Terug naar Ecclesianet.nl

De kindermoord van Bethlehem (I)

Een stem is te Rama gehoord, geween en veel geklaag: Rachel, wenend om haar kinderen, weigert zich te laten troosten, omdat ze er niet meer zijn. Mattheus 2: 18

Mattheus vertelt ons van de wijzen uit het oosten. Iedereen die het verhaal gehoord of gelezen heeft, kan zich de geschiedenis voor de geest halen: drie rijzige gestalten die op kamelen het dorpje Bethlehem binnen rijden om daar in een van de huizen de knieën te buigen voor het Kind dat er geboren is. Het is een mooi tafereel, dat gekenmerkt wordt door vrede en dankbaarheid.

Mattheus vertelt ons echter ook hoe in deze geschiedenis een wrede dissonant klinkt. Ineens zijn daar die verzen die ons voorhouden hoe kort daarop de zogenaamde kindermoord van Bethlehem plaatsvindt. Herodes is de aanstichter van dit kwaad. Hij heeft de wijzen gevraagd bij hem verslag uit te komen brengen van hun bevindingen in Bethlehem. Een engel waarschuwt hen echter om dit niet te doen. Herodes heeft weinig goeds in de zin. Ze moeten een andere weg kiezen en niet naar Jeruzalem gaan. De argwanenende Herodes, die het Kind zeker omgebracht zou hebben als hij van Hem gehoord had, neemt desondanks zijn maatregelen en laat de kinderen onder de twee jaar ombrengen. Mattheus sluit het verhaal af met de woorden “Een stem is in Rama gehoord, geween, geklaag. Rachel weigert getroost te worden om haar kinderen, omdat zij niet meer zijn.”

Herodes

Herodes was de zoon van de Idumeeër Antipater. We weten veel van hem af, mede dankzij verscheidene boeken die in de afgelopen decennia over hem verschenen zijn. Antipater was een Moabiet. Hij was de belangrijkste raadgever van Hyrcanus II één van de zonen van de voorlaatste koning (Hyrcanus I) die behoorde tot het geslacht van de Hasmoneeën. De Hasmoneeën vormden het koningsgeslacht dat direct voortkwam uit de zogenaamde Maccabeeën, die rond 168 voor Christus de strijd aanbonden tegen Syrische Grieken ofwel de Seleucidische koning Antioches Epiphanes. De Maccabeeën zorgden ervoor dat Israël na eeuwen van overheersing door andere volken opnieuw een zelfstandige natie werd. Zij veroverden Galilea en Samaria en enkele andere delen rond de Jordaan, waarover zij en hun kinderen vervolgens als koningen regeerden.

In de eeuw die volgde, begonnen de Hasmoneeën meer en meer trekken te krijgen van wereldse, hellenistische vorsten. Ze trokken het hogepriesterschap naar zich toe en regeerden veelal tiranniek. Intriges en moordpartijen tekenden zo nu en dan het hofleven en hun regering. Rond 60 voor Christus liep het mis. De genoemde Hyrcanus II raakte verwikkeld in een machtsstrijd met zijn broer Aristobolus. De vraag was wie hun vader zou gaan opvolgen. Jeruzalem was verdeeld. Er dreigde een burgeroorlog. Om van de ander te kunnen winnen, deed Hyrcanus II een beroep op de Romeinen. Deze lieten zich graag uitnodigen. Zij namen de touwtjes in handen. Pompeius, de vriend en latere rivaal van Julius Ceasar, bepaalde dat Hyrcanus II koning zou worden over Israël, maar wel als een vazal van de Romeinen. Hyrcanus II was een zwak heerser, die meer en meer overtroefd werd door Antipater, zijn raadgever. En zo gebeurde het dat deze de macht naar zich toetrok. Zijn zoon Herodes trouwde met een dochter uit het Hasmoneïsche koningsgeslacht, Mariamne. En zo lag het voor de hand dat de Romeinen hem koning maakten over Israël. Vanwege zijn huwelijk met Mariamne kon hij zich afficheren als iemand die behoorde tot het geslacht van de Hasmoneën. Zijn kinderen behoorden via Mariamne direct tot dit geslacht!

De Romeinen verleenden hem de macht niet voor niets. De verdiensten van Herodes waren groot. Hij was een uitzonderlijk goed militair en strateeg. Hij wist de aartsrivaal van Rome, de Perzen, te verslaan en op een afstand te houden, waardoor er rust kwam langs de oostelijke grens. Toch dreigde het in 31 voor Christus mis te gaan. Herodes wedde op het verkeerde paard toen hij in de machtsstrijd tussen Octavianus (de aangenomen zoon van Ceasar die vermoord was) en Antonius de kant van de laatste koos. Door een huwelijk met de legendarische Cleopatra was Antonius koning geworden van Egypte. Zijn manier van doen druiste meer en meer in tegen de gewoonten van Rome. Octavianus, de latere Augustus, zag zich genoodzaakt tegenmaatregelen te nemen en zo kwam het tot een burgeroorlog bij de Romeinen. Antonius verloor de slag bij Actium (31 voor Chr.) en vluchtte naar Egypte waar hij samen met Cleopatra zelfmoord pleegde.

