Terug naar Ecclesianet.nl

Europa en de islam, vroeger en nu

Dr. H. Klink, Hoornaar

Europa en de islam, vroeger en nu
Na de val van de Berlijnse muur in 1989 is de wereld geconfronteerd met een nieuw verschijnsel: het moslimfundamentalisme. Omdat het heel gemakkelijk uitmondt in terrorisme, kan dit de wereldvrede ernstig verstoren. De 11e september 2001 liet zien waar het dit fundamentalisme toe kan leiden. Toen al werd door enkele politici, onder wie minister Dijkstal, gezegd "de wereld zal vanaf nu niet meer dezelfde zijn." De jaren die achter ons liggen lijken hem in het gelijk te stellen: welk een gevolgen heeft de aanslag op de Twin Towers niet gehad! Het gebeuren van 11 september 2001 is de directe aanleiding tot de aanval van de Amerikanen op Afghanistan en daarna op Irak.

En zo lijkt de bekende schrijver Samuel Huntington die in 1993 zijn boek Clash of civilizations schreef gelijk te krijgen. Hij voorspelde dat zich na de val van het communisme een nieuw breukvlak in de wereld zou voordoen. In het vervolg zou het niet meer de communistische wereld zijn die tegenover de vrije, door westerse normen gedomineerde wereld zou staan, maar de wereld van de islam!

Het Westen en de opkomst van de islam
In 1958 hield de Nederlandse zendingstheoloog dr. H. Kraemer in Amerika de Stone Lectures. De neerslag daarvan publiceerde hij in zijn boek Wereldbeschavingen en wereldreligies. Het handelt over de ontmoeting van de westerse cultuur en de culturen en godsdiensten van het verre en nabije oosten: het Hindoeïsme en het Boeddhisme èn de wereld van de islam.
Hij wijst erop dat deze culturen en godsdiensten vanaf het begin van de 19e eeuw te maken kregen met de dynamiek van de westerse wereld. De expansiedrang van de westerse wereld woelde en woelt de grond van de niet-westerse wereld om en stelt deze voor nieuwe en buitengewoon grote vragen. De ontmoeting en confrontatie met het westen heeft tot enorme veranderingen geleid in de starre en immobiele wereld van de niet-westerse volkeren en dit proces is nog lang niet ten einde, aldus Kraemer.

Zeker waren er al in voorgaande eeuwen al tal van conflicten geweest tussen de islamitische en de christelijke wereld. Eigenlijk waren ze met het ontstaan van de islam gegeven.

Want met ongekende kracht en vaart heeft de islam zich na de dood van Mohammed (632 na Chr.) weten uit te breiden. Tot de islam bekeerde Arabieren veroverden nog in de zevende eeuw Jeruzalem en Damascus. Zij maakten zich meester van die gebieden die nu Iran en Irak heten, drongen door tot Afghanistan, India en Pakistan, ja tot in Indonesië toe. In westelijke richting veroverden zij Egypte en heel Noord Afrika. Zij kwamen tot in Spanje toe. En nóg verder ging de veroveringstocht, tot hun opmars bij Poitiers in het zuiden van Frankrijk in 732 na Christus door Karel Martel werd gestuit. Confrontaties waren er dus van meet af. Ook later waren ze er. Men denke aan de kruistochten.

Vanaf de 8e tot ongeveer de 12e eeuw toe maakte de islamitische cultuur een bloeitijd door. Dat was tijdens het kalifaat van de Abbasiden, die in Bagdad zetelden. Kunst, literatuur en wetenschap floreerden. In de 13e eeuw werd deze cultuur bedreigd door de Mongolen, die tot in Egypte wisten door te dringen. Pas in de 15e eeuw werden ze verslagen, door de Ottomanen, een Turkse stam, die geleidelijk heel het Byzantijnse rijk zich onderwierp en in 1453Constantinopel veroverde, waar tot dan toe de christelijke keizer van het Oost-romeinse rijk zetelde. In 1529 stonden de Turken voor de poorten van Wenen. Conflicten waren er dus van meet af aan geweest. Maar de 'confrontatie' van de westerse wereld en de islam in de moderne tijd is van een totaal andere aard.

