Terug naar Ecclesianet.nl

Namaak in paleis “Huis ten Bosch“?

Ds. L.J. Geluk, Rotterdam

Op zondag 3 februari 2007 vond op paleis "Huis ten Bosch" opnieuw een bijzondere plechtigheid plaats: Jo­anna Zaria Nicoline Milou gravin van Oranje-Nassau, jonkvrouw Van Amsberg, dochter van prins Friso en prinses Mabel werd gedoopt, op dezelfde wijze als haar oudere zusje gravin Luana daar op 18 december 2005 was gedoopt. Ook nu was van een vroege doop geen sprake, want de kleine dopeling werd geboren op 18 juni 2006 en was dus al tegen de acht maanden.

In de gehele Christenheid is het sacrament van de Heilige Doop iets van de allergrootste betekenis. In de diverse stromen van deze wijdvertakte delta zijn er wel vele verschillen, maar ook overeenkomsten. Over een aantal onderdelen is men het in de gevestigde, histori­sche kerken eens: de Doop moet worden bediend in de Naam van de drie-enige God, de bedienaar van de Doop moet wettig geordend zijn en de dopeling behoort tot een gemeente/kerk en wordt in het doopboek of doopregister van die gemeente of kerk ingeschreven.

In de Roomse kerk behoeft de Doop niet in een kerk­dienst te worden bediend, al heeft dit de laatste decennia wel de voorkeur. Men kent er ook niet meerdere ambten, zodat naast de priester die het Sacrament bedient, geen andere priester aanwezig behoeft te zijn.

In de kerken van de Reformatie, die op Genève te­ruggaan, wordt, tenzij in zeer uitzonderlijke gevallen, de Doop in een kerkdienst bediend en zijn behalve de pre­dikant ook een ouderling en diaken aanwezig. Het be­hoort immers tot de grondovertuiging dat er drie ambten zijn, de ouderling, de predikant en de diaken, die samen namens Christus aan de gemeente leiding geven, ook in de erediensten.

Wanneer we de persberichten bezien, die de doop van gravin Zaria hebben gemeld, dan blijkt dat opnieuw op "Huis ten Bosch" op een vreemde manier over deze din­gen wordt gedacht. De Heilige Sacramenten zijn niet door Christus aan individuele gelovigen geschonken, maar aan Zijn Kerk. Maar op 3 februari was de voor­ganger wederom een man die in de Rooms-katholieke Kerk zijn ambt heeft verloren. Er was geen ambtelijke kerkdienst. Er is geen gemeente waartoe de dopeling be­hoorde of is gaan behoren. De doop is in geen enkel kerkelijk doopboek of doopregister vastgelegd. En deze doop werd niet bediend in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

De voorganger was de bekende dichter Huub Ooster­huis. Hij was een vriend van Prins Claus en leidde ook de dienst bij diens begrafenis. In een interview vertelt hij hoe­zeer hij door Karl Marx is beïnvloed. De Bijbel leest hij dan ook door de bril van Marx en het gaat hem vooral om de boodschap van de profeten, die rijken bestraffen en het voor de armen opnemen. Zijn Bijbel is erg smal, hoewel hij in 2002 van de Vrije Universiteit in Amsterdam een eredoctoraat in de theologie heeft ontvangen. In za­ken van de politiek is hij een fervent links figuur, die sym­pathiseert met de Socialistische Partij van Jan Marijnissen.

Nu kan dat allemaal zo zijn, maar typisch is dan wel dat hij menigmaal de trappen van het paleis bestijgt en vriend van meerdere leden van de koninklijke familie is. "Zeg mij, wie uw vrienden zijn …" Merkwaardig is een dergelijke sympathie in de familie van Oranje.

Daar komt bij dat Huub Oosterhuis, kerkelijk gezien, geen ambt bekleed. Hij wás ooit priester in de Rooms-katholieke Kerk, maar is dat niet meer. Hij verloor zijn ambtelijke bevoegdheden, toen hij de belofte van het celibaat verbrak en in het huwelijk trad. Oosterhuis 'ver­tegenwoordigt' alleen zichzelf . Men zou toch mogen verwachten dat in de koninklijke familie niet alleen de wetten van de staat worden geëerbiedigd, maar ook res­pect zou zijn voor fundamentele kerkelijke regels. Het is triest dat opnieuw gebleken is dat dit laatste niet het ge­val is. Immers al meermalen trad een andere figuur op bij 'kerkelijke' handelingen van wie ernstig werd betwij­feld of hij ooit in een kerkelijk ambt is gesteld, namelijk prof. dr. Anne van der Meiden, die kinderen in de fami­lie van Oranje doopte en trouwdiensten leidde.