Herodes stond alleen. Hij haastte zich naar Octavianus om zich op genade of ongenade aan hem over te geven, zijn verontschuldigingen en (vooral ook) zijn diensten aan te bieden. De latere Augustus vergaf hem zijn optreden en zo kreeg hij in Herodes een loyale dienaar, die als trouw vazal van Rome regeerde over een groot deel van het oost-Romeinse Rijk.

Herodes ontpopte zich in de jaren die volgden als een wreed despoot, die verteerd werd door achterdocht. Hij was zeker niet onverdienstelijk. Behalve een moedig militair en goed strateeg was hij een uitgesproken bekwame architekt en bouwmeester. Hij ontwierp zelf de tekeningen voor zijn paleizen, zijn forten en niet te vergeten voor de herbouw van de tempel. Hij was erop uit om een reputatie als ‘weldoener’ te verwerven en droeg daarom tot ver buiten Israël bij aan het aanleggen van havens en het bouwen van tempels. Op die manier zou hij gezien worden als de belangrijkste vorst van het oost-Romeinse Rijk: zoals Augustus regeerde over het westen van het Rijk, deed hij het over het oosten. Opvallend is daarbij dat hij baadde in weelde, terwijl de eigenlijke machthebber over oost en west (Augustus) betrekkelijk eenvoudig leefde.

Herodes legde zich vooral toe op de herbouw van de tempel. Daarmee kon hij zich afficheren als een tweede Salomo. Had de rijke Salomo, in wiens tijd er vrede was, Israël niet de eerste tempel geschonken? En was hij geen wijze koning? Zo wilde Herodes te boek staan. Wellicht koesterde hij de wens dat men hem vanwege de herbouw van de tempel zou zien als de eigenlijke zoon van David, de beloofde Redder van het volk. Zo kreeg zijn optreden messiaanse trekken. Hij hoopte dat de Joden daar gevoelig waren. Diep van binnen wist Herodes immers dat hij, ook al vanwege zijn afkomst, een omstreden en gehaat heerser was.

Bij het ouder worden werd hij steeds argwanender. Zijn vrouw Mariamne moest het met de dood bekopen. Bang als hij was dat ze overspel zou plegen, doodde hij haar in een vlaag van woede. Twee zonen, die in Rome opgevoed waren, bracht hij om, nadat ze in zijn Rijk teruggekeerd waren. Een derde zoon volgde. En kort voor zijn dood gaf hij de opdracht om, zodra hij gestorven was, meerdere prominente Joden om te brengen, zodat er bij zijn sterven niet gejuicht, maar rouw bedreven zou worden. Terecht heeft Augustus gezegd hebben, dat je beter zijn varken dan zijn kind kon zijn.

Wijsheid van Salomo

Het is geen wonder dat er verzet tegen Herodes rees. Ik ben geneigd om het mooie boekje Wijsheid van Salomo dat waarschijnlijk ongeveer dertig voor Christus geschreven is in verband te brengen met Herodes. Hij wilde te boek staan als een tweede Salomo, de zoon van David – dit boekje laat zien hoe volstrekt misplaatst deze pretentie was. Het boekje vertelt dat God wel weet hoe in Herodes’ paleizen gedacht en gesproken wordt; dat het hem ten diepste te doen is om nietsontziende macht, die zonder enige vorm van godsvrucht wordt uitgeoefend. God weet wel dat hij het op de eenvoudige en de rechtvaardige gemunt heeft, die desondanks door God wordt geholpen, zelfs al zou hij sterven. God weet wel op welk glad ijs de koning zich begeeft. In een mum van tijd kan hij weggenomen worden. Het boekje laat vooral zien hoe de eigenlijke zoon van David zou regeren. De eigenlijke zoon van David, de echte Heiland, zal, zoals ooit Salomo deed, zijn regering beginnen in afhankelijkheid en ootmoed, omdat hij zich realiseert dat de taak die voor hem is weggelegd te groot is voor zijn schouders, tenzij de Here God hem zijn wijsheid zou schenken. Om die wijsheid, om de Geest van God die eeuwig is, bidt de tweede Salomo dan ook als hij zijn ambt aanvaardt.

