Terug naar Ecclesianet.nl

De Staat, glans en misère (III)

Dr. H. Klink, ecclesia nr.1, januari 2003

In de twee vorige artikelen over de Staat zagen we hoe in de jaren '70 ten tijde van de totstandkoming van het CDA door mr. W. Aantjes op vervoerde wijze gesproken werd over de taak van de christelijke politiek. Hij introduceerde de Bergrede als politiek beginsel. Ook zagen we hoe met name prof. mr. A.M. Donner, maar ook dr. W. Aalders inzagen dat er grote ontsporingen uit deze politieke visie voort konden komen. Het is de verdienste van mevrouw Alice Bakker-Osinga dat zij in haar artikel Gezin en Staat in het boek De mond voorbij gepraat wijst op het feit dat dr. Aalders in 1978 in de commissie die het rapport Grondslag en politiek handelen schreef tegenover de opvattingen van onder andere mr. Aantjes gewezen heeft op de historische en geestelijke grondslag van de Staat. De opvattingen van mr. Aantjes boden grote openingen naar een revolutionair denken, dat de Staat kon ondermijnen. De Bergrede-gedachte liet zich immers gemakkelijk invoegen in het Anliegen van de socialistisch partijen: het opkomen voor de zwakken, de misdeelden etc, als het eigenlijke item van de politiek. Door deze invalshoek te kiezen benam Aantjes zich het juiste zich op wat de Staat is en wat haar roeping is en kwam de christelijke politiek heel gemakkelijk in het krachtenveld van de ideologie terecht. Tot welke gevolgen dit leidde binnen het CDA maakt ook oud-premier Jelle Zijlstra duidelijk in zijn memoires Per slot van rekening, waarin hij een boekje open doet over de met links sympathiserende CDA-ers.

Anti-communisme werd niet geduld!
In het tweede artikel stond ik stil bij het laatste boek van de inmiddels overleden historicus François Furet: Le passé d' une illusion (1995). Furet wijst erop dat er vooral na de Wereldoorlog in West Europa ongelijksoortig geoordeeld werd over nazisme en communisme. Ten aanzien van het nationaal-socialisme bestond er - hoe zou het niet! - grote aversie en verontwaardiging. Tegenover het communisme namen velen een veel milder standpunt in. Vooral intellectuelen gaven het communistische regime van Stalin het voordeel van de twijfel. Voor Furet is dit volkomen onbegrijpelijk! Men wist immers van de ongekende wreedheden die zich afspeelden achter het IJzeren Gordijn. Deze incongruentie viel vooral waar te nemen in Frankrijk en Italië, maar toch ook in West Duitsland en in Nederland. De Italiaanse schrijver Eugenio Corti heeft in zijn roman Il Chevallo Rosso (Het rode paard) (1983) iets laten zien van de sfeer die er in de jaren '70 en '80 in Italië heerste. Zijn verhaal bevestigt de analyse van Furet volkomen. Corti, die in toneelstukken en andere werken waarschuwde tegen het gevaar van het communisme - dat even verderfelijk was als het nationaal-socialisme - oogstte na jaren waarin men zijn oeuvre wilde doodzwijgen in Italië roem vanwege zijn onmiskenbare literaire kwaliteiten. Maar de christelijke en anti-communistische inhoud van zijn werk maakte hem tot een grote eenling. Toen een regisseur uit eigen beweging besloot om toch eens een toneelstuk van hem op te voeren, nodigde hij voor de eerste uitvoering de schrijver uit. Toen deze de generale repetitie bijwoonde, merkte hij tot zijn grote verbazing dat de regisseur het belangrijkste gedeelte uit het toneelstuk had weggelaten, vanwege de christelijke boodschap, die haaks stond op het communistische denken. Ondanks hevige protesten kon hij de regisseur niet meer bewegen iets te veranderen aan de opvoering. Daags daarna werd de auteur alom geprezen om zijn toneelstuk, maar met bitterheid in zijn ziel nam hij de lof in ontvangst! Men durfde het niet aan het stuk volledig op te voeren: de linkse kritiek zou het niet geduld hebben.

