Terug naar Ecclesianet.nl

Wie was Herodes, de man van de kindermoord

Ds. I.J. Wisse, Rijnsburg

Bij het lezen of horen van de naam Herodes, denken we meestal dadelijk aan wat we de kindermoord in Bethlehem noemen waarvan Mattheüs 2 ons bericht. Het was immers Herodes, die daartoe bevel gaf. Hij was de koning van Judea, die, nadat hij vernomen had, dat er in zijn land een koningskind was geboren, zich grote zorgen maakte over zijn positie. Hij voelde als het ware zijn troon wankelen. Daarom stelde hij alles in het werk om dat kind, geboren in Bethlehem, te doden. “Hij zond bevel om in Bethlehem en het gehele gebied daarvan al de jongens van twee jaar oud en daar beneden om te brengen, in overeenstemming met de tijd, die hij bij de wijzen (uit het oosten) had uitgevorst” (Matth. 2:16). Een poging, die evenwel mislukte: het kind Jezus ontglipte hem.
Een ons heel bekende geschiedenis dus waarin ons Herodes wordt getekend als een door en door wreed persoon. Dat bleek duidelijk uit zijn optreden.
Maar hieraan was reeds heel veel voorafgegaan waaruit Herodes’ wreedheid eveneens aan de dag gekomen was. De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus (37-100) zegt van hem: “Wat nu zijn huisgenoten betreft: als iemand hem in zijn woorden niet met slaafse onderworpenheid eerde of de indruk wekte, dat hij ook maar iets tegen zijn heerschappij op touw zette, was hij niet bij machte zich te beheersen, en hij ging zóver, dat hij, zonder onderscheid, zijn familieleden en vrienden als staatsvijanden liet straffen, terwijl hij tot dergelijke misdrijven kwam uit zucht om als enige alle eer te ontvangen” (Joodse oudheden XVI, 156). Herodes was dus tegelijk zeer achterdochtig.
Hij was tienmaal getrouwd. Zijn eerste vrouw had hij verstoten. Daarna huwde hij Mariamme. Uit die verbintenis kwamen allerlei verwikkelingen voort. Het gevolg was, dat hij in betrekkelijk weinig jaren, naast personen buiten de familie, twee zwagers, zijn schoonvader en zijn schoonmoeder uit de weg liet ruimen. Ja, ook zijn vrouw Mariamme, die hij eerst hartstochtelijk had liefgehad, liet hij, nadat er reeds door intriges verwijdering tussen hen beiden was ontstaan, terechtstellen. Hetzelfde lot trof twee zonen, die hij bij haar had. Vlak vóór zijn dood liet hij ook nog zijn oudste zoon en toekomstige troonopvolger in een gevangenis ter dood brengen. Van toen af had hij geen rust meer. Hij zag overal gevaar voor zijn leven. Niemand vertrouwde hij meer.
Het zal ons niet verwonderen, dat Herodes vanwege zijn achterdocht en wreedheid bij zijn onderdanen weinig of helemaal niet geliefd was. Zij haatten en verafschuwden hém meer dan de Romeinse overheerser bij wiens gratie hij aan de macht was in Judea. Daar kwam nog bij, dat hij van Edomitische afkomst was, dus niet van Joodsen bloede, wat bij de Joden ook slecht viel.
Hij was ongeveer 70 jaar oud, toen hij ernstig ziek werd. Vreselijke pijnen moest hij doorstaan. Toen hij zijn einde voelde naderen, liet hij de voornaamste Joden bij zich roepen. Hij verbleef op dat ogenblik in zijn winterpaleis in Jericho en gaf bevel hen in de renbaan op te sluiten. De eerder genoemde Flavius Josephus schrijft hierover het volgende: “Hij zei toen tegen zijn zuster Salome en haar man Alexas: Ik weet, dat de Joden feest zullen vieren, wanneer ik dood ben, maar als jullie zullen doen wat ik gebied, dan zullen ze kunnen jammeren en kan ík een schitterende begrafenis hebben. Wat ik dus van jullie wil, is, dat jullie, zodra ik de laatste adem uitgeblazen heb, dadelijk allen, die in de renbaan zijn opgesloten, door mijn soldaten laten omsingelen en doden, zodat er in alle huizen van Judea ongewild over mij tranen zullen worden gelaten” (Joodse oorlog I, 660). Met die wrede, onmenselijke trek in het karakter van Herodes komt de kindermoord in Bethlehem dus wel sterk overeen.
Een zuster en zwager zorgden er evenwel voor, dat dit wrede plan met betrekking tot zijn sterven niet doorging en dat de gevangengenomen Joden werden vrijgelaten. Dat had tot gevolg, dat er bij heel het Joodse volk vreugde was, toen Herodes was gestorven. Zijn uitvaart was inderdaad indrukwekkend. Rondom de baar waarop het lijk lag gehuld in een purperen gewaad, liepen zijn uit verschillende huwelijken geboren zonen en zijn familieleden. Daarachter volgde zijn lijfwacht en zijn gehele leger, terwijl de stoet gesloten werd door vijfhonderd van zijn dienaren. Zoals Herodes zelf gewild had, werd hij begraven in Herodeion, een vesting, die hij had laten bouwen even ten zuiden van Jeruzalem.
