Terug naar Ecclesianet.nl

Zonder kansel kon hij niet leven

Rede uitgesproken bij de presentatie van het boek van H. Boele ‘Zonder kansel kon hij niet leven, de weg van dr. H.F. Kohlbrugge langs vele kansels in Nederland’1

De heer H. Boele heeft een uniek werk verricht en wij zijn er groots op dat het gepubliceerd kon worden door de Uitgeverij Den Hertog in samenwerking met de Vereeniging tot Uitgave van Gereformeerde Geschriften. Wij betuigen onze erkentelijkheid aan de Uitgever Den Hertog. Wij hadden gehoopt, dat het woord nu gesproken zou kunnen worden door collega A. de Reuver, die er om persoonlijke redenen van moest afzien. Hij was daarvoor de eerst aangewezene, gezien zijn dissertatie Bedelen bij de Bron over Kohlbrugge’s geloofsopvatting (1992).

In dit nieuwe werk vandaag van H. Boele is heel veel onbekend materiaal aan het licht gekomen, zodat van nu af aan alle eerdere biografieën van Kohlbrugge verouderd zijn. Tot nog toe was de meest toonaangevende biografie het Duitse boek van H. Klugkist Hesse (Barmen 1935), al was dat toch wel ‘mangelhaft’. Het jaartal is ook bedenkelijk. Ds. J.van der Haar bezorgde hiervan een Nederlandse vertaling in 1980. Ik denk, dat Hermann Albert Hesse, de Moderator van de Reformierte Bund, tot een beter boek over Kohlbrugge in staat was geweest, gezien zijn waardevolle bijdragen in de Reformierte Kirchenzeitung.

In 1905 werd door J. van Lonkhuijzen zijn dissertatie over Kohlbrugge en zijn prediking verdedigd aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hoewel hij vele feiten verzamelde en zijn werk nog altijd een Fundgrube is, bleek hij niet in staat om de theologie van Kohlbrugge juist te verstaan en weer te geven. Dat is onmiddellijk terzake aangetoond door dr. J.C.S. Locher in zijn boek Toelichting en Verweer; hij was van jongsaf zeer vertrouwd met Kohlbrugge. Zijn vader: Theodoor J. Locher en Eduard Böhl waren studie-vrienden, begaafde studenten in Halle, die elkaar de weg gewezen hebben naar Elberfeld. Eduard Böhl zei na zijn kennismaking met Kohlbrugge: ‘in wie ik voor de eerste maal een echt groot genie gezien heb’. Theodoor Locher is getrouwd met Maria de Clercq, dochter van Steven de Clercq, een trouwe aanhanger van Kohlbrugge. Helaas is Locher vroegtijdig overleden in Charlois. Zijn oudste zoon is gaan studeren in Wenen bij Ed. Böhl, die daar 36 jaar hoogleraar geweest is. Deze J.C.S. Locher was vele jaren redacteur van het Kerkblaadje en in die jaargangen zijn vele schatten verborgen die blijk geven van zijn grondige kennis van de betekenis van de theologie van Kohlbrugge.

Buiten de kring van de vrienden van Kohlbrugge was het alleen dr. O. Noordmans, die op voortreffelijke wijze over de theologie van Kohlbrugge geschreven heeft. In zijn voetspoor is het dr. S. Gerssen geweest, die uitblonk door zijn kennis en inzicht in Kohlbrugge’s theologie. De diepgravende studie van dr. Gerssen inzake de vergelijking van Kohlbrugge met Karl Barth is nog altijd onovertroffen en vond onmiddellijk internationale erkenning, o.a. door Gottfried W. Locher, hoogleraar te Bern.

Ds. D. van Heijst heeft de redactie van het Kerkblaadje van dr. J.C.S. Locher overgenomen. Hij beschikte over een enorme parate kennis van Kohlbrugge en daarvan getuigt zijn arbeid van vele jaren in het Kerkblaadje. Hij was het die direkt het belang inzag van de studies van dr. K. Groot. Dr. Groot was in 1932 gepromoveerd te Amsterdam over Die Erweckungsbewegung in Deutschland, waarin ook een gedeelte over Kohlbrugge staat. En hij maakte naam met zijn boek Kohlbrugge en Kuyper in hun wederzijds contact (1956). Dit boek en zijn artikelen in de 50-tiger jaren berustten op grondig archief-onderzoek. Hij was bezig met een biografie over Kohlbrugge, maar die is helaas nooit gereed gekomen.

Er zijn ook enkele uitstekende kleinere geschriften over Kohlbrugge, zoals ds. H.J. de Groot Onder de bekoring van Kohlbrugge en zijn vrienden (Nijkerk z.j.), van ds. J.H. Grolle De boodschap van Kohlbrugge nu (Wageningen 1946) en van ds. W.A. Hoek H.F. Kohlbrugge. De onheilige heilige (Amsterdam 1964). Alle drie hebben iets eigens; ze zijn congeniaal met Kohlbrugge geschreven en tonen aan, dat de renaissance in Elberfeld vandaag nog volledig actueel is. Het werk van W. Otten Uit het levensboek van dr. H.F. Kohlbrugge (Den Hertog 1982) is zeker verdienstelijk; het bevat vele stukken die men elders zo niet bijeen aantreft, maar het is wel wat fragmentarisch, en sommige gegevens kloppen niet helemaal. In Zuid-Afrika verscheen in 1997 te Potchefstroom de dissertatie van A.H. Boogaards over de Christologie van Kohlbrugge.

