Terug naar Ecclesianet.nl

Vast en zeker

2e brief van Petrus 1: 19

De eerste generatie christenen kon de evangeliën niet lezen.
Evenmin de apostolische brieven.
Die waren immers nog niet geschreven.
En voorzover iets over de Heere Jezus Christus geschreven werd, bleef dat aanvankelijk tot een plaatselijke gemeente beperkt.
Zij moesten het vooral hebben van de verkondiging.
Vandaar de nadruk van de apostel Paulus op het horen, het luisteren.
“Zo is dan het geloof uit het horen”, Romeinen 10:17.

Toch was de prediking niet het enige.
Er was ook het geschreven ‘profetische woord’.
Dat waren de boeken van wat later het Oude of Eerste Testament zou heten.
De Heere Jezus noemde deze naar het gebruik van zijn tijd: Mozes, de profeten, de Schriften (Lukas 24: 27).
Deze boeken werden in de synagoge voorgelezen.
De Schriftgeleerden waren er dagelijks mee bezig.
Daarop konden de eerste christenen terugvallen.

Mozes, de profeten, de Schriften ‘getuigden’ immers van Hem.
Zij kondigden Jezus, de Christus, de Messias, aan.
Door die alle loopt de rode draad die uitkomt in Hem.
Zoals een groot aantal rivieren, beken en beekjes zich uiteindelijk verenigen in één machtige stroom, zo komen al die getuigenissen uit in Hem.

Dat het zo is, weten wij, schrijft de apostel Petrus, des te vaster, omdat wij de stem van God hebben gehoord die Jezus aanwees als Gods Zoon, die door en door betrouwbaar is.
‘Wij’ – dat was Petrus zelf, samen met de broers Johannes en Jacobus.
Het was nacht toen die stem klonk.
Maar in die nacht op een berg straalde plotseling hemels licht, dat Jezus in volle gloed zette.
Die plaats, die nacht, dat licht, die stem – Petrus heeft ze nooit kunnen vergeten.
Diep ingekerfd in zijn herinnering staat Jezus daar, in hemelse glorie.

Wat zij toen zagen en hoorden is voor de drie apostelen de goddelijke bevestiging van wat in oude tijden Mozes en Israëls profeten hebben aangekondigd, namelijk de komst van de Messias.
De Messias, die meer is dan Mozes.
Hij is immers de beloofde Koning, de grote zoon van David.
Hij is het die de boze vijand heeft verslagen, uitleidt uit de slavernij en binnenbrengt in het Vaderhuis.

Wanneer u aandachtig Mozes en de profeten leest, kunt u ze helemaal vertrouwen. Het gaat daarin over Hem, wiens naderende voetstappen u hoort. Dat Hij nu gekomen is, werd in die nacht op de heilige berg door God zelf gegarandeerd. Ons geloof in Hem is daarom vast en zeker.

L.J. Geluk