Terug naar Ecclesianet.nl

Psalmen in de LXX – een nieuwe rubriek

De redactie van Ecclesia heeft het plan opgevat om in een nieuwe rubriek aandacht te geven aan de psalmen in de Septuaginta (LXX), d.w.z. de Griekse vertaling van het Oude Testament. De boeken van het Oude Testament werden oorspronkelijk geschreven in het Hebreeuws (of Aramees). Ze werden vanaf ongeveer 250 voor Christus vertaald in het Grieks. Dit was de tijd na de veroveringstochten van Alexander de Grote, die de hele wereld van het Midden-Oosten vanuit Griekenland aan zijn gezag onderwierp. Hij stichtte de stad Alexandrië, die snel uitgroeide tot een wereldstad. In deze stad woonden weldra honderdduizenden Joden. Zij spraken na verloop van tijd alleen het Grieks. Dat gold ook voor talloze andere Joden in de diaspora. De vertaling was dan ook in de tijd van Christus voluit bekend, tot in Israël toe.

De LXX was de Bijbel van de eerste christenen. Als in het Nieuwe Testament een tekst uit het Oude Testament wordt aangehaald, is dat bijna altijd uit de LXX. Als Paulus op zijn zendingsreizen uit de Schriften las, deed hij dat uit de LXX. De LXX is in gebruik gebleven tot in de tijd van Augustinus, d.w.z. tot in de vierde eeuw na Christus. In zijn tijd vertaalde Hiëronymus de hele Bijbel in het Latijn (de Vulgaat). Hij deed dat wat het Oude Testament betreft uit het Hebreeuws – tot verdriet van Augustinus en van velen meer. Al voor de veroveringstochten van Mohammed, maar zeker daarna kwam het zwaartepunt van de kerk in Rome te liggen, waar de Vulgaat, gebruikt werd.

Ook de reformatoren grepen terug op het Hebreeuws. Pas in de 20e eeuw begon in de wereld van de bijbelkundigen door te dringen hoe groot de betekenis van de LXX is. Een van de eersten die in Nederland over de LXX schreef was dr. W. Aalders, die zich liet inspireren door de Nederlandse Jood Leo Seeligman. Deze schreef in de oorlog een proefschrift over Jesaja in de LXX. In het buitenland verschenen veel mooie studies over de LXX, ondermeer van Martin Hengel.

De LXX werd door de Joden gezien als een geïnspireerde vertaling. Men kan dit lezen bij Philo en Flavius Josephus, tijdgenoten van Jezus en de apostelen. Van hoeveel betekenis dat is, blijkt wel uit het feit dat in het Nieuwe Testament de LXX op cruciale plaatsen met gezag wordt aangehaald. Ik noem er twee. In Mattheüs 1 lezen we de bekende woorden “Een maagd zal zwanger worden en een zoon baren…” Dit is een aanhaling van Jesaja . De tekst zoals deze bij Mattheüs te vinden is, komt regelrecht uit de LXX. In het Hebreeuws staat “Een jonkvrouw (of jonge vrouw) zal zwanger worden en een zoon baren…” De weergave van de preek van Petrus uit Handelingen 2 staat vol met citaten uit de LXX.

Een vertaling is nooit helemaal conform de taal die vertaald wordt. Vertalen is ook interpreteren. Dat geldt zeker ook de LXX. Soms valt niet meer te achterhalen waarom de vertaler koos voor een bepaalde vertaling die afweek van de Hebreeuwse tekst. Had hij een variant voor zich van deze tekst, of was het zo dat de Hebreeuwse tekst in de tijd na de vertaling enigszins veranderd werd? Of wilde hij de boodschap aanscherpen en duidelijker voor ogen stellen?

Het gaat er natuurlijk niet om de LXX uit te spelen tegen de Hebreeuwse tekst. Integendeel. Paulus maakte gebruik van beide teksten. Het is dan ook goed beide te kennen. In de rubriek die gestart wordt, willen mevr. drs. M.A. Aalders en ondergetekende elke keer een psalm weergeven in tekst van de LXX en in die van het Hebreeuws (in de NBG-vertaling) en de lezer wijzen op wat de boodschap is van de LXX.

H. Klink, Hoornaar