Europa's expansie
Van welke aard? Wie de geschiedenis van West-Europa enigszins kent, weet dat Europa juist vanaf het begin van de zestiende eeuw een geweldige ontwikkeling doormaakte. Onder andere als gevolg van de val van Constantinopel (1453) werd in West-Europa de klassieke literatuur herontdekt. Vanuit Constantinopel hadden geleerden, die voor de Turken op de vlucht waren geslagen manuscripten meegenomen naar Italië. In Europa was er in het begin van het tijdperk dat wij de Renaissance noemen, grote belangstelling gerezen voor de klassieke oudheid. De herontdekking van de klassieken uit Griekenland en het Romeinse Rijk had de opkomst van het humanisme tot gevolg. De wereld verruimde zich echter niet alleen op het gebied van de geest, ook in de letterlijke zin van het woord: ongeveer 50 jaar na de val van Constantinopel ontdekte Columbus Amerika, men voer om de Kaap heen, richting Indonesië, er ontstond een levendig verkeer met Zuid- en Noord-Amerika. Nieuwe handelscentra kwamen op: Antwerpen, Amsterdam en Londen! Men bevoer de wereldzeeën. Er ontstond zoiets als kapitalisme. Tal van ontdekkingen werden gedaan, op wiskundig en natuurkundig gebied. Op het eind van de 16e eeuw reisde men, dreef men handel over de hele wereld en men wedijverde qua talent in toneelstukken en in filosofische geschriften met de klassieke schrijvers. In de 17e eeuw vonden de Fransman Descartes en de Joodse geleerde Spinoza een toevluchtsoord in de Republiek der Nederlanden. Zij deden met hun geschriften de klassieke filosofie op haar grondvesten schudden.

De 18e eeuw was rijk aan ontwikkelingen. De 'industriële revolutie' stond voor de deur, Engeland bevoer de wereldzeeën, Noord-Amerika maakte zich los van het moederland. Tal van uitvindingen gaven een impuls aan de handel en aan de mobiliteit (de locomotief en destoomboot). De 18e eeuw was vooral de eeuw van het opkomende liberalisme en… van de Franse Revolutie (1789).

Hernieuwde kennismaking
Welnu, het was kort na de Franse Revolutie dat generaal Napoleon in Egypte voet aan wal zette in het voorjaar van 1798. De regering in Parijs zag in hem een gevaar en stuurde hem op een expeditie naar Egypte. In het kielzog van zijn leger trokken tal van geleerden mee, met het uitdrukkelijke doel om het oude Egypte ter plaatse te exploreren. Toen Napoleons manschappen de Egyptische bodem betraden, kreeg de moslimwereld voor het eerst na lange tijd weer direct te maken met Europa.

In de 19e eeuw verzwakte het Ottomaanse Rijk, dat honderden jaren het Midden-Oosten had gedomineerd. Juist in die tijd dus, dat het Midden Oosten voor de westerling om verschillende redenen 'interessant' gebied werd: gebied niet alleen voor wetenschappelijk onderzoek, maar ook voor handel en verkeer en .... voor kolonisatie.

In diezelfde tijd waren de Franse revolutionairen aangestoken door een geweldige zendingsdrang: men moest de zegeningen van de Franse Revolutie exporteren! Vrijheid, gelijkheid en broederschap prediken! Dat moest óók gebeuren in de wereld van de islam. Tweeërlei zending werd vanuit het ene Westen bedreven: vanuit christelijke kerken werd het Evangelie gebracht, daarnaast 'het heil'van de Revolutie.

Kraemer zegt over de toenmalige confrontatie van de islam met de westerse wereld: "Een beschaving die honderden, honderden jaren zichzelf gebleven was, die in zichzelf gekeerd was, waarin het leven zijn gewone gang ging, zoals dat altijd het geval geweest was, een beschaving ook die zich als vanzelf superieur voelde, kwam plotseling in aanraking met de westerse wereld, die haar in alle opzichten overtrof!" Het valt niet te verwonderen dat dit veelal een geweldige schok teweeg bracht! Om met de woorden van dr. W. Aalders te spreken: een in zichzelf gekeerde wereldkwam plotseling in aanraking met de "dynamiek van de geschiedenis", werd opgenomen in "de dynamiek der volkeren"!

Wat zich tegen Europa keerde…
Kunnen wij enigszins bevatten wat dit geweest is? Kraemer zegt ervan: "Men kan de westerling zijn wetensdorst, zijn enthousiasme, zijn elan, zijn technisch vernuft, zijn ontdekkersmentaliteit en zijn handelsgeest niet kwalijk nemen. Dat zou dwaas zijn." De feiten waren nu eenmaal van dien aard, dát het Westen in allerlei opzicht superieur was. Alleen: de westerse mens nam zijn ideeën mee. Vooral de Fransen stelden zich ten doel om de islamieten in aanraking te brengen met het liberale gedachtegoed, met de 'zegenrijke' ideeën van de Franse Revolutie, dat wil zeggen met individualisme, subjectivisme en nationalisme.