Wezenlijk voor de Heilige Doop is dat een dopeling door het heilig Sacrament in een gemeenschap, in de gemeente van Christus wordt ingelijfd. Het is geheel on­mogelijk te worden gedoopt en dan op zichzelf te blij­ven, te worden gedoopt en niet te behoren tot een groter geheel. Het is geheel onmogelijk om te worden gedoopt en dan niet met anderen samen onder het vaandel van Christus te worden gebracht. Maar op paleis "Huis ten Bosch" was geen gemeente en de dopeling is nergens bij gaan behoren, zij wordt vrijgelaten en mag later kiezen, aldus het persbericht. Wat nu juist bij en tengevolge van de Heilige Doop onmogelijk is, werd werkelijkheid op "Huis ten Bosch".

Alle kerken die aanspraak maken op de naam "kerk" stellen dat de Doop moet bediend worden in de naam van de drie-enige God. Dat deed vanzelfsprekend de Nederlandse Hervormde Kerk, waartoe de Oranjes eeu­wenlang hebben behoord. Dat doet de Rooms-katholieke Kerk. Dat doet ook de PKN in artikel 5 van ordinantie 6.

Evenals bij de doop van gravin Luana werd gravin Zaria gedoopt met gebruikmaking van het formulier van de Amsterdamse Studentenekklesia.

Deze bijzonderheid maakte mij nieuwsgierig om na te gaan hoe dat daar dan gebeurt. De Studentenekklesia was zo vriendelijk mij informatie te doen toekomen. Het blijkt dat de formules bij de bediening van de doop een wel heel vrije weergave zijn van de beken­de christelijke doopformule. Waarschijnlijk zijn zij be­dacht door Huub Oosterhuis. Voor elke dopeling zijn zij niet precies gelijk. Ik geef enkele voorbeelden van wat ik las: (naam), ik doop jou in de Naam van God 'Ik zal er zijn', in de naam van Jezus – 'hebt elkander lief'- ik ze­gen je met de geest die bron van liefde is. Of: (naam), ik doop jou in de Naam van God "Ik zal er zijn', in de naam van Jezus – 'hebt elkander lief'; en in de kracht van de geest die bron van goedheid is. Of: (naam) ik doop jou in de Naam van God 'Ik zal er zijn', in de naam van Jezus – 'hebt elkander lief'; ik zegen je met de geest van vuur en trouw. Of: (naam) ik doop jou in de Naam van God 'Ik zal er zijn', in de naam van Je­zus – 'hebt elkander lief'; ik zegen je met de geest die bron van hoop en vreugde is. Of: (naam) ik doop jou in de Naam van God 'Ik zal er zijn', in de naam van Jezus – 'hebt elkander lief'; en in de kracht van de geest die het aangezicht van deze aarde zal vernieuwen. Na de laatste zinsnede wordt steeds gezegd: "Zo moge het zijn, vrees niet, kome wat komt".

Wanneer we de balans van dit gebeuren opmaken, kan de vraag niet worden onderdrukt of de plechtigheid op "Huis ten Bosch" wel beantwoordde aan wat de chris­telijke Kerk verstaat onder de bediening van de Heilige Doop. Was het niet een gebeuren dat helemaal past in een postmoderne, super individualistische levensstijl?

Wat zou het voor christenen bemoedigend zijn en voor niet-christenen een voorbeeld-functie hebben wan­neer bij de jonge generatie van de koninklijke familie het abc van het geloof van de Kerk der eeuwen in ere was en kerkelijke regels werden gerespecteerd, zodat men niet zou varen op het kompas van vrijbuiters en dwaal­geesten. Want wat op 3 februari 2007 op "Huis ten Bosch" gebeurde heette de bediening van doop, maar was dat wel de bediening van dit Hoogwaardig, Heilig Sacrament?