Terug naar Ecclesianet.nl

Heilige Geest en taal - Luthers bijbelvertaling en Pinksteren (I)

Dr. H. Klink, Ecclesia nr.12, juni 2003

In een drietal artikelen wil ik stilstaan bij het wonder van de talen, zoals dat plaatsvond in Jeruzalem op de Pinksterdag. In deze artikelen wil ik proberen enig licht te werpen op wat er bedoeld kan zijn, toen de menigte mensen in Jeruzalem, die het Pinksterfeest meemaakten, riepen "wij horen hen in onze eigen taal de grote werken Gods spreken". Ik neem daarvoor mijn uitgangspunt in het jaar 1521/1522 toen Luther het Nieuwe Testament in het Duits vertaalde.

In de jaren 1521/1522 moet het de reformator Maarten Luther soms wonderlijk te moede geweest zijn.
Bij alle gebeurtenissen waar hij 'als bij de haren bijgesleept was', voegde zich ook nog eens een 'vrijwillige ballingschap' van veel maanden op het kasteel de Wartburg. Luther werd naar de Wartburg 'getransporteerd' door zijn vrienden, kort na de rijksdag die in dat jaar plaatsvond in Worms (1521) Daar heeft Luther gestaan tegenover de keizer en tegenover de prelaat van de paus en de vele hoge geestelijken die aanwezig waren. Ter verantwoording geroepen om zijn geschriften liet hij hen weten niet te zullen herroepen.
Niet al te luid, maar met vaste stem sprak hij: "Hier sta ik, ik kan niet anders, mijn geweten is in de Schrift gebonden. God helpe mij! Amen."

Aan het eind van de rijksdag werd beraadslaagd over de vraag wat men met de halsstarrige monnik aan moest. De keurvorst van Saksen had voorafgaand aan de rijksdag bedongen dat men Luther hoe de uitspraak ook uit zou vallen, niet gevangen zou nemen en niet naar Rome zou sturen. Daar zou hem een zekere dood wachten. De keizer kon niet anders dan zijn woord houden. Luther werd 'slechts' in de rijksban gedaan. Dat betekende dat hij vogelvrij verklaard werd: iedereen mocht zich straffeloos aan zijn leven vergrijpen.

Tijdens de terugtocht naar Wittenberg overvielen enkele ridders de stoet wagens waarin Luther zich bevond. Zij roofden Luther letterlijk weg. Velen dachten dat hij omgebracht was. De beroemde schilder Dürer schrijft bijna wanhopig: de arme Luther is dood. Wie zal ons nu het Evangelie verkondigen?
Maar Dürer vergiste zich. Luther was niet dood. Het waren geen vijanden, maar vrienden die hem belaagd hadden en in vliegende vaart gebracht hadden naar het slot de Wartburg. Daar zou niemand hem zoeken. Een jaar lang hield hij er verblijf. Hij liet een baard groeien en nam een andere naam aan: jonkheer Jörg. Ja, het moet hem er af en toe wonderijk te moede geweest zijn. Bij tijden was hij er zeer eenzaam. Vandaar dat hij aan het ballingsoord de naam 'mijn Patmos' gaf.
En toch, op dat 'Patmos' heeft Luther buitengewoon veel en nuttig werk verzet.

Vanzelfsprekend lag er in de typering 'mijn Patmos' een verwijzing naar het eiland waar de apostel Johannes ooit verbannen leefde. Wat het eiland Patmos was voor Johannes was de Wartburg voor Luther. De vergelijking gaat in tal van opzichten op.
Zo vertelt Johannes in het bijbelboek Openbaringen, dat hij op de eerste dag van de week, de dag van Christus'opstanding, eenzaam stond te turen over de zee. Ongetwijfeld gingen zijn gedachten uit naar de gemeenten in Klein Azië, waar hij zo vertrouwd mee was. Toen, zo lezen we, hoorde hij plotseling een geluid achter zich "als van vele wateren" De apostel zag om en… zag Christus, de Zoon des mensen. Hij viel voor Hem neer 'als dood aan zijn voeten'. Dit vanwege de heerlijkheid die de Zoon des mensen uitstraalde. Hij herkende Hem als zijn Here, maar dan zo groots, zo hemels, dat hij het niet aankon. Zo overweldigend was zijn heerlijkheid. Daarom viel hij "als dood voor Zijn voeten". Maar zie, juist deze ervaring maakte het hem mogelijk om in opdracht van Christus het troostboek Openbaringen te schrijven. Wat opvalt, is dat Johannes de stem van Christus omschrijft als een geluid "als van vele wateren…"