Zo komen wij vandaag uit bij dit werk van de heer H. Boele, dat we hier nu voor ons hebben. Het is hoogst origineel. Ieder die dit werk ter hand neemt, zal daarmee instemmen. De originaliteit van zijn werk ligt in hetgeen, waarmee hij uitgaat boven het onderzoek van dr. K. Groot. De heer Boele heeft zich namelijk niet beperkt tot het bekende Kohlbrugge-archief in de Universiteits Bibliotheek te Utrecht of tot archivalia in Elberfeld, maar heeft alle aanknopingspunten nagespeurd, die tot nader onderzoek in tal van archieven in ons land hebben geleid. Door deze comprehensive approach methode heeft hij nieuwe gegevens gevonden over Kohlbrugge’s gang langs vele kansels in Nederland. Het zijn er veel meer geweest dan wij wisten. En zeker ook dan Kohlbrugge zelf gedacht heeft, toen hij in juni 1856 op deze kansel hier in Vianen stond en zijn preek hield over Genesis 3. A l’improviste heeft hij als het ware zijn hele theologie er in gelegd. Hij dacht: ‘dit is wellicht één keer en dan nooit meer’. Het is bij die ene keer niet gebleven; hem werd een deur geopend naar vele kansels in ons land. En veel wat Boele daarvan nu gepubliceerd heeft, was tot nog toe volstrekt onbekend. Zo heeft hij ook 22 onbekende preken gevonden, die naar wij hopen volgend jaar gepubliceerd kunnen worden. Wanneer de leden van onze vereniging ons daartoe in staat stellen, zal dit volgend jaar gerealiseerd worden.

De weg van Kohlbrugge langs de Nederlandse kansels die nu door de heer Boele helemaal in beeld gebracht is, heeft haast iets van een zegetocht, na de vele jaren van verguizing die Kohlbrugge eerder heeft moeten ondergaan. In zijn levensloop heeft hij schaduwen, ja een neergang gekend - 17 jaar lang, normaal gesproken iemands beste jaren -; een neergang al dieper en dieper, uitgestoten aan de ene kant door liberale zelfgenoegzaamheid en orthodoxe enghartigheid aan de andere kant; totdat voor hem - hij was toen 53 jaar - met Vianen de victorie begon.

Kohlbrugge past in geen enkel kader, en ik denk dat dit ook geldt voor ieder die een Kohlbruggiaan is. Hij is wat men noemt een irregulaire en tegelijk zeer markante theoloog. Zijn kracht ligt in zijn prediking, altijd voluit Christus-prediking. De mens wordt niet langzamerhand heiliger, maar blijft een goddeloze, die het volle heil alleen buiten zichzelf in Christus vinden kan. De troost van het Evangelie staat haaks op alles wat een mens bij zichzelf ervaart. Luther zei: ‘Das Lob Gottes kommt aus dem Tiefe’. Aan armen, die als een worm kruipen in de diepte, heeft Kohlbrugge de troost van het Evangelie uitgedeeld: de rechtvaardiging van de goddeloze! Die komt niet tot z’n recht in een afgesloten kring, die heeft de volkskerk in de breedste zin nodig. En dat woord van de prediking heeft vandaag nog kracht. Men moet door een taalbarrière heen om Kohlbrugge te kunnen volgen en verstaan. Men moet hem lezen en herlezen. Hij was geen taalkunstenaar, echter hij spreekt zeker de taal van de H. Schrift. Met zijn genadeprediking neemt Kohlbrugge ons mee uit de diepten naar onvergelijkelijke hoogten, waar God groot gemaakt en verheerlijkt wordt.

Ik eindig met een citaat uit een preek uit 1847, dus nog negen jaar voordat zijn triomftocht in Vianen begon, waarin hij kernachtig betuigt: “Dit is het waarachtige geloof, dat niet naar zonden vraagt noch naar werken, niet naar verloren-zijn noch naar heiligheid, maar dat alleen vraagt naar het Woord des Heren en daarbij blijft in geduld; dat ook de onderste weg gaat, en over zich laat heenrijden dood en duivel met paard en wagen, - evenwel zich dááraan houdt: Gij. Here Christus, zijt de rechte Man; U zij de ere, ik geef mij aan U over, zoals ik mij bevind; daar hebt Gij mij; ik deug tot niets, Gij alleen zijt heilig! Hebt Gij welbehagen in mij, zo zult Gij mij wel tot ere brengen. Aan Uw Woord houd ik mij. Ik ben een dode; maar in Uw Naam steek ik getroost het vaandel omhoog; Gij zijt mijn leven. Ja, Amen!”2

Prof. dr. W. Balke, ‘s-Gravenhage

Noten
1 Deze rede werd uitgesproken door Prof. dr. W. Balke op 11 april 2014 in Vianen
2 Herm. Friedr. Kohlbrügge Festpredigten. [Predigt Offenb. Joh. Kap. 1, Vers 18] 2. Aufl. (Stuttgart 1895), S. 274: ‘Das ist aber der rechte Glaube, welcher weder nach Sünden noch nach Werken fragt, weder nach Verlorenheit noch nach Heiligkeit, sondern fragt nach seinem Wort und bleibt dabei in Geduld, geht auch den untersten Weg und läßt über sich herfahren Tod und Teufel mit Roß und Wagen, hält sich aber daran: Du, Herr Christe, bist der rechte Mann; so habe du die Ehre, ich ergebe mich dir so, wie ich mich befinde; da hast du mich; ich tauge zu nichts, du allein bist heilig! Hast du Wohlgefallen an mir, so wirst du mich wohl zu Ehren bringen. Auf dein Wort bestehe ich. Ich bin ein Toter; aber ich stecke getrost in deinem Namen die Fahne auf: Du bis mein Leben. Ja, Amen’.