De ommezwaai van Barth
De genoemde incongruentie valt na de Tweede Wereldoorlog ook in de kerk waar te nemen. Vooral bij de toen toonaangevende theoloog Karl Barth. Barth had in Duitsland in de jaren '30 een voorbeeldige rol gespeeld in het kerkelijke verzet tegen Hitler. Onomwonden nam hij vanaf het eerste uur stelling tegen Hitler. Bekend is dat deze het Germaanse ras verheerlijkte en het Duitse volk zag als een Herrenvolk, dat vanwege zijn superioriteit er toe bestemd was om in de wereld over andere volken te heersen. Daarbij was hij bestemd om van dit volk de Führer te zijn, die het naar die wereldheerschappij moest leiden. Alle denkbare middelen mocht hij daarvoor inzetten. Barth, die weliswaar uit Zwitserland kwam, maar hoogleraar was in Bonn, nam al in 1933 op forse wijze stelling tegen Hitler. In een terugblik zegt Barth in 1938 op onovertroffen wijze waarop het in het kerkelijk belijden aankwam: "Het ging ons daarom dat wij naast God geen andere goden mochten hebben. En Hitler diende zich aan als de redder die de voorzienigheid naar voren had geschoven, naar wie iedereen moest luisteren! Daartegenover stelden wij: "Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben." Verder stelden wij dat alleen de Heilige Geest van de Schriften de gids is, die de kerk in alle waarheid leidt en dat de genade van Jezus Christus genoegzaam is tot vergeving van de zonden en voor het ordenen van ons leven." "Wij", aldus Barth, "hielden eenvoudigweg vast dat God boven alle goden staat, en dat de kerk in Volk en samenleving onder alle omstandigheden en tegenover de Staat haar eigen taak heeft, haar eigen boodschap en orde, die haar voorgeschreven wordt in de Heilige Schrift. Ondanks het feit dat velen het zelfs in de kerk anders zien, en ondanks de eisen door het nationaal socialisme gesteld, is het zo dat de keuze voor de vrijheid van de kerk niet alleen een religieuze keuze is, maar ook uit de aard der zaak een politieke keuze." Gij zult geen afgoderij plegen! Barth wist vele predikanten te bewegen om zich te scharen achter zijn Barmer Thesen. Dat was 20e eeuws, kerkelijk belijden in een noodsituatie! Maar wie schetst onze verbazing als we tien jaar later naar Karl Barth luisteren, toen de oorlog voorbij was en de dreiging van het communisme zich als een schaduw over de wereld legde! Zo ferm als Barth beleden heeft tegenover het nationaal socialisme van Hitler, zo zwak klonk zijn stem tegenover die andere ideologie die de geschiedenis van de 20e eeuw gestempeld heeft: het communisme. Het communisme, dat wel de tegenpool van het nationaal-socialisme lijkt, maar in werkelijkheid dezelfde wortel heeft en er een feindliche Bruder van is. Tegenover dit communisme stond Barth zwak. Uiterst zwak, ja met nauwelijks verholen sympathie. Hóe zwak wordt op schokkende wijze duidelijk uit een geschriftje uit 1949, Die Kirche zwischen Ost und West.

