Terug naar Ecclesianet.nl

Boekbespreking

Dit voorjaar is er een herdruk verschenen van Kohlbrugge’s Overdenking van het eerste hoofdstuk van het Evangelie van Mattheus, uitgegeven door de Vereeniging tot uitgave van Gereformeerde Geschriften, verzorgd door wijlen ds. J.K.Vlasblom, prof.dr. W.Balke en H.Boele. Druk: Den Hertog BV, Houten.

In mijn studententijd kreeg ik dit boek voor het eerst onder ogen. Naast de beroemde / beruchte preek van Kohlbrugge over Rom. 7:14 – ‘Ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde’- ervoer ik de uitleg van Matt. 1- het laatst verschenen in 1939 - als een diepgaande concretisering van het Paulus-woord (Rom.7). Sindsdien las ik af en toe een fragment van deze studie. Kort geleden werd mij een herziening toegezonden. Ik dacht: Wat Kohlbrugge wil zeggen, weet ik, dus ik kan dit boek toevoegen aan mijn ‘Kohlbruggiana’. Het verzoek echter een recensie voor Ecclesia te schrijven, leidde er uiteraard toe het boek voor de zoveelste keer van A-Z te herlezen. Wat een ervaring opnieuw! Een halve eeuw na de eerste lezing, weer indrukwekkend. Zoiets als dat je van bergtochten en dus van vergezichten nooit genoeg krijgt.

Onderstreept heb ik in de inleiding wat prof. Balke aanhaalt van O.Noordmans: ‘Men moet, om Kohlbrugge te kunnen waarderen, dit geweldige geschrift kennen. Het bleef tot zijn (HFK) dood toe zijn eigen geliefkoosde lectuur. Het bevat een psychologie des geloofs die uitgaat boven wat wij gewoonlijk zielkunde noemen en herinnert sterk aan sommige van de beste bladzijden uit Kierkegaard’s Angst’: Christus’ menswording beschouwd ‘in heilig donker’, in de lijn van Luther. Volgens Karl Barth wordt Christus door Kohlbrugge ‘nog dieper in het vlees getrokken dan bij Luther’. Het ‘nochtans van het geloof’ wordt in diepe paradoxen geformuleerd (Balke). Een voorbeeld: ‘Rebecca grijpt als zondares en als heilige naar list en leugen (...) zij stort zich neer in de zonde, opdat niet zij, maar Gods waarheid blijve (...) zij klemt zich vast aan Gods belofte. Zondares, waar de wereld heilig is en een heilige, waar de wereld almaar zondigt’. De wedergeboren mens is ‘vleselijk, verkocht onder de zonde’ (Rom.7), de oude Adam is ‘vlees’ en ‘dit vlees is met Christus begraven!’ In deze zin tekent Kohlbrugge wat de Schrift zegt ook van Thamar, Rachab, Ruth, Bathseba en Maria. Door de ergernis van de eigenwillige godsdienst in je eigen hart heen, is ook de geschiedenis van Thamar – tweede voorbeeld! – ‘lieflijk en troostrijk’, ter onderscheiding van ‘Gods heili gen en huichelaars’. ‘Thamar is gelopen gelijk een hert tot de fonteinen der wateren, om te komen tot het zaad van Abraham (...) zij heeft niet gezondigd door de begeerlijkheid van haar vlees ...’ (citaat van Augustinus). Thamar, aldus Kohlbrugge, ‘schuwt de schijn niet als ware zij een hoer’. Het gaat haar om de vervulling van Gods belofte. ‘De trouwe belijders van de Naam van God hebben zich geenszins gestoten aan deze geschiedenis’, in tegenstelling tot ‘de quasi-moraliteit, quasi-vroomheid en quasi-devotie’. De heiligen van God, die uit God geboren zijn, zijn niet ‘engelachtig’, geen ‘legenden-heiligen, wier heiligheid louter gruwel is’. Iedere poging tot ‘Christelijk Platonisme’ leidt tot geen andere uitkomst dan die Paulus beschrijft in Rom. 1: 25-32.

Wat mogen we leren uit de nalatenschap van Kohlbrugge? Dit (1): ‘Hier hebt gij uw eigen geschiedenis, o mens!’ De Heilige Geest overtuigt ons ervan dat wij ‘vlees’ zijn. ‘Welnu, ‘In zulk vlees heeft Hij Die alleen heilig is, Zich niet geschaamd te komen’. God verheerlijkt Zijn genade daar waar ‘een zondengeschiedenis’ is, ‘een geschiedenis van echtbreuk en moord’, van zelfhandhaving waardoor men de Christus Gods kruisigt, terwijl men meent voor God te ijveren. Maar ook het volgende (2): Getroost wordt ieder die vanwege de gerechtigheid vervolgd wordt, opgebeurd worden allen die in hun ellende ‘als slachtschapen de ganse dag door de ongehoorzamen gedood worden’.

Kohlbrugge’s uitleg van Matt. 1 te bespreken, hangt voor mij niet samen met de vraag of een dergelijke publicatie uit 1844 niet reeds lang ‘uit de tijd’ is, of de ‘stof’ wel actueel genoeg is, vandaag exegetisch verantwoord. De theologie van Kohlbrugge oefent tot op heden een grote invloed uit. Zijn werk over Matt.1 is – samen met Wozu das Alte Testament (1846) -klassiek te noemen. Ik zou u – lezer – willen aanraden dit geschrift aan te schaffen of cadeau te vragen, het hardop te lezen en de boodschap die erin is vervat, te laten gebeuren! In een tijd waarin, ook in de rechterflank van ‘Gereformeerd Nederland’, de prediking van de rechtvaardiging van de goddeloze en het mysterie van ‘de onheilige heiligen’ zoek raakt, zal de stem van de Goede Herder, door middel van de pen van Kohlbrugge, de vele stemmen die ons afleiden van Christus en dus misleiden, overstemmen en het zwijgen opleggen. Ervaar in Jezus’ Naam wat Kohlbrugge in de laatste regels van zijn boek heeft geschreven: ‘Als de Schrift zegt dat zij de goddeloze niet rechtvaardig spreekt, zo leer dat zij het nochtans (wel) doet, en kom herwaarts!’

Deze wijn behoeft geen krans!

M. Verduin, Zeist