Kinderen

Zo is Herodes niet. Herodes is een pure machtswellusteling. Mattheus 2 past helemaal in het beeld van Herodes, zoals we hem kennen. Zijn machtswellust en argwaan uiten zich zelfs daarin dat hij de kinderen van Bethlehem, die onschuldig zijn, niet ontziet. Wat een contrast: deze man en de kinderen van Bethlehem! “Een stem is in Rama gehoord, geween en veel geklaag. Rachel weent om haar kinderen omdat ze niet meer zijn.”

De geschiedenis van de kindermoord grijpt ons aan, omdat het over kinderen gaat. En vooral: deze geschiedenis staat niet ver van ons af. De bijbel is een reëel boek, waarin wat er in de wereld gebeurt niet verzwegen wordt. Ook wij zien in onze tijd op veel plaatsen hetzelfde patroon: pure machtswellust, die ten koste gaat van kinderen. Wat is er veel kinderleed! We hoeven maar te denken aan gebeurtenisen in 2014. Behalve het leed dat kinderen trof door ziekte (ebola), zijn talloze kinderen getroffen door geweld. In Syrië, in Irak, waar Isis de scepter zwaait, worden kinderen verhandeld en gedood. In Afrika krijgen kinderen de keus: of te kiezen voor Allah of gedood te worden. In Pakistan werd enkele weken geleden een school aangevallen. Meer dan honderd kinderen vonden de dood. Wat een leed! Wat zal 2015 ons brengen?

De bijbel zegt: “Een stem is in Rama gehoord, geween en geklaag. Rachel weigert getroost te worden, vanwege haar kinderen, omdat ze niet meer zijn.”

Rachel

Dat hier sprake is van Rachel, is vanwege het feit dat zij in deze streken gestorven is, kort na de geboorte van haar tweede zoon Benjamin. Zij besefte dat zij ging sterven en noemde haar zoontje Ben-oni: zoon van mijn smart. Maar Rachel was de meest geliefde vrouw van Jacob. Om die reden noemde hij het jongetje Ben-jamin, d.w.z. zoon van mijn geliefde. Hij heeft haar in de buurt van Bethlehem begraven en het graf is er gebleven tot in de dagen van de geboorte van Christus.

De tekst die Mattheus hier aanhaalt, is een citaat uit de profetie van Jeremia. De profeet zegt dat Rachel weigert getroost te worden, omdat de stammen Efraïm en Manasse weggevoerd zijn naar Assyrië. Efraïm en Manasse waren de kinderen van Jozef, dus de kleinkinderen van Jacob en Rachel. Als zij weggevoerd zijn, is het alsof de achtergebleven Rachel weent. De woorden van Jeremia komen nu opnieuw van pas, nu in de buurt van haar graf de kindermoord zich afspeelt.

Toch troost…

Rachel weigert getroost te worden. Betekent dat dat er geen troost is voor Rachel, voor de moeders van Bethlehem? Heeft met andere woorden Iwan gelijk als hij in de bekendste roman van Dostojewski (De gebroeders Karamazow) protesteert tegen het geloof en zegt dat er geen troost is tegenover het leed dat kinderen aangedaan wordt op deze wereld? Aljosja, zijn broer, is gegrepen door deze woorden, maar wordt er niet door meegenomen. Hij weet van een troost. Ze reikt uit boven deze wereld. Als hij na het requisitoir van zijn broer even gezwegen heeft, fluistert hem toe dat hij zich vergist om hem er daarna met stelligheid op te wijzen dat hij in zijn hele betoog één naam vergeten is: die van Christus.

Heel voorzichtig begint er in het boek iets te gloren dat toch troost biedt: werkelijke troost. Zo is het ook hier. Er is iets dat de moeders van Bethlehem toch troosten kan: het Kind is ontkomen. Herodes heeft het geen kwaad kunnen doen. Een engel heeft Jozef gewaarschuwd. Hij en Maria vluchten naar Egypte met het Kind. Rembrandt heeft het op het doek gezet. We zien Jozef. Hij loopt, terwijl hij de leidsels in de hand houdt, voor de ezel uit waarop Maria zit. Zij houdt het Kind in haar handen. Ze zit ietwat voorover gebogen over het Kind heen. Ze koestert het. Het is alsof ze het ook beschermt, als een parel, die ze niet verliezen mag. Zo schildert Rembrandt het Kind – als een kostbare parel, die beschermd moet worden.

Door dit Kind is er troost voor de moeders van Bethlehem en voor de moeders van nu. De moeders in Bethlehem hebben vast gehoord dat Herodes geen kans zag het in zijn macht te krijgen. Dat heeft hen gaandeweg meer en meer te zeggen gehad. Welke troost daarin gelegen is, daarover schrijf ik graag in het volgende nummer van ons blad.

H. Klink, Hoornaar