Flavius Josephus, die ons veel negatieve dingen over deze koning van Judea heeft bericht, wijst echter ook op wat goede eigenschappen van hem. Hij was een behendige diplomaat, een geboren staatsman. In 40 vóór Chr. werd hij in Rome tot koning van Judea benoemd. Maar ook al was hij dan theoretisch koning van dat land, toch moest hij nog drie jaar zich tot het uiterste inspannen om het ook in werkelijkheid te worden. Eerst veroverde hij Idumea, vervolgens Samaria en Galilea. En in het jaar 37 vóór Chr.wist hij na een beleg van drie maanden Jeruzalem in te nemen. Als koning boekte hij ook verder op politiek terrein veel successen. Hij kreeg in de loop van de tijd vriendschap met keizer Augustus en dat bezorgde hem aanzienlijke uitbreiding van zijn gebied. Zijn gezag strekte zich ten slotte uit tot ver in het noorden van Palestina en in het zuiden tot de grenzen van Egypte. Hij was voor de Romeinen zonder meer een bekwaam en betrouwbaar bestuurder.
Om vrede en rust in zijn gebied te bewaren bouwde hij vestingen en beschikte hij over veel huurtroepen. Uit op eigen glorie en grootheid liet hij steden herbouwen: de oude havenplaats “Stratonstoren” werd een fraaie romeinse stad en kreeg de naam Caesarea, ter ere van zijn beschermheer Caesar Augustus, de keizer. Als bewonderaar van de Griekse cultuur liet hij prachtige bouwwerken verrijzen. Ook zorgde hij voor de verfraaiing van Samaria. Hij noemde deze stad Sebaste; Sebastos is de Griekse vertaling van Augustus, dus Augustus-stad. Verder bouwde hij tempels ter ere van de keizer. In Jeruzalem kwam een theater en iets buiten de stad een amfitheater voor volksspelen. Hiermee probeerde hij de in zijn gebied wonende Grieken gunstig te stemmen. Ook bouwde hij in Jeruzalem een paleis met een park en waterwerken en de burcht Antonia.
Het zal duidelijk zijn, dat hij met veel van deze dingen ergernis opriep bij de Joden, die, afgezien van zijn achterdocht en wreedheid en een zware belastingdruk, al de grootste moeite hadden met zijn laten bouwen van afgodstempels in binnen- en buitenlandse steden. Daarom wilde hij ook met hún gevoelens rekening houden en probeerde hij hun gunst te winnen door hun tempel in pracht en praal te herbouwen. De eerste tempel (die van Salomo) was immers in 586 vóór Chr. door de Babyloniers verwoest. Wel was daarvoor een nieuwe in de plaats gekomen. Maar deze had het in schoonheid en grootte niet kunnen halen bij de vorige. In Ezra 3:12 lezen we: “Maar velen van de priesters, van de levieten en van de familiehoofden, de ouden, die het eerste huis (de tempel) nog hadden gezien, weenden luid, toen de grondlegging van dit huis voor hun ogen plaats had”. En dit gevoelen blééf: voor wie de tempel in zijn vroegere heerlijkheid had gezien, was de nieuwe, daarbij vergeleken, als niets (Haggaï 2:4). Welnu, op de ook daarna nog lang voortlevende onvrede over het feit, dat de tweede tempel van Jeruzalem in omvang, schoonheid en glorie ver beneden de eerste was gebleven, werd door koning Herodes ingespeeld. Hij wilde hierin verandering brengen.
In het jaar 20 vóór Chr. begon hij deze tempel te herbouwen naar Grieks model, met poorten en zuilengalerijen. Dit grootse restauratieproject heeft erg lang geduurd en was vele jaren na zijn dood nog niet voltooid. In Jezus’ dagen was er zes-en-veertig jaar aan gebouwd (Joh. 2:20). Jezus heeft de bouw ervan zien vorderen en meermalen zal Hij hebben rondgelopen in de voorhoven en zuilengangen van deze fraaie tempel, die ook Zijn discipelen bewondering afdwong (Mark.13:1). Flavius Josephus, die zelf als priester in deze Jeruzalemse tempel nog dienst had gedaan, heeft ons een uitvoerige beschrijving van het tempelcomplex nagelaten (Joodse oudheden XV, 380-425).
In het bovenstaande heb ik iets naders verteld over Herodes van wie de Heilige Schrift ons enkel wat meedeelt in verband met zijn poging om het kind Jezus om te brengen. Uit andere bronnen weten we dus méér van hem. Uit het feit, dat hij op het gebied van politiek en cultuur veel presteerde, valt te verklaren, dat hij Herodes de Grote werd genoemd, maar groot van karakter was hij bepaald niet. Hij was wegens zijn ongedurig temperament alleen maar grillig en onberekenbaar.

Artikelen 2006