Het wonder der talen
Deze woorden doen denken aan het Pinksterfeest in Jeruzalem. Lucas vertelt ons dat men in de straten van Jeruzalem een geluid hoorde, alsof er een geweldige wind opstak. Zo bijzonder was het dat een grote mensenmenigte samenstroomde om te zien wat er gebeurde! En toen maakte de menigte onder andere het wonder van de talen mee. De mensen roepen uit: Wij horen hen een ieder in onze eigen taal spreken! En ze vragen: "Wat is dit? Dit overweldigende?" Petrus geeft het antwoord: "Dit is het wat gesproken is door de profeet Joël, En het zal zijn in het laatst der dagen, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees…".
Met andere woorden: achter het wonder van de talen, dat de menigte verbaasd deed uitroepen "wij horen hen in onze eigen taal spreken, gaat de uitstorting van de Heilige Geest schuil. En die uitstorting werd geïntroduceerd door een geweldig gedreven wind. Op Patmos beleefde Johannes een reprise ervan: een geluid als van vele wateren!
We mogen gevoeglijk zeggen dat een 'wonder der talen' ook plaatsvond op de Wartburg waar Luther in 1521 verbleef. Dáár vatte Luther het plan op om de Bijbel in het Duits te vertalen. In nog geen jaar was hij daarmee gereed: de eerste uitgave kwam al in september 1522 van de pers.
Wat nu de overeenkomst met het wonder van de talen op de Pinksterdag zo duidelijk naar voren doet komen is, dat er door Luthers vertaling van de Schrift een nieuwe taal geschapen werd: het moderne Duits.
Taal heeft een structuur. Men kan van de taal zeggen, wat Paulus zei van de kerk: de onderdelen ervan worden door pezen en verbindingen bij elkaar gehouden. Die pezen en verbindingen vormen samen de grammatica van een taal. De zinswendingen, de vervoegingen van het werkwoord etc, vormen het gebinte van een taal. De woorden worden erdoor bij elkaar gehouden en krijgen in het verband waarin ze staan, zin en inhoud. Maar niet alleen de taal kent zulk een structuur. Hetzelfde geldt voor een volk. Ook een volk kent een gebinte en wordt bijeengehouden door 'pezen en verbindingen'; gezamenlijke afkomst, een gezamenlijk doorstane crisis etc.
Onmiskenbaar is dat één van de banden die een volk tot volk maken een gezamenlijke taal is. Welnu, ondanks schokken en spanningen, die nog zouden volgen, is door Luthers vertaling een Duitse taal ontstaan, die de Duitse geest eeuwen lang gestempeld heeft.
Zo is de Luthervertaling een samenbindend element geweest in het Duitse volk. En het is veelzeggend dat Duitsland toen volledig ten prooi viel aan de leugengeest van het nazisme, toen de taal door Hitler en Goebbels geperverteerd en vergiftigd was. Het woord werd demagogisch. De Duitse taal was door Luther geworden tot een taal, die gehanteerd kon worden als een zwaard van de Heilige Geest, tot een taal die het Duitse volk ook eeuwen lang inwijdde in de dienst aan God en in een leven met God. Dezelfde taal werd door de vader der leugenen tot een taal, die velen deed vallen in de strikken die de boze had gespannen.

De taal van de Bijbel en de westerse volken
Het is onmiskenbaar dat Luthers vertaling taalscheppend was. Hij zelf heeft dat gevoeld. Hij kan er zich op beroemen tegenover zijn criticasters. Zij waren niet in staat "om ook maar een zin goed Duits te schrijven." "Dat kon ik wel", schreef Luther in zijn boek over het vertaalwerk. En hij had gelijk. Men kan wat de Reformatoren betreft gerust spreken van een wonder der talen. Johann Klajus von Herzberg heeft eens geschreven: "Zoals de Heilige Geest door Mozes en de profeten zuiver Hebreeuws, en zoals Hij door de apostelen zuiver Grieks gesproken heeft, zó heeft Hij door Zijn uitverkoren knecht Luther zuiver Duits gesproken." En hetzelfde geldt van het Frans van Calvijn en het Nederlands van de Statenvertaling en van het Engels van de King James vertaling. En wat te denken van de invloed van de Nederlandse Statenvertaling op het volksbewustzijn in Nederland? Twee boeken waren het die de mensen gemeenlijk in hun bezit hadden in het 'oude Nederland': de Statenbijbel en Vader Cats. Wie kent niet het schilderij van Rembrandts moeder, die als oude vrouw in een stoel in de hoek van haar kamer een grote Statenbijbel op haar schoot houdt en daaruit leest, om er in de haar bekende taal troost uit te putten. Eeuwen lang is de Nederlandse geest mede gestempeld door de Statenvertaling en zo door de Schrift zelf…ja, door de Geest van God zelf, die door de Schrift het volk en het volksbewustzijn vormde.