In de 19e eeuw begonnen de westerse mogendheden hetMidden Oosten te koloniseren. De koloniale machten legden zich vooral toe het bevorderen van het onderwijs. Als gevolg daarvan gingen jonge mensen uit Egypte en later Turkije in het Westen, o.a. in Parijs studeren. Daar kwamen zij in aanraking met een totaal andere dan hun eigen, islamitische cultuur.Men werd er geconfronteerd met het westerse emancipatie-denken, individualisme en nationalisme. Men dronk er de ideeën in van de Verlichting en de Franse Revolutie. Dit was springstof in de wereld van de islam.

Maar, paradoxaal genoeg kon men deze door het Westen geleverde 'springstof' op den duur goed gebruiken tégen het Westen zèlf. Diegenen die in het Westen gestudeerd hadden, hadden daar geleerd wat nationalisme en emancipatie was. Wat nu, als zij zich van het Westen wilden emanciperen en zelf nationalistisch werden? Zouden zij niet bij machte zijn om het 'juk van de Westerse mogendheden' met een beroep op hun eigen ideologie te breken? Wat als de inheemse bevolking haar eigen rechten opeiste en weigerde om nog langer de hegemonie van het Westen te aanvaarden? Via scholing en contacten met de wereld van het Westen werden de geesten langzamerhand rijp gemaakt voor het proces van dekolonisatie. Dat was bijvoorbeeld het geval in Egypte waar vanaf het eind van de 19e eeuw Engeland zijn macht uitoefende. Maar ook in gebieden die nu de naam dragen van Syrië, Irak, Iran, Saoedie-Arabië.

Deze gisting die de Europese (!) ideeën in de wereld van de islam veroorzaakten, kwam de Europeanen vooral na de Eerste en Tweede Wereldoorlog duur te staan. Toen Europa in 1945 aanmerkelijk verzwakt uit de oorlog kwam, kwam het proces van dekolonisatie pas goed op gang. Dit leidde soms tot grote conflicten, o.a. in Noord-Afrika, waar Frankrijk landen als Algerije en Marokko zomaar niet wilde laten gaan.

Hooggespannen verwachtingen
Dit emancipatieproces van het Westen ging in de islamitische landen gepaard met hooggespannen verwachtingen. Van generaals en politici tot gewone werklui en huisvrouwen verwachtte men van een eigen nationale staat wonderen. Nu zou men evenals de landen in het Westen meedoen in de vaart der volkeren. Men verwachtte stabiliteit en welvaart. De garantie daartoe lag voor sommige landen in het Midden-Oosten in de enorme olievelden die lagen te wachten op exploitatie. De verwachtingen kwamen niet uit. Het is waar: verschillende landen verwierven zich binnen de grenzen die ten tijde van de Europese hegemonie getrokken waren nationale zelfzelfstandigheid overeenkomstig het Europese model. Landen als Syrië, Turkije en Egypte werden nationale staten, die naar Westers voorbeeld een seculier karakter droegen. Maar de welvaart, waarin de gewone bevolking kon delen,bleef uit.

De klemmende vraag was bovendien of een dergelijk staatsbestel wel past binnen de wereld van de islam. Die vraag knelt temeer omdat deze staten, naar Europees voorbeeld seculier waren. Al in de 19e eeuw was de islamitische wereld (ook de geleerde wereld) verdeeld over de vraag of er vanuit de islam een weg gevonden kon worden waarop men op een authentieke manier de geseculariseerde westerse waarden en normen kon integreren. Het viel niet te ontkennen dat het westerse denken een geweldige vlucht had genomen. Maar dat denken berustte veelal op erkenning van de menselijk subjectiviteit en op individualisme, liberalisme en secularisme, 'waarden' waar veel islamieten grote moeite mee hebben. Bracht men binnen de wereld van de islam geen clash of civilizations teweeg, door westerse opvattingen betreffende samenleving en staat op islamitische bodem over te planten? Concreet toegepast: Was er bijvoorbeeld wel overeenstemming tussen datgene waar de islam voor stond enerzijds en de rechten van de mens, die gepropageerd werden in de Verenigde Naties en die van wésterse origine zijn anderzijds?

wordt vervolgt