daardoor eerder toegenomen dan afgenomen. Voorstanders moeten dan nu niet verbaasd zijn dat na een adempauze het unie-voorstel is gedaan. Ook buiten de kring waarin dit voorstel is ontstaan en van hen die het adhesie gaven, leeft inmiddels grote ongerustheid. Men kan denken aan wat recentelijk naar voren is gebracht door prof. dr. A. van der Meijden die opnieuw pleitte voor een referendum in de Nederlandse Hervormde Kerk. Aan wat prof. dr. G.D.J. Dingemans liet weten, die al veel eerder met zijn commissie op dood spoor werd gerangeerd, omdat wat zij naar voren bracht, de kerkleiding niet welgevallig was. Aan prof. dr. H.C. Stoffels, die vorige week waarschuwde dat het resultaat van een gedwongen fusie wel eens vier kerken zou kunnen opleveren: de SoW-kerk, (toch nog een) Hervormde Kerk, een Gereformeerde Kerk in Hersteld Verband en een Hersteld Evangelisch Lutherse Kerk.

Dit alles maakt dat de hooghartige, wrevelige en ongeduldige toon die nu door de kerkleiding is aangeslagen tegen hen die in een smeekschrift pleiten voor een unie of federatie van de SoW -kerken volkomen ten onrechte is. De weduwe uit de gelijkenis bleef ook bij de rechter terugkomen tot zij haar recht verkreeg. In haar verzet tegen geleden onrecht kwam zij steeds weer met hetzelfde.

(1) In het Gereformeerd Weekblad van 2 februari 1996 schreef ds. Van Vreeswijk: Het zal u als lezers bekend zijn dat de interpretatie van de consideraties (beschouwingen) van de commissie Kerkordelijke Aangelegenheden (KOA) veel stof heeft doen opwaaien. (…) Wat behelst de uitgeoefende kritiek? Ongevraagd hebben de meeste classes zich uitgesproken over de bereidheid te komen tot fusie van de kerken of hooguit tot een vorm van samenwerking of federatie. Met name het laatste was voor meerdere classes in het licht van bestaande gefedereerde gemeente het absolute maximum. De KOA heeft tot ergernis van velen zich sterk het recht toegeëigend te zeggen wat de verschillende classes bedoelden als zij fusie noemden als een weg. Niet alleen tot ergernis van velen, maar ook tot ontsteltenis. Ds. H. Klink spreekt van onrecht en miskenning van een grote minderheid, die feitelijk tegen fusie is. Dit is door een 16-tal synodeleden in een brief ondersteund.
Ook verschillende classes hebben gereageerd op hun indeling door de KOA in een groep waarbij zij niet willen behoren. Dat dwong de KOA haar mening enigermate te herzien en een nieuwe indeling aan de synoden voor te leggen. Onuitgesproken, dunkt mij, is dit achteraf een erkenning van de juistheid van de bezwaren van ds. H. Klink en allen, die hem steunen.