Luther was als geen ander ervan overtuigd dat de talen de schede zijn van het zwaard van de Geest van God.
Door de bijbel te vertalen in het Duits had het hele volk toegang tot de openbaring van God. Dit kon een wonder van genade teweeg brengen! Ongetwijfeld heeft hij daarbij aan het Pinksterfeest gedacht. Meer dan eens bracht hij het werk van de Heilige Geest in verband met de taal!
Luther vergiste zich niet. Kort nadat zijn vertaling in september 1522 in Wittenberg bij de drukkerij van Lucas Cranach van de pers kwam, was de eerste uitgave al uitverkocht.
Herhaaldelijk werd bleek in de jaren die volgden een nieuwe uitgave noodzakelijk. Juist vanwege deze bijbelvertaling was de Reformatie in het hele Duitse taalgebied niet meer te stuiten. Zelfs in gebieden die strikt Rooms-katholiek bleven, kon men er niet omheen. In sommige streken bracht men een andere bijbel uit, onder een andere naam. Maar in feite was het Luthers vertaling die men, met kleine wijzigingen en van andere kanttekeningen voorzien, overnam. Alom nam men de bijbel van Luther ter hand. Alom werd de invloed van zijn vertaling merkbaar. Aan hoven, op kastelen, in boerenhoven en in eenvoudige woningen, in steden en gehuchten, aan universiteiten en aan dorpsscholen, bij musici zoals Bach en Buxtehude, bij een christendenker als Hamann en tot in de vorige eeuw toe bij een schrijfster als Ricarda Huch.
Wie een recent voorbeeld zoekt van iemand die de mogelijkheden die het Luther-Duits een schrijver schenkt gepeild heeft, doet er goed aan iets te lezen van deze schrijfster. Generaties lang heeft Luthers vertaling jonge mensen ingewijd in de geheimen van het christelijk geloof, een geloof waaruit zij leefden en waarmee zij stierven, in de hoop op het eeuwige leven.
Welk een genade heeft God in hem en in andere vertalers gegeven!

De aanraking door de Heilige Geest en de taal
Wat was nu het geheim van Luthers vertaling? Was het niet Luthers ontdekking van de Schrift, in wat dr. W. Aalders eens noemde haar geizerwerking. Die geizerwerking had hij ondervonden in zijn kloosterperiode.
De bijbel was voor hem in die periode een verzegeld boek. Als hij vroeg naar de zin van het bijbelwoord verging het hem als het volk Israël, dat in de tijd van Mozes de berg Sinaï naderde, waar God tot het volk wilde spreken. Het volk hoorde God stem, de stem der woorden en was vol van angst, schrik en beven. Zo verging het Luther ook. Hoe had hij gezucht onder de harde taal van de wet van de rooms-katholieke ideologie, van het pauselijke systeem. De uitleg van de Schrift was zo goed als volledig ingesnoerd in de uitleg van scholastici en kerkvorsten. En deze uitleg kon de ziel van Luther alleen maar schrik inboezemen.
Op een dramatische wijze heeft hij geschreven in welk een nood deze uitleg hem, die God zocht en vrede met God, bracht. Hij zegt in een terugblik dat hij "onbeschaamd bij Paulus op de deur bonkte", om enkele schriftplaatsen te kunnen verstaan. Dat hij "dorste en smachtte en zich aftobde" om de toegang tot God in de Schrift te vinden. Dat hij niet in staat was, zelfs niet geleid door zijn biechtvader Von Staupitz dat voor elkaar te krijgen, hetgeen hem geweldig aangreep en hem tot een hopeloos mens maakte.
Maar ook beschrijft hij hoe de Heilige Geest hem tijdens dit zoeken en tasten plotseling duidelijk maakte hoe de woorden van de Schrift verstaan moesten worden en wat het gevolg daarvan in zijn leven was: "Toen begon ik door Gods genade te begrijpen…" "Het was mij toen, alsof ik geheel herboren was en door open poorten het paradijs was binnengegaan."

Heel opmerkelijk is dat Luther hier alle aandacht vraagt voor Gods genade en voor de Heilige Geest. Hij was het die in een tijd dat het contact met de hemel in kerk en wereld bijna toegesloten was, door alle barricaden heen brak en Luther het Evangelie deed verstaan dat hem opeens in een andere werkelijkheid overzette. De sluizen van de hemel, waren evenals dat op de Pinksterdag het geval was open gegaan. Toen was het de vijandschap van het Sanhedrin dat overwonnen moest worden. Nu was het het pauselijk systeem dat de bijbel bijna monddood gemaakt had.

