Terug naar Ecclesianet.nl

"Ik ben"

Kaj Munk, Ecclesia nr. 13, juni 2002

Toen zei God tot Mozes: 'Ik ben die Ik ben.' En Hij zeide:
'Aldus zult gij tot de Israëlieten zeggen: Ik ben heeft mij tot u gezonden'

(Exodus 3: 14)

Geniaal boven alle begrip is Mozes in de nadruk, waarmee hij onder woorden bracht wat alle tijden en geslachten ondergingen bij het overdenken van Gods naam. "Ik ben" heeft mij tot u gezonden. Ja, met die boodschap en opdracht kwamen de profeten tot hun volk. Het kamerlid bazelt over allerlei motiveringen van zijn standpunt; de geleerde is hulpeloos als hij het zonder logica moet stellen, de kunstenaar is zonder het schoonheidsbegrip de kluts kwijt. De profeet kan het zonder al die heerlijkheden stellen. "Ik ben" heeft hem gezonden: het Bestaan zelf heeft hem overweldigd en duldt niet dat hij protesteert. Misschien voelde hij zich wel onwaardig en bang, hij wilde zijn makkelijke, rustige bestaantje liever niet in de waagschaal stellen; misschien, - ja, mag ik zo ver gaan om dat te veronderstellen? - druist de boodschap, die hem wordt meegegeven tegen zijn eigen overtuiging, tegen zijn menselijke overtuiging in; doch "Ik ben" heeft zich aan hem geopenbaard en nu kan hij slechts gehoorzamen.

Wie die "Ik ben" zou kunnen wezen, dat heeft hij nimmer gevraagd, daar heeft hij nimmer over durven nadenken. Zodra hij zijn stem vernam, ontschoeide hij zijn voeten. "Ik ben", dat betekent: de bron des lichts, de fontein des levens, de grond van het bestaan, de oerwel van alle dingen - ja, zo kunnen wij nog heel veel namen dichten voor dat raadsel aller raadselen en dat diepste aller diepten en dat verste aller verten, maar de profeet belééft het en doet het ons beleven en nu ontwaren wij tevens, dat het wonderlijk gelijk is aan: eis tot deemoed, eis tot aanbidding, eis tot gehoorzaamheid, een eis waaraan wij niet wagen mogen ongehoorzaam te zijn…