Het ware gezicht van Stalin
Voorafgaand aan dat jaar had het Stalinistische regime zijn ware gezicht ruimschoots laten zien. In het vorige artikel gaf ik al aan dat ondermeer bekend was dat Stalin miljoenen mensen opzettelijk had laten verhongeren. Zo groot was de onderdrukking van het Russische volk dat het op voorhand Hitler zag als een bevrijder. Het is omdat Hitler zijn manschappen opdracht had gegeven om het Russische volk aan een ware terreur te onderwerpen, dat het voor het vaderland koos! En men kon niet voor het vaderland kiezen en aan Stalin voorbijgaan. Welnu, Stalin die in 1939 nog een pact met Duitsland had gesloten, werd in 1941 alsnog gedwongen zich tegen de Duitsers te keren. Hij kwam na aanvankelijk grote verliezen te moeten incasseren, op den duur als overwinnaar uit de oorlog tevoorschijn. In 1945 bezetten zijn troepen Berlijn. Direct na de Duitse capitulatie bleek de wereld ten principale veranderd te zijn. Engeland was als grootmacht weggevallen. Er bleven er nog twee over: de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Beide grootmachten stonden letterlijk en figuurlijk tegenover elkaar. Letterlijk: bij de Elbe schudden in 1945 Amerikaanse en Russische soldaten elkaar de hand. En… figuurlijk: het vrije Amerika en het communistische Rusland sloegen elkaar al vrij snel na het einde van de oorlog met groot wantrouwen gade. Al vrij snel. Dat gold niet direct voor Amerika. Kort voor de Duitse capitulatie had Roosevelt namelijk indringende waarschuwingen van Churchill in de wind geslagen. Deze zag aankomen dat Stalin grote delen van Oost-Europa op Hitler zou veroveren en dat hij niet van zins zou zijn deze gebieden weer uit handen te geven. Churchill voorzag dat hij er een communistisch regime in het zadel zou helpen om er Russische satelliet-landen van te maken. Om die reden maande hij Roosevelt de geallieerde troepen zoveel mogelijk haast te laten maken, zodat grote delen van het Westen door de Westerse strijdmacht bevrijd zouden worden en niet door de Russische. Churchill had het goed gezien. Stalin hééft de landen die later tot het Oostblok hoorden, in zijn greep gehouden. Duitsland was in 1945 gedeeltelijk door westerse en gedeeltelijk door communistische troepen bezet. Dat gold ook voor Berlijn. Met een beroep op de noodzaak tot zelfverdediging tegenover het Westen, dat Stalin op propagandistische wijze als fascistisch afschilderde, hield Stalin de door hem bezette gebieden in de jaren daarna in een ijzeren greep. Churchills bange voorgevoelens werden bewaarheid. In 1948 werd dwars door Europa het IJzeren Gordijn opgetrokken. Churchill sprak in dat jaar in Missouri de historische woorden: "Van Stettin bij de Baltische Zee tot Triëst bij de Adriatische Zee is er een IJzeren Gordijn aangelegd dwars door het continent. Achter dit gordijn liggen al de hoofdsteden van de oude staten van Centraal en Oost Europa. Warschau, Berlijn, Praag, Wenen, Budapest, Belgrado, Boekarest en Sofia, al deze beroemde steden en volkeren om deze steden heen bevinden zich in wat ik moet noemen de Sovjet-sfeer. Zij zijn alle in een of andere vorm onderworpen, niet alleen aan de Sovjet-invloed, maar in veel gevallen in een zeer belangrijke en toenemende mate aan controle uit Moskou. De communistische partijen, die erg klein zijn in deze Oosterse Staten van Europa, zijn door Moskou in het zadel geheven ver boven het aantal aanhangers dat zij hebben en zij zoeken allerwege totalitaire macht te krijgen. Meer en meer wordt elk land een politiestaat en, met uitzondering nog van Tsjecho-Slowakije, is er geen sprake van democratie."

'De kerk tussen Oost en West'
Zo werd Europa in tweeën gedeeld. In het Westen domineerden de geallieerden. In het Oosten Rusland. Maar welk een verschil. Furet wijst erop: Amerika hielp financieel om het Westen van Europa weer zelfstandig te maken. Er kwamen vrije verkiezingen, de economie werd op de been geholpen, vooral die van de Bondsrepubliek. Na verloop van tijd trokken de Amerikanen, de Engelsen en Canadezen zich uit West Europa terug en voor zover er Amerikaanse stationeringen bleven, was dat de eigen vrije keus van het Westen, een keuze die het volk bij verkiezingen kenbaar kon maken. Niet voor niets sprak men van het Vrije Westen. Dan het Oosten! Rusland zorgde dat in elk Oost-Europees land de communisten een greep deden naar de macht. Via deze partij regeerde Moskou feitelijk in deze landen, waarin geen tegengeluid geduld werd. Het hele Oosten werd één grote gevangenis, waarin onderdrukking en terreur aan de orde van de dag waren en waarin de kerk zwaar verdrukt werd. Toen heeft Karl Barth gezwegen. Dat is hem zeer kwalijk genomen door onder andere zijn evenknie Emil Brunner. Terecht verweet deze hem zijn terughoudendheid en zijn weigering zich uit te spreken tegen het communisme. Het is Barth op veel kritiek komen te staan, van onder andere bondskanselier Adenauer en zelfs van de socialistische SPD. Het heeft Barth in 1958 de "vredesprijs van de Duitse Boekhandel" gekost. Deze zou hem worden toegekend, maar de toenmalige bondspresident Theodor Heuss wist dit te verhinderen. De prijs werd in zijn plaats toegekend aan zijn Bazelse collega Karl Jaspers. Niet alleen door Brunner, van meerdere kanten werd Barth opgeroepen om partij te kiezen. Hij deed het niet. Hij weigerde, zoals hij het noemde, een anti-communist te worden. Wat mag daarvan de oorzaak zijn? Het moet gezegd: omdat Barth heimelijk sympathie koesterde voor de communistische idealen. Dat blijkt vooral uit de al genoemde brochure Die Kirche zwischen Ost und West uit 1949.