Deze overgang had iets van psalm 126: "Dan zal vol lachen zijn onze mond, jubel zal op onze tong zijn; dan verluidt bij de volken: 'groot heeft God gehandeld aan hen'. Groot heeft de Heer gehandeld aan ons, blijdschap is ons geworden."(vertaling Ida Gerhardt en Marie van der Zeyden).
Hij deed de ervaring op van dezelfde overgang die de schrijver aan de Hebreeën beschrijft in hoofdstuk 12: Gij zijt niet genaderd tot de berg Sinaï, met de stem der woorden, maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot het hemelse Jeruzalem…."
Die ervaring lag achter Luthers verblijf op de Wartburg, zijn Patmos. Als een tweede Johannes had hij enige tijd daarvoor door de Heilige Geest Christus' stem vernomen, een stem als van vele wateren. En dat stelde hem in staat te schrijven!
Het verging hem als de discipelen in Jeruzalem in de dagen voor Pinksteren. Zij onderzochten de Schrift in de dagen voor de uitstorting van de Heilige Geest. Maar pas nadat zij aangegrepen werden door de geweldig gedreven wind, de Geest zelf, waren zij in staat zo te spreken dat het volk hen in hun eigen taal, de grote daden Gods hoorde spreken! Die ervaring heeft ook Luther opgedaan na zijn kloosterperiode. En dat verklaart de grote invloed van zijn bijbelvertaling.

Met recht kon hij in zijn boekje Ein Sendbrief vom Dolmetschen (1530) schrijven dat het hem gegeven was, om zo te vertalen dat "de vrouwen in de keukens en de kinderen in de stegen" het konden begrijpen. In hun eigen taal!
Het is Luther gegeven, evenals Calvijn en de Statenvertalers in de zeventiende eeuw zo te vertalen dat het volk erdoor gestempeld werd. Met welk een zegen voor al deze landen en voor Europa! Want waar de Geest begint te waaien heeft dat invloed op de taal, vernieuwt de taal zich en wordt ze voegzaam voor diezelfde Geest, die er zich van bedient om de mensenharten weer in aanraking te brengen, met God, die Adam tot leven riep door zijn woord. Dit wonder gebeurde in Jeruzalem op het Pinksterfeest.
Een soortgelijk wonder herhaalde zich in de zestiende eeuw ten tijde van de Reformatie.

Ook in deze tijd: Kom Schepper, Geest...
Kan iets dergelijks ook in onze tijd plaatsvinden? Kan een bijbelvertaling vandaag hetzelfde effect sorteren? Waarom niet? De Geest is eeuwig levend en kan ook door de barrières, die ónze tijd opwerpt, heen breken. Maar dan dient wel aan de voorwaarde voldaan te zijn, dat bijbelvertalers weten wat het betekent 'te naderen tot de berg Sion', zoals Luther dat wist en Johannes op Patmos evenals de discipelen te Jeruzalem dat wisten. Met andere woorden: dat bijbelvertalers en vertolkers niet alleen een grondige kennis hebben van het Grieks en het Hebreeuws en veel weten over de tijd van de bijbel. Dat is buitengewoon belangrijk. Even belangrijk is het dat er mensen zijn, die door de vragen van deze tijd zijn aangegrepen, zoals dat voor Luther gold en Johannes (De Openbaringen aan en het Evangelie van Johannes bewijst zijn betrokkenheid bij het tijdsgebeuren). Ook is belangrijk dat zij de Bijbel zo willen vertolken dat het voor de mensen van deze tijd begrijpelijk is en de diepste vragen van de moderne mens er een antwoord in vinden. Dat zijn allemaal heel belangrijke voorwaarden. Maar dé grote voorwaarde die pas maakt dat aan de andere voorwaarden voldaan kan worden is dat bijbelvertalers en vertolkers weet hebben van het naderen tot de berg Sion, van het aangeraakt zijn door de Heilige Geest. Daarom kan een vertaling pas dán goed zijn, als zij opkomt vanuit het geloof. Mogen we er niet op hopen dat dán ook in onze tijd iets van Pinksteren in vervulling gaat en er zich gebeurtenissen voor zullen doen, waar velen versteld van staan (omdat zij zo ver van God zijn afgedwaald) en dat velen zullen roepen: Nu horen we hen in onze eigen taal de grote daden Gods?