Hierin stelt hij het communistische Rusland en het kapitalistische Amerika op één lijn. Daarom lust het hem niet om partij te kiezen. Waarom hij dat tien jaar voordien tegen Hitler wel deed? Ik parafraseer Barth: Omdat ieder weldenkend mens toen kon zien waar het in Duitsland heen zou gaan. Nu is dat in het Oostblok niet het geval, al zijn er zorgen. En… tien jaar geleden liep je niet het gevaar om "als je je keerde tegen het wildzwijn door de wolf in de rug aangevallen te worden!" Met andere woorden: dat gevaar loop je nu wel. Met wildzwijn bedoelt Barth in dit geval de Sovjet-Unie, met de wolf (nota bene): Amerika!! Keer je je tegen Rusland, dan bespringt de wolf je van achteren. Zo'n gevaar bestond er in 1933 niet, maar nu in 1949 bestaat dat gevaar wel, aldus Barth! Barth vergelijkt Amerika dus met een verraderlijke wolf! Welk een kwalificatie op een bladzijde nota bene waar zowel over Hitler-Duitsland en Sovjet Rusland gesproken wordt! En dat terwijl het zonneklaar is dat Amerika de vrijheid in het verzwakte West-Europa garandeerde! Uit deze kwalificatie blijkt dat Barth op geen enkele wijze meer wist wat een rechtsstaat inhoudt. Hij beoordeelde een Staat niet meer overeenkomstig de vraag of het recht gehandhaafd bleef of niet, maar overeenkomstig de vraag welk doel een Staat zich gesteld had, ongeacht de middelen die men inzette om dit doel te bereiken. Dat blijkt uit het volgende: Man kan immers, zo stelt hij, een "charlatan als Hitler" niet met "een man van eer als Stalin"vergelijken. Jawel, in Rusland heerst onderdrukking. Maar, zo vergoelijkt hij, in het Oosten is men vanouds despotisme gewend.De staatsvorming loopt daar anders dan in het kapitalistische Amerika, waar ook genoeg over te zeggen valt. En ook al zijn de middelen die men aanwendt niet goed - het doel van het communisme is het wel, en aan de verwerkelijking van dat doel zijn wij in West Europa nog niet eens toegekomen. Wij, aldus Barth, met onze zogenaamd schone handen hebben het streven naar verwerkelijking van zulk een doel nog niet eens met de vingers aangeraakt! Ook spreekt Barth bij alle afwijzing luchthartig over Stalins terreur. Men moet over de overigens verschrikkelijke dingen niet te hard oordelen. Dit doen we ook niet over de Franse Revolutie omdat de Jacobijnen zich te buiten gingen. Er zijn in de geschiedenis wel meer misdaden gepleegd, terwijl we achteraf de uitkomst van bepaalde ontwikkelingen toejuichen. Ook weigert hij de communistische ideologie te omschrijven als anti-christelijk en anti-kerkelijk. In plaats van anti-kerkelijk typeerde hij deze als a-christelijk. Men negeerde er de christelijke boodschap. Dit terwijl Barth weten kon van de zware onderdrukking van de kerk en wist dat de ideologie van het communisme uit was op eliminatie van de kerk! Zo valt Karl Barth precies in die valkuil die Furet als volgt omschrijft: Stalin loodste de Sowjet Unie een massaterreur in, die in de wereldgeschiedenis haar weerga niet kent. "Het meest verbazingwekkende is dat westerse intellectuelen en de algemene internationale mening deze tijd als een vertrouwde episode toescheen, terwijl zij extravagant was, of zelfs exemplarisch terwijl zij ongeëvenaard en gruwzaam was." Met Furet moet men stellen dat het mensen als Barth ten enenmale ontbrak aan historisch besef. En dat is een zwaar verwijt. Hoe scherp is het verwijt van de Here Christus niet aan het adres van de farizeeën als Hij zegt dat zij de tekenen van de tijd niet verstaan! Waar Furet echter niet op wijst is het noodlottige dat veel theologen in deze valkuil vielen, doordat zij in hun theologie niet meer rekenden met de Wet van God. Als gevolg daarvan ontbrak het hun aan geestelijk inzicht om hun tijd te verstaan en aan een juiste visie op de Staat. Met alle gevolgen van dien. Daarover meer in een volgend en afsluitend artikel.